Eenhoofdig gezag, toch toestemming verhuizing?
Bijgewerkt: 25 april 2026
Een ouder met het eenhoofdig gezag kan in beginsel zelf te beslissen waar het kind met deze ouder naartoe verhuist. Er is in principe geen toestemming van de andere ouder of een rechter nodig, zelfs niet wanneer deze ouder naar het buitenland verhuist. Dit betekent echter niet dat een rechter niet kan ingrijpen. De beslisvrijheid kan ingeperkt worden door het recht op familieleven van het kind met de andere ouder en de plicht die daaruit volgt, om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen.
Zo kan ver weg verhuizen ertoe leiden dat omgang praktisch onmogelijk wordt of dat de rol van deze ouder wordt geminimaliseerd, danwel dat de verhuizing een aanpassing in de verdeling van de zorg noodzakelijk maakt. Deze ouder kan het verhuisvoornemen in een kort geding voorleggen aan de rechter, die vervolgens toets aan de hand van art. 1:247 lid 3 BW. Zo een zaak was bijvoorbeeld aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Oost Brabant.
De Hoge Raad heeft vervolgens in deze uitspraak in 2021 het volgende bepaald:
In deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland hadden ouders de intentie om het gezamenlijk gezag te regelen en toch verhuisde de moeder direct naar de relatiebreuk. De rechtbank toetste vervolgens aan de citeria die gelden voor situaties waarin er gezamenlijk gezag is. Omdat de moeder de verhuizing onvoldoende had doordacht besliste de rechtbank eveneens dat zij moest terugverhuizen.
In deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest een moeder – die ten tijde van het verhuizen eenhoofdig gezag had en 200 km ver weg verhuisde – terugverhuizen e.e.a. op straffe van een dwangsom van EUR 250,- per dag met een maximum van EUR 25.000,-.
In deze uitspraak van Rechtbank Den Haag start een vader een procedure om gezamenlijk gezag, een zorgregeling en terugverhuizing van zijn kind af te dwingen. Het gaat om een kind van ongeveer 8 jaar, dat met de moeder van [plaats 1] naar [plaats 2] was verhuisd terwijl de ouders eerder feitelijk co-ouderschap hadden. De rechter vindt dat de moeder geen voldoende goede reden had voor die verhuizing, omdat die de band met de vader en het leven van het kind in zijn vertrouwde omgeving duidelijk verstoort. Daarom krijgen de ouders voortaan gezamenlijk gezag en moet de moeder uiterlijk 1 augustus 2026 terugverhuizen naar [plaats 1]; anders wordt de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader bepaald. Tot die tijd geldt een weekendregeling, en na terugverhuizing herleeft een week-op-week-af regeling; daarnaast worden de ouders verwezen naar ouderschapsbemiddeling.
Overigens zou o.i. hetzelfde moeten gelden in een situatie waarin er een rechtszaak loopt voor verkrijging van gezamenlijk gezag of (meer) omgang.
Als je als ouder met het eenhoofdig gezag wilt verhuizen, dan is het dus in alle gevallen verstandig om de verhuizing goed voor te bereiden. Als uitgangspunt daarvoor kun je de regels en stappen hanteren die die de rechtspraak hanteert voor situaties waarin er gezamenlijk gezag is. Dit betekent ook dat je de andere ouder vooraf behoort te informeren en consulteren.
Dat verhuizen zonder toestemming (zelfs naar het buitenland) wél legitiem kan zijn, lees je in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland waarin een moeder met het kind naar Portugal verhuisde.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
