Wat kan de rechter ambtshalve beslissen?
Bijgewerkt: 6 januari 2026
De familierechter heeft in zaken betreffende levensonderhoud, erkenning, gezag(s) aangelegenheden, hoofdverblijf en omgang diverse bevoegdheden om zelf beslissingen te nemen die bijdragen aan een effectieve procedure en een goede uitkomst bezien vanuit het kind. Hierna zijn beknopt enkele van die bevoegdheden beschreven. In algemene zin zijn we van mening dat rechters vaker gebruik zouden moeten maken van deze bevoegdheden.
Mogelijkheden voor rechtshandelingen die de rechter ambtshalve kan (laten) verrichten
De hierna genoemde bevoegdheden zijn nadrukkelijk niet alle ambtshalve bevoegdheden, doch slechts die met enige regelmaat voorkomen rondom vechtscheidingen.
Boek 1 BW:
- Het benoemen van een bijzondere curator (artikel 1:250 lid 1 BW) of het ontslaan daarvan (artikel 1:385 lid 1 sub d BW).
- Het ambtshalve aanhouden een verzoekschriftprocedure over omgang, gezag, hoofdverblijf, informatie- en consultatie in afwachting van het aanleveren door ouders van een ouderschapsplan (artikel 1:253a lid 3 BW) en het eventueel opleggen van een dwangmiddel daartoe of het ten uitvoer leggen van een deel van een beslissing (artikel 1:253a lid 5 BW).
- Het bij het overlijden van een ouder met het eenhoofdig gezag toewijzen van het ouderlijk gezag aan een ander (artikel 1:253g lid 2 BW).
- Het beëindigen van de informatieplicht en de consultatieplicht (artikel 1:377b lid 2 BW) indien dat in het belang van het kind is.
- Het geven van een beslissing over omgang en informatie- en consulatie als een kind van 12 jaar of ouder blijk geeft dat deze hier prijs op stelt (artikel 1:377g BW).
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Het ambtshalve een gevolgtrekking verbinden aan het ‘naar het idee van de rechter’ niet voldoen aan de plicht om de feiten volledig en naar waarheid naar voren te brengen (artikel 21 Rv).
- Het bevelen van een mondelinge behandeling (artikel 87 lid 1 Rv).
- Het ambtshalve bevelen van een getuigenverhoor (artikel 166 lid 1 Rv).
- Het beëindigen van een gijzeling (artikel 173 lid 3 BW). Komt in de praktijk meestal voor i.s.m. alimentatiekwesties.
- Het bevelen van een verhoor of een bericht van een deskundige (artikel 186 lid 1 Rv) of het bevelen van een nadere toelichting tijdens een mondelinge behandeling (lid 5). Dit geldt ook voor deskundigen de partijen aanvoeren en die niet door de rechter zijn benoemd (artikel 192 lid 4 Rv).
- Het voegen van zaken die tussen twee dezelfde partijen worden gevoerd indien deze met elkaar samenhangen (artikel 222 lid 1 Rv).
- Een partij ambtshalve in de proceskosten veroordelen indien de kosten nodeloos werden veroorzaakt (artikel 237 lid 1 Rv).
- Het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een vonnis in kort geding (artikel 258 Rv).
- Het matigen van gevorderde proceskosten of buitengerechtelijke kosten (artikel 242 Rv).
- Het stellen van rechtsvragen aan de Hoge Raad (artikel 392 lid 1 Rv) en de zaak in afwachting van een uitspraak door de Hoge Raad aanhouden (lid 6).
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
