Leestijd: 4 minuten

Ouderverstoting. Eén van de onderwerpen binnen vechtscheidingen dat de meeste emoties losmaakt. Eind 2018 is een wetenschappelijke studie gepubliceerd waaruit volgt dat 1 op de 5 kinderen (op termijn) het contact met de uitwonende ouder verliest. Veelal is dit de vader.

Het verlies van dit contact kan globaal twee oorzaken hebben:

  • Situatie 1: Het projecteren van een negatief ouder-beeld door de andere ouder, dat op termijn door het kind wordt geïnternaliseerd.
  • Situatie 2: Eigen schadelijke gedragingen van de verstoten ouder. In dit geval is er in principe geen sprake van ouderverstoting.

Situatie 1: Schadelijke ouderlijke projectie, gevolgd door internalisatie (het eigen maken) door het kind

Het projecteren van eigen negatieve gevoelens in de band die het kind met de andere ouder heeft, wordt door velen gekwalificeerd als psychologische kindermishandeling. Wanneer een gezagdragend ouder zich schuldig maakt aan dit gedrag, dan gaat dit rechtstreeks in tegen opdracht die de wet aan gezagdragende ouders geeft.

Een gezagdragend ouder is namelijk verplicht de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Deze verplichting is opgenomen in artikel 1:247 lid 3 BW (lees ook ons blog over dit onderwerp). Gelukkig zien we steeds vaker in de rechtspraak dat het gedrag van een verstotende-ouder door rechters werkelijk wordt getoetst aan dit artikel. Het blijft desondanks belangrijk is om dit zelf steeds opnieuw onder de aandacht te brengen. Ook is het belangrijk om zelf wel consistent naar deze verplichting te blijven handelen. Wat er ook gebeurt.

Wanneer je wordt geconfronteerd met oudervreemding dan is omzichtig en consistent handelen belangrijk.

  1. Wees extra bewust van je eigen gedrag naar de andere ouder en tevens je kind. Geef je kind geen informatie dat de andere ouder zou kunnen misbruiken in een vervreemdingscampagne tegen jou.
  2. Houd zorgvuldig een administratie bij van de gedragingen van de ouder. Ook kun je bijhouden welk gedrag je kind naar jou toe laat zien, dat zijn oorsprong heeft in vervreemdingsgedrag van de andere ouder.
  3. Wanneer je (toenemend) negatief gedrag door je kind naar jezelf vaststelt en je komt er zelf niet meer uit, zoek dan hulp om zelf beter met dit gedrag naar je kind toe om te gaan. Zoek hulp bij bijvoorbeeld een pedagoog die gespecialiseerd is in ouderverstoting. Vraag hulp om je eigen gedrag zo goed mogelijk aan te passen zodat de schadelijke effecten van het vervreemdingsgedrag van de andere ouder bij je kind wordt tegengegaan.
  4. Tracht op een constructieve wijze het gesprek aan te gaan met de andere ouder over het gedrag dat je observeert. Zoek hierbij eventueel zelf hulp of stel gezamenlijke hulp voor jullie beiden voor. Leg alle reacties vast. Leg ook vast wanneer de andere ouder niet reageert.
  5. Wanneer de gedragingen van je kind of de andere ouder zeer zorgelijk zijn, meld deze dan zelf aan een hulpverleningsinstantie zoals ‘veilig thuis’. Verwacht hier echter niet teveel van wanneer er nog geen duidelijke kindsignalen zijn.
  6. Eén van de beste remedies tegen ouderverstoting is om met je kind frequent contact te hebben. Heb je nu slechts beperkt contact, bijvoorbeeld in de vorm van een weekendregeling, kijk of je je leven kunt aanpassen om meer zorgtijd te kunnen nemen. Besteed deze tijd dan ook werkelijk met je kind. Besteed het niet uit. Op deze wijze kan je kind zelf beter een eigen beeld vormen van jou als ouder. Verzet de andere ouder zich hiertegen, dan kan je een omgangswijziging in gang zetten.
  7. Wanneer de andere ouder het contact tussen jou en je kind niet bevordert, dan kan dit uiteindelijk ertoe leiden dat je voldoende gronden hebt om een gezagswijziging in gang te zetten. Ook kan dit dossier de basis zijn voor een verzoek tot (verdere) uitbreiding van de omgang of een wijziging van de hoofdverblijfplaats. In aanloop naar zo een beslissing kan de rechter eventueel bepalen dat je kind onder toezicht wordt gesteld.
  8. Neem zo vroeg mogelijk, uiteraard liefst direct na de geboorte van je kind, je zorgtaak en het werken aan de hechtingsband tussen je kind en jou zeer serieus.
  9. Als onvoldoende uit het dossier naar voren komt dat je een welwillende ouder bent, dan maakt dit een verzoek bij de rechter minder kansrijk. M.a.w. juridiseer niet te vroeg en richt jezelf op constructief gedrag.
  10. Schakel wel direct juridische hulp in wanneer je bijvoorbeeld vals wordt beschuldigd, wanneer er vals aangifte wordt gedaan, als de omgangsregeling stagneert of wanneer de andere ouder in het geheel niet meewerkt.

Situatie 2: Eigen schadelijke gedragingen van de verstoten ouder (geen ouderverstoting).

Bij Fiduon staan we niet alleen mensen bij die een welwillende ouder zijn, maar ook mensen die een welwillende ouder willen worden. Dit impliceert dat deze ouders in het verleden wellicht niet-welwillend zijn geweest, doch nu steeds met dit verleden worden geconfronteerd. Voor ons is belangrijk dat deze ouders werkelijk positief willen veranderen en daarbij hulp zoeken.

Ben je in het verleden niet-welwillend geweest of heeft er bijvoorbeeld een ‘incident’ plaatsgevonden? Houd er dan rekening mee dat een strafrechtelijk voorval (al dan niet geseponeerd) je in het familierecht nog zeer lang aangerekend kan en zal worden. Regelmatig lezen we gepubliceerde rechtszaken waarin dit speelt. Afgezien van de tips die we hierboven hebben opgesomd geldt voor jou dan nog het volgende:

  1. Wil niet te snel.
  2. Werk mee met hulpverlening.
  3. Toon inzicht in je gedraging en ga actief en aantoonbaar aan het werk om dit verleden voor jezelf te confronteren. Maak bijvoorbeeld een Persoonlijk Ontwikkelingsplan samen met een psycholoog en voer dit uit.
  4. Zorg dat alle doelen die voor jou worden geformuleerd door hulpverlening en rechtspraak zoveel mogelijk SMART gemaakt worden. Zorg dat je goed weet wat van jou wordt verwacht, werk daar aan en doe zelfs meer.

Wil je in actie komen?

Lees ook dit

Laatst bijgewerkt op: