← Terug
/Opinie/Ouderschapsnormen/De familierechtspraak moet meer gezag krijgen

De familierechtspraak moet meer gezag krijgen

Bijgewerkt: 28 januari 2026 | Leestijd: 22 minuten
Beschikkingen over omgang en gezagsvraagstukken, worden door de familierechter zelden goed afgehecht. Weinig maakt dit zo goed duidelijk als het werkwoord ‘hopen’ in een overweging, maar er zijn meer verschijnselen. Wat bovenal echter opvalt, is het gebrek aan gezag in de rechterlijke beslissingen. Gezag, waarmee een bestendige gedragsverandering bij ouders wordt geprikkeld. Dit gebrek aan gezag schaadt het belang van het kind en faciliteert niet-welwillende ouders. Enkele suggesties.

Een gebrek aan gezag in de Nederlandse familierechtspraak geen onbekend fenomeen

Het geringe gezag van rechterlijke uitspraken is een fenomeen dat ook door het Expertteam Ouderverstoting is vastgesteld. Op pagina 90 van het advies staat het volgende (onderstreping o.z.): “Allereerst dient opgemerkt te worden, dat de samenwerking tussen hulpverlening en de rechter­lijke macht in de USA en het VK anders verloopt dan in Nederland. Het zijn meer hiërarchische maatschappijen (met een grotere ‘machtsafstand’), en rechterlijke uitspraken hebben daar meer gezag.

Een voorbeeld van zo een uitspraak met gezag in een situatie van oudervervreemding is deze uitspraak van The High Court of Justice Family Devision (London). Wat opvalt aan de uitspraak is dat er bijvoorbeeld een fact finding hearing heeft plaatsgevonden en het standpunt van de rechter in r.o. 96: “I am in no doubt that her actions amount to coercive and controlling behaviour towards the children and towards the father and I so find.” De moeder wordt het contact met de kinderen ontzegt tot de kinderen 18 jaar zijn en wordt tevens in de proceskosten van vader vanaf 2021 veroordeeld voor een bedrag van £240,954.

Een jaar geleden is het Reflectierapport familie- en jeugdrechters “Recht doen aan kinderen en ouders” gepubliceerd, met daarin diverse verbeterpunten waaraan de rechtspraak zou (moeten) gaan werken. In de praktijk zien we hier echter nog te weinig resultaten van.

5 Hoofdoorzaken voor een gebrek aan gezag

  • Als eerste wordt dit veroorzaakt doordat de gedragingen/resultaten die van ouders (en betrokken professionals) worden verwacht, onvoldoende specifiek of regelmatig ook niet zijn omschreven. Het gevolg is dat elke ouder de verwachte inspanningen/resultaten naar eigen inzicht kan (blijven) interpreteren, terwijl de wet heel duidelijk is over de ouderlijke plichten. Daarnaast is het boeken van positieve resultaten altijd in het belang van het kind.
  • Ten tweede omdat we regelmatig interne inconsistenties lezen in rechterlijke uitspraken. Dit betekent dat rechterlijke overwegingen en beslissingen in een uitspraak regelmatig (op onderdelen) haaks op elkaar staan. Dit leidt tot multi-interpreteerbare beslissingen of ten minste grond voor ouders (en advocaten) om de discussie te blijven voeren (ook al is de geest van de beslissing wél duidelijk).
  • Ten derde vanwege bijvoorbeeld vaag en onzorgvuldig taalgebruik door de betrokken rechters. En (deel)beslissingen die toch weer uitgaan van samenwerkende ouders. Een verschijningsvorm van het laatste is dat rechters regelmatig punten ongeregeld laten waarvan in de praktijk (zeker bij familierechters) bekend is of zou moeten zijn dat dit weer nieuwe geschillen tussen de ouders kan/zal veroorzaken en waardoor het kind klem gaat blijven. NB: We hebben het hier bijvoorbeeld over procedures waarin tevens een ‘in goede justitie’-beslissing van rechters is gevraagd, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. Dit betekent dat de rechter in beginsel (binnen de kaders van de rechtsstrijd) alle vrijheid heeft om in het belang van het kind tot een oordeel te komen dat de situatie goed afhecht. Ook kan het gaan om verzoeken die algemeen verwoord zijn, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant (“… verzoekt de GI om naast de reguliere zorgregeling ook de overige belangrijke (feest)dagen, vakanties en (telefonische) contactmomenten vast te leggen.”)
  • Ten vierde omdat ouders feitelijk zonder directe consequenties (de geest van) een uitspraak naast zich neer kunnen leggen, kunnen doorprocederen, ongefundeerde standpunten naar voren kunnen brengen of een volgende procedure kunnen uitlokken. Ook zijn er geregeld situaties waarin de rechter wel strenge woorden of een laatste kans in de beschikking opneemt, doch uiteindelijk toch geen/nauwelijks opvolging geeft daaraan.
  • Ten vijfde omdat zelfbepalend gedrag en eigenrichting te vaak nog leidt tot een beslissing die dit gedrag niet begrenst en die ouder uiteindelijk precies geeft wat zij/hij wil. Dit zien we heel veel in verhuiszaken waarin de hoofdverblijfouder zónder (vervangende) toestemming vooraf verhuist.
  • Ten zesde omdat als er dan tóch een ‘grote’ beslissing volgt zoals wijziging hoofdverblijf, bijvoorbeeld de raad of een gecertificeerde instelling op de rem trapt onder het mom van dat het rechtsgevolg ‘zorgvuldig’ moet worden geëffectueerd omdat het anders het belang van de kinderen schaadt.

In het belang van het kind moet en kan dit anders.

Enkele uitspraken die een gebrek aan gezag tonen (je leest een selectie)

Een vader start een procedure bij de rechtbank Den Haag om een zorgregeling voor de twee kinderen vast te leggen. De eerder voorlopige regeling (doordeweeks en weekenden bij de vader) wordt nu definitief gemaakt. De rechter bepaalt dat vakanties en feestdagen in onderling overleg worden verdeeld, omdat de ouders daar zelf nog geen concrete afspraken over hebben. De vader moet het initiatief nemen om ouderschapsbemiddeling te starten, zodat ouders beter leren overleggen en in de toekomst zelf afspraken kunnen maken. Verdere verzoeken van partijen worden afgewezen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De zorgregeling buiten vakanties is concreet, terwijl de verdeling van vakanties en feestdagen bewust vaag blijft en zo ruimte laat voor nieuwe strijd. Het belang van het kind bij rust en voorspelbaarheid in vakanties wordt niet uitgewerkt, waardoor onduidelijk blijft hoe escalatie dan moet worden voorkomen. De rechter legt de bal vooral bij de ouders en de hulpverlening, maar is dat genoeg om echte duidelijkheid en naleving voor het kind af te dwingen? Er is een alternatief, zoals dat de rechter bepaalt dat ’tenzij ouders een andere regeling bij ouderschapsbemiddeling overeenkomen’ regeling x geldt. Het belang van het kind dicteert o.i. dat dit soort situaties worden afgehecht in plaats van trajectstapeling en uitstel.

Een vader start een procedure bij de rechtbank Den Haag om de zorgregeling uit te breiden, vooral voor de jongste twee kinderen, en om de vakantieregeling te wijzigen. De moeder verzet zich hiertegen en heeft op advies van hulpverlening het contact tussen de vader en de kinderen stopgezet, omdat zij zegt dat hij teveel drinkt en dan dreigt en scheldt. De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt nu zowel de opvoedsituatie bij beide ouders als de hevige strijd tussen hen. De rechter neemt nog geen definitief besluit over de zorg- en vakantieregeling en houdt alles aan tot na het beschermingsonderzoek, maar vindt wel dat het contact met de vader zo snel mogelijk, begeleid door hulpverlening, moet worden hervat. Tot die tijd blijft de huidige situatie in stand en moeten partijen de rechtbank informeren over de voortgang.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt duidelijk de zorgen over de ouders, maar blijft vooral procedureel en legt geen concrete, toetsbare plichten voor de moeder en de vader vast. Het hervatten van contact wordt “belangrijk” genoemd, maar er is geen harde termijn, geen plan en geen consequentie als ouders blijven weigeren of blokkeren. De uitkomst is daardoor weinig resultaatgericht: alles hangt nu af van hulpverlening en Raad, terwijl de kinderen intussen zonder duidelijk kader blijven zitten. Hier rijst de vraag of het, gemeten aan proportionaliteit en subsidiariteit van artikel 8 lid 1 EVRM, verantwoord is om zo terughoudend te beslissen in een situatie met al gestopte omgang en grote zorgen die niet vast staan.

Een vader gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank over de omgang met zijn dochter, omdat hij een ruimere en verder op te bouwen regeling wil. Het hof vindt dat er, na jaren procederen, nu rust en duidelijkheid nodig zijn en stelt daarom een definitieve omgangsregeling vast. De omgang wordt stapsgewijs uitgebreid, de begeleiding wordt afgebouwd en uiteindelijk krijgt de vader eens per twee weken een zaterdag van acht uur omgang. Het hof benadrukt dat het goed gaat met het kind in het contact met de vader en dat vooral de spanningen tussen de ouders de uitbreiding nog remmen. Beide ouders worden aangespoord om hulp te zoeken voor hun eigen trauma’s en communicatie, in het belang van het kind.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat hier feitelijk gebeurt is de kind-vader-band in een onmogelijke positie brengen. Werkt moeder niet mee, dan moet vader opnieuw naar de rechter. Wil hij dit voorkomen, dan moet hij ‘alles in het werk te stellen om de moeder gunstig te stellen dat ze vrijwillig akkoord gaat met de uitbreiding’. En hoe anders dan haar lezing van de gebeurtenissen erkennen? Alleen hoe realistisch is dat gezien de beschreven standpunten? Het kind van 6 jaar gaat door deze handelswijze zeer waarschijnlijk opgroeien met een grotendeels afwezige vader, medemogelijk gemaakt door de rechtspraak.

Twee ouders maken afspraken over het tijdelijke verblijf van de moeder met het kind bij de ouders van de moeder. Er zijn onderling gesprekken waaruit het voor de moeder duidelijk is dat de vader geen toestemming geeft voor een definitieve verhuizing naar buiten de woonplaats van de vader cq verder dan 15 km. Toch verhuist de moeder, zonder (vervangende) toestemming vooraf.

Na een belangenafweging verstrekt het hof toch de vervangende toestemming, omdat de gevolgen van terugverhuizen niet opwegen tegen het belang van de vader.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechtspraak ondermijnt met dit soort uitspraken zelf de kracht van het ‘geldende recht’ tussen ouders, evenals de kracht van ‘gezag van gewijsde‘ in andere beslissingen. Zelfbepalend gedrag moet altijd worden begrensd omdat dit niet doen alleen maar leidt tot meer zaken waarin eenzijdig wordt gehandeld terwijl er géén ‘overmacht in een noodtoestand’ is.

In een serie uitspraken waarin een moeder al bijna 1 jaar haar 2 kinderen verborgen houdt van de vader én instanties vertrouwt de voorzieningenrechter uiteindelijk de kinderen aan vader toe. In deze serie uitspraken o.m. een aankondiging van de voorzieningenrechter lijfsdwang in te zetten, om dit echter tóch niet door te zetten. Hoe dan ook, uiteindelijk krijgt vader wel de kaarten in handen. De raad echter trapt op de rem.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wacht je als ouder al meer dan een jaar op herstel van contact met je kinderen, dan is er de raad die op de rem trapt. Hoewel op het eerste oog begrijpelijk, is het onbegrijpelijk dat moeder nog steeds een kans wordt geboden om te gaan meebewegen.

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank die haar verhuizing met de kinderen naar een andere plaats had tegengehouden. Het hof vindt dat de moeder fout heeft gehandeld door zonder toestemming van de vader of rechter de nieuwe woning te accepteren, maar kijkt vooral naar de huidige onhoudbare woonsituatie van de kinderen. Omdat de kinderen al lang tussen drie adressen zwerven, geen eigen vaste plek hebben en zelf graag naar de nieuwe woning willen, geeft het hof nu tóch toestemming voor de verhuizing en de nieuwe school. De kinderen gaan bij de moeder wonen in de nieuwe plaats, met een weekeindregeling bij de vader en een verdeling van de reiskosten via de alimentatie.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt duidelijk dat de moeder haar plicht heeft verzaakt door buiten de vader én de rechter om te handelen, maar koppelt daar geen concrete consequentie aan.

Suggesties voor een familierechtspraak met meer gezag

Hierna enkele suggesties voor zaken waarin o.a. over gezag, omgang, verhuizen en/of informatie/consultatie wordt geprocedeerd:

  1. Help rechters (en juridisch medewerkers) een andere beslis- en schrijfstijl te vinden en valideren, één die ouders (en betrokken professionals) wél stuurt naar resultaten, één met meer gezag. We hebben daarover natuurlijk ideeën echter dit zou de rechtspraak eigenlijk intern moeten doen en dit vraagt een andere mindset. Er zijn hier absoluut quickwins te behalen die nauwelijks een verandering in werkwijze vragen. Verder zou de rechtspraak bijvoorbeeld:
    1. uit zichzelf nieuwe drang/dwangvormen moeten valideren, zoals opgeschorte dwangmaatregelen of gevolgen, ‘super-compensatie‘ bij onterechte niet-nakoming van een vastgestelde omgang etc.
    2. vaker de ambstalve bevoegdheden die de wet aan de rechter toekent gebruiken (bijv. deskundigenonderzoek ex artikel 186 lid 1 Rv en ambtshalve kostenveroordeling ex artikel 289 Rv jo. 237 Rv);
    3. moeten stoppen met het geven van ‘laatste kansen’ aan niet-welwillende ouders (zie ook de opinie: Familierechters moeten de argumenten voor hun beslissing beter wegen);
    4. ‘in goede justitie’-verzoeken moeten gebruiken om situaties waar mogelijk af te hechten op basis van gevalideerde routes.
  2. Introduceer bij dit type zaken standaard toetsmomenten óf de vereiste gedragsverandering ook wordt gerealiseerd en bestendigt, ook wanneer er geen ondertoezichtstelling is of wanneer de rechter de zaak niet aanhoudt.
  3. De Rechtspraak zou de Raad voor de Kinderbescherming opdracht moeten (kunnen) geven om ook nadat er een eindbeslissing in een zaak is genomen te (blijven) toetsen of de opdracht van de rechter wordt nageleefd. Wanneer niet of onvoldoende, dan zou er op initiatief van de raad een ‘fast track’ terug naar de behandelend rechter moeten zijn.
  4. Breid de gedrags-diagnostische capaciteit/kwaliteit van de Rechtspraak en/of de Raad voor de Kinderenbescherming uit. Zorg voor meer kennis bij deze organisaties over welwillend en niet-welwillend gedrag.
  5. Sanctioneer vaker het naar voren brengen van ‘zorgelijke feiten en omstandigheden’ die achteraf onjuist blijken en slechts bijvoorbeeld uitstel van een verzochte uitbreiding van omgang tot doel hebben gehad.
  6. Geef voorlichting aan ouders die het systeem in komen over hun ouderlijke plichten en de (toenemende) gevolgen indien ze daar niet aan voldoen.
  7. Onderwijs kinderen in de basisschoolleeftijd over hun kinderrechten én over de plichten van ouders die daarvan het uitvloeisel zijn.

De bovenstaande systeemwijzigingen zullen waarschijnlijk niet snel gerealiseerd zijn. Zo is de ambtshalve dwangsom door de Hoge Raad in dit arrest geblokkeerd en dit betekent dat op dit vlak de wetgever aan zet is. Er is echter ook laaghangend fruit en dit begint bij rechtspraak met beslissingen met (nieuw) gezag. Overigens durven we best de voorspelling aan dat vanaf het moment dat de rechtspraak ouders consitent gaat houden aan hun positieve inspanningsplichten zoals verwoord in boek 1 BW en dit signaal ook via de gepubliceerde rechtspraak de praktijk in stuurt, het aantal draaideurzaken drastisch gaat terugvallen.

Ben je familierechter of juridisch/beleidsmedewerker van een rechtbank of gerechtshof en zou je willen sparren over het bovenstaande, neem gerust vrijblijvend contact op.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Meer opinie

Draag bij aan onderzoek

Heb je in je eigen situatie een (ongepubliceerde) beslissing waaruit blijkt dat de betreffende rechter wel met meer gezag oordeelde? Stuur hem dan in via de onderzoekspagina (o.v.v. ‘meer gezag’). Zorg dat je vóór het insturen alle persoonsnamen van jezelf, de andere ouder en je kind(eren) verwijdert. Voor meer informatie over anonimisering, lees ook de anonimiseringsrichtlijn van De Rechtspraak.