Wat is MASIC-NL?

Bijgewerkt: 19 april 2026
MASIC-NL is een interviewprotocol dat op gestructureerde wijze vragen stelt over de aanwezigheid van ex-partnergeweld tijdens en na de relatie. Er worden specifieke vormen van geweld uitgevraagd. Voor zover aanwezig wordt dit gekoppeld aan bronnen die de interviewende organisatie (zoals Veilig Thuis) als objectief beschouwt en ‘nodig acht’ voor de beoordeling.

Dit is de MASIC-NL

1. Oorsprong en doel van de MASIC-1

MASIC-1 is van oorsprong een vragenlijst of ‘instrument’ dat uitsluitend voor de mediationpraktijk is ontwikkeld, met het doel in een vroege fase onbemiddelbare situaties uit te filteren (bekijk het origineel). Het had op geen enkele wijze als doel om de waarheid van de door de ex-partners ingenomen standpunten te verifiëren.

2. Uitbreiding naar MASIC-NL: een quasi-forensisch instrument

Zoals uit het inleidende stukje evenwel volgt is dat standpunt inmiddels verlaten. Dit heeft geresulteerd in een MASIC-NL-lijst met 90 vragen in 4 secties t.w. Sectie 1 (30 vragen): Context. Sectie 2 (45 vragen): Geweldspatronen Sectie 3 (8 vragen): Acute veiligheid. Sectie 4 (7 vragen): Slotvragen. De NL-lijst is dus aanzienlijk uitgebreid ten opzichte van het oorspronkelijke model van 29 vragen. Dit samenstel heeft MASIC-NL tot een quasi-forensisch instrument gemaakt, hetgeen de basis is van een ander belangrijk kritiekpunt op de MASIC-NL.

3. Beoordeling en erkenning van geweld: de praktijk

Onderdeel van de vragenset is niet slechts of, in welke vorm en wanneer bepaald geweld heeft plaatsgevonden, maar ook of dit in de afgelopen 12 maanden heeft plaatsgevonden en in welke frequentie. Dat ouders geweld rapporteren leidt er echter niet automatisch toe dat dit ook als zodanig zal worden (h)erkend. De focus op de afgelopen 12 maanden kan ertoe leiden dat geweld als minder actueel wordt geduid, terwijl het geweld bijvoorbeeld kan zijn overgegaan in subtieler minder frequent geweld tegen de achtergrond van een reeds getraumatiseerd slachtoffer.

4. Gebrek aan transparantie en methodologische kritiek

Volgens de beschrijvingen op diverse websites die gaan over de MASIC-NL wordt bijvoorbeeld gesteld dat de verstrekte informatie ‘voor zover nodig’ wordt gecheckt met ‘objectieve bronnen’. Jij als persoon weet echter niet welke objectieve bronnen dit zijn, laat staan wat wordt verstaan onder ‘voor zover nodig’. Onduidelijkheid hierover ligt aan de basis van één van de grote kritiekpunten op MASIC-NL.

5. Proces, aansprakelijkheid en gebrek aan specialisatie

Het is degene die het uiteindelijke rapport met conclusies opstelt die bepaalt of gemeld geweld ook tot de vastlegging als ‘geweld’ in het rapport leidt. Het komt zelfs voor dat de onderzoeker voor de zitting wordt uitgenodigd om haar/zijn mening te laten horen, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. Het is heel lastig om verweer te voeren op mondeling ingenomen standpunten. Ook is onduidelijk waarom niet slechts BIG-geregistreerde forensisch psychologen zo een interview mogen afnemen.

6. Afschuiven van verantwoordelijkheid

Blijkens het discours op LinkedIn, waarin ook auteurs/promotors/trainers van MASIC-NL deelnemen, worden ‘onjuiste conclusies/uitkomsten’ nadrukkelijk van de hand gewezen als zijnde ‘een fundamenteel probleem van het model’. Het model zou ‘zo goed zijn als degene die ermee werkt’. O.i. is dit onacceptabel. Vooral omdat het model ogenschijnlijk onvoldoende waarborgen biedt op dit vlak.

7. Conclusie: Kritiek en de roep om hervorming

Zoals hierboven al diverse malen aangestipt is er dus kritiek op de MASIC-NL. Deze komt zowel vanuit methodologische als juridische hoek (Fiduon en de rechtspraak in onder meer deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en deze uitspraak van Rechtbank Amsterdam). Meer over deze kritiek kun je hier lezen op de website, alsmede in deze discussie op Linkedin. Het blijft echter niet bij kritiek. In deel 3 van de opiniereeks over MASIC-NL worden voorstellen gedaan voor hervorming van het instrument.

Wil je hier dieper induiken, dan is een goed startpunt de V&A: MASIC; zal ik dat doen? Samengevat is het van groot belang wel of niet deelnemen aan de MASIC een afgewogen keuze is. Kies je ervoor om wel de MASIC te doen, doe dan ook mee met de onafhankelijke evaluatie.

MASIC in de rechtspraak

Hierna is een selectie van recente uitspraken weergegeven waarin de MASIC figureert. Bij elke zaak is een korte casusbeschrijving toegevoegd. Daarnaast wat de rechter heeft beslist of welk gewicht de rechter aan de MASIC toekent. Dit overzicht wordt nog aangevuld. MASIC verscheen voor het eerst in 2021 in de gepubliceerde rechtspraak.

Stichting Jeugdbescherming Brabant vroeg bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee jonge kinderen van ongeveer 4 en 2 jaar. De rechter vindt dat de ontwikkelingszorgen nog niet genoeg zijn afgenomen, vooral omdat de ouders slecht communiceren en hulp nog maar kort loopt. De moeder vertrouwt de uitkomst van de MASIC niet, omdat zij vanuit het verleden angst en trauma ervaart en zich zorgen blijft maken over de veiligheid bij de vader. Ook is er nog geen contact tussen de jongste en de vader, terwijl bij de oudste nog moet worden onderzocht hoe het contact veilig kan worden uitgebreid. Daarom verlengt de rechter de ondertoezichtstelling met een jaar, van 10 maart 2026 tot 10 maart 2027.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt dat de moeder de uitkomsten niet vertrouwt, maar toetst nauwelijks concreet waarop haar blijvende zorgen nog wel of niet steunen. De rechter kiest vooral voor voortzetting van hulp, terwijl meetbare resultaten, duidelijke voorwaarden en een scherp tijdpad voor herstel van vertrouwen ontbreken. De vader toont bereidheid mee te werken, maar de rechter spreekt niet duidelijk uit wat de moeder minimaal moet accepteren als onderzoeken geen risico tonen. De moeder blijft zo tussen angst en voortgang hangen, terwijl het kind juist baat heeft bij helderheid en voorspelbaarheid, wie doorbreekt dat patroon?
De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om een meisje van ongeveer 2,5 jaar onder toezicht te laten stellen. Sinds haar geboorte is er veel ruzie, politie-inzet en geen stabiele omgang met de vader; de moeder is bang voor de vader en er zijn meldingen van stalking en bedreigingen. Vrijwillige hulp is eerder vastgelopen, vooral door de opstelling van de vader, en de ouders kunnen samen geen afspraken maken over het kind. De kinderrechter vindt dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en stelt haar voor negen maanden onder toezicht van Jeugdbescherming Brabant, met inzet van MASIC en begeleide omgang. Doelen zijn onder meer: rust rond het kind, veilig en onbelast contact met beide ouders en beter overleg tussen de ouders.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland waarbij een zorgregeling is bepaald waarin het kind de helft van de tijd bij elke ouder verblijft. Zij wil terug naar de eerdere, beperktere regeling bij de vader en beroept zich onder meer op een MASIC-interview waarin partnergeweld en dwingende controle zouden blijken.

Het hof neemt de MASIC-conclusies niet over, omdat het verslag volgens de opsteller alleen voor hulpverlening bedoeld is, geen concrete voorbeelden bevat en slechts haar eenzijdige relaas weergeeft. Uit het dossier, inclusief schoolinformatie en eerdere raadsonderzoeken, ziet het hof geen aanwijzingen dat de vader minder goed of onveilig opvoedt dan de moeder, en het kind ontwikkelt zich juist positief onder de huidige regeling. Het hof laat daarom de 50/50-regeling in stand en compenseert de proceskosten.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Zie het standpunt op Linkedin over deze uitspraak en vergelijkbare uitspraken.

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Den Haag en vraagt om eenhoofdig gezag, geen contact tussen de vader en het kind, en toestemming voor school en behandeling. De vader ontkent structureel geweld, vraagt om ruime zorgregeling, terugverhuizing naar zijn woonplaats en een uitgebreide informatieplicht van de moeder.

De rechter acht de feiten rond mogelijk huiselijk geweld en dwingende controle nog onduidelijk en laat de Raad voor de Kinderbescherming met de MASIC (of vergelijkbaar instrument) het geweldspatroon en de risico’s onderzoeken. Tot die tijd blijft het kind bij de moeder, kan contact met de vader alleen voorzichtig en begeleid worden opgestart via hulpverlening, en krijgt de moeder vervangende toestemming voor inschrijving op school en voor psychologische behandeling.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Een uitgebreidere opinie over deze uitspraak volgt.

Een vader start een procedure bij de rechtbank Amsterdam om gezamenlijk gezag te krijgen en een ruime omgangsregeling met het kind vast te leggen. De moeder verzet zich, stelt dat sprake is van intieme terreur en wil dat omgang wordt ontzegd of slechts heel beperkt en gefaseerd wordt opgebouwd na onderzoek.

De rechter vindt de feiten over de veiligheid en de gezinssituatie nog te onduidelijk om nu keuzes te maken over gezag en contact. De Raad voor de Kinderbescherming moet daarom uitgebreid onderzoek doen naar veiligheid, gezag, omgang en mogelijke intieme terreur, waarna pas later een inhoudelijke beslissing volgt.

Specifiek over de MASIC overweegt de rechtbank het volgende:

Daartegenover heeft de moeder aangevoerd dat sprake is van intieme terreur en dwingende controle. Zij overlegt daartoe tezamen met enige andere stukken onder andere ook een enkelzijdig uitgevoerde MASIC-onderzoeksrapportage (alleen moeder zou zijn gehoord daarin) van Nova Ordine. (….) Wel geeft het aanleveren van de stukken de rechtbank reeds nu al aanleiding tot het maken van enige opmerkingen over de aangeleverde enkelzijdige MASIC-rapportage. Nog los van het gegeven dat de aangeleverde rapportage in vrij algemene weinig feitelijk concreet op de onderhavige situatie verifieerbare informatie ter onderbouwing van de rapportage oplevert, maakt dat de rechtbank een dergelijke rapportage, waarbij vader geen gelegenheid is geboden om weerwoord te geven op wat er van de zijde van moeder is gesteld slechts kan gebruiken als een signaal dat er mogelijk iets aan de hand is. Hoewel het wellicht wetenschappelijk verantwoord kan zijn om een dergelijke rapportage enkelzijdig af te nemen, acht de rechtbank een dergelijke rapportage alleen wegens strijd met het beginsel van hoor en wederhoor niet geschikt om op basis daarvan op de verzoeken te beslissen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Deze beslissing verwoordt één aspect van onze kritiek op de MASIC.

Twee ouders procederen over de omgang met en het gezag over hun drie kinderen. De moeder stelt dat er huiselijk geweld en dwang in de relatie heeft plaatsgevonden, waardoor zij en de kinderen getraumatiseerd zijn en nu in behandeling zijn. De vader betwist dit en wil het gezamenlijk gezag en omgang (eventueel begeleid) voortzetten.

De rechtbank kan de toedracht van het gestelde geweld nu niet vaststellen en schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in om met de MASIC-methode (of vergelijkbaar) onderzoek te doen naar (ex-)partnergeweld en de gevolgen voor gezag en omgang. Totdat dit onderzoek is afgerond, worden beslissingen over gezag en omgang aangehouden en komt er geen vaste omgangsregeling, tenzij de hulpverlening tussentijds veilig contact mogelijk acht.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Deze beschikking zet de MASIC centraal als route naar duidelijkheid over de vraag of er sprake is geweest van (ex-)partnergeweld en dwingende controle, en  ook als belangrijke schakel voor toekomstige beslissingen over gezag en omgang.

Tegelijk wordt gedurende het onderzoek geen voorlopige zorgregeling vastgesteld, met als effect dat het contact tussen vader en kinderen feitelijk stilligt totdat het raadsrapport er is, tenzij de behandelaren van de kinderen op eigen initiatief ruimte zien. Daarmee verschuift de regie over contactherstel van de rechter naar de hulpverlening, terwijl de procedurele kernvraag, wat in de tussentijd noodzakelijk en proportioneel is, niet expliciet wordt uitgewerkt. In de praktijk kan hiervan ook druk uitgaan: wie niet (volledig) meewerkt aan het MASIC-traject, loopt het risico dat het contact langdurig uitblijft. Deze handelswijze toont hoe noodzakelijk het is dat de rechtsbescherming rondom dit soort instrumenten wordt gewaarborgd.

MASIC is een gestructureerde screening en ordening van verklaringen, geen forensisch instrument dat waarheid kan vaststellen. Als de uitkomst zo zwaar gaat meewegen, zijn strakke waarborgen nodig tegen tunnelvisie en eenzijdige framing, en voor effectieve tegenspraak en bronverificatie. In art. 8 EVRM-termen vraagt dit om een concretere routekaart: duidelijke criteria voor tijdelijke beperkingen, een minimale contactoptie waar dat veilig kan (bijvoorbeeld begeleid en gefaseerd), en vaste evaluatiemomenten tijdens het onderzoekstraject.

Een vader ziet zijn kind niet. Hij start een procedure. Daarin wordt besloten dat de omgang moet worden hervat. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. De moeder is het hiermee niet eens en komt in hoger beroep van die beslissing.

De raad adviseer dat ouders zich bij een hulpverleningsinstantie zoals Jarabee melden. Jarabee kan eventueel MASIC inzetten, aldus de raad, en kijken of en op welke wijze begeleide omgang mogelijk is. Tijdens de begeleide omgang kan geobserveerd worden hoe de vader met [minderjarige] omgaat en hoe hij invulling geeft aan zijn vaderrol.

Het hof neemt dit advies over en vraagt de raad om onderzoek te doen en uiterlijk een half jaar later te rapporteren.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Er is enorm veel aan te merken op deze uitspraak:

  1. Het hof verzuimt om de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking te schorsen.
  2. De raad maakt hervatting omgang afhankelijk van hulp door een organisatie als Jarabee. Hiervan weet zij dat er wachtlijsten zijn die maanden beslaan. Jarabee kan bovendien niet starten als niet beide ouders toestemming geven. Het hof neemt dit advies over echter neemt het niet op in het dictum. Wat deze uitspraak toont is een vorm van rechterlijke drang.
  3. Van Jarabee kan bovendien niet worden verlangd dat zij een standpunt inneemt over (on)veiligheid omdat zij niet aan waarheidsvinding doet, laat staan dat risico wil lopen én niet achter de voordeur kan kijken.
  4. MASIC niet geschikt is als diagnostisch/forensisch instrument omdat het primair uitgaat van wat ouders zeggen en er wederom…. geen waarheidsvinding wordt gedaan.
  5. Het hof motiveert niet waarom het voortzetten van de inbreuk in het recht op familieleven van het kind (artikel 8-1 EVRM) hier gerechtvaardigd/proportioneel is. Het op deze wijze afhankelijk maken van een herstel van omgang van de uitkomsten van eventueel te starten hulpverlening is in strijd met bijv. EHRM LD vs Polen.

Een moeder verhuist zonder (vervangende) toestemming vooraf naar een andere stad en neemt haar kind daarbij mee. Het heeft er onder meer toe geleid dat het kind en de vader elkaar 5 maanden niet hebben gezien. Het hof wijst net als de rechtbank eerder het verzoek tot vervangende toestemming van de moeder af. Tijdens de procedure evenwel openbaar dat de moeder een eenzijdig MASIC-interview heeft laten afnemen door veiligheidsexpert van het Sociaal Team in de woonplaats waar zij naartoe is verhuisd. Hierna is de integrale overweging van het gerechtshof opgenomen:

De moeder heeft een MASIC-interview overgelegd om aan te tonen dat sprake was van geweld in de relationele sfeer. Het interview is afgenomen door de heer [naam1] , veiligheidsexpert bij het Sociaal Team [woonplaats1] . Op grond van dit interview concludeert hij dat de moeder slachtoffer is van relationele mishandeling en dat een verhuizing naar [woonplaats2] een directe bedreiging vormt voor de veiligheid en het welzijn van de moeder en [de minderjarige] . De vader betwist dit. Het hof constateert dat de rapportage alleen is gebaseerd op het interview met de moeder. De vader is geen onderdeel geweest van de rapportage en is niet geïnterviewd. Een MASIC-interview is oorspronkelijk bedoeld voor mediators om de geschiktheid van mediation vast te kunnen stellen. Op basis van niets anders dan dit interview van de moeder kan niet zomaar worden aangenomen dat sprake is geweest van geweld in de relationele sfeer. Daarvoor is meer feitenonderzoek nodig. Dat feitenonderzoek is door de moeder of door haar hulpverlener niet gedaan of in gang gezet. Bovendien is de vader niet bevraagd. Het enige vaststaande feit tussen de ouders is dat de moeder de vader heeft bedreigd.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Zoals ook uit de hierna gepubliceerde beschikking van hetzelfde hof blijkt is er geen interne overeenstemming over de MASIC. Deze uitspraak van het hof adresseert een cruciaal punt, namelijk het gebrek aan inhoudelijke kwaliteit van de MASIC-protocollen en procedures die kunnen leiden tot misbruik van MASIC door systeem-triangulatie. Er kan o.i. geen moment meer gewacht worden met methodieken die wél de forensische toets kunnen doorstaan.

Een vader start een procedure bij de rechtbank Limburg om samen met de moeder het gezag te krijgen en een vaste zorgregeling met de kinderen af te spreken. De Raad voor de Kinderbescherming wil eerst met een MASIC-onderzoek en een ondertoezichtstelling meer duidelijkheid krijgen over mogelijk huiselijk geweld en dynamieken van dwingende controle. De vader weigert echter mee te werken aan de MASIC, waardoor de Raad geen helder beeld van eventuele intieme terreur kan schetsen.

De rechtbank beslist desondanks nu al: de ouders krijgen samen gezag en de GI moet, zonder eerst een MASIC te doen, toewerken naar een reguliere weekendregeling en gedeelde vakanties. De rechter kiest er bewust voor om niet langer te focussen op het (niet uitgevoerde) MASIC-onderzoek, maar op het herstellen van contact nu en in de toekomst.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Niet meewerken aan een MASIC leidt tot een vorm van dwang door de Raad voor de Kinderbescherming. Lees de opinie over deze uitspraak op Linkedin.

Een moeder ontvoert haar kind vanuit Polen naar Nederland. De ouders woonden met het kind in Polen. De vader start een procedure voor teruggeleiding naar Polen. De vordering wordt toegewezen. De moeder is het hiermee niet eens en gaat in hoger beroep. Bij de moeder wordt een MASIC afgenomen. Daarin wordt door de moeder samengevat gesteld dat haar kind en zij slachtoffer zijn van dwingende controle.

De essentie van de uitspraak voor wat betreft MASIC volgt uit r.o. 5.19. Daarom is deze integraal opgenomen:

Moviera heeft aangegeven dat de MASIC (hof: Mediator’s Assessment of Safety Issues and Concerns) het beste tot zijn recht komt wanneer deze bij beide ouders apart wordt afgenomen en dat in het onderhavige geval de uitkomsten met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd omdat de MASIC uitsluitend bij de moeder is afgenomen. Moviera wijst erop dat de factsheet is gebaseerd op de informatie vanuit (uitsluitend) de moeder. Ook de raad heeft ter zitting aangegeven om die reden geen conclusies aan de informatie van Moviera te verbinden. Gelet op voormelde kanttekening van Moviera bij de afgenomen MASIC is naar het oordeel van het hof de door de moeder gestelde dwingende controle in de onderhavige procedure niet komen vast te staan.

De uitspraak wordt bekrachtigd.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Niet meewerken aan een MASIC leidt tot een onbetrouwbaar/niet-evenwichtig beeld van de situatie. Omdat kennelijk ook niet anderszins is komen vast te staan dat het gedrag van de vader zo schadelijk is als de moeder stelt, kan het hof feitelijk niets anders dan de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.

Een casus waarin er veelvuldig en gedocumenteerd huiselijk geweld is gepleegd door de vader, jegens de moeder. Het gedrag van de vader wordt als zorgelijk bestempeld door het hof. De kinderen staan onder toezicht. De GI wil graag dat de MASIC wordt afgenomen, echter deze vindt niet plaats. Wel wordt er een ARIJ-veiligheidschecklijst ingevuld. De uitkomst van de veiligheidstaxatie geeft aan dat er acute kindonveiligheid is (acute dreiging van fysieke mishandeling van het kind en acute dreiging van ernstig huiselijk geweld waarbij een kind aanwezig is). De uitkomst van de risicotaxatie geeft aan dat het risico op toekomstig kindonveiligheid groot is (8 dynamische risicofactoren en 3 statische risicofactoren).

Een en ander leidt ertoe dat het gerechtshof het gezag van de vader beëindigt. Het gedrag van de vader is evenwel onvoldoende voor het compleet staken van de omgang en het hof stelt een regeling vast waarbij de kinderen eenmaal per 14 dagen een weekend bij de vader zullen verblijven conform het verzoek van de moeder (die tevens had verzocht dat de kinderen de helft van de vakanties bij de vader zouden verblijven).

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat opvalt is dat de uitkomst van de ARIJ en de verzoeken van de moeder niet te vereenzelvigen lijken.

Twee kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd vanwege de conflictueuze situatie tussen de ouders. De moeder beschuldigt de vader samengevat van intieme terreur en dwingende controle. De vader ontkent dit. De rechter is van mening dat er zicht moet komen of er sprake is van intieme terreur. Daarbij wordt in de beschikking een tweesporenbeleid uitgezet, wanneer er wel en wanneer er  geen sprake is van intieme terreur. De rechter geeft het nu in handen van de Gecertificeerde Instelling om dit onderzoek uit te voeren.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Er zijn een aantal zaken die opvallen:

  • het GIA dat betrokken is, baseert zich volgens de rechter uitsluitend op de standpunten van moeder. Anders gezegd; er ligt geen objectief bewijs waaruit blijkt dat de vader de ernstige gedragingen heeft gedaan, waarvan de moeder hem beticht.
  • Volgens de rechter hadden zowel de GIA als de Raad voor de Kinderbescherming de MASIC kennelijk moeten kunnen afnemen. Dan zou er volgens de rechter duidelijkheid zijn ontstaan.
  • Hetgeen vooral in de uitspraak opvalt is dat de rechter de doelen niet neutraal formuleert. Er is nog geen onderzoek verricht, evenwel staat dus wél centraal dat intieme terreur door de vader en dus kennelijk niet door de moeder moet worden onderzocht. Onderzoek is onderzoek. Alle gedragingen dienen te worden onderzocht, en gespiegeld te worden aan de plichten voor beide ouders die voortvloeien uit boek 1 BW.

Een vader verzoekt in kort geding een opbouwende omgangsregeling met zijn kind van inmiddels 3 jaar. Vader stelt reeds geruime tijd te werken aan opbouw van contact. Dit is echter gestagneerd omdat moeder niet wil meewerken aan onbegeleide omgang. Als reden daarvoor voert moeder aan dat er sprake is geweest van huiselijk geweld.

De voorzieningenrechter stelt dat een kort geding zich niet leent voor een situatie als dit. Wel acht de rechter het van groot belang dat de raad een risicotaxatie uitvoert/laat uitvoeren (‘bij voorkeur een MASIC-analyse’) wat de raad stelt te kunnen doen. Ook verzoekt de rechter de raad om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een (begeleide) omgangsregeling en of gezamenlijk gezag in het belang van het kind is.

Rechter stelt regeling vast voor wekelijks videocontact tussen het kind en de vader en tevens een frequente informatieregeling.

Volledige uitspraak

Drie kinderen staan onder toezicht. De rechter geeft de betrokken gecertificeerde instelling de opdracht om een MASIC en NICHD onderzoek te laten uitvoeren. De onderzoekster wordt eveneens uitgenodigd voor de zitting. De moeder is het niet eens met de uitkomsten dat er geen sprake is van intieme terreur door de vader, bijvoorbeeld gekenmerkt doordat de onderzoekster onvoldoende bewijs heeft gezien van het beperken van de autonomie en het vergroten van de afhankelijkheid van de moeder door de vader. Wel zijn er zorgen over de moeder: Hierover overweegt de rechtbank o.m.:

Dat komt door de zorgen die de rechtbank heeft over de emotionele veiligheid van de kinderen bij de moeder. Die onveiligheid is het gevolg van de manier waarop de moeder zich tijdens de scheiding heeft opgesteld, en ook nu nog opstelt naar de kinderen. Uit het verslag van de onderzoeker, maar ook uit de verslagen van Dynamiek Jeugd, leidt de rechtbank af dat de moeder de kinderen te weinig ruimte geeft om een eigen, onbelaste relatie met hun vader op te bouwen. De kinderen zijn pleasend of snel getriggerd en agressief, omdat ze te weinig gestimuleerd worden hun gevoel uit te spreken en eerlijk te zijn. Bovendien zijn er signalen die duiden op parentificatie: de kinderen zorgen soms voor de moeder, in plaats van andersom. Daarnaast lukt het de moeder onvoldoende om de kinderen te begrenzen, terwijl de kinderen die grenzen wel nodig hebben. De rechtbank maakt zich grote zorgen over de manier waarop de kinderen zich momenteel ontwikkelen bij de moeder en over de interactie tussen de moeder en de kinderen, maar ook tussen de kinderen en andere volwassenen.

Het leidt ertoe dat het hoofdverblijf van twee van de kinderen bij de vader wordt bepaald.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het volgende valt op in de uitspraak:

  • De Factsheet Intieme Terreur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt aangehaald. Deze heeft de onderzoekster gebruikt. De rechtbank merkt hierover op: “De kenmerken die in deze zaak geen rol spelen zijn: honeymoonfase versnellen en isoleren, activiteiten volgen en digitale terreur, jaloezie en chantage en seksuele dwang. De kenmerken die mogelijk wel aan de orde zijn, betreffen autonomie beperken / ontzeggen en afhankelijkheid vergroten, psychologische manipulatie (gaslighting), uitschelden, vernederen en bekritiseren, kinderen tegen de partner opzetten (parental alienation), derden gebruiken of opzetten tegen de partner en misleiding, en dreiging met suïcide of bedreigen kinderen of huisdieren. De rechtbank zal deze kenmerken bespreken.”
  • Er lijkt een discrepantie te bestaan tussen hoe de onderzoekster de situatie beoordeelt qua oudervervreemding. Ze stelt dat er vermoedens zijn dat dit in lichte vorm heeft gespeeld van de moeder naar de vader, maar dat dit nu niet meer aan de orde is gelet op de zorgregeling. De rechtbank gaat hier evenwel in het dictum aan voorbij door het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen. Wat dit standpunt o.i. verder miskent is dat het enkele feit dat omgang wordt nageleefd niet betekent dat oudervervreemding de kinderen niet ernstig in de ontwikkeling bedreigt, hetgeen de rechtbank kennelijk doorslaggevend heeft geacht.

Inzichten uit de rechtspraak

De volgende inzichten zijn te destilleren uit de gepubliceerde rechtspraak;

  • In diverse uitspraken is door één partij aan de rechter verzocht om de andere ouder te verplichten om aan een MASIC deel te nemen. Dit verzoek is nog nooit gehonoreerd.
  • Het niet ‘vrijwillig’ (in een dwangkader) aan een MASIC deelnemen kan tot rechterlijke drang/dwang leiden waarbij iets dat de ‘weigerachtige ouder’ voor het kind wenst (bijvoorbeeld uitbreiding omgang of gedeeld ouderlijk gezag) wordt tegengehouden.
  • Soms wordt MASIC bij slechts één ouder afgenomen. Zowel de raad als de rechtspraak zijn in die gevallen van mening dat er dan geen conclusies aan kunnen worden verbonden.
  • Wanneer de MASIC-conclusie ‘rode vlaggen’ of juist ‘geen rode vlaggen’ toont, dan kennen rechters daar veelal aanzienlijk gewicht aan toe, zelfs bepalend voor bijvoorbeeld de koers van een betrokken Gecertificeerde Instelling.
  • In niet elke situatie gaat de rechter mee in een geschetst beeld dat een MASIC voorwaarde is voor iets. Het kan ook zijn dat de rechter zich reeds voldoende voorgelicht acht op basis van andere informatie of dat de rechter doorziet dat de ouder die dit wil ‘andere motieven’ heeft, waarbij je kunt denken aan een poging tot systeem-triangulatie.
  • Het komt voor dat de onderzoeker/ster ter zitting aanwezig is en het woord mag voeren. Dit ondermijnt rechtsbescherming, omdat je je niet kunt voorbereiden op hetgeen die persoon zegt en/of mogelijk niet voldoende tijd krijgt voor een goed verweer.
  • Het brede beeld ontstaat dat MASIC vooral wordt ingezet om geweld door mannen in kaart te brengen/uit te sluiten. Dit volgt uit de wijze van weging van het geweld in de beschikkingen.
  • Er lijkt een bias te zijn dat (psychisch) geweld door vrouwen door onderzoekers/sters minder wordt gewogen/prioriteit heeft. Deze bias strekt zich ook uit tot in de rechtszaal, hoewel een enkele rechter wél scherp blijft, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

De huidige toepassing van MASIC-NL die geen forensische waarborgen heeft is o.i. juridisch zeer zorgelijk vanwege meerdere redenen w.o.: belang van het kind, non-discriminatie en rechtsbescherming. Daarom geldt: “bezint eer ge begint” en lees: MASIC; zal ik dat doen? (Tip: ga er even voor zitten).

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Meest recente opinie

Zoek in de kennisbank