← Terug
/ Kennisbank /Omgang/Omgang opstarten/Omgangsregeling met baby, dreumes of peuter?

Omgang baby, dreumes, peuter Special

Bijgewerkt: 6 maart 2026

Heb je een baby, dreumes of peuter (0 t/m 3 jaar), ga je uit elkaar en ontstaat er onenigheid om de verdeling van de zorg, dan werd tot 2020 het ‘eerder frequent dan lang’-criterium gehanteerd, veelal omgang zonder overnachtingen. Sinds 2020 is dit criterium vervallen en worden er (af en toe) ruimere omgangsregelingen vastgesteld.

Vóór 2020 werd aangenomen dat overnachten bij de secundaire ouder voor baby’s, dreumessen en peuters verstorend kond zijn voor de hechtingsrelatie met de primaire verzorger. Dit leidde ertoe dat op basis van het ‘eerder frequent dan lang’-criterium (EDFL) veelal een zeer beperkte zorgrol werd toegekend aan die ouder, hetgeen o.i. ook toen al in strijd was met de hechtingsleer.

Het huidige standpunt (sinds 2020, zie beleidsnotitie) is dat het voor een goede gehechtheidsrelatie met de ‘secundaire’ ouder (veelal vader of meemoeder) nodig is dat er langer contact is, met overnachtingen, aldus de Raad voor de Kinderbescherming in deze uitspraak. Het is een herzien standpunt dat inmiddels ook in diverse zaken navolging heeft gekregen zoals deze uitspraak van Gerechtshof Amsterdam. In deze zaak zond de raad een e-mail aan de rechtbank inhoudende dat: “overnachtingen – ook bij zeer jonge kinderen – mogelijk is en een positief effect heeft op de hechting”. Inmiddels heeft dit gewijzigde beleid ook al navolging gekregen bij in bijvoorbeeld deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem Leeuwarden.

De rechtspraak heeft in 2023 een herziene versie uitgebracht van het oorspronkelijk in 2010 verschenen Research memorandum: Beslissingen over kinderen
in problematische opvoedingssituaties waarop het ‘eerder frequent dan lang’-criterium was gebaseerd. Het document is echter weinig specifiek en geeft op pag. 21 ev slechts ‘3 richtinggevende pricipes’.

Overigens maken we ons blijvend zorgen over de praktijk dat de hoofdverblijfouders uit de wind worden gehouden als blijkt dat uitbreiding van het contact tussen het kind en de andere ouder, de hoofdverblijfouder ‘instabiel’ zou maken en dat daarmee het belang van het kind zou worden geschaad. Ook dit type denkbeelden moeten worden doorbroken.

Verdiep je in de basis van de hechtingsleer volgens Kelly en Lamb

Mocht je weerstand ondervinden in het verkrijgen/opbouwen van een kwalitatief hoogwaardige omgang met je kind, dan is “Using Child Development Research to Make Appropriate Custody and Access Decisions for Young Children” van Kelly en Lamb een must-read.

Hierna twee belangrijke alineas in het artikel van Kelly/Lamb:

  1. “The goal of any access schedule should be to avoid long separations from both parents to minimize separation anxiety and to have sufficiently frequent and broad contact with each parent to keep the infant secure, trusting, and comfortable in each relationship.” Voor kinderen is het van belang dat zij in staat worden gesteld om met beide ouders een hoogwaardige hechtingsband op te bouwen. Bij het vaststellen van een zorgregeling voor (zeer) jonge kinderen is het van belang dat de wisselingen frequent zijn en dat beide ouders dus ook deze zorg op zich nemen. De frequentie van de wisselingen op zich zijn voor zeer jonge kinderen minder een factor dan meestal wordt aangenomen.
  2. “The evening and overnight periods (like extended days with nap times) with nonresidential parents are especially important psychologically not only for infants but for toddlers and young children as well. (…) There is absolutely no evidence that children’s psychological adjustment or the relationships between children and their parents are harmed when children spend overnight periods with their other parents.” Overnachten bij de niet-hoofdverzorgende ouder is één van de zaken die vaak lang wordt uitgesteld. Het zou nog te vroeg zijn voor het kind en de band met de primaire hechtingsfiguur (zijnde de moeder) verstoren. Onjuist, aldus Kelly en Lamb. Overnachten draagt juist bij aan kwalitatief hoogwaardige hechtingsmomenten en er is geen enkel bewijs dat het overnachten bij de andere ouder slecht zou zijn voor de psychologische aanpassing(svermogen) van het kind of de relatie met de hoofdverzorgende ouder.

Wat hier nog aan kan worden toegevoegd is dat natuurlijk niet slechts de frequentie en de duur van het contact bepalend zijn voor hechting, maar ook dat er ‘sensitieve interacties’ zijn tussen het kind en de verzorgende ouder (inwonend of uitwonend). Een ruime omgang met de uitwonende ouder betekent meer kans om ‘sensitieve interacties’ met het kind aan te gaan en dus om tot een goede gehechtheidsrelatie te komen.

De vraag die opkomt na aanleiding van jurisprudentieonderzoek is of dit nu wel voldoende en ook consistent wordt onderkend door de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtspraak. Lees in dit kader ook de opinie: De beoordeling van contactregelingen van (zeer) jonge kinderen moet anders!

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Er is nauwelijks uniformiteit in de rechtspraak.
  2. Ook na duurzaam een gezin te hebben gevormd, trekken vaders veelal nog aan het kortste eind en wordt er geregeld minder zorg toegekend dan 50%.
  3. De vastgestelde omgang is geregeld zo weinig dat het onzeker is of dit voldoende basis biedt voor (het handhaven van) een goede hechting.
  4. Een grotere zorgtaak voor de vader komt wel eens voor, doch veelal in combinatie met problemen bij de moeder, zoals psychisch, middelen of woonruimte.
  • De mate van ‘draagkracht’ bij het kind en de moeder.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de moeder als ouder met het eenhoofdig gezag zich (ruimhartig) heeft gehouden aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatie- en consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. Bij jonge kinderen (baby’s) omvat dit o.i. ook in hoeverre de moeder ruimte heeft geboden aan de biologisch vader om het kind te erkennen (artikel 7 en 18 IVRK) en bijvoorbeeld betrokken te zijn bij de geboorte, de naamgeving etc. Tot slot is het van belang dat eveneens wordt beoordeeld in hoeverre de moeder in de eerste 1000 dagen na conceptie (d.w.z. in de tijd na geboorte) ruimte geeft en heeft gegeven aan het kind om tot een gelijkwaardige gehechtheid met de vader te komen.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Omgang vastgesteld

Een vader start een procedure bij Rechtbank Rotterdam om de hoofdverblijfplaats van zijn zes maanden oude baby bij hem te laten bepalen en om een ruimere zorgregeling te krijgen. De rechter houdt de hoofdverblijfplaats bij de moeder, omdat het goed gaat met het kind, er geen professionele zorgen zijn over haar opvoedcapaciteiten en het belangrijk is dat het kind samen met zijn oudere broer opgroeit.

De rechtbank vindt dat er nu alleen “babystapjes” passen: de baby blijft voorlopig drie ochtenden per week bij de vader, nu zonder begeleiding, en uitbreiding kan alleen als blijkt dat het kind zich bij beide ouders hetzelfde voelt. De rechter benadrukt dat ouders moeten kijken door de bril van het kind, niet vanuit hun eigen wensen, en laat ruimte aan ouders om in overleg de regeling rustig uit te bouwen.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag om een week-op-week-af zorgregeling vast te laten stellen voor zijn in 2025 geboren baby. De moeder vindt veel contact goed, maar wil vanwege reistijd (circa twee uur enkele reis) en praktische bezwaren een beperktere zorgregeling in de weekenden. De rechter legt voorlopig vast dat de baby in oneven weken van donderdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur bij de vader is en in even weken van donderdag 17.30 uur tot vrijdag 17.30 uur. Ouders moeten halen en brengen samen verdelen en gaan in ouderschapsbemiddeling; de rechter beslist pas definitief over de zorgregeling na rapportages in de loop van 2026. De vraag over kinderalimentatie wordt in een aparte procedure behandeld.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank en vraagt het hof tijdelijk te stoppen met het deel van de zorgregeling waarin hun baby bij de vader moet overnachten. Zij vindt hun kind nog te jong, wijst op de slechte communicatie tussen de ouders en het ontbreken van een eigen slaapkamer bij de vader. Het hof vindt, net als de rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming, dat overnachtingen belangrijk zijn voor de band met de vader en halfbroers en ziet geen serieuze bezwaren. Het verzoek van de moeder om de overnachtingen te schorsen wordt daarom afgewezen. Het verzoek van de vader om politie-inzet, dwangsommen en een apart bevel tot nakoming van de regeling wordt ook afgewezen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het hof neemt “uitvoerbaar bij voorraad” serieus: de boodschap is dat een ouder een beschikking direct moet uitvoeren, ook als die ouder het er fundamenteel mee oneens is. Tegelijkertijd remt het hof harde dwangmiddelen af, waardoor de vader vooral afhankelijk blijft van de bereidheid van de moeder en van een nog te starten hulpverleningstraject. De druk komt zo bij beide ouders te liggen: zij moeten het samen oplossen en het kind laten overnachten, maar zonder dat de rechter een harde stok achter de deur geeft. Dit roept de vraag op of een beschikking zonder concrete handhavingsmiddelen in de praktijk voldoende bescherming en duidelijkheid biedt voor het kind. Onze ervaring is helaas ‘nee’.

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Zeeland‑West‑Brabant met als doel het voorlopig hoofdverblijf van de drie kinderen, het gebruik van de woning en kinderalimentatie te regelen. De rechter bepaalt dat de kinderen voorlopig bij de moeder verblijven en dat de moeder als enige in de echtelijke woning mag blijven wonen; de vader moet het huis verlaten. Er komt een tijdelijke zorgregeling waarbij de twee oudste kinderen om het weekend een heel weekend bij de vader zijn, plus een kort contactmoment in het andere weekend. Het jongste kind van één jaar gaat alleen mee tijdens het korte contact in de buurt van de moeder, omdat zij nog meerdere keren per dag borstvoeding krijgt.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter legt helder vast waar de kinderen wonen en wie in het huis blijft, maar laat veel open over hoe ouders hun zorgplicht in de praktijk moeten invullen. De rechter benoemt nauwelijks hoe de vader zijn zorg kan uitbreiden of hoe de moeder moet meewerken aan toekomstig ruimer contact, terwijl dat voor het kind belangrijk is. Er wordt vooral gekeken naar praktische belemmeringen en geld, minder naar concrete stappen richting meer gelijkwaardige zorg en duurzame afspraken. Ook past de rechter ten aanzien van de jongste het ‘eerder-frequent-dan-lang’-criterium toe. Zou het helpen als de rechter ouders al in deze fase explicieter aanspreekt op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid om naar een stabielere zorgregeling toe te werken?

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Den Haag om de zorgregeling voor haar baby uit te breiden, omdat zij nu maar drie keer per week drie uur contact heeft. De rechter vindt uitbreiding in het belang van het kind, omdat de huidige momenten te kort zijn en er geen problemen zijn gebleken tijdens de contacten. De rechter bepaalt dat de moeder en het kind voortaan op dinsdag, vrijdag en zondag ieder 8 uur per dag samen zijn, zonder overnachting. Ouders moeten het halen en brengen verdelen, communiceren alleen via een contactapp en mogen elkaar incidenteel verplichten een drugstest te doen; een boete bij niet-naleving komt er niet.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter vergroot het contact met de moeder en benoemt expliciet dat de vader zijn zorgen vooral via praktische afspraken en drugstests moet ondervangen. Tegelijkertijd blijft de rechter voorzichtig door geen overnachtingen toe te staan en de ouders tot zakelijke communicatie via een app te beperken. De naleving van de ouderlijke plichten wordt vooral indirect getoetst: er wordt meer contact afgedwongen, maar zonder duidelijke consequenties als iemand de afspraken saboteert. De vraag blijft of dit soort half-afgehechte oplossingen, zonder dwangsom of concreet toezicht, ouders echt stimuleert om duurzaam samen te werken in het belang van het kind.

Omgang niet vastgesteld

Wordt aangevuld

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?