← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Omgangsregeling/Huiselijk geweld gepleegd; raak ik omgang of gezag kwijt?

Huiselijk geweld gepleegd; raak ik omgang of gezag kwijt?

Bijgewerkt: 17 maart 2026
Heb je huiselijk en/of ex-partner geweld gepleegd, dan kan dit een bepalende factor worden in hoeveel omgang je hebt met je kind en of je je ouderlijk gezag kan behouden. Afhankelijk van de ernst en de duur van het geweld, kan inzicht en inkeer een positief effect hebben. Ga je door met geweldplegen of je dreigend opstellen dan is de kans groot dat dit tot maatregelen leidt.

In de familierechtspraak zien we zeer veel zaken waarin een vorm van huiselijk en/of ex-partnergeweld speelt. Het geweld komt in vele vormen, maar kan globaal onderverdeeld worden in de volgende categorieën:

  1. Geweld naar de andere ouder, al dan niet gepleegd in het bijzijn van het kind.
  2. Geweld naar het kind.
  3. Geweld via het kind naar de andere ouder.

Het geweld in groep 1 omvat o.m. fysieke mishandeling, bedreiging, stalking, intieme terreur en dwingende controle. Geweld in groep 2 omvat globaal fysiek geweld, verwaarlozing, psychisch geweld, isolatie, parentificatie, Munchhause by Proxy en ‘pedagogische onmacht’. Geweld in categorie 3 omvat vooral intieme terreur in de vorm van oudervervreemding. In alle gevallen zijn deze vormen van geweld in strijd met de wettelijke positieve ouderlijke inspanningsplichten.

Het spreekt voor zicht dat als je als pleger van dit geweld eigenlijk geen andere keuze hebt dan inzicht tonen in je handelen, alsmede welke schade dit heeft opgeleverd voor de betrokkenen en dat je inkeer toont in woord en daad. Voortgaan met het geweld, bijvoorbeeld omdat je het niet eens bent met beslissingen van de rechtspraak, kan gemiddeld genomen rekenen op een steeds sterker wordende druk vanuit het veiligheidssysteem en de rechtspraak.

Het maakt overigens niet uit of er een strafrechtelijke veroordeling ligt. Het familierecht werkt anders. Dit betekent dat de familierechter toch bepaalde gedragingen of gedragspatronen – die bijvoorbeeld als gevolg van een gebrek aan bewijs niet hebben geleid tot een strafrechtelijke veroordeling – kan meewerken bij het oordeel of omgang en/of ouderlijk gezag in stand kan blijven. Eenvoudig gezegd: een sepot bijvoorbeeld, is geen garantie dat de gedragingen in het familierecht niet tóch effect kunnen hebben.

Is er wél een strafrechtelijke veroordeling, dan kun je er ook niet vanuit gaan dat het daarbij blijft. In de praktijk blijkt dat zeker plegers van ‘zwaar’ geweld of plegers met een hoog recidiverisico ook op civielrechtelijke maatregelen kunnen rekenen, zoals locatie en/of contactverboden en omgangsontzeggingen met hun kind.

Een andere situatie is dat er nog wel wordt ingezet op omgang met het kind, echter in die situaties zien we geregeld dat ook na jaren hulp er niets wordt bereikt, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

Heb je geweld gepleegd, dan is dit belangrijk: Geweld is in strijd met de ‘optimale-ontwikkel-plicht‘ van je kind ongeacht in welke categorie het valt.

Hierna worden enkele voorbeelden uitgelicht waarin geweld in enige vorm door de rechter bepalend is geacht voor de beslissing. Meer voorbeelden van dit type zaken kun je vinden op onder meer:

Tot slot: in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland neemt de pleger het standpunt in dat een beroep op het Verdrag van Istanbul door het slachtoffer niet mogelijk zou zijn omdat het (overigens zeer ernstige geweld) niet structureel en gedocumenteerd zou zijn (geweest). Zo een standpunt miskent volledig dat geweld – anders dan als zelfverdediging – nooit een optie kan zijn. Dit standpunt druist ook in tegen ons standpunt dat ‘eigenaarschap’ voor het bewerkstelligen van veiligheid en oplossingen hetgeen is dat van de pleger moet worden verlangd. Het van standpunt van de pleger wordt door de rechter ook terzijde gelegd.

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Rechter beperkt ouder

Een vader gaat in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Noord-Holland om zijn twee kinderen (ongeveer 6 en 4 jaar) uit huis te plaatsen en bij de moeder te laten wonen. De rechter vindt die uithuisplaatsing noodzakelijk, omdat het kind herhaaldelijk op school vertelde dat zij en haar broertje thuis door de vader werden geslagen en omdat de vader niet meewerkt met hulpverlening en onderzoek. Ook weigerde de vader langdurig toestemming voor school en logopedie en frustreerde hij eerder structureel het contact tussen de kinderen en de moeder, waardoor er geen normaal contact meer was. De moeder werkt wél samen met instanties, de kinderen doen het goed bij haar en de GI heeft geen zorgen over haar thuissituatie. Het hof bekrachtigt daarom de uithuisplaatsing bij de moeder en wijst de verzoeken van de vader af.

Volledige uitspraak

Na verwijzing door de Hoge Raad op grond van cassatie van een eerdere beslissing waar de een moeder met de kinderen alleen binnen 10 km van de vader mocht wonen (en moest terugverhuizen), kijkt Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opnieuw naar de situatie. Uit een beoordeling ex nunc blijkt dat de verhuizing dichtbij de vader de spanningen en onveiligheid juist heeft vergroot, onder meer door het gedrag van de vader: herhaald langsrijden bij haar huis, een politie-stopgesprek, en het tegenwerken van medische zorg voor de kinderen door geen toestemming te geven.

Het hof vindt aannemelijk dat de moeder zich onveilig voelt, dat de vader blijvend strijd voert en dat dit haar draagkracht als hoofdverzorger aantast, wat ook slecht is voor de kinderen. Daarom krijgt de moeder nu vervangende toestemming om met de kinderen terug te verhuizen naar Hilvarenbeek, komt er een beperkte weekendregeling met de vader en wordt de kinderalimentatie verhoogd en opnieuw vastgesteld.

Volledige uitspraak

Een vader gaat in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank Noord-Holland, omdat hij het niet eens is met beëindiging van het gezamenlijk gezag en de ontzegging van omgang. Het hof vindt, mede op basis van verklaringen van de moeder, het kind en hulpverleners, dat er sprake is (geweest) van ernstige onveiligheid, geweld en trauma. De moeder en de kinderen hebben rust en veiligheid nodig en kunnen niet worden belast met overleg of contact met de vader. Daarom blijft het gezag alleen bij de moeder, wordt omgang met de vader ontzegd en komt er ook geen informatieregeling. Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming vindt het hof niet nodig.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Midden-Nederland om het gezag over zijn dochter van 4 jaar, een ruime omgangsregeling en verlaging van de kinderalimentatie te krijgen. De rechtbank kwalificeert zijn eerdere ernstige agressie tegen de moeder (waarbij het kind als baby bij was) als huiselijk geweld en kindermishandeling, met aantoonbare traumaklachten bij het kind. Omdat de vader niet overtuigend laat zien dat hij aan zijn emotieregulatie heeft gewerkt en de impact van zijn gedrag volledig erkent, stelt de rechter de beslissing over omgang en gezag zes maanden uit. De vader moet in die periode aantonen dat hij passende hulp heeft gevolgd; pas dan kan voorzichtig met begeleide omgang worden gestart. Zijn verzoek om verlaging van de kinderalimentatie wordt afgewezen, omdat zijn draagkracht – samen met die van zijn nieuwe partner – nog genoeg is en de huidige bijdrage nog passend is.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Amsterdam met als doel om alleen het gezag over de twee kinderen te krijgen, vanwege ernstig en langdurig huiselijk geweld door de vader. De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en geeft de moeder eenhoofdig gezag; de vader gaat hiertegen in hoger beroep omdat hij vindt dat gezamenlijk gezag de norm is en hij geen bedreiging vormt.

Het hof oordeelt dat de angst en spanning van de moeder, de eerdere politie‑ en hulpverleningsbemoeienis en het ontbreken van inzicht bij de vader maken dat veilig overleg over de kinderen niet mogelijk is. Omdat de moeder het contact tussen de vader en de kinderen wel blijft ondersteunen en de omgang goed en stabiel verloopt, bekrachtigt het hof het eenhoofdig gezag voor de moeder.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Opmerkelijk is hetgeen het Hof meeweegt dat de moeder niet met de vader kan overleggen en dat daardoor het ouderlijk gezag van vader wordt ontnomen. Er is evenwel nog steeds een consultatieplicht voor deze moeder en de vraag is dus ook; had het hof hier beter kunnen/moeten afhechten?

Rechter beperkt ouder niet

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank Noord-Holland om de ondertoezichtstelling van haar vierjarige kind tot juni 2026 te verlengen. Zij vindt dat het goed gaat met het kind, dat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is en dat hulp ook vrijwillig kan. De vader en de GI benadrukken daarentegen de voortdurende spanningen, de mislukte samenwerking en zorgelijke signalen bij het kind, en wijzen erop dat de moeder is veroordeeld voor ernstige agressie en wraakacties richting de vader (o.a. naaktfoto’s op een datingsite plaatsen, auto beschadigen). Het hof stelt vast dat het kind al langere tijd getuige is van heftige conflicten en fysieke escalaties tussen de ouders, nog altijd “tussen hen in” staat, en dat de ouders ondanks hulpverlening geen stabiele afspraken kunnen maken. Daarom acht het hof de ontwikkeling van het kind nog steeds ernstig bedreigd en laat het de ondertoezichtstelling in stand.

Volledige uitspraak

Naschrift:
Discussieer mee op Linkedin over deze uitspraak.

Een divers geweldsspectrum

Uit de gepubliceerde uitspraken volgt dat het geweldsspectrum – waarbij een beroep op het Verdrag van Istanbul succesvol is gedaan – heel divers is.

Aan de ene kant staan zaken waarbij er zeer ernstig en ook aanhoudend geweld heeft plaatsgevonden en/of nog plaatsvindt, inclusief strafrechtelijke veroordelingen van de pleger. Ook aan die kant zien we uitspraken waarin de rechter vindt dat er ook sprake is van een ongelijkwaardige relatie en dwingende controle, zoals in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden of bijvoorbeeld stalkingsgedrag zoals beschreven in deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam. Mannen waren in alle bestudeerde zaken de plegers.

Aan de andere kant staan ‘lichtere’ gedragingen die we veel vaker zien in vechtscheidingen, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Gelderland. In de praktijk zien we die gedragingen bij zowel mannen als vrouwen (waarbij dus ook mannen en kinderen de slachtoffers zijn).

Hieruit volgt de conclusie: Als je te maken hebt met geweld zoals beschreven op de V&A-pagina: Hoe herken ik niet-welwillend gedrag? doe dan een beroep op het Verdrag van Istanbul, ongeacht of je als slachtoffer vrouw, man of kind bent. Het is natuurlijk van belang om de vorm, de ernst en duur van dit geweld aan te tonen. Het is vervolgens aan de rechter of die het verdrag daadwerkelijk bij de beoordeling betrekt.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit (en bekijk het van de andere kant)

Meest recente opinie

Zoek in de kennisbank