Special · Oudervervreemding en ouderverstoting

Bijgewerkt: 9 februari 2021 | Leestijd: 33 minuten

Heb je het idee dat je ex-partner opzettelijk de inter-oudersituatie onrustig houdt, jullie kind inzet voor de strijd en ook professionals tracht een vermindering van de omgang te laten adviseren? Dan heb je mogelijk te maken met oudervervreemding. Dit kan op termijn ertoe leiden dat je kind jou – uit zelfbehoud – verstoot.

Is het Expertteam-advies zoals gepubliceerd op 4-2-2021 de oplossing? Bezoek onze speciale pagina en praat mee.

Let op! Naarmate je kind ouder wordt, is het steeds moeilijker om juridisch bepaalde veranderingen te bereiken. Begin op tijd. Zo een juridische actie kan dan gaan over het verkrijgen van meer zorg voor je kind, het eenhoofdig gezag en/of de hoofdverblijfplaats. Deze doelen zijn individueel beschreven in onze kennisbank.

Al deze procedures zijn echter lapmiddelen en geen garantie dat het vervreemdingsgedrag stopt. Deze procedures kunnen er zelfs toe leiden dat het kind nog verder in het loyaliteitsconflict wordt gedrongen. Wat o.i. nodig is, is dat de ouders individueel en gezamenlijk worden gehouden aan hun wettelijke plichten van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW, de zogenaamde ouderschapsnormen.

Wanneer je als welwillende ouder geconfronteerd wordt met gedrag van een vervreemder, houd dan in gedachten dat je niet machteloos bent. Je staat het sterkst als je eigenaarschap neemt om de situatie te verbeteren en dat jij je wel aan de ouderschapsnormen houdt. Dit is overigens waar onze aanpak zich op richt.

Het kan lang duren voordat er voldoende bewijs is van vervreemdingsgedrag om een juridische actie op te baseren, ook omdat het negatieve gedrag van de vervreemder zeer moeilijk te detecteren kan zijn.

Heb je mogelijk te maken met oudervervreemding? Dan heb je wellicht wat aan de volgende tips:

  1. Vervreemdingsgedrag kan heel lastig te detecteren zijn. School jezelf daarom in het herkennen van de verschillende vormen. Dr. Amy Baker, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van ouderverstoting, heeft op zeer heldere wijze 17 verschillende strategieën (link opent bestand) beschreven die vervreemders inzetten.
  2. Zoek (pedagogische) hulp bij het aanleren van positief gedrag om het gedrag dat je kind laat zien als gevolg van de schadelijke invloed van de andere ouder op een juiste wijze om te buigen. Het gaat dus om scholing van jezelf en niet om direct het gedrag van je kind te corrigeren.
  3. Administreer zeer nauwgezet welk schadelijke gedrag je observeert bij zowel de andere ouder en je kind en neem passende positieve acties.
  4. Wees zeer beducht op kindsignalen en doe zo nodig een melding bij Veilig Thuis. Houd er wel rekening mee dat Veilig Thuis niet altijd iets kan met de melding als er nog ‘te weinig’ kindsignalen zijn.
  5. Geef de vervreemder geen ‘haakjes’ waar vervreemdend gedrag aan kan worden opgehangen, hoewel dit praktisch onmogelijk is omdat dit actief kan worden gezocht of gecreëerd door de vervreemder.
  6. Als je kind ondanks de negatieve invloed van de vervreemder toch redelijk in balans is, dan bereik je iets positiefs. Ook getuigt het van veerkracht bij je kind, waar je waarschijnlijk een positieve bijdrage aan levert.
  7. Blijf (ook juridisch) inzetten op voldoende omgang en waardevolle hechtingsmomenten met je kind. In meerdere rechterlijke uitspraken is ondanks een ernstige vechtscheiding tussen de ouders toch een (min of meer) gelijkwaardige zorgverdeling vastgesteld of is de zorg zo goed als volledig naar de verstoten ouder gegaan.
  8. Het gedrag van de vervreemder is zowel in strijd met artikel 1:247 lid 3 BW als met artikel 1:247 lid 2 BW. Het is een vorm van kindermishandeling.
    Artikel 1:247 lid 2 BW:
    Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
    Een ouder die hier niet binnen een redelijke tijd (opnieuw) aan kan gaan voldoen, kan mogelijk het ouderlijk gezag kwijtraken (e.e.a. in samenhang met artikel 1:266 lid 1 BW). Het is belangrijk om dit ook richting hulpverlening en rechtspraak te blijven benoemen.

Hoe kansrijk is een rechtszaak?

Wanneer een zaak voor de rechter komt waarbij oudervervreemding, ouderverstoting, ouderonthechting of ouderafwijzing wordt gesteld, dan laat de rechter meestal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen. Aan de Raad wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te adviseren welke zorgregeling en gezagssituatie het beste is voor het kind. Deze adviesvraag is o.i. overigens te beperkt en daarin kan je zelf iets sturen door focus te leggen op (het gebrek aan) positieve acties door de vervreemder.

De uitkomst van de rechtszaak is door het subjectieve rechterlijke toetsingskader zeer onzeker. Dit is gebruikelijk in het familierecht.

Wordt bij je kind een negatief ouderbeeld vastgesteld, dan is de kans aanzienlijk dat je kind onder toezicht wordt gesteld. Een negatief ouderbeeld kwalificeert in de rechtspraak namelijk steeds vaker als een ‘ernstige ontwikkelingsbedreiging’.

De OTS biedt een kans voor welwillende ouders, hoewel de uitkomst zeer afhankelijk is van de kwaliteit van de gezinsvoogd. Daarnaast zijn er bij de meeste Gecertificeerde Instellingen die OTS-en uitvoeren wachtlijsten.

Er is een kentering in de rechtspraak zichtbaar waarin er steeds vaker stevig wordt ingegrepen. Oplossingen die de rechtspraak hanteert zijn:

  • Hulpverlening voor ouders en kind.
  • Het inzetten van gedwongen hulpverlening om de omgang tussen het kind en de verstoten ouder te hervatten.
  • Het kind (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder plaatsen door een (uithuis)plaatsing bij de verstoten ouder. Ook komt het voor dat het kind eerst in een neutrale omgeving wordt gebracht van waaruit het contact met de verstoten ouder weer wordt opgebouwd.

Af en toe zien we dat zeer hoge dwangsommen of lijfsdwang worden vastgesteld om de vervreemder tot nakoming van de rechterlijke beslissing te dwingen.

In hoeverre de rechter dit soort maatregelen werkelijk als serieuze optie beziet hangt af van o.a.:

  • De leeftijd van het kind.
  • De mate van weerstand bij het kind.
  • In welke mate vrijwillige of gedwongen hulpverlening eerder is ingezet.
  • Andere zaken die wellicht een transitie naar de andere ouder zouden belemmeren. Er zijn voorbeelden dat een kind zo sterk parentificeerde, dat dit op zich een contra-indicatie was voor herstel van de omgang met de verstoten ouder, terwijl parentificatie normaal juist een indicatie is voor het tegenovergestelde.

Het grootste verbeterpunt: Rechtspraak en hulpverlening lijkt er (nog) onvoldoende van doordrongen dat de de vervreemder een plicht heeft om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en dat dit een positieve-actieplicht is. Hetzelfde geldt voor de plicht om ook op inter-ouderniveau de situatie tot rust te brengen.

We constateren daarnaast een zeer zorgelijke en onbegrijpelijke trendbreuk waarbij bijv. Rechtbank Den Haag alsnog geen omgang vaststelt omdat het samengevat: ‘goed gaat met het kind in de situatie’.

De vervreemder confronteren?

Ons inziens is het de plicht van de welwillende ouder om de vervreemder tot een positieve gedragsverandering te proberen te bewegen. Dit is tenslotte in het belang van het kind. De beste actie hiertoe is om zelf het goede voorbeeld te (blijven) geven.

Daarnaast kan je richting de vervreemder het negatieve gedrag benoemen dat je observeert. De wijze en toon waarop je dit doet is erg belangrijk.

Door negatieve gedragingen en de eventuele invloed daarvan op je kind te blijven benoemen, weet de vervreemder dat het gedrag niet ongezien blijft. Het geeft de vervreemder gelegenheid om te reageren, of het biedt een gelegenheid om in overleg te gaan. Leidt het niet tot een positieve gedragsverandering, dan bouw je zo automatisch een dossier op van welwillend gedrag van jouw zijde gevolgd door niet-welwillend gedrag van de andere zijde.

Soms echter kan het verstandiger zijn om de vervreemder nog niet te confronteren met het geobserveerde gedrag. Bijvoorbeeld als dit zo aantoonbaar ernstig is, dat dit beter via een hulpverleningsinstantie als Veilig Thuis kan worden aangekaart.

Hoe dan ook is hoor en wederhoor belangrijk en krijgt de andere ouder altijd de gelegenheid om weerwoord te bieden.

Tenslotte is het binnen het familierecht is belangrijk om als welwillende ouder te kunnen laten zien dat je in een negatieve situatie niet hebt berust. Dit toon je het beste aan door initiatief en eigenaarschap te nemen voor verbetering.

Is ouderverstoting te voorkomen en/of omkeerbaar?

Wij zijn van mening van wel, echter juridisch slechts voor zolang het kind minderjarig is. Is het kind inmiddels meerderjarig, dan biedt de rechtspraktijk (nog) geen oplossingen hoewel we van mening zijn dat de ouderschapsnormen ook zouden moeten gelden voor ouders van meerderjarige kinderen.

Ben je eenmaal verstoten en is er helemaal of slechts zeer sporadisch contact dan helpt je dit wellicht verder:

  1. De plicht van de vervreemdende ouder om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen van art. 1:247 lid 3 BW stopt niet met de verstoting door het kind. Blijf te allen tijde benoemen dat deze ouder de wettelijke plicht heeft.
    Artikel 1:247 lid 3 BW:
    Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
    Start hierover eventueel met ons een procedure. Lees: Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
  2. Publiceer nooit herkenbaar over je verstoting op social media. Zowel rechters als de Raad voor de Kinderbescherming zien dit gedrag als schadelijk voor je kind, omdat je je kind door het publieke karakter schaadt. Ook wekt dit de indruk dat je je kind belast met de verantwoordelijkheid om het contact met jou te herstellen. Daarmee plaats je je kind tussen jou en je ex-partner in. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  3. Publiceer niet publiekelijk en herkenbaar over negatieve gedragingen van je ex-partner. Naast dat dit door instanties als belemmerend voor een herstel van de inter-ouderrelatie wordt gezien, neigt het bovendien naar ‘smaad‘ of ‘laster‘. Beiden zijn gedragingen die tot strafvervolging kunnen leiden. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  4. Analyseer goed welke positieve gedragingen van jouw zijde worden verwacht door instanties. Je gedrag consistent positief wijzigen en inzicht tonen, biedt mogelijk ruimte voor een hernieuwd verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling, als deze gedragswijziging in voldoende mate leidt tot een ‘wijziging van omstandigheden’ (art. 1:377e BW).
    Artikel 1:377e BW:
    De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
  5. Zoek af en toe op een constructieve manier contact met je kind en de vervreemder – hoe moeilijk dit ook is. Verwacht hier niets van, documenteer alles. Ook als je kind of de vervreemder niet reageert. Zoek niet teveel contact. Voorkom te allen tijde dat je een contactverbod opgelegd krijgt of dat je gedrag anderszins als niet-proportioneel gezien kan worden door een instantie.
  6. Zorg dat je er klaar voor bent als je kind contact opneemt, ongeacht de intentie. Lees: Mijn puber heeft me verstoten, maar WhatsAppt af en toe, wat nu?
  7. Houd hoop, geef niet op, zoek hulp, blijf realistisch, zoek voldoende ruimte en tijd voor jezelf voor leuke dingen.

Lees in dit kader ook onze antwoorden op vragen over ouderverstoting:

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in situaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Rechter handelt wel bij ouderverstoting

Een moeder verzoekt nu voor de derde maal vervangende toestemming voor het wijzigen van de achternaam van haar nog minderjarige kinderen. Ook de kinderen willen dit en hebben dit aangegeven in een brief aan de rechter. Daarnaast verzoekt de moeder eenhoofdig gezag.

Beide verzoeken worden door de rechter afgewezen omdat dit de laatste band tussen de kinderen en vader zouden doorsnijden. Het probleem zit ook niet zozeer in vader maar in het gebrek van de moeder om het verleden achter zicht te houden en het contact tussen vader en de kinderen weer op te bouwen.

Naschrift: Wat ons betreft laat deze uitspraak, ofschoon positief voor vader, duidelijk zien wat er mis is in het huidige systeem, namelijk dat er aan symptoombestrijding wordt gedaan. In plaats dat moeder wordt gehouden aan haar wettelijke plichten conform de ouderschapsnormen, verdedigt de rechtspraak nu de laatste strohalm die vader heeft, doch blijft hij in de kou staan voor wat betreft handhaving de plicht van moeder om het contact tussen de kinderen en vader actief te bevorderen (en daarin resultaten te boeken).

Volledige uitspraak

Meisje van inmiddels 9 jaar ziet al 5 jaren haar vader omdat de moeder dit tegenhoudt. Naast diverse andere belemmeringen is daarbij ook de verdenking van seksueel misbruik gekomen, waarvoor echter geen enkel bewijs is.

Hof Den Bosch stelt dat moeder hulpverlening moet zoeken voor zichzelf.  Bekrachtigd BOR traject en neemt voorschot op eventuele onder toezichtstelling. Ook wijst het hof moeder op de plicht om vader van informatie te voorzien en hem tevens te consulteren bij belangrijke beslissingen.

Naschrift: De familierechtpraktijk moet duidelijke normen gaan hanteren voor het inter-ouderlijk gedrag. Vast blijven houden aan onbewezen beschuldigingen zou ook niet tot (schier eindeloos) uitstel moeten leiden van de hervatting van het contact tussen een kind en de andere ouder. Dit niet SMART maken, belemmert resultaat gericht werken door hulpverlenende of toezicht houdende instanties en is daarmee niet in het belang van het kind.

Volledige uitspraak

Een kind van 12 jaar heeft al 2-3 jaar geen enkele vorm van contact met zijn vader. Moeder wijt het aan gebeurtenissen (agressie) van vader naar het kind echter tijdens de OTS die er al is werkt moeder niet onvoorwaardelijk mee. Ook de houding van het kind naar de hulpverlening is zorgelijk.

Voor beide ouders en het kind is een NIFP-onderzoek gestart. Vader werkt daar aan mee, moeder niet, vertraagt en verzint uitvluchten. Het onderzoek voor het kind kan niet starten omdat moeder er ambivalent tegenover staat.

Voor hof Den Bosch verlegt de OTS, omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging die uitgaat van de verstoting door het kind van zijn vader onverminderd vast staat.

Volledige uitspraak

Twee kinderen hebben geen contact meer met hun vader. De kinderen staan onder toezicht. De moeder tracht de vader het ouderlijk gezag te ontnemen. Daarvoor voert ze aan dat er sprake zou zijn van verstoorde communicatie en dat de vader bij gezagsbeslissingen niet goed genoeg bereikbaar is. Moeder heeft geen vertrouwen meer in vader.

Het verzoek van moeder faalt in twee instanties. Niet alleen wordt door de moeder haar standpunten onvoldoende onderbouwd, het hof Den Haag overweegt ook dat niet is gebleken dat de kinderen door de communicatieproblemen tussen de ouders op dit moment klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders, noch dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is.

Verder overweegt hof Den Haag dat het van belang is dat de moeder gaat beseffen dat de vader een rol in het leven van de kinderen moet kunnen vervullen, omdat dit van groot belang is voor hun sociale en emotionele ontwikkeling. Bovendien omvat het ouderlijk gezag ingevolge het bepaalde in artikel 1:247 lid 3 BW mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van de minderjarige met de andere ouder te bevorderen.

Naar het oordeel van het hof bevat het onderhavige dossier echter sterke aanwijzingen voor ouderverstoting van de vader, ingezet door de moeder. Het hof vreest dat, zo daar op dit moment al aanleiding toe zou bestaan, bij toekenning van het eenhoofdig gezag aan de moeder de vader geheel uit het leven van de kinderen zal worden geweerd. Dit acht het hof op dit moment, ook indien de communicatie tussen partijen niet op korte termijn verbetert, allerminst in het belang van de kinderen.

Naschrift: Een uitspraak duidelijk vóór naleving door moeder van de ouderschapsnormen. Het was echter nog beter geweest als hof Den Haag ook het gebrek aan positief resultaat van moeder (en vader) langs de lat van het tweede lid van art. 1:247 BW had gelegd. Ook is natuurlijk opmerkelijk dat moeder dit verzoek op dit moment in het proces doet. Een zo vergaande beslissing – als een ouder het gezag ontnemen – verzoeken, zonder voldoende motivatie, zou ook niet zonder consequenties moeten blijven.

Volledige uitspraak

Twee kinderen verstoten hun moeder en stelt vast dat er sprake is van ouderverstoting. De rechtbank acht dit een vorm van doorlopende kindermishandeling die zeer schadelijk is voor de kinderen, ook al lijken de kinderen op school en daarbuiten goed te functioneren.

Voor de oudste ziet de rechtbank een weglooprisico en ziet eigenlijk geen oplossingen. Daarom stelt ze het hoofdverblijf vast bij vader (de vervreemder). Moeder krijgt een zorgregeling.

Ten aanzien van de jongste echter stelt de rechtbank het hoofdverblijf vast bij moeder. Tevens verbiedt zij enige vorm van contact met haar vader mag hebben gedurende een periode van 2 maanden.

De kinderen staan nog onder toezicht en de gezinsvoogd wordt belast met de begeleiding van de transitie van het jongste kind.

De rechtbank hoopt op ‘spin-off’ effecten van de plaatsing van de jongste bij moeder en overweegt: “Wellicht biedt de plaatsing van [kind 2] bij de moeder voor [kind 1] ruimte om de moeder weer emotioneel in zijn leven toe te laten.”

Naschrift: Hoewel we de uitspraak toejuichen voor wat betreft de plaatsing van de jongste bij moeder, is hij krachteloos voor wat betreft het oudste kind van 15 jaar. Het lijkt alsof de rechtbank de handdoek in de ring gooit en stelt dat vanwege het weglooprisico meer dan een minimale zorgregeling voor moeder in de situatie niet haalbaar is. Deze uitspraak laat o.i. als geen ander zien hoezeer nieuwe dwangmiddelen nodig zijn om ouders aan de ouderschapsnormen te houden.

Volledige uitspraak

Een man een vrouw komen bij hun scheiding een co-ouderschapsregeling overeen. Hun kind gaat echter in toenemende mate niet meer naar moeder toe. De vader vordert in de procedure hoofdverblijfplaats en tevens om het kind zelf te laten bepalen of deze nog naar moeder gaat.

Rechtbank Rotterdam wijst het laatste aspect af en stelt dat het een te zware verantwoordelijkheid voor een jongen van dertien jaar is om het contact tussen hem en zijn moeder helemaal aan hemzelf over te laten.

Naschrift: Op zich een goede uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Echter, wat o.i. opnieuw ontbreekt is dat vader expliciet aan zijn wettelijke verplichting van art. 1:247 lid 3 BW gehouden zou moeten worden teneinde oudervervreemding uit te sluiten. Helaas toont noch de rechtbank noch de Raad voor de Kinderbescherming een visie op dit onderwerp.

Volledige uitspraak

Twee ouders zijn niet in staat gebleken om na de echtscheiding samen goede afspraken te maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en hebben steeds de tussenkomst van een rechter nodig gehad. Er zijn meerdere procedures geweest om de contactregeling daadwerkelijk conform de afspraken te doen naleven.

De vader heeft met de oudste al ruim vier jaar geen contact. Het is niet goed duidelijk waarom ze al vanaf haar vijfde levensjaar het contact met de vader zo systematisch afwijst. De zorgregeling met de twee andere kinderen loopt wel.

Moeder wil nu naar Spanje verhuizen om daar samen met haar nieuwe partner en de kinderen te gaan wonen.

Hof Den Bosch maakt een belangenafweging en ziet het verhuizen als een groot risico dat de band tussen de vader en de kinderen zal verslechteren. Moeder zou daarnaast volledig afhankelijk zijn van haar partner. Volgt afwijzing van het verzoek tot vervangende toestemming verhuizing.

Volledige uitspraak

Hof Arnhem-Leeuwarden brengt ziet een negatief ouderbeeld (impliciet) als een schending van de ouderlijke verantwoordelijkheid op basis van artikel 1:247 lid 2 BW.

Artikel 1:247 lid 2 BW:
Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
Het hof duidt het als volgt:

“Het hof heeft de indruk dat de wens van [de minderjarige] om geen contact meer te hebben met haar vader is ingegeven, zoals ook de moeder stelt, door teleurstelling. Teleurstelling van een kind in een ouder is evenwel geen goede reden voor het beëindigen van het gezamenlijk gezag. Integendeel, het is een signaal dat de ouders hun verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van [de minderjarige] moeten dragen om ook de ontwikkeling van haar persoonlijkheid te bevorderen.”

Het hof laat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen naar het gezag. Wordt dus vervolgd.

Volledige uitspraak

3 Kinderen onder toezicht, wonen 2 jaar bij hun vader en het gedrag verandert, in de zin dat ze hun moeder plotseling volledig verstoten. Vader ondersteunt de kinderen hierin en stelt voorwaarden aan de omgang tussen de kinderen en moeder. Hij pleit voor een periode zonder omgang voor moeder en ‘rust voor de kinderen’.

Dit wordt door Rechtbank Noord-Nederland gekwalificeerd als dat de kinderen worden blootgesteld aan emotionele verwaarlozing, wat geduid kan worden als een vorm van kindermishandeling.

De schadelijke situatie waarin de kinderen zitten dient zo spoedig mogelijk worden opgeheven, aldus de rechtbank. Moeder krijgt het hoofdverblijf en de kinderen worden 4 weken volledig uit de invloedssfeer van de vader gehaald. Daarna, begeleide omgang voor de vader voor 1 uur per week op een neutrale locatie.

Om de beschikking kracht bij te zetten legt de rechtbank vader een ongebruikelijk forse dwangsom op van EUR 25.000 per dag of dagdeel met een maximum van EUR 500.000 als hij zich niet aan de rechterlijke beschikking houdt.

Naschrift: Het is spijtig dat Rechtbank Noord Nederland vader niet de positieve weg toont naar toekomstig herstel van omgang met zijn kinderen. Hoewel er wel wordt aangegeven welk gedrag vader dient te gaan vertonen, worden de normen niet meetbaar gemaakt, zodat bijvoorbeeld de Gecertificeerde Instelling er concreet mee aan het werk kan. Ook leidt deze uitspraak er toe dat vader eigenlijk geen andere keuze heeft dan in de toekomst opnieuw de gang naar de rechter te maken, als moeder geen uitbreiding van de omgang wil. De rechtbank had de doelen SMART kunnen maken en bijvoorbeeld de GI ook een ruimer mandaat kunnen geven om het contact tussen de kinderen en vader in de toekomst weer uit te breiden.

Volledige uitspraak

Kind van inmiddels 11 jaar wijst haar vader al 2 jaar volledig af. Het is onduidelijk of dit wordt veroorzaakt doordat de moeder het contact niet bevordert of zelfs de verstoting actief bevordert, of dat er een negatieve ervaring tussen het kind en de vader aan ten grondslag ligt. Wel bevindt het kind zich duidelijk in een loyaliteitsconflict waarin er geen plaats is voor vader.

Moeder ziet het negatieve vaderbeeld van haar dochter als een onveranderlijk feit. Het gaat naar omstandigheden ook goed met haar dochter en moeder wil het liefst rust en af van de eerder door Rechtbank Limburg opgelegde ondertoezichtstelling.

Hof Den Bosch passeert dit, omdat de situatie een ernstige ontwikkelingsbedreiging vormt voor het kind. In beeld moet worden gebracht waar de afwijzende houding van het kind vandaan komt, zodat passende hulpverlening kan worden ingezet. OTS bekrachtigd.

Volledige uitspraak

Ouders zijn al sinds dat het kind nog een baby was (12jr geleden) in een vechtscheiding verwikkeld. De scheiding heeft uiteindelijk 9 jaren geduurd en is nu 4 jaar afgerond.

Door de aanhoudende ex-partnerstrijd staat het kind onder toezicht. Deze is recentelijk nogmaals door de rechtbank verlengd. Moeder is het hier niet mee eens en wil van de OTS af omdat er geen doelen meer te halen zijn, ondanks dat het kind wel wordt bedreigd in zijn ontwikkeling.

Het kind geeft aan vanwege de situatie minder naar zijn vader te willen en dat hij hulpverlening-moe is. Hij heeft namelijk al allerlei hulptrajecten doorlopen. De rechtbank concludeert vrijvertaald; dat het niet uit te sluiten is dat de moeder een negatieve invloed uitoefent op het kind.

Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank om de OTS opnieuw te verlengen en overweegt specifiek ten aanzien van het kind heel goed te begrijpen dat het kind genoeg heeft van alle hulpverlening en dat hij nu zijn eigen oplossing heeft gevonden om uit de strijd van zijn ouders te ontsnappen door niet langer naar zijn vader te willen gaan.

Het hof vindt dit – hoe begrijpelijk ook vanuit het kind bezien – geen goede oplossing. Het kind heeft beide ouders nodig en het is in het belang van zijn (identiteits-) ontwikkeling dat hij een onbelast contact met zijn beide ouders kan hebben.

Als kind moet hij de mogelijkheid krijgen om te genieten van de tijd die hij bij zijn moeder èn bij zijn vader doorbrengt. Dit kan hij nu duidelijk niet. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat het kind zich zeer negatief uitlaat over zijn vader en wat hij meemaakt tijdens de weekenden die hij bij zijn vader doorbrengt. De uitspraken die het kind hierover doet, geven het hof (ook) veel reden tot zorg.

De ouders moeten verder aan het werk met ‘parallel solo ouderschap‘.

Volledige uitspraak

Moeder die niet wil meewerken met de op- en uitbouw van de (on)begeleide omgangsregeling tussen haar kind en vader. Vervreemdt het kind actief, althans tracht het kind te vervreemden van vader.

Rechtbank Limburg is het ‘zat’ en geeft moeder op basis van artikel 1:247 lid 2 en 3 BW zeer duidelijke gedragsinstructies hoe zich naar haar kind en de vader te verhouden bij o.m. de overdrachtsmomenten en ziekte van het kind. Dient zich tijdens overdrachten te laten begeleiden door een medewerker van de betrokken Gecertificeerde Instelling die controleert of de moeder zich aan de opdracht van de rechter houdt. Indien moeder zich niet exact houdt aan voorwaarden dan dwangsom en eventueel zelfs lijfsdwang uit te effectueren door de Gecertificeerde Instelling.

De rechtbank legt ook het onjuiste klassieke advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling naast zich neer, waarin de strijd ‘tussen de ouders’ wordt geplaatst. De raad heeft verzuimd om de negatieve actor t.w. de moeder in het rapport te benoemen als de veroorzaker van het plots afwijzende gedrag van het kind naar vader, wat een reflectie vormt van de zeer ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind.

Doorbraakuitspraak voor wat betreft detailniveau van instructies aan ‘verstotende ouder’ en de stelligheid van de rechter over het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank duidt vervreemdingsgedrag van moeder als ‘geestelijk geweld’ ex artikel 1:247 lid 2 BW.

Absolute must-read voor mensen die te maken hebben met ouderverstoting.

Volledige uitspraak