Kan de gezinsvoogd een gezagsgeschil oplossen?
Bijgewerkt: 20 januari 2026
Nee, de gezinsvoogd heeft geen doorslaggevende stem ten aanzien van een gezagsbeslissing zoals bijvoorbeeld inschrijving op een school of vaccinatie. Gecertificeerde instellingen kunnen naar de rechter om een omgang te laten vaststellen. Dit volgt uit artikel 1:265g lid 1 BW. Ook zien we soms dat Gecertificeerde Instellingen geschillen op zitting brengen terwijl het eigenlijk een geschil tussen gezaghebbende ouders is. In lijn hiermee lijkt het dus mogelijk. Er is echter geen eenduidig beleid en ook geen uniforme omgang hiermee door de rechtspraak.
Een voorbeeld waarin de GI dit deed lees je in deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De GI verzocht vervangende toestemming voor inschrijving van het kind op een onderwijsinstelling. De rechter was het echter niet eens met de juridische grondslag die de GI had gekozen en verklaarde de GI ‘niet ontvankelijk’ in haar verzoek.
Op zich is de conclusie in deze uitspraak juist, echter tegelijk opmerkelijk. In andere zaken hebben we namelijk gezien dat de rechter vervolgens overging tot een beoordeling alsof het door de ouders op basis van de geschillenregeling van artikel 1:253a BW zou zijn aangebracht. Tegelijk wekt de wijze waarop de betrokken GI (Stichting Jeugdbescherming Brabant) ook de indruk van een partijdige GI die zich schaarde achter het standpunt van de moeder. Samen met het afwijzen van een inhoudelijke behandeling van het verzoek, heeft de rechter hiermee ook daarvoor een stokje gestoken (indien dit aan de orde was).
Daar tegenover staat deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam waarin de GI de geschillenregeling van artikel 1:262b BW koos en volgens de rechter wel ontvankelijk was in het verzoek. De GI wilde een impasse doorbreken en het kind laten inschrijven op een specifieke peuterspeelzaal waar de vader tegen was. Opmerkelijk hierin is, dat ouders dit ook onderling hadden kunnen regelen via de geschillenregeling van artikel 1:253a BW.
Een ander voorbeeld van een procederende GI in een gezagskwestie is deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. Een moeder wil haar kind laten vaccineren volgens het Rijksvaccinatieprogramma. De vader is het hiermee niet eens. Het kind staat onder toezicht. De gecertificeerde instelling is het met moeder eens en start een procedure voor het verkrijgen van vervangende toestemming op basis van artikel 1:265h BW, terwijl de moeder ook op basis van de geschillenregeling van artikel 1:253a BW naar de rechter zou kunnen. De rechter concludeert dat er niet is voldaan aan de ‘medische noodzaak’ die nodig is voor 1:265h BW, echter verleent toch vervangende toestemming omdat de moeder aangeeft dat ze enerzijds geen geld heeft voor een advocaat en anderzijds dat het starten van de procedure de verhoudingen met de vader waarschijnlijk zou verslechteren.
Nog een voorbeeld betreft een geschil waarbij de moeder geen toestemming verleent voor een vakantie van het kind met de vader naar het buitenland. De GI doet een verzoek op basis van de geschillenregeling-ots. De uitkomst in deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam is dat de rechter het verzoek tot vervangende toestemming toewijst.
Op zich zou het goed zijn dat GI’s hierin meer vooruit stappen, termeer als je bedenkt dat de gezinsvoogd in beginsel acteert op hetzelfde niveau als een ouder met het gezag (zei het met restricties). Stagneert besluitvorming tussen ouders ten aanzien van een gezagsbeslissing terwijl er een ondertoezichstelling is, dan zou de GI hierin o.i. standaard vooruit moeten stappen. De rechtspraak zou deze zaken dan natuurlijk ook standaard inhoudelijk moeten beoordelen, waarbij wel moet worden gewaakt voor misbruik door GI’s van deze route.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
