← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Jeugdbescherming/Wat mag ik van de gezinsvoogd verwachten?

Wat mag ik van de gezinsvoogd verwachten?

Bijgewerkt: 6 januari 2026
De prestatie die een Gecertificeerde Instelling (GI) en specifiek de gezinsvoogd moet ‘leveren’ volgt enerzijds uit de OTS-beschikking van de rechter. Anderzijds wordt het beheerst door artikel 1:262 BW, en de bepalingen uit de Jeugdwet en uit diverse professionele gedragsregels.  

Voldoen aan de opdracht van de rechter en aan de taakstelling die de wet aan de GI geeft

Rechterlijke OTS-beschikkingen bij vechtscheidingen zien er globaal zo uit. NB: Deze wijze van toetsing volgt rechtstreeks uit art. 1:255-1 BW.

Artikel 1:255 lid 1 BW:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen.

  1. Ontwikkelingsbedreiging 1: Ex-partnerstrijd (veelal ook over de as van het kind).
  2. Ontwikkelingsbedreiging 2: Weerstandsgedrag bij een kind naar één van beide ouders en/of kind-eigen problematiek, zoals ten aanzien van de gehechtheidsontwikkeling aan (één van) beide ouders.
  3. Conclusie dat het niet te verwachten is dat hulp in het vrijwillig kader de situatie (binnen afzienbare tijd) zal verbeteren (en uitleg wat er al is geprobeerd).
  4. Conclusie dat met hulp in het gedwongen kader ouders wel in staat zullen zijn om de ontwikkelingsbedreigingen (genoemd onder 1 en 2) binnen een – gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn – weg te nemen en daarmee opnieuw invulling te geven aan de ouderschapsnorm van art. 1:247 lid 2 BW, de zgn. ‘optimale-ontwikkel-plicht’.
    Artikel 1:247 lid 2 BW:
    Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

De hulp dient dus een positief doel bezien vanuit het kind en richt zich op depolarisatie en normalisering van de situatie. De prestatie is ook beschreven in artikel 1:262 BW.

Artikel 1:262 BW:
1. De gecertificeerde instelling houdt toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouders of ouder hulp en steun worden geboden opdat de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige, bedoeld in artikel 255, vijfde lid, binnen de duur van de ondertoezichtstelling worden weggenomen. De inspanningen van de gecertificeerde instelling zijn erop gericht de ouders of de ouder zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen te laten dragen.
2. Indien het ontwikkelingsniveau van de minderjarige en diens bekwaamheid en behoefte zelfstandig te handelen en zijn leven naar eigen inzicht in te richten daartoe aanleiding geven, zijn de inspanningen van de gecertificeerde instelling dienovereenkomstig mede gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van de minderjarige.
3. De gecertificeerde instelling bevordert de gezinsband tussen de met het gezag belaste ouders of ouder en de minderjarige.

Er zijn samengevat een aantal kernwaarden:

  • De OTS dient om ouder(s) de hulp en steun te bieden om zelf (samen) de verzorging en opvoeding vorm te geven (lees: weer te voldoen de ‘optimale-ontwikkel-plicht’).
  • De OTS is gericht op het behoud van de (gezamenlijke) ouderlijke verantwoordelijkheid.
  • De GI heeft de plicht om de band tussen het kind en de ouder(s) te bevorderen, aldus o.m. deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland.
  • In die gevallen waarin de ontwikkeling naar zelfstandigheid van het kind (tweede lid, 1:262 BW) centraal staan, dient het (herstel van het) gezinsverband ook door de GI te worden bevorderd. Dit is slechts anders voor zover het belang van het kind daarmee wordt geschaad (lees: Wanneer ouders na hulp nog steeds niet voldoen aan 1:247 lid 2 BW. Dit zijn de situaties die uiteindelijk belanden in een uithuisplaatsing).

Voldoen aan de bepalingen in de jeugdwet en de beroepsnormen

De Jeugdwet stelt o.a. de volgende overkoepelende eis aan het handelen van de gezinsvoogd:

Artikel 4.1.1 Jw:
1.De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verlenen verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.
2.De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling organiseren zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en dragen zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp.(...)
3.De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard.
Deze norm van ‘goed hulpverlenerschap’ vormt de basis voor onder meer:

Voldoen aan termijnen

Tot slot heeft de gezinsvoogd de plicht om een verzoek voor verlenging van de OTS op tijd bij de rechtbank in te dienen, namelijk uiterlijk in de 8ste week voor de einddatum van de OTS. Ook de beslissing om de OTS niet te verlengen moet tijdig d.w.z. uiterlijk 2 maanden voor de einddatum worden gemeld aan de Raad voor de Kinderbescherming (artikel 1:265j lid 1 BW).

Een basis bieden voor bestendige veiligheid

Een praktijk die steeds meer tractie krijgt is dat GI’s richting het einde toewerken naar een zogenaamd borgingsplan of afsluitplan. Lees daarvoor de V&A: Wat is een borgingsplan of afsluitingsplan?

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Meest recente opinie

Zoek in de kennisbank