Special · Ouderverstoting

Bijgewerkt: 8 september 2021 | Leestijd: 49 minuten

Heb je het idee dat je ex-partner opzettelijk de inter-oudersituatie onrustig houdt, jullie kind inzet voor de strijd en ook professionals tracht een vermindering van de omgang te laten adviseren? Dan heb je mogelijk te maken met oudervervreemding. Dit kan ertoe leiden dat je kind jou – uit zelfbehoud – op termijn volledig afwijst. Dit heet ouderverstoting.

Oudervervreemding (mogelijk leidend tot ouderverstoting) is zeer schadelijk voor het kind en is bijvoorbeeld door Rechtbank Maastricht in 2007 al gekwalificeerd als ‘een vorm van kindermishandeling’ en als ‘geestelijk geweld’ door Rechtbank Limburg in 2019.

De rechtspraak heeft anno 2021 echter nog steeds geen eenduidige aanpak. Enerzijds zien we rechters die doorpakken, die wèl maatregelen voor contactherstel en tegen de hoofdverblijfouder nemen; bijvoorbeeld door gedragsdiagnostiek, hoge dwangsommen of een uithuisplaatsing van het kind (bij de verstoten ouder). Anderzijds zien we – zelfs na het advies van het Expertteam Ouderverstoting – rechters die traditionele denkbeelden in stand houden; samengevat: het kind wil niet, het kind laat zich niet dwingen, het gaat best goed met het kind, het kind is hulpverlening-moe, er is rust nodig, dus het is beter om het zo te laten. Lees voor een uitgebreid overzicht de rechtspraak-samenvattingen onder aan deze pagina.

Het spreekt voor zich dat de rechter in de meeste vallen niet zelfstandig tot dit soort beslissingen komt. De Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen bij ondertoezichtstellingen en soms ook bijzondere curatoren, hebben hierin een belangrijk aandeel. Het vraagt dan een rechter met visie en lef om traditionele denkbeelden te doorbreken, zoals de rechter van Rechtbank Limburg in deze uitspraak.

Het is de zwalkende koers door ‘het systeem’ die o.i. zo snel mogelijk moet worden beëindigd. Enerzijds voor de kinderen en de betrokken ouders. Anderzijds om vervreemders geen uitzicht te bieden op mogelijk succes. En o.i. biedt de wet hiertoe al de noodzakelijke aanknopingspunten. Daarnaast zijn er in de rechtspraak ook gevalideerde routes zoals diagnostiek van de ouders, de inter-ouderdynamiek en het systeem door Fivoor en de (professioneel) begeleide omgangsregeling.

Lees onze visie over hoe het huidige systeem de plank misslaat en hoe ouderverstoting kan worden voorkomen/opgelost.

De vervreemder accepteren, negeren of confronteren?

Ons inziens is het de plicht van de welwillende ouder om de vervreemder tot een positieve gedragsverandering te proberen te bewegen. Dit is tenslotte in het belang van het kind. De beste actie hiertoe is om zelf het goede voorbeeld te (blijven) geven; lees waarom welwillendheid belangrijk is. Daarnaast kan je richting de vervreemder het negatieve gedrag benoemen dat je observeert. De wijze en toon waarop je dit doet is erg belangrijk.

Door negatieve gedragingen en de eventuele invloed daarvan op je kind te blijven benoemen, weet de vervreemder dat het gedrag niet ongezien blijft. Het geeft de vervreemder gelegenheid om te reageren, of het biedt een gelegenheid om in overleg te gaan. Leidt het niet tot een positieve gedragsverandering, dan bouw je zo automatisch een dossier op van welwillend en welhandelend gedrag van jouw zijde, gevolgd door niet-welwillend gedrag van de andere zijde.

Soms echter kan het verstandiger zijn om de vervreemder (nog) niet te confronteren met het geobserveerde gedrag of de effecten die dit gedrag heeft. Bijvoorbeeld als dit zo aantoonbaar ernstig is, dat dit beter via een hulpverleningsinstantie als Veilig Thuis kan worden aangekaart. Daarnaast krijgen we regelmatig de reactie van cliënten dat ze de confrontatie lastig vinden, omdat het ertoe leidt dat het kind in de thuissituatie van de vervreemder de negatieve gevolgen ervan ondervindt. Het is een onmogelijk dilemma, waarin het lastig keuzes maken is.

Kies je voor benoemen of juist niet benoemen wat je observeert, dan zijn de effecten (voor je kind) nooit te voorspellen. Wat er ook gebeurt, wij raden aan rustig en consistent te blijven. Dit brengt je uiteindelijk het verst.

Heb je te maken met oudervervreemding? Dan heb je wellicht wat aan de volgende tips:

  1. Vervreemdingsgedrag kan heel lastig te detecteren zijn. School jezelf daarom in het herkennen van de verschillende vormen. Dr. Amy Baker, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van ouderverstoting, heeft op zeer heldere wijze 17 verschillende strategieën (link opent bestand) beschreven die vervreemders inzetten.
  2. Zoek (pedagogische) hulp bij het zelf aanleren van positief gedrag om het gedrag van je kind – dat hij/zij laat zien als gevolg van de schadelijke invloed van de andere ouder – op een juiste wijze op te vangen en om te buigen. Het gaat dus om scholing van jezelf en niet om direct het gedrag van je kind te corrigeren. Wil je hulp? We kunnen je verwijzen.
  3. Administreer zeer nauwgezet welk schadelijke gedrag je observeert bij zowel de andere ouder en je kind en neem passende positieve acties.
  4. Wees zeer beducht op kindsignalen en doe zo nodig een melding bij Veilig Thuis. Houd er wel rekening mee dat Veilig Thuis niet altijd iets kan met de melding als er nog ‘te weinig’ kindsignalen zijn. Veel kinderen zitten in wat we noemen een ‘voortschrijdend ongeluk’ waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt.
  5. Geef de vervreemder geen ‘haakjes’ waar vervreemdend gedrag aan kan worden opgehangen, hoewel dit praktisch onmogelijk is, omdat dit actief kan worden gezocht of gecreëerd door de vervreemder.
  6. Als je kind ondanks de negatieve invloed van de vervreemder toch redelijk in balans is, dan bereik je iets positiefs. Ook getuigt het van veerkracht bij je kind, waar je waarschijnlijk een positieve bijdrage aan levert.
  7. Blijf (ook juridisch) inzetten op voldoende omgang en waardevolle hechtingsmomenten met je kind. In meerdere rechterlijke uitspraken is ondanks een ernstige vechtscheiding tussen de ouders toch een (min of meer) gelijkwaardige zorgverdeling vastgesteld of is de zorg zo goed als volledig naar de verstoten ouder gegaan.
  8. Het gedrag van de vervreemder is zowel in strijd met artikel 1:247 lid 3 BW als met artikel 1:247 lid 2 BW. Het is een vorm van kindermishandeling.
    Artikel 1:247 lid 2 BW:
    Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
    Een ouder die hier niet binnen een redelijke tijd (opnieuw) aan kan gaan voldoen, kan mogelijk het ouderlijk gezag kwijtraken (e.e.a. in samenhang met artikel 1:266 lid 1 BW). Zorg dat je zelf steeds het goede voorbeeld geeft.

Hoe kansrijk is een rechtszaak?

Let op! Naarmate je kind ouder wordt, is het steeds moeilijker om juridisch bepaalde veranderingen te bereiken. Begin op tijd. Wacht je totdat de omgang niet wordt nagekomen en is je kind globaal 12 jaar en ouder, dan is ga je het in het huidige systeem moeilijk krijgen.

Zo een juridische actie kan dan gaan over het verkrijgen van meer zorg voor je kind, het eenhoofdig gezag en/of de hoofdverblijfplaats. Deze doelen zijn individueel beschreven in onze kennisbank.

Al deze procedures zijn echter lapmiddelen en geen garantie dat het vervreemdingsgedrag door de andere ouder stopt. Deze procedures kunnen er zelfs toe leiden dat het kind nog verder in het loyaliteitsconflict wordt gedrongen, bijvoorbeeld omdat het kind van 12 jaar en ouder ook om zijn/haar mening wordt gevraagd.

Het kan bovendien lang duren voordat er voldoende bewijs is van vervreemdingsgedrag om een juridische actie op te baseren, ook omdat het negatieve loyaliteitsbeïnvloedende gedrag van de vervreemder zeer moeilijk te detecteren kan zijn.

Wanneer een zaak voor de rechter komt waarbij oudervervreemding, ouderverstoting, ouderonthechting of ouderafwijzing wordt gesteld, dan laat de rechter meestal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen. Aan de Raad wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te adviseren welke zorgregeling en gezagssituatie het beste is voor het kind. Deze adviesvraag is o.i. overigens te beperkt en daarin kan je zelf iets sturen door focus te leggen op (het gebrek aan) positieve acties door de vervreemder.

De uitkomst van de rechtszaak is door het subjectieve rechterlijke toetsingskader zeer onzeker. Dit is gebruikelijk in het familierecht.

Wordt bij je kind een negatief ouderbeeld vastgesteld, dan is de kans aanzienlijk dat je kind onder toezicht wordt gesteld. Een negatief ouderbeeld kwalificeert in de rechtspraak namelijk steeds vaker als een ‘ernstige ontwikkelingsbedreiging’.

De OTS biedt een kans voor welwillende ouders, hoewel de uitkomst zeer afhankelijk is van de kwaliteit van de gezinsvoogd. We stellen helaas regelmatig vast dat ‘het systeem’ de plank mis slaat of de eenvoudige uitweg kiest. Daarnaast zijn er bij de meeste Gecertificeerde Instellingen die OTS-en uitvoeren wachtlijsten. En deze wachtlijsten faciliteren feitelijk de vervreemder doordat deze kan voortgaan met de vervreemding. Tot slot, kan je de pech hebben dat je een gezinsvoogd treft die niet voldoende capabel is of die vast zit in eigen overtuigingen.

Staat je kind al onder toezicht dan kan je invloed uitoefenen om de Gecertificeerde Instelling op het rechte pad te houden. Lees: De gezinsvoogd doet zijn werk niet, wat nu?

Er is een kentering in de rechtspraak zichtbaar waarin er steeds vaker stevig wordt ingegrepen. Er is echter nog geen consistente lijn. Oplossingen die de rechtspraak hanteert zijn:

  • Diagnostiek van de ouders, het inter-oudergedrag en het systeem (bijvoorbeeld door Fivoor).
  • Individuele hulpverlening voor ouders en kind.
  • Het inzetten van gedwongen hulpverlening om de omgang tussen het kind en de verstoten ouder te hervatten.
  • Het kind (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder plaatsen door een (uithuis)plaatsing bij de verstoten ouder. Ook komt het voor dat het kind eerst in een neutrale omgeving wordt gebracht van waaruit het contact met de verstoten ouder weer wordt opgebouwd.

Af en toe zien we dat zeer hoge dwangsommen of lijfsdwang worden vastgesteld om de vervreemder tot nakoming van de rechterlijke beslissing te dwingen.

In hoeverre de rechter dit soort maatregelen werkelijk als serieuze optie beziet hangt af van o.a.:

  • De leeftijd van het kind.
  • De mate van weerstand bij het kind; of er een weglooprisico is of er wellicht ook fysiek verzet is.
  • In welke mate vrijwillige of gedwongen hulpverlening eerder is ingezet.
  • Andere zaken die wellicht een transitie naar de andere ouder zouden belemmeren. Er zijn voorbeelden dat een kind zo sterk parentificeerde, dat dit op zich een contra-indicatie was voor herstel van de omgang met de verstoten ouder, terwijl parentificatie normaal juist een indicatie is voor het tegenovergestelde.

Het grootste verbeterpunt: Rechtspraak en hulpverlening lijkt er (nog) onvoldoende van doordrongen dat de de vervreemder een plicht heeft om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en dat dit een positieve-actieplicht is. Hetzelfde geldt voor de plicht om ook op inter-ouderniveau de situatie tot rust te brengen. Wat o.i. nodig is, is dat de ouders individueel en gezamenlijk worden gehouden aan hun wettelijke plichten van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW, de zogenaamde ouderschapsnormen.

We constateren tot slot een zeer zorgelijke en onbegrijpelijke trendbreuk voor kinderen van 15+ bij bijv. Rechtbank Den Haag, Hof Amsterdam en zelfs Hof Den Bosch. Lees voorbeelden in het rechtspraakoverzicht hierna. Samengevat: Er wordt gekozen voor rust.

Ben je eenmaal verstoten en is er helemaal geen of slechts zeer sporadisch contact, dan helpt dit je wellicht verder:

  1. De plicht van de vervreemdende ouder om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen van art. 1:247 lid 3 BW stopt niet met de verstoting door het kind. Er zijn professionals die vinden dat dit wel stopt, namelijk gezien de zogenaamde ‘toenemende mondigheid’ van het kind (naarmate deze ouder wordt).
    Artikel 1:247 lid 3 BW:
    Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
    Start hierover eventueel met ons een procedure. Lees: Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
  2. Publiceer nooit herkenbaar over je verstoting op social media. Zowel rechters als de Raad voor de Kinderbescherming zien dit gedrag als schadelijk voor je kind, omdat je je kind door het publieke karakter van social media schaadt. Ook wekt dit de indruk dat je je kind belast met de verantwoordelijkheid om het contact met jou te herstellen. Daarmee plaats je je kind tussen jou en je ex-partner in. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  3. Publiceer niet publiekelijk en herkenbaar over negatieve gedragingen van je ex-partner. Naast dat dit door instanties als belemmerend voor een herstel van de inter-ouderrelatie wordt gezien, neigt het bovendien naar ‘smaad‘ of ‘laster‘. Beiden zijn gedragingen die tot strafvervolging kunnen leiden. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  4. Analyseer goed welke positieve gedragingen van jouw zijde worden verwacht door instanties. Je gedrag consistent positief wijzigen en inzicht tonen, biedt mogelijk ruimte voor een hernieuwd verzoek tot het vaststellen van omgang, als deze gedragswijziging in voldoende mate leidt tot een ‘wijziging van omstandigheden’ (art. 1:377e BW).
    Artikel 1:377e BW:
    De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
  5. Zoek af en toe op een constructieve manier contact met je kind en de vervreemder – hoe moeilijk dit ook is. Ook als je kind of de vervreemder niet reageert. Verwacht hier niets van, documenteer alles. Zoek niet teveel contact. Voorkom te allen tijde dat je een contactverbod opgelegd krijgt of dat je gedrag anderszins als niet-proportioneel gezien kan worden door een instantie.
  6. Zorg dat je er klaar voor bent als je kind contact opneemt, ongeacht de intentie. Lees: Mijn puber heeft me verstoten, maar WhatsAppt af en toe, wat nu?
  7. Houd hoop, geef niet op, zoek hulp, blijf realistisch, zoek voldoende ruimte en tijd voor jezelf voor leuke dingen.

Lees in dit kader ook onze antwoorden op vragen over ouderverstoting:

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in situaties die extreem gepolariseerd zijn of dat mogelijk worden. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen; in elke fase. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Rechter handelt wel bij ouderverstoting

3 kinderen hebben al meer dan 7 jaren geen contact met hun vader. De kinderen staan al 4 jaar onder toezicht. Over de oudste twee hebben de ouders gezamenlijk gezag, over de jongste slechts de moeder. De vader verzoekt gezamenlijk gezag. Dit wordt toegewezen.

Naschrift: Opnieuw een schrijnend voorbeeld van het compleet falen van het systeem wanneer oudervervreemding succesvol tot ouderverstoting heeft geleid. Maatregelen voor de bühne, in plaats van dat de vervreemder wordt gehouden aan de ouderschapsnormen en dat bij niet-naleving daarvan er consequenties volgen.

Lees en huiver:

De Raad voor de Kinderbescherming: “De raad is van mening dat [kind A] niet klem en verloren is geraakt tussen de ouders door het gezamenlijk gezag. Zij was ook al klem en verloren voordat de man het gezamenlijk gezag met de vrouw kreeg. Daarom is het juist in haar belang dat hij door middel van het gezag betrokken bij haar blijft, zodat [kind A] op latere leeftijd zal voelen en weten dat de man altijd voor haar heeft willen klaarstaan. Door het gezamenlijk gezag, wordt het verwrongen beeld dat de vrouw en de oma van de man schetsen, genuanceerd. Het is dan ook van belang dat de GI zal blijven inzetten op de vaderrol van de man, aldus de raad.”

De gecertificeerde instelling: “De GI vindt het in het belang van [kind A] dat zowel de man als de vrouw het gezag over haar hebben, net als over haar broers. Zulks temeer nu er grote zorgen zijn over de keuzes van de vrouw. Zo lijkt zij in haar strijd tegen de man de belangen van de kinderen uit het oog te verliezen. Ook staat de vrouw het niet toe dat de kinderen contact hebben met hulpverleners van de GI. Hiermee bemoeilijkt de vrouw de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Dientengevolge is het gezag van de man nodig om de vrouw geen vrijbrief te geven voor haar huidige wangedrag. Bovendien is gebleken dat de man geen misbruik maakt van zijn gezag. Sterker nog, hij is afwachtend in het gebruikmaken van zijn gezagspositie, aldus de GI.”

Gerechtshof Amsterdam: “Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de vrouw, gelet op het vorengaande, haar wettelijke verplichting om de ontwikkeling van de banden tussen [kind A] en de vader te bevorderen op grove wijze veronachtzaamd en aldus zodanig tegen het belang van [kind A] handelt, dat het noodzakelijk is dat een einde komt aan de situatie dat zij als enige het gezag over haar heeft Het gezamenlijk gezag is naar het oordeel van het hof juist in het belang van [kind A] , nu zij hieruit (op enig moment) kan opmaken dat haar vader altijd voor haar klaar heeft willen staan.”

Volledige uitspraak

Een kind zit in de knel en staat onder toezicht. De moeder wil van het gezamenlijk gezag met de vader af en krijgt in eerste aanleg gelijk van Rechtbank Gelderland. Vader gaat echter in hoger beroep en in een zeer beknopte uitspraak komt Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tot een andere conclusie. Het kind en de vader zien elkaar al meer dan een half jaar niet. De speltherapeut stelt dat er signalen zijn van ouderverstoting.

Het hof concludeert het volgende: “Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige] klem of verloren raakt tussen de ouders. Het hof is echter – anders dan de rechtbank – van oordeel dat het belang van [de minderjarige] vergt dat de ouders toch gezamenlijk belast blijven met het gezag over [de minderjarige] . Artikel 1:253n BW geeft de rechter de ruimte om, ook indien is voldaan aan het klemcriterium, het gezamenlijk gezag in stand te laten als dat het belang van het kind vermoedelijk het minst zal schaden (vgl. Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:533).”

En verder concludeert het hof dat: “Het is niet in haar belang wanneer de positie van de vader ongeschikt wordt gemaakt aan de positie van de moeder. Bij toekenning van het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] aan de moeder bestaat een reëel risico dat de vader volledig – en mogelijk definitief – buitenspel wordt gezet. Dat risico weegt naar het oordeel van het hof zwaarder dan het risico dat de verstoorde communicatie tussen de ouders bij behoud van het gezamenlijk gezag leidt tot onrust voor [de minderjarige]”.

Volledige uitspraak

Twee kinderen wijzen hun vader af. De oudste heeft haar vader volledig verstoten, de jongste is zeer negatief in het (beperkte) contact dat ze nog met haar vader heeft. De moeder heeft aan dat er intrinsieke oorzaken zijn in het gedrag van vader naar de kinderen die het negatieve vaderbeeld hebben veroorzaakt. De vader stelt dat er sprake is van ouderverstoring (red: en oudervervreemding door de moeder).

De moeder verzoekt hoofdverblijf van beide kinderen bij haar (was de ene bij vader de andere bij moeder). De vader doet echter een tegenverzoek om het hoofdverblijf van de jongste bij hem te bepalen en hij berust voor wat betreft het verzoek van moeder voor de oudste.

De Raad voor de Kinderbescherming en de betrokken Gecertificeerde Instelling zijn het niet met elkaar eens. De GI wil vooral de stem van de kinderen volgen terwijl de Raad doortastender te werk wil gaan. De Raad is stellig van mening dat het forceren van een omgangsmoment hier de enige manier is om op korte termijn omgang voor elkaar te krijgen. Bij vader worden geen contra-indicaties voor omgang vastgesteld.

Rechtbank Limburg hakt de knoop door en wijzigt het hoofdverblijf van het jongste kind (uitvoerbaar bij voorraad) naar de vader, met een zorgregeling voor de moeder ‘onder regie van de GI’. Ten aanzien van de oudste bepaalt de rechtbank dat het hoofdverblijf naar moeder gaat en dat de omgang met de vader zal plaatsvinden onder therapeutische begeleiding van een jeugdhulpaanbieder (BOR-traject niveau 3), waarbij de invulling van het BOR-traject wordt overgelaten aan de jeugdhulpaanbieder.

Naschrift: Wat opvalt aan deze uitspraak is dat de GI aangeeft te willen inzetten op de schottenaanpak of een solo-parallel ouderschap. Dit vraagt dat vooral moeder anders gaat denken en gaat handelen conform de ouderschapsnormen. Zal ze daartoe in staat zijn, gezien de mate van haar eigen ‘investment’ in het standpunt dat vader ‘onveilig’ is?

Wat wij hiervan vinden, zal duidelijk zijn. Beide ouders hebben de plicht om zich te houden aan de ouderschapsnormen. Zowel GI als Raad moeten toetsen in hoeverre ouders ook voor het inter-ouder deel eigenaarschap nemen. Op dat vlak geen resultaten? Dan verdere stappen, zoals diagnostisch onderzoek door Fivoor.

Volledige uitspraak

Twee kinderen van 13 en 15 jaar zijn uithuisgeplaatst met als doel om een oplossing te bewerkstellingen voor het loyaliteitsconflict waarin ze zich bevinden en het feit dat de één van beide ouders, i.c. de moeder, volledig hebben verstoten. De vader wil van de UHP en de OTS af, echter de rechtbank gaat daar niet in mee, ondanks dat de kinderen zelf tegen herstel van het contact zijn. De rechter citeert Ivan Boszormenyi-Nagy, bedenker van ‘contextuele therapie’.

De rechter licht er samengevat het volgende uit: Kinderen zijn loyaal aan hun ouders omdat zij hen het leven schonken. Dit heet ‘zijnsloyaliteit’. De loyaliteit kan met de jaren veranderen, bijvoorbeeld door de toenemende loyaliteit aan een ander, echter de zijnsloyaliteit blijft bestaan, zelfs als ouders niet fysiek aanwezig zijn of opvoeden. In de betreffende situatie hebben 2 kinderen geheel geen contact met hun moeder en wijzen haar volledig af.

De rechter overweegt: “dan is het voor mij heel moeilijk om me voor te stellen dat jullie over jullie moeder denken en zeggen dat zij het niet meer goed kan maken, dat zij niet kan worden vergeven. En dat dit een idee of gevoel is dat vanuit jullie zelf, in jullie zelf is ontstaan. Natuurlijk kan in een gezin, zeker in een situatie van echtscheiding de balans tussen ouders en kinderen, de balans van geven en krijgen, verstoord raken. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit ook kan worden hersteld.”

De vader wil hier echter niet aan meewerken. Daarom kiest de rechter er voor om de uithuisplaatsing en de ondertoezichtstelling van de kinderen te handhaven. Terwijl vanuit die basis wordt toegewerkt aan het hervatten van normale relaties met de moeder (en uiteindelijk hopelijk ook de vader).

Naschrift: Een opsteker voor alle ouders met kinderen in de leeftijd van 13-15 jaar. In de nadagen van de publicatie online diverse niet-juridische professionals w.o. Dr. Corine de Ruiter Professor Forensische Psychologie van de Universiteit van Maastricht die de theorie van de zijnsloyaliteit van Nagy duiden als onbewezen en onwetenschappelijk.

Voor ons resteert er evenwel één overkoepelende gedachte, nl één van hoop voor verstoten ouders: Er zijn nog rechters die het standaard ‘rust’-argument dat concullega’s hanteren bij kinderen in deze leeftijd niet klakkeloos overschrijven. We zijn benieuwd hoe dit wordt vervolgd.

Volledige uitspraak

3 kinderen van 8, 9 en 11 jaar hebben al sinds 13 augustus 2017 geen contact meer met hun vader.

In 2017 is er opbouwende omgang tussen de vader en de kinderen vastgesteld, echter de moeder is het hier niet mee eens en start een nieuwe procedure om vader de omgang met de kinderen te ontzeggen.

De kinderen staan onder toezicht. En in het kader van de OTS zijn er in opdracht van de gecertificeerde instelling forensisch psychologische onderzoeken verricht bij de moeder, de vader en de kinderen. Uit de NIFP-rapportages  blijkt dat er géén contra-indicaties zijn voor omgang tussen de kinderen en de vader. Het NIFP concludeert (onder meer) dat de moeder de kinderen min of meer als haar bezit beschouwt en dat zij in deze complexe scheidingsproblematiek geen ruimte ziet voor een aandeel van de vader in het leven van de kinderen.

Het NIFP spreekt voorts van zichtbare loyaliteitsproblemen van de kinderen. Het NIFP adviseert dat – indien zes maanden na het uitbrengen van de rapportage er geen aantoonbare resultaten zijn geboekt in het contactherstel – het te overwegen is om als stok achter de deur beide ouders (tijdelijk) uit de ouderlijke macht te zetten.

De hulpverlening die onderwijl bezig is, bereikt echter niets en er ontstaat een impasse.

Het hof duidt deze gehele situatie waarin de kinderen en de vader van elkaar vervreemden, en dat moeder nog steeds niet achter contactherstel staat, als zeer zorgelijk.

Het hof wijst daarom het verzoek van moeder om vader de omgang met de kinderen te ontzeggen af en stelt van de GI op korte termijn concrete maatregelen te verwachten om de impasse te doorbreken (in lijn met het advies van de raad), waarbij zo nodig wordt onderzocht of vanuit een neutrale plaatsing de omgang tussen de kinderen en de vader weer kan worden opgebouwd.

Naschrift: Wat opvalt zijn de falende hulpverlening, de enorm lange doorlooptijden van de gerechtelijke procedures en dat de rechter de gecertificeerde instelling aanspreekt op het op korte termijn nemen van ‘concrete maatregelen’, inclusief een mogelijke uithuisplaatsing.

Bovenal echter valt ons op dat ondanks dat evident de moeder in deze zaak de vervreemder is, het hof een ontwijkende formulering gebruikt, namelijk : “de kinderen en de vader raken van elkaar vervreemd”. Dit in plaats van bijvoorbeeld: “Moeder verzuimt in ernstige mate haar verplichtingen conform 1:247 leden 2 en 3 BW en haar gedrag kwalificeert als volgens als een vorm van kindermishandeling.” De gekozen formulering door het hof is o.i. te slap en een verkeerd signaal naar andere ouders die ook dit soort gedrag vertonen.

Volledige uitspraak

Een moeder tracht de vader uit het leven van ‘haar’ kind te bannen en slaagt daar al 3 jaar in. Zij vindt vader een monster en vies. De vader wil graag weer omgang en ook gezamenlijk gezag, doch de moeder verzet zich uit alle macht, door te stellen dat omgang tussen kind en vader haar samengevat ‘in een emotionele noodtoestand zal brengen’ en dat dit daarmee niet in het belang van het kind is.

De Raad voor de Kinderbescherming en betrokken Gecertificeerde Instelling gaan mee in de ongefundeerde zorgen van moeder en  adviseren tegen omgang en gezamenlijk gezag.

De rechter toont echter visie en lef om de traditionele denkbeelden van betrokken instanties te doorbreken en geeft vader wel gezag (uitvoerbaar bij voorraad), mede omdat moeder ernstig nalatig is in haar informatieplicht. Daarnaast stelt de rechter een begeleide omgang vast en houdt de zaak 8 maanden aan, met de opdracht aan partijen om de rechtbank op de hoogte te stellen als er een kink in de kabel komt.

Richting moeder zegt de rechter dat ze GGZ-hulp moet zoeken voor zichzelf.

Volledige uitspraak

Twee kinderen van 14 en 17 jaar hebben al 5 jaar geen contact met hun moeder en wijzen haar volledig af. Ze staan onder toezicht en de GI wil toewerken naar contactherstel, o.m. via schriftelijke aanwijzingen die vader niet opvolgt en tracht vervallen te laten verklaren.

De rechtbank oordeelde tot een uithuisplaatsing bij moeder, die het hof nu afwijst. In plaats daarvan worden de kinderen op een neutrale plek uit huis geplaatst, van waaruit aan het contactherstel kan worden gewerkt.

Het hof geeft nog de volgende opdracht aan vader mee:

“Het is belangrijk dat de vader niet alleen verklaart dat hij contact van de kinderen met de moeder niet in de weg zal staan, maar ook daadwerkelijk eraan bijdraagt dat contactherstel tot stand komt. Een kind heeft recht op omgang met zijn beide ouders. De vader dient in elk geval te stimuleren dat (door hulpverlening) met de kinderen het gesprek wordt gevoerd over de mogelijkheden tot contactherstel en wat daarvoor nodig is, ook als de kinderen zelf aangeven geen contact met de moeder te willen. Het wegnemen van belemmeringen bij de kinderen is van wezenlijk belang voor hen.”

Naschrift: Wat het hof hierboven feitelijk stelt is een positieve actieplicht voor vader, één die resultaten boekt. Lees ook over ouderschapsnormen.

Volledige uitspraak

Een kind van inmiddels 8 jaar staat al 2 jaar onder toezicht. Bij de oorspronkelijke OTS was het slechte opvoedklimaat dat het gevolg was van de slechte inter-oudercommunicatie als expliciet doel voor de gecertificeerde instelling neergelegd. Inmiddels begint het kind echter steeds meer vader-afwijzend gedrag te vertonen.

De rechter verlengt de OTS ditmaal met slechts 6 maanden om v