← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Procederen/Kan ik een beroep doen op het Verdrag van Istanbul?

Kan ik een beroep doen op het Verdrag van Istanbul?

Bijgewerkt: 13 januari 2026
Vechtscheidingen worden gekenmerkt door huiselijk geweld, soms fysiek, vaker psychisch, waarbij het geweld ook doorgaat nadat ouders uit elkaar zijn. Zo eenvoudig is het. Dit betekent dat een beroep op het Verdrag van Istanbul mogelijk is.

Op de V&A-pagina: Hoe herken ik niet-welwillend gedrag? zijn diverse verschijningsvormen van geweld beschreven die in de familierechtpraktijk worden gezien. Daaruit blijkt dat er vele vormen van geweld zijn, zowel rechtstreeks naar de ex-partner (m/v) als via het kind of derden. Er zijn natuurlijk ook situaties waarin dit geweld al aanwezig was gedurende de relatie.

Regelmatig zien we strafrechtelijke veroordelingen doorwerken in familierecht-beslissingen. Dit gebeurt dan niet expliciet, maar veelal als een omstandigheid op basis waarvan de rechter een bepaalde beslissing (niet) in het belang van het kind vindt.

We zien het Verdrag van Istanbul (hierna ook: het verdrag of het VVI) in de familierechtspraak voor het eerst verschijnen in deze uitspraak van Gerechtshof Amsterdam. Hierin beroept de moeder zich op het verdrag onder verwijzing naar (vermeend) geweld door de vader. Het blijkt echter een onterecht beroep. Volgens het hof onderbouwt de moeder namelijk onvoldoende dat zij daadwerkelijk slachtoffer is van huiselijk geweld.

Het is een duidelijk signaal voor de praktijk: niet elk beroep op het verdrag blijkt gerechtvaardigd en de rechter moet goed onderzoek doen of de argumenten steekhoudend zijn. Verder stelt het hof dat het verdrag slechts verplichtingen schept voor de staat en dat een direct beroep door een individu niet mogelijk is. Uit latere rechtspraak blijkt overigens dat dit directe beroep wél mogelijk is, net zoals bijvoorbeeld bij artikel 8 EVRM (het recht op familie- en privéleven).

Geen Verdrag, wel maatregelen bij geweld

Hoewel geweld in de familierechtpraktijk veelvuldig voorkomt, zien we het verdrag toch nog weinig tractie hebben. Hiervoor kunnen een aantal redenen zijn:

  • De Nederlandse wet biedt op zich de mogelijkheden voor familierechters om een gevolg te verbinden aan de aanwezigheid van (een geschiedenis van) huiselijk geweld, zoals via de ‘optimale-ontwikkel-plicht‘ en het klem-criterium. Zie voor een voorbeeld, deze uitspraak van Rechtbank Den Haag (moeder was pleger).
  • De wet geeft de rechter in diverse bepalingen (bijvoorbeeld bij omgang/informatie/consultatie) de ‘ambtshalve mogelijkheid’ om in het ‘zwaarwegende belang van het kind’ een andere beslissing te nemen. Bij erkenningen is in de wet bovendien expliciet voorzien in het meewegen van de ‘belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind’. Overigens blijkt uit deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem Leeuwarden dat een beroep op het VVI ook in erkenningszaken mogelijk is.
  • Er kan ogenschijnlijk binnen één gerechtshof discussie zijn of het verdrag kan worden toegepast bij bijvoorbeeld erkenningen of dat het slechts/vooral ziet op omgang en gezag. Vergelijk deze uitspraak en deze uitspraak, beiden van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland vindt de Raad voor de Kinderbescherming overigens dat het verdrag wel van toepassing is op erkenningssituaties.
  • De rechtspraak worstelt mogelijk met het begrip ‘huiselijk geweld’ en wanneer daarvan precies volgens het verdrag sprake is. Is daarvan bijvoorbeeld alleen sprake als er een strafrechtelijke veroordeling is of ook al als de familierechter zelf vindt dat het gedrag van een ouder naar de andere ouder en/of het kind kwalificeert als geweld? O.i. is bezien vanuit het kind alles wat niet omvat het naleven van de wettelijke ouderlijke actieve inspanningsplichten een vorm van kindermishandeling en tevens ex-partnergeweld (lees over: ouderschapsnormen, informatieplicht en consultatieplicht). Het niet-naleven van die plichten vormt de wortel van alle vechtscheidingen.
  • Tot slot zien we in veel uitspraken dat de rechters de strijd (lees: het geweld) tússen de ouders plaatsen en als iets zien dat beiden toepassen, of waarin beide ouders een gelijk aandeel hebben. Soms is dat juist. In veel vechtscheidingssituaties echter is het één van beide ouders die zich bedient van ex-partner geweld (al dan niet via het kind) en o.i. een ‘niet-goed-genoeg’-ouder is. Lees in dit kader ook de opinie: Maak goed-interouderschap onderdeel van de veertien voorwaarden voor goed-genoeg-ouderschap!

Het Verdrag van Istanbul in de Nederlandse familierechtspraak

Sinds de inwerkingtreding van het verdrag in Nederland op 1 januari 2016, hebben diverse familierechters het verdrag wel toegepast bij hun beslissing. Het artikel waar dan een beroep wordt gedaan is artikel 31 VVI. Dit artikel stelt het volgende:

Artikel 31 VVI: Voogdij, omgangsregeling en veiligheid
1. De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat bij de vaststelling van de voogdij en omgangsregeling voor de kinderen rekening wordt gehouden met gevallen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.
2. De partijen nemen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de uitvoering van een omgangsregeling of de voogdij niet ten koste gaat van de rechten en de veiligheid van het slachtoffer of de kinderen.
In deze beslissingen hebben we rechters tot nu toe – met uitzondering van één zaak – slechts geweld zien meewegen dat is/wordt gepleegd van mannen naar vrouwen en kinderen, terwijl het verdrag alle slachtoffers van huiselijk geweld (vrouw/man/kind) bescherming biedt. Het is duidelijk dat op dit vlak nog een stuk erkenning door de rechtspraak gegeven dient te worden aan de diversiteit van geweld bij vechtscheidingen.

Hierna worden enkele zaken uitgelicht. Wanneer het verdrag wel wordt toegepast, wordt daarbij ook beschreven welk geweld de rechter voor diens beslissing medebepalend heeft geacht. Ook worden enkele uitspraken uitgelicht waarin ten onrechte een beroep op het verdrag werd gedaan.

VVI toegepast

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Midden-Nederland om het gezamenlijke gezag over haar tweejarige dochter te beëindigen, zodat zij alleen het gezag krijgt. De vader is veroordeeld voor verkrachting, mishandeling en vrijheidsberoving van de moeder, deels in aanwezigheid van het kind, en zit in de gevangenis; er geldt een contactverbod.

De rechter vindt dat gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico oplevert dat het kind klem raakt, omdat overleg onmogelijk is en de moeder ernstig getraumatiseerd is. Met verwijzing naar het Verdrag van Istanbul besluit de rechter dat alleen de moeder nog het gezag heeft en wijst een aanvullend raadsonderzoek af.

Volledige uitspraak

Naschrift:
Opmerkelijk is het standpunt van de vader dat: “het Verdrag van Istanbul alleen van toepassing is bij structureel en gedocumenteerd huiselijk geweld.” en “Omdat hij zich daaraan niet schuldig heeft gemaakt, kan de moeder volgens hem geen geslaagd beroep doen op het Verdrag van Istanbul.” Het is een standpunt dat de rechtbank terecht naast zich neerlegt.
Een moeder start een procedure bij de rechtbank Noord-Holland met als doel om voortaan alleen het gezag over de drie kinderen te krijgen. De rechtbank stelt vast dat er ernstige en langdurige huiselijk geweldsituaties en intieme terreur door de vader zijn geweest, dat er een contactverbod geldt en dat moeder en kinderen op een geheim adres wonen.

Omdat overleg onmogelijk is, de vader al lang geen contact met de kinderen heeft en het risico groot is dat hij via gezagsbeslissingen het adres achterhaalt, wordt gezamenlijk gezag onveilig geacht. De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en bepaalt dat de moeder alleen het gezag krijgt, met verwijzing naar het Kinderrechtenverdrag en het Verdrag van Istanbul, en merkt op dat nu nog geen ruimte is voor contactherstel.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt duidelijk dat de vader zijn zorgplicht niet waarmaakt, omdat hij door geweld en intimidatie elk veilig contact met de moeder en het kind onmogelijk heeft gemaakt. De beslissing is sterk resultaatgericht: veiligheid eerst, geen gedeeld gezag als dat alleen op papier bestaat en in de praktijk risico’s schept. Tegelijk blijft het onduidelijk welke stappen nodig zijn voor eventueel toekomstig contactherstel en welke voorwaarden de vader daarvoor moet laten zien. Zou het kind meer geholpen zijn als de rechter expliciet had vastgelegd welke verandering van de vader nodig is voordat contact weer aan de orde kan zijn?

Een vader gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank over de zorgregeling, de GI gaat ook in hoger beroep en de moeder stelt incidenteel hoger beroep in. De vader en de GI willen een 50/50-zorgregeling, de moeder wil juist begeleid contact (BOR II) vanwege ernstige zorgen over veiligheid bij de vader thuis.

Het hof vindt dat er serieuze en objectieve signalen zijn van onveiligheid (agressie, letsel, seksueel grensoverschrijdend gedrag door een stiefzus) die niet simpelweg als beïnvloeding door de moeder kunnen worden weggezet. Het hof beslist dat er voorlopig alleen begeleid contact mag zijn via een kort BOR II-traject, met een dwangsom als de moeder daar niet aan meewerkt, en laat de verdere beslissingen over hoofdverblijf en zorgregeling afhangen van de uitkomsten van dat traject en aanvullend veiligheidsonderzoek door de GI.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt duidelijk de plicht van de ouders om mee te werken, maar toetst de invulling en kwaliteit van hun opvoeding slechts indirect via de veiligheidsvragen. Tegelijk krijgt de GI een stevige opdracht om eindelijk echt, en niet alleen via eigen hypotheses, de veiligheid bij de vader te onderzoeken en een concreet veiligheidsplan te leveren.De beslissing is resultaatgericht doordat eerst begeleid en veilig contact wordt afgedwongen, maar de structurele afhechting (definitieve regeling) blijft vier maanden in de lucht hangen. De rechter legt de nadruk op feiten rond letsel en seksueel grensoverschrijdend gedrag en laat ouderlijke rechten tijdelijk wijken voor veiligheid. De moeder wordt veroordeeld tot een hoge dwangsom wat toont dat het hof een einde wil aan het zelfbepalende handelen door de moeder.

4 kinderen staan onder toezicht. Er is sprake van een dreigende situatie die door de vader wordt veroorzaakt, hetgeen de GI ertoe aanzet op opnieuw naar de rechter te gaan en te verzoeken dat de zorgverdeling wordt stopgezet en dat de vormgeving van de omgang tussen de kinderen en de vader bij de GI wordt belegd.

De kinderrechter gaat mee in het verzoek van de GI en past het Verdrag van Istanbul toe omdat er ernstige en door professionals als reëel beoordeelde meldingen zijn van (dreigend) huiselijk geweld door de vader richting moeder en kinderen.

Op grond van artikel 31 van dit verdrag moet bij beslissingen over gezag en omgang de veiligheid en rechten van het (mogelijke) slachtoffer van huiselijk geweld voorop staan, ook als dat botst met het recht op contact tussen ouder en kind (zoals beschermd in art. 8 EVRM en art. 9 IVRK). De rechter verwijst expliciet naar jurisprudentie (o.a. EHRM Kurt t. Oostenrijk en I.M. t. Italië) waaruit volgt dat de staat een positieve verplichting heeft om onmiddellijk en preventief op te treden bij een reëel risico op huiselijk geweld.

De rechter de veiligheid daarom zwaarder dan het omgangsrecht van de vader en wordt de zorg- en omgangsregeling voorlopig stopgezet, in afwachting van een dreigingsanalyse. De regie over een eventueel toekomstig en alleen veilig vorm te geven contactherstel wordt bij de GI gelegd.

Volledige uitspraak

Een moeder verzoekt eenhoofdig gezag en ontzegging van omgang tussen de vader en de 4 kinderen van ouders. Er is een voorgeschiedenis van ernstig huiselijk geweld, hetgeen door de vader niet weersproken is. De rechter wijst de verzoeken van de moeder toe onder verwijzing naar het Verdrag van Istanbul.

Volledige uitspraak

Onterecht beroep op VVI

Een moeder komt in hoger beroep tegen een rechtbankuitspraak waarin een begeleide omgangsregeling is vastgesteld tussen haar kind en de vader. Ze stelt o.m. slachtoffer te zijn van intieme terreur en dwingende controle.

Het hof erkent dat de door de moeder gestelde jarenlange intieme terreur en dwingende controle zeer zorgelijk klinken, maar vindt deze in deze procedure onvoldoende met objectieve, verifieerbare stukken onderbouwd (zoals medische/hulpverleningsgegevens, telefoon-/socialmediagegevens).

Daardoor acht het hof niet aannemelijk gemaakt dat omgang met de vader ernstig nadeel voor het kind oplevert of dat de vader kennelijk ongeschikt is tot omgang. De gestelde intieme terreur kan daarom nu niet dienen als grond om het contact tussen vader en kind te ontzeggen.

Omdat de omgang bovendien plaatsvindt in een begeleide en daarmee veilige setting bij het omgangshuis, ziet het hof geen reden om de voorlopige omgangsregeling te blokkeren of eerst een raadsonderzoek te laten doen.

Volledige uitspraak

Een moeder ontvoert haar kind van 2 jaar van Polen naar Nederland. De vader doet een teruggeleidingsverzoek. De moeder verweert zich onder meer met het standpunt dat er sprake is geweest van Intieme Terreur. Dit baseert zij op basis van een door Moviera eenzijdig afgenomen MASIC-NL onderzoek. Vader ontkent echter dat er sprake is van intieme terreur en neemt niet deel aan het MASIC-onderzoek.

Het hof concludeert dat het door moeder gestelde onvoldoende is komen vast te staan en dat moeder geen beroep kan doen op het Verdrag van Istanbul.

Volledige uitspraak

Een moeder verzoekt o.m. eenhoofdig gezag en tevens een een beperkte omgangsregeling tussen haar kind en de vader. Daarbij beroept ze zich mede op het Verdrag van Istanbul omdat volgens de moeder ‘de man voortdurend de strijd met haar blijft zoeken’ en dat het gedrag van de man (psychisch) gewelddadig zou zijn (geweest tijdens de relatie).
De rechtbank overweegt in navolging van de visie van de raad en de GI op de mondelinge behandeling, dat hetgeen de vrouw aanvoert ziet op de relatie tussen partijen als (ex-)partners en niet op de relatie tussen [minderjarige] en haar vader. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw, anders dan zij zelf stelt, geen bewijs heeft aangedragen voor de genoemde gedragingen van de man. Daarbij komt dat, indien al sprake zou zijn geweest van psychisch geweld, de duur niet dusdanig zwaar is dat sprake is van situatie als bedoeld in de criteria van het Verdrag van Istanbul. Immers uit het relaas van de vrouw volgt dat het door haar omschreven psychische geweld heeft plaatsgevonden in een periode van anderhalf jaar, namelijk de periode vanaf de zwangerschap tot het feitelijke uiteengaan van partijen. Over de relatie voorafgaand aan de zwangerschap heeft de vrouw aangegeven dat sprake was een goede relatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw onvoldoende geconcretiseerd waarom sprake is van een onveilige situatie voor [minderjarige] bij de man. Uit wat de vrouw naar voren heeft gebracht blijkt dat partijen op een aantal punten verschillend denken over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Echter, uit de verslagen van de hulpverlening en het raadsrapport komt geen beeld naar voren van een vader die niet voor zijn kind zou kunnen zorgen.

Volledige uitspraak

Een moeder komt in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank waarin aan de vader eveneens het ouderlijk gezag is toegekend. Daarbij beroept ze zich o.m. op het gewelddadige verleden van de vader.

Gerechtshof Den Bosch overweegt o.m. het volgende:

Door de vrouw zijn, waar zij een beroep doet op het Verdrag van Istanbul, geen feiten en omstandigheden gesteld met betrekking tot het door de vrouw gestelde gewelddadige verleden van de man dat niet van haar gevergd kan worden om samen met de man het gezag over de kinderen in te vullen.

Volledige uitspraak

Een moeder brengt haar twee kinderen ongeoorloofd over van België naar Nederland. Ze wil de kinderen niet laten terugkeren en beroeps zich daarvoor o.m. op het Verdrag van Istanbul.

Gerechtshof Den Haag overweegt o.m. het volgende:

Het hof merkt op dat de verhalen van de ouders sterk uiteenlopen. In hoger beroep heeft het hof niet vast kunnen stellen wat zich tussen partijen heeft afgespeeld. De moeder heeft weliswaar verschillende brieven van ziekenhuizen en stukken van de Belgische politie en het OM overgelegd, maar daaruit volgt slechts wat de moeder zelf over het huiselijke geweld heeft verklaard. Niet is gebleken van een strafrechtelijk onderzoek of vervolging van de vader. Ook is niet gebleken dat de vader de kinderen fysiek iets heeft aangedaan of dat de kinderen een trauma hebben opgelopen als gevolg van het handelen van de vader. Ter zitting in hoger beroep heeft de gecertificeerde instelling verklaard dat zij aanwezig is geweest toen de kinderen voor het eerst sinds maanden weer contact hadden met de vader via beeldbellen en dat de kinderen niet bang lijken te zijn voor de vader.

Volledige uitspraak

Een divers geweldsspectrum

Uit de gepubliceerde uitspraken volgt dat het geweldsspectrum – waarbij een beroep op het Verdrag van Istanbul succesvol is gedaan – heel divers is.

Aan de ene kant staan zaken waarbij er zeer ernstig en ook aanhoudend geweld heeft plaatsgevonden en/of nog plaatsvindt, inclusief strafrechtelijke veroordelingen van de pleger. Ook aan die kant zien we uitspraken waarin de rechter vindt dat er ook sprake is van een ongelijkwaardige relatie en dwingende controle, zoals in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden of bijvoorbeeld stalkingsgedrag zoals beschreven in deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam. Mannen waren in alle bestudeerde zaken de plegers.

Aan de andere kant staan ‘lichtere’ gedragingen die we veel vaker zien in vechtscheidingen, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Gelderland. In de praktijk zien we die gedragingen bij zowel mannen als vrouwen (waarbij dus ook mannen en kinderen de slachtoffers zijn).

Hieruit volgt de conclusie: Als je te maken hebt met geweld zoals beschreven op de V&A-pagina: Hoe herken ik niet-welwillend gedrag? doe dan een beroep op het Verdrag van Istanbul, ongeacht of je als slachtoffer vrouw, man of kind bent. Het is natuurlijk van belang om de vorm, de ernst en duur van dit geweld aan te tonen. Het is vervolgens aan de rechter of die het verdrag daadwerkelijk bij de beoordeling betrekt.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Zoek in de kennisbank