In schriftelijke aanwijzing omgangsregeling bepaald, mag dat?
Bijgewerkt: 16 februari 2026
Of de Gecertificeerde Instelling (GI) via een schriftelijke aanwijzing een omgang mag vaststellen hangt af van de opdracht die de GI heeft gekregen van de kinderrechter. Is dit bijvoorbeeld om een (onbegeleide) omgang tussen een kind en een ouder tot stand te brengen, dan biedt dit de GI dus veel vrije ruimte en kan ze ook een schriftelijke aanwijzing afgeven.
Een dergelijke zaak was aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Midden Nederland. Het doel voor de rechter was dat de GI zou onderzoeken welke omgang haalbaar zou zijn en dit concreet in gang te zetten.
De GI bleef binnen zijn bevoegdheid wanneer deze in de vorm van een aanwijzing een zeer specifieke (onbegeleide) omgangsregeling vaststelde. Deze regeling had de vorm van een voorlopige regeling en de GI hoefde hiervoor afzonderlijk geen toestemming aan de rechter te vragen.
Is die ruimte niet expliciet toegekend door de rechter, dan zal de GI een nieuw verzoek moeten doen. Dit kan op basis van artikel 1:265g lid 1 BW. De rechter beslist dan wat in het belang van het kind is.
Soms echter zien we dat GI’s interventies in de omgang doen waarbij er geen basis is in de OTS-beschikking, noch dat er een aanwijzing is gegeven. Dit is een vorm van drang, binnen het dwangtraject. Hiertegen is verzet zeer lastig. Lees in dit kader ook onze V&A: De gezinsvoogd doet zijn werk niet, wat nu?
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
