Ben ik vrij in geloofsbelijdenis en wat betekent dit voor mijn kind?
Bijgewerkt: 4 maart 2026
Het geloof: dat is iets waar de rechtspraak zich niet graag aan brandt. Ouders hebben uiteraard vrijheid van godsdienst. Dit kan echter schuren met het belang van het kind, zeker in situaties waarin ouders het niet eens zijn over de vorm, de intensiteit of over de prioriteiten.
Een dergelijke situatie was aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam. Hierin had de vader zich bekeerd tot en Christelijke kerkstroming die de zaterdag als rustdag heeft. Het gevolg daarvan was dat de vader ook de zaterdagen dat de kinderen bij hem waren naar de kerk wilde. De moeder was het hiermee niet eens omdat hij die momenten ook de kinderen meenam.
De kinderen gaven samengevat aan dat ze liever hun andere activiteiten zoals sport en toneel wilden voortzetten op die dagen. De vader stelde dat, als de rechter dit bepalend zou achten, hij dan liever een aangepaste zorgregeling zou hebben, zodat hij wél naar de kerk kon blijven gaan.
De raad vond continuïteit in het dagelijkse ritme van de kinderen belangrijker en benadrukte vooral het belang van het voortzetten van deze activiteiten van de kinderen, hetgeen de rechter overnam.
De essentie van deze uitspraak is dat eigen wensen als ouder weliswaar richtinggevend kunnen zijn, doch dat wanneer het belang van het kind dit vereist ouders in hun wensen een stap terug moeten doen. In deze zaak zagen de kinderen de vader al slechts om het weekend. De vader wilde graag uitbreiding door de weeks, hetgeen door de afstand tussen de woonplaatsen ook een extra belasting voor de kinderen zou betekenen. De zaak is op dit punt aangehouden en verwezen naar het OKT.
Wat overigens opvalt is dat de vader in deze niet de weg heeft bewandelt die hij had behoren te bewandelen. Geloofsvorming is een gezagsbeslissing en daarvoor had vader (vervangende) toestemming vooraf moeten hebben.
In deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland stond zijn van Jehova’s getuige centraal. De moeder stelde zich op het standpunt dat het kind op haar verjaardagen altijd bij haar zou zijn. Vader vierde namelijk geen verjaardagen. De rechtbank passeerde dit standpunt en stelde vast dat de normale zorgregeling zou gelden, ook op die dagen.
In deze uitspraak van Rechtbank Den Haag start een vader een procedure om samen met de moeder het gezag te krijgen over hun zoon van 11 jaar. De rechtbank wijst dit af, omdat zij geen vertrouwen heeft dat de ouders samen goede beslissingen kunnen nemen over belangrijke zaken. De moeder ervaart de vader als controlerend en belastend, wat al jaren tot spanningsklachten en hulpverlening bij haar leidt. Daarnaast hebben ouders sterk verschillende levensovertuigingen (vader Hare Krishna, moeder niet-gelovig), wat geen gezagskwestie op zich is, maar wel doorwerkt in gezagskwesties zoals toestemming voor een pelgrimsreis. In het belang van het kind blijft de moeder daarom alleen met het gezag belast.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
