Ouderverstoting Special
Houdt je ex-partner de inter-ouderrelatie onrustig en worden jullie kinderen ingezet in de strijd? Dan kan dit leiden tot een pijnlijke situatie waarin je kind – uit zelfbehoud – steeds meer afstand van je neemt en je uiteindelijk volledig verstoot. Ouderverstoting en oudervervreemding worden vaak als uitwisselbare begrippen gebruikt. Toch is er een belangrijk onderscheid. Oudervervreemding gaat over het gedrag van de ouder die de relatie tussen het kind en de andere ouder ondermijnt. Ouderverstoting is het mogelijke gevolg daarvan aan de zijde van het kind.
Zit je in een acute situatie waarin de omgang niet meer of niet volledig wordt nagekomen? Blijf dan rustig. Het belemmeren van contact kan onderdeel zijn van oudervervreemding, maar de situatie verschilt sterk afhankelijk van de leeftijd van het kind en van hoever het proces is gevorderd.
Op deze pagina onderscheiden we drie situaties, die we voor de overzichtelijkheid Fase 0, Fase 1 en Fase 2 noemen. Bij zeer jonge kinderen van 0 tot 3 jaar kan oudervervreemding plaatsvinden voordat een kind zelf in staat is een ouder bewust af te wijzen (Fase 0). In Fase 1 is sprake van oudervervreemdend gedrag terwijl het contact met de andere ouder nog bestaat. In Fase 2 heeft de oudervervreemding ertoe geleid dat het kind de andere ouder afwijst: ouderverstoting.
Voor iedere fase leggen we hieronder uit wat je kunt doen. Verder vind je op deze pagina een uitgebreide sectie over rechtspraak, met uitleg over hoe rechters met oudervervreemding en ouderverstoting omgaan en met voorbeelduitspraken.
Wil je hulp bij het analyseren van de feiten, het beoordelen van je juridische positie en het bepalen van passende vervolgstappen? Vraag een intake aan.
Wat is ouderverstoting?
Ouderverstoting is de situatie waarin een kind steeds meer afstand neemt van een ouder en deze uiteindelijk gedeeltelijk of volledig afwijst als gevolg van oudervervreemdend gedrag van de andere ouder.
In de praktijk worden de begrippen ouderverstoting en oudervervreemding vaak door elkaar gebruikt. Dat is verwarrend, omdat daarmee gedrag van een ouder en het mogelijke gevolg daarvan bij het kind op één hoop worden gegooid. Op deze website maken we daarom bewust onderscheid: oudervervreemding beschrijft wat er aan de zijde van de ouder gebeurt; ouderverstoting beschrijft het gevolg daarvan aan de zijde van het kind.
Dat onderscheid is ook praktisch belangrijk. Wie pas naar oudervervreemding gaat kijken wanneer een kind een ouder afwijst, kijkt in feite pas naar het proces wanneer het effect daarvan al zichtbaar is geworden. Oudervervreemding kan veel eerder beginnen.
Dat een kind geen contact meer wil met de andere ouder betekent niet automatisch dat dit het resultaat is van oudervervreemding. Het gedrag van het kind kan verklaarbaar zijn uit het gedrag van de ouder naar het kind. Dan is er dus geen sprake van ouderverstoting. Een voorbeeld van zo een zaak lees je hier.
Er zijn echter ook veel voorbeelden waarbij de afwijzing wél wordt toegerekend aan de ouder die (inmiddels) de hoofdloyaliteit geniet. Kenmerkend in deze zaken is dat deze ouder zich niet (meer) houdt aan de plicht om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Lees voor een overzicht het rechtspraakoverzicht onderaan deze pagina.
Houdt een ouder zich niet of onvoldoende aan deze ouderlijke plicht en kan deze ook niet aannemelijk maken dat hij of zij de band tussen het kind en de andere ouder daadwerkelijk heeft bevorderd, dan is dat ons inziens een belangrijke aanwijzing voor oudervervreemding die nader onderzocht moet worden. Wanneer vervolgens blijkt dat dit gedrag de afwijzing door het kind heeft veroorzaakt of in stand houdt, spreken we van ouderverstoting als gevolg van oudervervreemding. Oudervervreemding is een vorm van kindermishandeling en tevens een vorm van inter-ouder strijdgedrag. Inter-ouder strijdgedrag is eveneens een vorm van kindermishandeling, omdat het destabiliseren van de andere ouder rechtstreeks doorwerkt op het kind.
In de praktijk zien we zo goed als altijd combinaties met de niet-naleving van de andere ouderlijke plichten, zoals de informatieplicht, de consultatieplicht, de plicht om een neutrale ouderschapsrelatie te bewerkstelligen én de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht. Het zijn situaties waarin coalitie-ouder veelvuldig zelfbepalend handelt. Het argument dat daartoe wordt aangevoerd is veelal dat het kind dit zou willen of dat dit in het belang van het kind zou zijn. Dit maakt deze situaties o.i. vrij eenvoudig te herkennen.
Fase 0: Oudervervreemding bij zeer jonge kinderen (0–3 jaar)
Bij zeer jonge kinderen kan de relatie met een ouder al worden ondermijnd voordat het kind zelf in staat is die ouder bewust af te wijzen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren doordat de opbouw van de gehechtheidsrelatie met de andere ouder wordt belemmerd. In de rechtspraak wordt in dergelijke situaties onder meer gesproken over het onvoldoende geven van emotionele toestemming aan het jonge kind om een band met de andere ouder te ontwikkelen.
In de praktijk zien we bijvoorbeeld blokkades rond erkenning en omgang, het emotioneel belasten van contact met de andere ouder of het dwarsbomen van uitbreiding van het contact. Ook systeem-triangulatie kan daarbij een rol spelen.
Wanneer uit onderzoek blijkt dat met dit gedrag de relatie tussen het kind en de andere ouder daadwerkelijk wordt ondermijnd, spreken we van oudervervreemding. Van ouderverstoting hoeft in deze levensfase nog geen sprake te zijn: juist daarom onderscheiden we deze situatie als Fase 0. De oudervervreemding kan immers al plaatsvinden voordat de gevolgen daarvan zich bij het kind uiten in een bewuste afwijzing van de andere ouder.
Heb je hiermee te maken, dan is het aan te raden om al in een vroeg stadium de inzichten toe te passen die hieronder voor oudere kinderen worden besproken. Voor hulp kun je contact opnemen.
Fase 1: Er is sprake van oudervervreemding
In deze fase wordt de relatie tussen het kind en de andere ouder ondermijnd, terwijl er nog wel contact tussen hen bestaat. De oudervervreemding kan zich uiten in verschillende gedragingen. Bijvoorbeeld:
- Negatief gedrag richting de andere ouder, zoals: kwaadspreken, het veroorzaken van incidenten, ‘meestribbelen’, het belemmeren van contact of het destabiliseren van diens thuissituatie.
- Gedrag richting het kind dat de onderlinge loyaliteitsverhoudingen beïnvloedt, zoals: overdreven aanwezigheid, disproportionele verantwoordelijkheden voor het kind of koopgedrag.
Van ouderverstoting hoeft in deze fase nog geen sprake te zijn. Het kind heeft nog contact met de andere ouder, maar de relatie wordt door de oudervervreemding wel onder druk gezet. Juist in deze fase is het van belang het gedrag en de ontwikkeling daarvan vroegtijdig te herkennen.
Fase 2: Oudervervreemding heeft geleid tot ouderverstoting
In deze fase heeft de oudervervreemding ertoe geleid dat het kind steeds meer afstand heeft genomen van de andere ouder en deze gedeeltelijk of volledig afwijst. Het kind kan bijvoorbeeld aangeven de ouder niet meer te willen zien, contact weigeren, zich sterk negatief over de ouder uitlaten of nauwelijks nog ruimte ervaren voor positieve gevoelens over deze ouder.
Kenmerkend voor deze fase is dat de afwijzing inmiddels bij het kind zelf zichtbaar is geworden. Waar in Fase 1 de oudervervreemding al plaatsvindt terwijl het contact met de andere ouder nog bestaat, zien we in Fase 2 het mogelijke gevolg daarvan aan de zijde van het kind: ouderverstoting.
Niet ieder kind dat met oudervervreemding wordt geconfronteerd, verstoot de andere ouder. Kinderen kunnen ook weerstand bieden aan de beïnvloeding en de relatie met beide ouders behouden.
Wat doet de rechter met oudervervreemding en ouderverstoting?
De rechtspraak kent nog steeds geen eenduidige aanpak van oudervervreemding door een ouder en ouderverstoting door een kind.
Enerzijds zien we rechters die ingrijpen wanneer een ouder de relatie tussen het kind en de andere ouder ondermijnt of contactherstel belemmert. Daarbij worden uiteenlopende maatregelen ingezet, zoals dwangsommen, een ondertoezichtstelling en nader onderzoek of diagnostiek. Ook zijn er uitspraken waarin een ouder het gezag verliest, de andere ouder (mede) met het gezag wordt belast of het hoofdverblijf van het kind wordt gewijzigd. In uitzonderlijke situaties wordt een kind uit huis geplaatst en bij de andere ouder geplaatst. Ook een proceskostenveroordeling komt voor.
Anderzijds zien we – ondanks het advies van het Expertteam Ouderverstoting en uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zoals L.D. v. Polen, die ook terugkomt in de EHRM-thematische publicatie Rights of the child Contact rights – uitspraken waarin het uitblijven van contact uiteindelijk wordt geaccepteerd. Argumenten die daarbij terugkomen zijn bijvoorbeeld dat het kind geen contact wil, zich niet laat dwingen, dat het verder goed gaat met het kind, dat het hulpverleningsmoe is, dat dwang de weerstand verder zou vergroten of dat het kind eerst rust nodig heeft. Ook wordt soms de verwachting uitgesproken dat een kind op latere leeftijd zelf weer nieuwsgierig zal worden naar de andere ouder.
Juist hier wordt het onderscheid tussen oudervervreemding en ouderverstoting belangrijk. De wens van het kind om geen contact te hebben, zegt op zichzelf nog niets over de wijze waarop die wens tot stand is gekomen. Wanneer sprake is van ouderverstoting als gevolg van oudervervreemding, kan het enkele beroep op de weerstand van het kind er juist toe leiden dat het resultaat van de oudervervreemding bepalend wordt voor de beslissing.
In veel zaken wordt geprobeerd met hulpverlening verandering te bereiken. In de praktijk kunnen wachtlijsten ertoe leiden dat een interventie pas veel later begint. Ook is niet iedere vorm van hulpverlening geschikt om oudervervreemding te stoppen of contact te herstellen. Toch worden ouders regelmatig opnieuw naar dergelijke trajecten verwezen. Lees hierover ook de V&A: Helpt hulpverlening bij ouderverstoting?
Problematisch vinden wij ook uitspraken waarin toekomstig contactherstel feitelijk afhankelijk wordt gemaakt van vrijwillige hulpverlening, zonder duidelijke termijn, concrete doelen voor beide ouders of effectieve rechterlijke achtervang. Wanneer vervolgens geen resultaat wordt bereikt, bestaat het risico dat de ontstane situatie steeds meer als gegeven wordt beschouwd. Ook zijn er uitspraken waarin uiteindelijk geen omgang meer wordt vastgesteld omdat de ouder op afstand aangeeft de strijd niet langer vol te kunnen houden.
Daarmee ontstaat een fundamenteel probleem. Wanneer eenmaal is vastgesteld dat sprake is van oudervervreemding, zou niet alleen moeten worden gekeken naar de inmiddels ontstane weerstand van het kind. Ook moet worden beoordeeld welk gedrag tot die situatie heeft geleid, of de ouderlijke plicht om de band met de andere ouder te bevorderen daadwerkelijk is nageleefd en welke maatregelen nog mogelijk zijn om het familieleven van het kind en de andere ouder te beschermen.
Zolang die analyse en het daarop volgende handelen niet consequent plaatsvinden, zullen kinderen de relatie met een ouder blijven verliezen zonder dat eerst voldoende is vastgesteld dat daarvoor een gegronde reden bestaat. Ouderverstoting is dan niet alleen het gevolg van oudervervreemding, maar tegelijkertijd het argument om niet langer tegen die oudervervreemding op te treden.
In onze opiniesectie hebben we in meerdere artikelen uitgewerkt hoe een meer forensische benadering van feitenonderzoek in het familierecht eruit zou kunnen zien. Het daarin ontwikkelde kader MGFK is bedoeld om gedrag, feiten, alternatieve verklaringen en de uiteindelijke duiding beter van elkaar te scheiden. De verdere ontwikkeling en implementatie van zo’n kader is echter niet iets wat individuele ouders kunnen oplossen. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de systeempartijen.
Lees ook onze antwoorden op meer dan 10 detailvragen over ouderverstoting, bijvoorbeeld:
- Oudervervreemding en ouderverstoting iets anders?
- Helpt hulpverlening bij ouderverstoting?
- Kan ik aangifte doen van ouderverstoting?
- Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
- Door mijn puber verstoten en nu soms contact. Hoe?
- Ik ben volledig verstoten. Hoe vaak contact zoeken?
- Bekijk ze allemaal ➥
Let op!
Zijn er – ongeprovoceerd door de andere ouder – zaken tussen je kind en jou voorgevallen die een volledige verstoting proportioneel maken? Stel in gerechtelijke, jeugdbeschermings- en hulpverleningsprocessen dan niet dat de afwijzing door je kind uitsluitend het gevolg is van oudervervreemding. Het leidt er o.i. mogelijk toe dat je de verstoting verdiept. Het ontkennen van eigen schadelijk gedrag is nooit de juiste weg om te bewandelen. Wat wel de juiste weg is lees je hier.
Lees hierna verder ↴
Inzichten
Lees hierna verder ↴
Rechtspraak
Rechter handelt wel bij oudervervreemding
Rechter handelt niet bij oudervervreemding
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.
Lees hierna verder ↴
Meer verdiepen?
- Start Kennisbank
- Start Vraag en antwoord
- Start Opinie