← Terug
/Opinie/Ouderschapsnormen/Een vechtscheiding is geen communicatieprobleem

Een vechtscheiding is geen communicatieprobleem

Bijgewerkt: 5 januari 2026 | Leestijd: 5 minuten
Een vechtscheiding is onder ander herkenbaar aan het disfunctioneren van de gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid en het niet naleven van de ouderschapsnormen. De afwezigheid van ‘normale’ communicatie is veelal terug te herleiden naar gedragspatronen die zeker voor professionals werkzaam met dit soort situaties herkenbaar zouden moeten zijn. Het afdoen als een communicatieprobleem, schaadt het belang van het kind.

Het is een klassiek standpunt van advocaten, de Raad voor de Kinderbescherming, hulpverlening en de rechtspraak. De communicatie tussen de ouders is slecht en daarom wordt eenhoofdig gezag verzocht of wordt er verweer gevoerd tegen bijvoorbeeld uitbreiding van de omgang en/of gezamenlijk gezag. Het is zo ingeburgerd in de (rechts)praktijk rondom vechtscheidingen dat de aanwezigheid van ‘slechte communicatie’ veelal kritiekloos wordt overgenomen, omdat; ‘als er goede communicatie zou zijn er geen gerechtelijke procedure nodig zou zijn, toch?’

Het tussenresultaat veelal, ouders worden een traject in gestuurd zoals Ouderschap Blijft, Kinderen uit de Knel of Parallel Ouderschap en de beslissing wordt bijvoorbeeld door de rechter gepauzeerd (aangehouden) in afwachting van de uitkomsten daarvan. Dit type trajecten blijken echter veelal niet succesvol bij het type situaties dat hier in de praktijk standaard is (en zeker niet bezien op de lange termijn). En dit is direct het resultaat van het koppelen van de kwaliteit van de communicatie tússen de ouders aan een positieve beslissing (positief advies in het geval van de raad).

Wat hiermee echter daadwerkelijk wordt bereikt is dat de ouder die iets te verliezen heeft (bijv. eenhoofdig gezag en/of de hoofdzorg) in haar/zijn kracht wordt gezet. Wordt het doel niet bereikt, dan tenslotte ook geen uitbreiding van de omgang of gezamenlijk gezag. En de andere ouder? Die wordt in een onmogelijke positie gedrongen om te voldoen aan allerlei onbepaalde voorwaarden voor ‘communicatiefrequentie en -kwaliteit’.

Hier in de praktijk is het overduidelijk. De gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid – waaronder de verplichte informatie- en consultatie en bij gezamenlijk gezag ‘verplichte instemming’ van de andere ouder – wordt bij vechtscheidingen voortdurend geschonden. Er worden daarnaast allerlei vormen van (in)directe dwang toegepast. Ook wordt de band tussen het kind en de andere ouder niet bevorderd. En dit strijdgedrag is geen communicatieprobleem.

Doe je onderzoek naar de concrete gedragingen en de mate waarin ouders eigenaarschap nemen voor het wél soepel laten functioneren van de gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid en de ouderschapsnormen, dan ontdek je patronen. Enkele van die patronen zijn beschreven op de V&A-pagina: Hoe herken ik niet-welwillend gedrag? Momenteel wordt daar door zowel hulpverlening, raad en rechtspraak echter veel te weinig/geen onderzoek naar gedaan. Tot het moment dat dit onderzoek wel wordt verricht, zullen nog veel kinderen (en welwillende ouders) belanden in een eindeloze spiraal van hulpverlening en rechtspraak.

Wat, hoe, wanneer en in hoeverre een ouder iets communiceert naar de andere ouder is een belangrijke indicator voor dit onderliggende gedrag. Mede daarom is het belangrijk dat daar zorgvuldig naar wordt gekeken, ook door de rechtpraak.

Wordt er wél nauwkeurig gekeken dan wordt – indien je een rechter met durf treft – de conclusie ook anders. Een rechter die dat bijvoorbeeld wél deed was mr. T. Dopheide in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. Omdat de uitspraak zo veelzeggend is, hierna een gedeelte daarvan:

(…) De kinderrechter is echter van oordeel dat – in ieder geval nu – ten onrechte wordt gesproken over een communicatieprobleem tussen de ouders. In de stukken die ten grondslag liggen aan het onderhavige verzoek ziet de kinderrechter namelijk een vader die zijn uiterste best doet om op een rustige en constructieve manier met de moeder te communiceren. Daarbij loopt hij continu op eieren, zo lijkt het. De kinderrechter ziet een moeder die, bewust of onbewust, van iedere (gezags)beslissing over [minderjarige] een ware uitputtingsslag maakt. Exemplarisch daarbij is de mailwisseling tussen de ouders over de zomervakantie van de vader met [minderjarige]. De vader heeft 15 bladzijden aan email-correspondentie overgelegd, beginnend met het verzoek van de vader aan de moeder om toestemming te geven voor de zomervakantie in Europa en voor het aanvragen van een paspoort. De moeder zegt dat zij wil meewerken. Vervolgens stelt zij voorwaarden aan die toestemming en eisen aan de vader, en wanneer daaraan is voldaan door de vader stelt zij weer aanvullende voorwaarden en eisen. De slotsom is dat de vader de vakantie naar het buitenland annuleert. Een aantal weken later vraagt de moeder aan de vader een spoedpaspoort wil regelen voor [minderjarige], vanwege een familielid dat op de IC ligt in […]. Het blijkt te gaan om de overgrootmoeder van [minderjarige] die stervende is. Als de vader de moeder antwoordt dat voor die reis zijn toestemming nodig is, en enkele vragen stelt, zoals hoe lang de moeder van plan is naar […] af te reizen met [minderjarige], reageert de moeder geagiteerd dat de vader geen antwoord geeft op haar simpele vraag over het paspoort. Een antwoord op de vragen van de vader of een verzoek tot toestemming komt er niet. (…)

NB: Deze moeder blijkt echter niet ’te bereiken’ en verliest uiteindelijk ook het ouderlijk gezag (zie daarvoor deze uitspraak). Er blijft i.c. echter wel een gelijke zorgverdeling en en vraag die rijst is of dit deze moeder in haar zelfbepalende gedrag voldoende gaat begrenzen of dat haar strijd zich zal gaan verschuiven naar het kind (als proxy). Anders gezegd, lijkt het een zaak die voorsorteert op ouderverstoting in de toekomst en de vraag is of met het eenhoofdig gezag de vader hierin voldoende tegenwicht zal kunnen blijven bieden of dat er te zijner tijd ook zal moeten worden ingegrepen in de zorgverdeling.

Het is in het belang van het kind dat zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de rechtspraak inzicht eist in het gedrag tussen ouders en ook geen ‘beperkende beslissing’ treft in gezag en omgang voor zolang het onderzoek van dit (historische) gedrag ook niet zorgvuldig is gedaan. Onderdeel van deze gedragsanalyse is een zeer zorgvuldige beoordeling van het inter-oudergedrag (w.o. de inter-oudercommunicatie) in aanloop naar en tijdens gerechtelijke, hulpverlenings- en kinderbeschermingstrajecten. Daarin zit de sleutel, en ook de uitweg voor veel kinderen uit de verschrikkelijke situatie die vechtscheiding, conflictscheiding of complexe scheiding heet.

Tot slot, deze opinie gaat niet over verkettering van de niet-welwillende ouder. Niet-welwillend gedrag heeft een oorzaak en als hulp deze ouder een welwillende ouder kan laten worden, dan moet dat in het belang van het kind worden geboden. De hulp moet wel gericht zijn op de onderliggende oorzaak en niet op het verbeteren van de communicatie. Ook moeten in het belang van het kind (én de welwillende ouder) binnen een bepaalde tijd van deze ouder resultaten worden verlangd. Aannemende dat de andere ouder een welwillende ouder is, dan zal deze die hulp van harte ondersteunen, aangezien deze het kind wél een fijne band met de andere ouder gunt.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Meer opinie

Draag bij aan onderzoek

Heb je in je eigen situatie een (ongepubliceerde) beslissing waaruit blijkt dat de betreffende rechter wel onderzoek deed naar de het inter-oudergedrag (en communicatie) zoals in het voorbeeld hierboven? Stuur hem dan in via de onderzoekspagina. Zorg dat je vóór het insturen alle persoonsnamen van jezelf, de andere ouder en je kind(eren) verwijdert. Voor meer informatie over anonimisering, lees ook de anonimiseringsrichtlijn van De Rechtspraak.