← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Omgangsregeling/Wat is een gelijkwaardige verzorging na scheiding?

Wat is een gelijkwaardige verzorging na scheiding?

Bijgewerkt: 6 januari 2026
De wet bepaalt in artikel 1:247 lid 4 BW dat het kind na scheiding het recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding. Hoewel het lijkt alsof dit automatisch leidt tot een 50/50 verdeling van de omgangstijd, blijkt dat in de praktijk geen automatisme, omdat de rechter in het belang van het kind kan afwijken.

Het vierde lid luidt als volgt:

Artikel 1:247 lid 4 BW:
Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood, of na het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

Hoewel hier evident staat dat het kind recht heeft op gelijkwaardigheid, blijkt dit in de rechtspraak dit niet zo letterlijk te worden opgevat. Gerechtshof Den Bosch bijvoorbeeld verwoordt het in deze uitspraak als volgt:

Een gelijkwaardige rol betekent niet per definitie een 50/50 verdeling van de zorg- en opvoedtaken; het gaat er bij gelijkwaardigheid ook en vooral om dat beide ouders de ouderlijke verantwoordelijkheden op gelijk niveau dragen, met respect voor elkaars rol in het leven van het kind. Ouders dienen elkaar een volwaardige rol in het leven van het kind te gunnen en het kind en elkaar daarin te ondersteunen.

Rechtbank Amsterdam in deze uitspraak en Gerechtshof Amsterdam in deze uitspraak bijvoorbeeld stellen dat er ‘zoveel mogelijk’ recht aan moet worden gedaan:

Op grond van artikel 1:247 lid 4 BW heeft een kind recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide gezagsouders, ook na het uiteengaan van de ouders. Daarop kan een uitzondering worden gemaakt indien dit in het belang van het kind is. Het uitgangspunt van deze gelijkwaardigheid verzet zich dan ook niet tegen een door de rechter in het belang van het kind te geven vervangende toestemming voor een verhuizing van het kind met de ouder bij wie het zijn hoofdverblijfplaats heeft. Wel zal de rechter bij zijn beoordeling van een verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing van het kind erop moeten toezien dat ook in de situatie die na de verhuizing van het kind zal ontstaan, aan voornoemde gelijkwaardigheid zoveel mogelijk recht wordt gedaan.

De wettelijke bepaling is dus geen hard criterium, wat helaas ook voor veel discussie zorgt. De rechter heeft wel de taak om zover als mogelijk te voldoen aan deze stelregel.

Tot slot, hoewel dit artikel op het eerste gezicht over het recht van het kind lijkt te gaan, liggen hierin dus ook volgens rechtspraak plichten (lees ook: ouderschapsnormen) voor ouders besloten, namelijk: respect, gunnen en ondersteunen. In hoeverre daarvan sprake is, is dus ook wat getoetst dient te worden en daartoe moet nauwkeurig worden gekeken naar (de grondslagen van) de inter-ouderdynamiek.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Meest recente opinie

Zoek in de kennisbank