Kan ik verplicht worden om terug te verhuizen?
Bijgewerkt: 11 maart 2026
Of je verplicht kan worden om als ouder met het hoofdverblijf van kind terug te verhuizen hangt primair af van de gezagssituatie. Is er gezamenlijk gezag dan heeft de rechter dit wel in zijn toolkit. Was er op het moment van verhuizing geen ouderlijk gezag, dan heeft de rechter deze mogelijkheid in beginsel niet.
Wel gezamenlijk gezag
Een voorbeeld dat een ouder moest terugverhuizen is deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin was door de rechtbank aan een moeder toestemming was verleend om te verhuizen. Het hof zag dit anders en besloot dat de moeder moest terugverhuizen de woonplaats van vader, althans binnen een straal van 10 kilometer daarvan. Er werd echter geen dwangsom bepaald.
Een zaak waarin er wel een (hoge) dwangsom werd bepaald om de terugverhuizing te prikkelen is deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin was de vader zonder (vervangende) toestemming met de kinderen verhuisd. Pas achteraf verleende Rechtbank Gelderland alsnog deze toestemming. Het hof zag het echter anders en mede vanwege het zelfbepalende gedrag van de vader, moest hij terugverhuizen. Om deze beslissing kracht bij te zetten werd er een dwangsom bepaald van EUR 1.000 voor elke dag dat de vader zich niet zou houden aan de beslissing van het hof, met een maximum van EUR 150.000.
In deze uitspraak van Rechtbank Gelderland ontving de moeder die zonder (vervangende) toestemming vooraf een huurovereenkomst van 5 jaar was aangegaan voor een woning op 100km afstand eveneens een bevel tot terugverhuizen binnen 3 maanden naar een woning binnen een straal van 25 km van de plaats van de vader. Ook werden de overige verzoeken van de moeder afgewezen. Tevens koppelde de rechter er een dwangsom aan van € 250 per dag maximum van € 50.000. Opmerkelijk aan deze uitspraak is bovendien dat de moeder volgens haar verzoeken het ook redelijk vond dat de vader een deel van het halen en brengen voor zijn rekening zou gaan nemen. De dwangregeling is later door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in deze uitspraak bekrachtigd.
In deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland start een vader een procedure met als doel de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem in België vast te laten stellen. De rechtbank had haar beslissing aangehouden om te kijken of de vader met het kind terug zou verhuizen naar zijn eerdere woonplaats in Nederland, maar de vader gaf geen nieuwe informatie. De rechtbank beslist daarom dat het kind vanaf 1 januari 2026 officieel bij de moeder woont.
In deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant start een moeder start een procedure om de vader te verbieden te verhuizen met het kind en de school te wijzigen. De vader is ondanks een lopend raadsonderzoek toch al met het kind naar een andere plaats verhuisd, zonder toestemming van de moeder. De rechter vindt dat de vader hiermee vooral zijn eigen belang heeft gevolgd en het kind in een nog onduidelijke en schadelijke situatie heeft gebracht. De rechter beslist dat de vader binnen twee weken met het kind moet terugverhuizen naar (de omgeving van) de oude woonplaats, op straffe van een dwangsom, maar wijst het aparte verbod op inschrijving op een andere school af omdat daarvoor toestemming van de moeder nodig is.
In deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam start een vader een procedure met als doel de moeder te laten terugverhuizen in de buurt van zijn woonplaats en de zorg voor hun dochter gelijk te verdelen. De moeder is zonder definitieve woning met het kind naar een andere regio vertrokken en wil daar blijven wonen, omdat haar netwerk daar is. De rechter vindt dat de noodzaak van deze verhuizing niet is aangetoond en dat de grote afstand de band van het kind met beide ouders te veel schaadt. De moeder moet binnen drie maanden binnen 15 kilometer van de vader gaan wonen; dan blijft het hoofdverblijf van het kind bij haar, anders gaat het hoofdverblijf naar de vader. De rechter bepaalt een vrijwel gelijkwaardige zorgregeling met veel contactmomenten en een duidelijke verdeling van vakanties en feestdagen, die snel moet ingaan.
In deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch gaat een vader in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Limburg, omdat hij wil dat zijn 10‑jarige zoon weer in de buurt van hem komt wonen. Het hof vindt dat de moeder zonder noodzaak en zonder overleg 150 km is verhuisd, het contactherstel met de vader tegenwerkt en rechterlijke uitspraken (informatie geven, meewerken aan hulp) niet nakomt. Omdat het in de nieuwe woonplaats nog steeds slecht gaat met het kind (veel schoolverzuim, zorgen van school en leerplicht) weegt het belang van de vader en het kind bij contactherstel zwaarder dan het belang van de moeder om te blijven. Het hof gelast de moeder om uiterlijk voor het nieuwe schooljaar 2026/2027 met het kind terug te verhuizen naar de regio van de vader, op straffe van een dwangsom van € 100 per dag (maximaal € 25.000). Over de zorgregeling beslist het hof nu niet inhoudelijk, omdat de vader dat verzoek heeft ingetrokken.
Voor de duidelijkheid, er is vooralsnog geen consistentie tussen de rechtbanken en hoven hoe zij omgaan met zelfbepalend gedrag, waarbij zwaarwegende gezagsbeslissingen door een ouder worden doorgedrukt in een poging een voldongen feit te creëren voor de rechtspraak. Het spreekt voor zich dat ouders die het gezag delen zich te houden hebben aan hun plicht van (vervangende) toestemming vooraf, uitgezonderd objectief aantoonbare noodtoestand op het moment van die beslissing, waarbij ook voor het minst schadelijke alternatief is gekozen. Is hiermee geen rekening gehouden, dan dienen de gevolgen ook voor rekening van die ouder te komen.
Geen gezamenlijk gezag
Een dergelijke situatie was aan de orde in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin emigreerde de moeder met haar kind van 1 jaar 4,5 maand voor de rechtbank gezamenlijk gezag vaststelde naar het buitenland. De verhuizing vond daarnaast plaats 2 maanden na het inleidende verzoekschrift van de vader.
Het hof oordeelde dat moeder niet hoefde terug te verhuizen:
Op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) rust op de nationale autoriteiten, onder wie de rechter, de verplichting zich zoveel mogelijk in te spannen om het recht op ‘family life’ tussen ouders en hun kinderen mogelijk te maken (vgl. EHRM 17 april 2012, zaak 805/09). In dat kader kan de rechter bijvoorbeeld een onderzoek gelasten of een wettelijk dwangmiddel aanwenden ter effectuering van een omgangsregeling. Noch artikel 8 EVRM, noch artikel 1:247 lid 3 BW kan hier naar het oordeel van het hof echter grond vormen voor toewijzing van het verzoek van de vader om de moeder te bevelen terug te verhuizen.
Het spreekt voor zich dat bezien vanuit het recht van het kind op omgang met beide ouders dit een zeer onwenselijke uitkomst is. We hebben e.e.a. uitgezet bij Vera Bergkamp van D66.
Let op! Dat de ouder wellicht niet kan worden gedwongen om terug te verhuizen betekent niet dat de verhuizing van het kind daarmee eveneens een voldongen feit is. Artikel 1:247 lid 3 BW geeft de rechter diverse maatregelen in zijn toolkit waaronder toewijzing van het kind aan de andere ouder en wijziging in omgangssituatie. Samengevat betekent dit dat het hoofdverblijf van het kind kan overgaan naar de achterblijvende ouder. Ook zien we geregeld dat in dit soort situaties de gezagssituatie wijzigt naar gezamenlijk gezag waardoor bij niet-nakoming ook 279 Sr ‘onttrekking aan het ouderlijke gezag‘ potentieel in beeld komt.
Een voorbeeld waarin een rechter een verzoek tot een ‘bevel tot terugverhuizen’ wel ontvankelijk acht is te lezen in deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Het baat de verzoekende ouder evenwel niet en i.c. de moeder hoeft niet terug te verhuizen terwijl daardoor een afstand tussen de ouders is ontstaan van 150 km (hetgeen natuurlijk vooral het kind belast). De vader had met zijn gedrag feitelijk laten blijken met de verhuizing in te stemmen en aangegeven mee te zullen/willen verhuizen. Daardoor zag de rechter geen grond om op basis van artikel 1:247 lid 3 BW terugverhuizing te bevelen.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
