Bijgewerkt: 18 februari 2021 | Leestijd: 4 minuten

Niet-welwillend gedrag in vechtscheidingen kent vele verschijningsvormen. Het kan zich manifesteren op inter-ouderniveau, over de as van het kind, professionals beïnvloeden of derden manipuleren voor de eigen negatieve doelen, of als alternatief voor zelfconfrontatie met de eigen gedragingen.

Niet-welwillend gedrag in vechtscheidingen leidt tot kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en kinderen die voor hun leven beschadigd raken. Het is een vorm van kindermishandeling.

Het is in de meeste gevallen ook bijzonder belastend voor de welwillende ouder en diens omgeving. Daarmee is het ook een vorm van psychische mishandeling van de ex-partner, hoewel dit laatste in de familierechtpraktijk nauwelijks op aandacht kan rekenen.

Voorbeelden van niet-welwillend gedrag uit de praktijk

1. Op (inter-) ouderniveau (waarmee het kind in een onveilige situatie blijft)

  • Verbale agressie, stalking, fysiek geweld, ‘coercive control’ (dwingende controle).
  • Het buiten zichzelf plaatsen van oorzaken en oplossingen.
  • Het refereren naar onverifieerbare eigen inspanningen in plaats van naar concrete inspanningen en resultaten.
  • Het aanvoeren van allerlei excuses om het gebrek aan eigenaarschap te verbloemen, bijvoorbeeld het dwarsbomen van vooruitgang onder verwijzing naar het verleden dat ouders onderling hebben en (vermeend/onbewezen) negatief gedrag van de andere ouder daarin.
  • Het niet-steunen, dwarsbomen of negeren van positieve acties en voorstellen van de welwillende ouder op inter-ouderniveau of kind-gericht.
  • Het opzettelijk niet tot rust laten komen van de inter-oudersituatie. Het steeds opnieuw openen van nieuwe strijdterreinen of het steeds fijnmaziger maken daarvan.
  • Het negeren van de ex-partner als persoon, door bijvoorbeeld stiltebehandelingen, communicatiestops, uitvallende communicatiemedia, blokkades. Geen normaal antwoord geven op normale rechtstreekse vragen.
  • Het (financieel) uitputten van de welwillende ouder door veelvuldig procedures te starten of uit te lokken, zonder aantoonbaar welwillend gedrag daaraan voorafgaand.
  • Dwarsliggen met als doel om de thuissituatie van de andere ouder te destabiliseren, of om negativiteit in de omgangsmomenten te projecten die het kind daar heeft. Dit kan rechtstreeks richting het kind zijn of via de andere ouder.
  • Flexibiliteit verwachten/flexibel zijn wanneer het de eigen belangen dient, doch geen wederkerigheid betrachten. Gunsten worden aanvaard, vragen worden afgewimpeld.
  • Twijfel laten bestaan of het kind beschikbaar/bereikbaar is bij belangrijke gebeurtenissen aan de zijde van de andere ouder, bijv. in combinatie met communicatieblokkades tijdens vakanties.
  • Treitergedrag door het openen van een nieuw strijdterrein (via het kind) te insinueren.

Voortdurende ex-partner strijd (over de as van het kind) kan indicatief zijn voor de vóór-scheidingsperiode. Lees ook: De conflictscheiding als complexe gezinsproblematiek : Waarom screening op huiselijk geweld essentieel is.

2. Over de as van het kind

  • Verschuilen achter ‘de wil’ van het kind, stellen dat “het kind zich niet laat ompraten/aan de haren laat meetrekken”. Richting het kind van 12 jaar of ouder stellen dat deze kiest, danwel aansturen op een keuzemoment.
  • Het actief het kind inzetten of betrekken bij de strijd, met mogelijk ouderverstoting door het kind als gevolg. Dit kan zich in vele vormen van ‘loyaliteitsbeïnvloedend gedrag’ manifesteren, bijvoorbeeld het delen van eenzijdige beslissingen met het kind, voorafgaand aan overleg of overeenstemming tussen de ouders. Wat we ook veel zien is dat dit soort ouders eenzijdig steeds meer gekleurde informatie aan het kind geven over (in)acties van de andere ouder. Of dat ze het kind ‘kopen’, bijvoorbeeld met aandacht, leuke uitjes in de contacttijd die het kind met de andere ouder heeft of meer (niet-leeftijdsproportionele) verantwoordelijkheden.
  • Valse aangiften van seksueel overschrijdend gedrag naar of seksueel misbruik van het kind.
  • Het niet bevorderen of actief frustreren van de hechtingsband tussen het kind en een grootouder, stiefouder, halfbroertjes/zusjes.
  • Herhaaldelijk zonder overleg schrappen van omgang met ‘ziekte van het kind’ als argument.
  • Communicatielijnen (tijdens vakanties) blokkeren waardoor er geen (vrij) contact kan zijn tussen het kind en de andere ouder (en diens zijde).
  • Controlegedrag met betrekking tot de thuissituatie van het kind bij de welwillende ouder.
  • Kind-eigen diagnostiek richting het kind ontkennen.
  • Ouderlijke titels (papa/mama) voor nieuwe partners; dat kinderen ouder bij voornaam noemen wordt niet gecorrigeerd.
  • Disproportioneel kind-beschermend gedrag op basis van een niet-gefundeerd standpunt dat het kind alleen veilig is bij deze ouder (en niet bij de andere).

3. Richting professionals

  • Het belemmeren van juiste feitenvinding door het onvolledig of onjuist weergeven van feiten en gebeurtenissen zowel ouder-kind als ouder-ouder.
  • Het aannemen van de slachtofferrol; het steeds blijven verwijzen naar (onbewezen) historische negatieve gebeurtenissen op ex-partnerniveau.
  • Eigen inspanningen en resultaten afhankelijk stellen van ‘wat hulpverlening wil/zegt te moeten doen’, geen/marginaal eigen initiatief of zelfwerkzaamheid tonen.
  • Professionals – zoals huisarts, school, hulpverleners, politie, jeugdbescherming – voorzien van eenzijdige, onjuiste of onvolledige informatie en hen daarmee op het verkeerde been zetten.
  • Disrespect voor bepalingen en beschikkingen van officiële instanties, zoals van de rechtspraak, wanneer wel gehouden aan de ouderlijke verantwoordelijkheden.

4. Richting derden

  • Het besmetten van het sociale omgeving van de andere ouder (bijv. school/sport/wijk/zakelijk), door kwaad spreken of het creëren van twijfel rondom de (goede) intenties, capaciteiten en geschiktheid van die ouder; bijv. contactverboden veinzen.

Met één of meerdere van de volgende juridische doelen

Een situatie creëren en in stand houden waaruit blijkt dat:

  • Overleg tussen de ouders onmogelijk is en direct ten koste gaat van het kind. Het doel is een verzoek tot een gezagswijziging op basis van artikel 1:251a lid 1 BW (het klem en verloren criterium).
  • De wijze van zorg van de welwillende ouder schadelijk is voor het kind. Het doel is een vermindering of staking van de omgang tussen het kind en die ouder. Daarvoor wordt artikel 1:377a lid 3 sub a en b BW in stelling gebracht.
  • Het kind zelf niet meer naar de andere ouder wil. Hiertoe worden allerlei gedragingen in stelling gebracht die tot doel hebben het kind te vervreemden van de andere ouder en daarmee te bewerkstelligen dat het kind van 12 jaar of ouder ‘ernstige bezwaren tegen de omgang’ kenbaar maakt (artikel 1:377a lid 3 sub c BW).
  • De conflicten zo hoog laten oplopen dat de rechter – in het belang van het kind – geen andere uitweg ziet (artikel 1:377a lid 3 sub d BW).

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in situaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Lees ook dit

Reageren? Dat kan hier.

Gebruik bij het reageren een alias om de privacy van het betrokken kind te waarborgen.

Vechtscheidingshulp: Persoonlijk en juridisch. Uitsluitend voor welwillende ouders.
Wanneer | Aanpak | Diensten en kosten | Kennisbank | Onderzoek | Contact
We zijn landelijk actief