Bij ouderverstoting steeds vroegere systeemcapitulatie
Bijgewerkt: 30 januari 2026 | Leestijd: 4 minutenBij ouderverstoting gooit het ‘systeem’ van jeugdbescherming, -hulpverlening en rechtspraak bij steeds jongere kinderen de handdoek in de ring. Was het kantelpunt eerst 13 tot 14 jaar, nu zijn er al situaties waarin kinderen pas 9 of 10 jaar zijn, en dit is bijzonder zorgelijk.
Het is inmiddels meer dan 5 jaar geleden dat het Expertteam Ouderverstoting haar advies zond aan de regering hoe om te gaan met dreigend contactverlies en ouderverstoting. Het was een hoopgevend rapport voor veel ouders, waarbij de problematiek van oudervervreemding en ouderverstoting eindelijk de aandacht kreeg die het verdiende. Inmiddels is het duidelijk de belofte die besloten lag in het advies is niet gematerialiseerd. Slechts enkele rechters in Nederland hebben de durf om door te pakken. De meesten echter niet en blijven hangen in het klassieke denkkader.
Concrete aanleiding voor deze conclusie vormt deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch, evenals deze uitspraak van Rechtbank Den Haag, doch er zijn in de afgelopen jaren meer uitspraken gepubliceerd die een vergelijkbaar beeld laten zien, zoals deze uitspraak van Rechtbank Den Haag inzake een kind van 8 jaar.
Uitspraak Gerechtshof Den Bosch
In de uitspraak van Gerechtshof Den Bosch poogt een vader al jaren tot al jaren tot herstel van de band en het contact met zijn kind van inmiddels 10 jaar te komen. Het lukt echter niet. De weerstand in het kind blijft onverminderd hoog. Ook de ondertoezichtstelling die inmiddels is beëindigd heeft hierin geen verandering kunnen brengen omdat het de moeder samengevat ‘niet lukt om emotionele toestemming te geven’ voor het herstel van de band tussen dochter en vader.
Deze uitspraak is bijzonder schrijnend temeer Gerechtshof Den Bosch met vrm. Raadsheer Cees van Leuven (eveneens vrm. voorzitter van het Expertteam Ouderverstoting) voortrekker was in Nederland op het gebied van ouderverstoting/dreigend contactverlies. Met deze uitspraak lijkt al het goede werk van de afgelopen jaren te niet gedaan.
In het tweede voorbeeld van van Rechtbank Den Haaf betreft het een kind van inmiddels 8 jaar. Het kind heeft geen contact met de vader. De vader geeft aan ‘moegestreden’ te zijn en omdat de moeder dit eveneens aangeeft te zijn ziet de rechter geen basis voor een ondertoezichtstelling ‘als al aan de voorwaarden zou worden voldaan’ want ‘het gaat best goed met het kind’ (lees: zonder contact met de vader).
Uitspraak Rechtbank Den Haag
In de uitspraak van Rechtbank Den Haag poogt een vader eveneens al jaren tot herstel van de band en het contact met zijn zoon van inmiddels 10 jaar te komen. Het kind staat onder toezicht, echter ondanks schriftelijke aanwijzingen aan de moeder en verbeurde dwangsommen, kan moeder haar kind geen ‘emotionele toestemming‘ geven.
De betrokken Gecertificeerde Instelling is van mening dat het voortzetten van de OTS geen meerwaarde meer heeft en doet een verzoek tot opheffen daarvan, hetgeen ertoe zou leiden dat de vader feitelijk alle hoop zou worden ontnomen.
Hoewel de rechter het verzoek afwijst, wat op zich goed is, blijkt uit de uitspraak hoe niet-daadkrachtig het systeem feitelijk is. De ouders worden opnieuw in een hulpverleningstraject gedrongen. Ditmaal Parallel Ouderschap. PO moet de oplossing gaan brengen om de moeder nu wél te gaan bereiken en haar te gaan bewegen om haar gedrag in het belang van het kind aan te passen. Dat dit bereikt gaat worden is gezien de uitgangspunten van Parallel Ouderschap hoogst onwaarschijnlijk.
In de hierboven genoemde
Geen ouder heeft het recht zich te onttrekken aan de plicht van art. 1:247 lid 3 BW
Door zich niet te conformeren aan de ouderlijke plicht om de band tussen het kind en de vader te bevorderen maken deze ouders zich schuldig aan een vorm van voortdurende kindermishandeling. Ze komen er feitelijk mee weg doordat het systeem niet doortastend optreedt. In de zaak die diende bij Rechtbank Den Haag blijft bijvoorbeeld consequentieloos dat de moeder haar kind laat geloven dat de door de rechter opgelegde dwangsommen de schuld zijn van vader. Dit geldt ook voor het niet-nakomen van de contactregeling die door Gerechtshof Den Haag is vastgesteld.
Het systeem móet anders gaan kijken en handelen. Geen enkele ouder heeft het recht om zich niet te houden aan de plicht van artikel 1:247 lid 3 BW zonder van deze plicht te zijn ontheven door een rechter. Dit betekent dus ook dat er een antwoord van het ‘systeem’ moet zijn wanneer dat niet gebeurt. Wat dan uiteindelijk resteert is diagnose en dwang. Niet op initiatief van in casu de vaders, maar doordat het systeem deze ouders die ‘dwang’ uit handen neemt.
Er zijn critici (o.m. werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming en de Rechtspraak) die stellen dat dwang niet helpt, de situatie slechts erger maakt en/of dat (wordt gehoopt dat) het kind op termijn zelf wel terug zal komen. Het is echter precies dit signaal dat mogelijk maakt niet dat te doen wat een hoofdverblijfouder móet doen, namelijk zich conformeren aan de ouderschapsnormen.
Erop vertrouwen/hopen dat het kind zelf wel terug zal gaan komen, betekent bovendien dat het dus aan het kind zelf wordt gelaten om een einde te maken aan de voortdurende kindermishandeling en dit is gewoon niet te vereenzelvigen met het IVRK en het EVRM.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.
Lees ook dit
- Special: Ouderverstoting
- Visiepagina: Landelijk bureau handhaving ouderschapsnormen
- Visiepagina: Ouderverstoting oplossen of voorkomen
Draag bij aan onderzoek
Heb je in je eigen situatie een (ongepubliceerde) beslissing waaruit blijkt dat het systeem bij een steeds jongere leeftijd capituleert? Stuur hem dan in via de onderzoekspagina. Zorg dat je vóór het insturen alle persoonsnamen van jezelf, de andere ouder en je kind(eren) verwijdert. Voor meer informatie over anonimisering, lees ook de anonimiseringsrichtlijn van De Rechtspraak.