← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Co-ouderschap/Gelijke zorgverdeling bij vechtscheiding, kan dat?

Gelijke zorgverdeling bij vechtscheiding, kan dat?

Bijgewerkt: 20 januari 2026
Stel je wilt gelijkwaardig ouderschap na scheiding. Ongewild beland je in een vechtscheiding, dan lijkt gezien de rechtspraak een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitgesloten. Het kan echter wél.

In veel gerechtelijke uitspraken wordt strijd tussen de ouders diskwalificerend geacht voor een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Dit zou namelijk te belastend zijn voor het kind. Het idee daarbij is dat een gelijke zorgverdeling veel afstemming vraagt (lees: meer dan bij een ongelijke zorgverdeling) en dat dit frequente overleg tot spanningen leidt, terwijl het kind gebaat is bij ‘rust’.

Dat het echter wel kan samengaan volgt o.m. uit de uitspraken die hierna worden uitgelicht.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (2025)

Een vader gaat in deze uitspraak in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor zijn kind van 4 jaar. Hij wil dat het kind bij hem gaat wonen en vraagt om een (bijna) gelijkwaardige zorgregeling. De moeder wil de omgang juist sterk terugschroeven naar eens per twee weken een weekend. Het hof vindt geen aanwijzingen dat uitbreiding van het verblijf bij de vader schadelijk is en benadrukt het belang van gelijkwaardig ouderschap. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder, maar het hof breidt de zorgregeling fors uit: het kind is nu in even weken twee nachten en in oneven weken vier nachten bij de vader. De week-op-week-af-regeling acht het hof nu nog een stap te ver, gezien de moeizame samenwerking tussen de ouders.

Rechtbank Den Haag (2025)

Een vader start een procedure bij de rechtbank Den Haag met als doel de hoofdverblijfplaats van alle kinderen bij hem te krijgen en de zorgregeling te wijzigen. De rechtbank bepaalt dat de 16‑jarige dochter, die al ruim een jaar bij de vader woont, voortaan ook officieel haar hoofdverblijf bij hem heeft en zelf mag bepalen wanneer zij naar de moeder gaat. Voor de twee jongste kinderen (10 en 9 jaar) blijft de hoofdverblijfplaats bij de moeder, maar er komt een co-ouderschapsregeling: om de week van maandag tot maandag bij elke ouder. De zorgen over alcoholgebruik van de moeder en beperkte openheid richting hulpverlening wegen mee, maar de rechter vindt in deze uitspraak beide ouders belangrijk en wil dat ze allebei een grote rol houden in het leven van de kinderen.

Gerechtshof Den Bosch (2023)

Nadat de rechtbank in eerste aanleg een week-op-week-af-regeling heeft vastgesteld over een kind van (3-4 jaar) gaat de moeder in hoger beroep bij het gerechtshof. Daarin voert ze aan dat de regeling te belastend is voor het kind en dat het kind veranderd gedrag laat zien na thuiskomst. Ook zou de vader niet zelf voor het kind zorgen. De vader bestrijdt deze zaken echter. De zorgregeling loopt goed. Hij stelt samengevat dat moeder niet-welwillend is. Dit zou o.m. blijken uit het feit dat ze een procedure voor eenhoofdig gezag is gestart. Het hof ziet in alles onvoldoende om de zorgverdeling te wijzigen en handhaaft in deze uitspraak de week-op-week-af-regeling.

Gerechtshof Den Bosch (2022)

In de (extreme) vechtscheiding in deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch had de vader (die het hoofdverblijf had) zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de moeder. Alle betrokken hulpverleners en ook de advocaten waren gevangen in de eindeloze oneinigheid tussen de ouders over de mate van veiligheid van de kinderen bij de moeder, aldus het hof. Hof Den Bosch hakte de knoop door en breidde de zorgtaak van de moeder uit naar een gelijke zorgverdeling met het volgende stramien:

  • de kinderen verblijven op maandag en dinsdag bij de vader;
  • de kinderen verblijven op woensdag en donderdag bij de moeder;
  • de kinderen verblijven op vrijdag, zaterdag en zondag om en om bij ieder van de ouders;
  • de ouder bij wie de kinderen in het weekend zijn, zorgt ervoor dat de kinderen op maandagochtend naar school gaan;
  • waarbij de GI de regie krijgt om de regeling met de ouders nader in te vullen (hieronder valt bijvoorbeeld tijdstippen, wijze van overdracht etc.)

De vakanties en de feestdagen zullen voorts bij helfte worden verdeeld, waarbij de GI de regie krijgt om dit nader uit te werken.

Gerechtshof Den Bosch (2022)

In de situatie in deze uitspraak uit de moeder zware aantijgingen richting de vader over (vermeende) mishandeling van de twee kinderen van 6 en 4 jaar. De onderbouwing die ze hiervoor levert is echter ‘volstrekt onvoldoende’ aldus het hof. Daarnaast vindt het hof de moeder weinig geloofwaardig omdat ze primair ook nog steeds verzoekt dat de kinderen één weekend in de 14 dagen bij de vader verblijven. Hof Den Bosch bekrachtigt de het eerder vastgestelde co-ouderschap.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (2018)

Door de aanhoudende vechtscheiding – zoals beschreven in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – was de moeder al beperkt in haar omgang en had de vader inmiddels het eenhoofdig gezag en het hoofdverblijf gekregen. Het kind stond onder toezicht en in het kader van het onderzoek stelde de Gecertificeerde Instelling Samen Veilig Midden-Nederland een omgangsregeling voor met twee uitgangspunten.

Volgens Samen Veilig Midden-Nederland zou ondanks de vechtscheiding wel een gelijke verdeling in de zorg- en opvoedingstaken kunnen functioneren als:

  • de regeling voor het kind zou betekenen dat deze zo min mogelijk hoeft te schakelen tussen de twee verschillende leefwerelden en opvoedstijlen van de beide ouders; en
  • de regeling zo zou zijn dat de ouders niet noodzakelijkerwijs met elkaar zouden hoeven te communiceren, t.w. overdrachten via school.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden achtte het in het belang van het kind dat er een definitieve en duidelijke omgangsregeling kwam tussen het kind en de moeder. Een regeling die geen discussies tussen partijen zou opleveren en die met zo min mogelijk overdrachtsmomenten gepaard zou gaan. Het hof nam het advies van Samen Veilig Midden-Nederland daarmee integraal over inhoudende dat de moeder:

  • in de oneven weken omgang met het kind heeft van woensdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school, en
  • in de even weken omgang met het kind heeft van woensdagmiddag uit school tot de daaropvolgende maandagochtend naar school,

waarbij de moeder het kind telkens van school ophaalt en naar school terugbrengt.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Zoek in de kennisbank