Beloont de rechtspraak welwillendheid?
Bijgewerkt: 6 januari 2026
Het eerlijke antwoord is dat de rechtspraak nog steeds worstelt met zaken waarin ouders ogenschijnlijk lijnrecht tegenover elkaar staan. In veel gevallen wordt de niet-welwillende hoofdverblijfouder uit de wind gehouden.
Er zijn echter steeds meer lichtpuntjes. Een voorbeeld is deze uitspraak van Rechtbank Limburg. Hierin beslist de rechter dat de welwillende vader (zonder gezag) hoofdverblijf en eveneens gezag krijgt over zijn kind die tijdelijk bij oma uit huis is geplaatst. De moeder krijgt een begeleide omgangsregeling met haar kind. Een cruciaal onderdeel in de uitspraak vormt de volgende afweging, één die we gelukkig steeds vaker zien bij andere rechters tw: “Uiteindelijk is dat het belangrijkste en voor de rechtbank doorslaggevend: het besef bij de vader dat de moeder zonder meer voor [minderjarige] heel belangrijk is en in zijn leven behoort te blijven, terwijl dat andersom niet het geval is, althans lijkt te zijn.”
In deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland krijgt de welwillende vader het hoofdverblijf van zijn 4 jaar oude kind. Het kind is samengevat veiliger bij de vader omdat hij i.t.t. moeder wel het contact tussen zijn kind en de andere ouder kan bevorderen.
De Raad voor de Kinderbescherming en rechters dienen het daadwerkelijke gedrag van ouders (en de resultaten die zij boeken) structureel te meten aan de (geest van) de ouderschapsnormen. Dit niet doen laat kinderen o.i. onnodig klem zitten.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
