Special · Uitgekleed ouderlijk gezag

Bijgewerkt: 25 april 2021 | Leestijd: 19 minuten

Wanneer twee ouders die beiden het gezag hebben (of willen) niet normaal met elkaar kunnen overleggen, dan kan dit ertoe leiden dat belangrijke beslissingen niet, veel te traag of met teveel spanningen tot stand komen.

Om deze moeizame besluitvorming te voorkomen heeft de rechter sinds 2010 naast ‘eenhoofdig gezag’ een extra maatregel in zijn arsenaal tw: ‘uitgekleed ouderlijk gezag’. Dit wordt ook wel een maatwerkbeschikking genoemd.

Let op!
“Uitgekleed Ouderlijk Gezag heeft haar langste tijd gehad, nu Gerechtshof Den Haag op 25-3-2020 oordeelde dat er geen wettelijke basis voor aanwezig is. Uit navolgende rechtspraak volgt dat andere rechters dit overnemen; zie ook de rechtspraak onderaan deze pagina. Hiermee wordt een 10 jaar durend experiment beëindigd. Wat de uitspraak van hof Den Haag betekent voor bestaande situaties is onduidelijk. Wordt vervolgd.

Wat is uitgekleed gezag precies?

Uitgekleed gezag betekent dat de rechter in de uitspraak spelregels opneemt over de wijze waarop besluitvorming over het kind tot stand komt. Het betekent dat aan één van de ouders het recht wordt gegeven om de knoop door te hakken. Het is echter niet zo helder als dat het lijkt en dit is vooral voor professionals belangrijk.

Hierna zie je een voorbeeldformulering:

  1. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien met betrekking tot de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige voor de duur van de minderjarigheid aan de moeder;
  2. voorbereidingen tot beslissingen anders dan die van spoedeisend belang en die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige zullen door de ouders gezamenlijk worden getroffen. Indien de ouders er vervolgens niet in slagen in overleg tot een gezamenlijke en eensluidende beslissing te geraken, zal de moeder de beslissing nemen, die door de vader zal worden gerespecteerd, onverlet zijn recht de door de moeder genomen beslissing in het kader van de geschillenregeling van 1:253a BW aan de rechter voor te leggen.

De ‘uitgekleed gezag’- spelregels in detail uitgelegd

Wie mag beslissen volgt in principe uit de tekst van de clausule. We nemen de bovenstaande variant even als uitgangspunt.

… aan moeder beslissingen rondom dagelijkse verzorging en opvoeding.

Onder delegeren wordt verstaan, overdracht van een bevoegdheid. M.a.w. bij beslissingen rondom dagelijkse verzorging en opvoeding draagt vader de bevoegdheid om mee te beslissen over aan moeder.

Wat onder dagelijkse verzorging valt is niet gedefinieerd. Echter, omvat dit in ieder geval niet beslissingen waarvoor een handtekening is vereist van de gezagdragend ouders. Onder dagelijkse verzorging lijkt bijvoorbeeld wel te vallen of en wanneer een kind naar de kapper gaat, gaatjes in de oren etc. Echter een tatoeage op jonge leeftijd? Onduidelijk.

Wat onder dagelijkse opvoeding wordt verstaan is ook onduidelijk, temeer nu het bijbrengen van bijvoorbeeld ‘normen en waarden’ nauwelijks meetbaar is. Ook het willen bepalen door de ‘aangekleed gezag’-ouder van de opvoeding die thuis bij de ‘uitgekleed gezag’-ouder gegeven wordt, lijkt heilloos en onuitvoerbaar. Het leidt slechts tot meer spanningen.

… beslissingen van moeder als gezamenlijk overleg tot onverenigbare standpunten blijft leiden. Behalve in spoedzaken, dan mag de ouder bij wie het kind op dat moment verblijft ook alleen beslissen.

Cruciaal hier is dat er (bij niet-spoed) overleg moet hebben plaatsgevonden. Zinvol overleg, waarin beide partijen elkaars standpunten naar voren hebben kunnen brengen, deze ook door de ander zijn gehoord en waarbij er ook eventuele compromissen zijn gezocht. Pas daarna, als er nog steeds een onoverbrugbaar verschil van mening blijft bestaan, mag moeder (als i.c. “aangekleed gezag”-ouder) beslissen, waarbij vader de beslissing van moeder respecteert.

Respecteren is iets anders is dan delegeren. Daar waar delegeren een overdracht van bevoegdheid betekent, heeft respecteren niet de juridische betekenis van delegeren. Respecteren staat niet gelijk aan overdracht van bevoegdheid. M.a.w. vader zal nog steeds zijn handtekening moeten zetten. En als vader hier niet aan meewerkt, dan zal moeder alsnog vervangende toestemming moeten vragen bij de rechter.

Nu is het wel zo dat als alle stappen zijn gevolgd en vader alsnog zijn handtekening onthoudt er evidente redenen moeten zijn waarom hij dit gedaan heeft. Zijn die redenen er niet, dan kan dit ertoe leiden dat een verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag door moeder alsnog kansrijk is. Houdt moeder zich echter niet aan de overleg-spelregel, dan geldt precies het omgekeerde.

Het weigeren in (zinvol) overleg te treden betekent ook dat vader niets hoeft te respecteren, laat staan dat moeder alsnog eenzijdig mag beslissen. Ook kan het schenden van de overleg-clausule door moeder ertoe leiden dat vader juist sterker staat in een eventueel verzoek tot eenhoofdig gezag.

Tenslotte, kan een vader een beslissing van moeder alsnog voorleggen aan de rechter in het kader van de geschillenregeling. Dit is o.i. echter een overbodige clausule nu dit recht automatisch volgt uit ‘gezamenlijk gezag’. Het lijkt dan ook als een extra benadrukking bedoeld te zijn dat eenzijdige beslissingen van moeder – die volgens vader niet in het belang van het kind zijn – aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het onthouden van toestemming voor vaccinatie.

Gezag alleen ‘uitgekleed’ als overleg heeft plaatsgevonden

Het doel van uitgekleed gezag is om besluitvorming zoveel mogelijk op gang te houden. Echter, het heeft niet tot doel om de weldenkende ouder die ‘uitgekleed gezag’ heeft onmondig (en onmachtig) te maken.

Dit volgt uit de juridische realiteit dat het uitgekleed gezag niet wordt ingeschreven in het gezagsregister. Heeft één van de ouders uitgekleed gezag, dan staat in het gezagsregister gewoon ‘gezamenlijk gezag’.

De clausule wordt echter in de praktijk veelal niet goed gelezen of geïnterpreteerd. De ‘aangekleed gezag’ ouder interpreteert het veelal als ‘ik mag dus beslissen’, terwijl de ander zegt, ‘je mag niet alles alleen beslissen’. Deze focus op ‘de beslissing’ miskent waar de focus werkelijk ligt van een ‘uitgekleed gezag’-clausule, namelijk in het overleg.

Voordat de ‘aangekleed gezag ouder’ eenzijdig mag beslissen, dan moet er kwalitatief hoogwaardig overleg hebben plaatsgevonden. Vindt dit overleg niet werkelijk plaats – bijvoorbeeld doordat de ‘aangekleed gezag’-ouder dit ontwijkt – dan zijn er ook geen rechten waarop deze ouder zich kan beroepen.

Uitgekleed gezag betekent dus niet dat één ouder alles mag beslissen. Lees hierna wat dit voor professionals betekent.

Uitgekleed gezag en derden professionals

Ten aanzien van derden zoals zorgprofessionals geldt gewoon ‘gezamenlijk gezag’, zoals aangetekend in het gezagsregister. Zij hebben niets te maken met de civielrechtelijke ‘uitgekleed gezag’-clausule, die slechts tussen ouders iets beoogt te regelen. Dit betekent dus twee gezagdragend ouders en de noodzaak tot toestemming (en zo nodig handtekeningen) van beide ouders. Hier niet aan voldoen is in veel gevallen klachtwaardig.

Uitgekleed gezag wel of niet doen?

Als je als ouder nog geen gezag hebt en je wilt gezamenlijk gezag, dan staat het je vrij om ook ‘uitgekleed gezag’ te verzoeken. ‘Niet-zinvol-overleggen’ wordt niet beloond en feitelijk kan de andere ouder – behalve over immateriële of spoed zaken – niet alleen beslissen. En dit is iets dat goed is aan deze clausule.

Ons inziens zou het zich niet houden aan de overleg-bepaling echter duidelijk omschreven consequenties moeten hebben. Als dit niet kan in de beschikking, dan wellicht in een ‘bijsluiter’ waarin nader omschreven staat wat er wordt bedoeld met de verschillende begrippen. Wij zijn van mening dat de huidige standaardclausule te onduidelijk is.

Voor de ‘nog-geen-gezag-ouder’ betekent dit wat ons betreft: wel zelf een voorstel doen dat in ieder geval poogt de onduidelijkheden in de clausule te ondervangen.

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in situaties die extreem gepolariseerd zijn of dat mogelijk worden. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen; in elke fase. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Uitgekleed gezag toegekend

Een vader en een moeder komen in een ouderschapsplan een ‘uitgekleed gezag’-clausule overeen. Hierin wordt vastgesteld dat het in het belang van de kinderen is dat het gezag grotendeels bij de vader komt te liggen en dat aan de vader de beslissingsbevoegdheid toekomt ten aanzien van de in het ouderschapsplan genoemde onderwerpen.

Ook zijn de ouders overeengekomen dat de moeder alle bevoegdheden die uit het gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van de kinderen aan de vader delegeert, onder de voorwaarde dat de vader de moeder zal informeren in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding.

Verder staat in het ouderschapsplan: indien de moeder meer dan twee weken niet bereikbaar is en/of haar medewerking niet verleent en/of niet reageert, zal de vader een procedure starten tot het omzetten van het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag.

Rechtbank Den Haag vindt hiervan het volgende:

“Een wijziging van het ouderlijk gezag staat niet geheel ter vrije bepaling van partijen en de rechtbank zal deze atypische bepalingen in het ouderschapsplan over het gezag daarom ambtshalve toetsen. Omdat de vrouw echter geen verweer heeft gevoerd tegen het ‘uitgekleed gezag’ en ook gelet op het daartoe strekkende mondelinge advies van de RvdK ter zitting, zal de rechtbank de onder begeleiding van twee mediators overeengekomen atypische bepalingen over het gezag alles afwegende nu in stand houden. De rechtbank stelt wel vast dat de ouders ondanks deze atypische bepalingen in het ouderschapsplan formeel met het gezamenlijk gezag over hun kinderen blijven belast.”

Volledige uitspraak

Een vader wil gezamenlijk gezag. Uit onderzoek van de Raad volgt dat de moeder geen enkel contact met de man verdraagt. Haar energie is beperkt en de energie die zij heeft gebruikt zij voor de verzorging en opvoeding van het kind.

Moeder heeft emotionele belemmeringen die wortelen in het verleden van partijen. Van objectieve contra-indicaties bij vader blijkt niet. De rechtbank kiest als tussenoplossing in deze situatie voor de volgende maatwerkbeslissing:

  1. De man delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van de minderjarige aan de vrouw voor zaken rondom de dagelijkse verzorging en opvoeding;
  2. beslissingen in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige (zoals schoolkeuze, medische beslissingen en woonplaats) nemen de ouders in onderling overleg;
  3. in zaken waarin derden de medewerking, al dan niet schriftelijk, van beide ouders verlangen, zal de man, na te zijn gehoord door de vrouw, zijn medewerking op eerste verzoek van de vrouw verlenen.

Volledige uitspraak

Een vader verzoekt gezamenlijk gezag en dit wordt toegewezen door de rechtbank. In hoger beroep verzoekt de moeder vernietiging van de rechtbankuitspraak en subsidiair “uitgekleed gezag”.

Ouders hebben al geruime tijd geen contact. Er zijn echter vorderingen gemaakt met betrekking tot de communicatie. Zo hebben partijen afspraken kunnen maken over de contactregeling die de vader met het kind heeft.

Volgens het hof is de moeizame communicatie tussen partijen op zich onvoldoende grond voor een afwijzing van het verzoek van de vader om hem mede met het gezag over het kind te belasten.

Het hof laat het gezamenlijk gezag in stand onder de volgende voorwaarden:

  1. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van de minderjarige aan de moeder voor zover het zaken betreft die niet verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding (zoals kleding, hobby’s en feestjes);
  2. bij ziekte van de minderjarige handelt de ouder bij wie zij op dat moment verblijft naar bevind van zaken, waarbij geldt dat de zorgregeling zoveel mogelijk wordt nageleefd;
  3. beslissingen in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding (zoals schoolkeuze, woonplaats en verblijf in het buitenland) nemen de ouders in onderling overleg; komen de ouders in het overleg niet tot overeenstemming dan zal de moeder, alle argumenten afwegende, de eindbeslissing nemen en deze tijdig aan de vader kenbaar maken;
  4. in zaken waarin derden de medewerking – al dan niet schriftelijk – van beide ouders verlangen, zal de vader, na te zijn gehoord door de moeder, zijn medewerking op eerste verzoek van de moeder verlenen.

Het voorgaande laat onverlet dat de geschillenregeling van artikel 1:253a, eerste lid, BW, zo nodig voor de ouders openstaat.

Volledige uitspraak

2 capabele ouders waartussen de communicatie niet optimaal loopt. Ondanks dat het kind zelf graag wil dat zijn beide ouders gezag over hem hebben oordeelt het hof dat er bij het vestigen van gezamenlijk gezag een gerede kans ontstaat dat het thans bestaande evenwicht uit balans zal geraken. Dit kan er weer toe leiden dat het kind klem of verloren zal raken tussen zijn ouders.

Om dit te voorkomen, kent het hof de ouders het gezamenlijk gezag toe onder de volgende voorwaarden:

  • de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien met betrekking tot de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige voor de duur van de minderjarigheid aan de moeder;
  • voorbereidingen tot beslissingen anders dan die van spoedeisend belang en die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige zullen door de ouders gezamenlijk worden getroffen. Indien de ouders er vervolgens niet in slagen in overleg tot een gezamenlijke en eensluidende beslissing te geraken, zal de moeder de beslissing nemen, die door de vader zal worden gerespecteerd, onverlet zijn recht de door de moeder genomen beslissing in het kader van de geschillenregeling van 1:253a BW aan de rechter voor te leggen.

Volledige uitspraak

Maatwerkbeslissing. Het hof laat het gezamenlijk gezag in stand:

  1. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van de minderjarigen aan de moeder voor zover het zaken betreft die niet verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding (zoals kleding, hobby’s en feestjes), met dien verstande echter dat de vader de verantwoordelijkheid draagt voor de kappersbezoeken van de minderjarigen;
  2. bij ziekte van een kind handelt de ouder bij wie het kind op dat moment verblijft naar bevind van zaken, waarbij geldt dat de contactregeling zoveel mogelijk wordt nageleefd;
  3. beslissingen in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding (zoals schoolkeuze, woonplaats en verblijf in het buitenland) nemen de ouders in onderling overleg;
  4. in zaken waarin derden de medewerking al dan niet schriftelijk van beide ouders verlangen, zal de vader, na te zijn gehoord door de moeder, zijn medewerking op eerste verzoek van de moeder verlenen.

Het voorgaande laat onverlet dat de geschillenregeling van artikel 1:253a, eerste lid, BW, zo nodig voor beide partijen openstaat.

Volledige uitspraak

Een vader verzoek gezamenlijk gezag. De Raad adviseert tegen toekenning omdat door de communicatieproblemen tussen de ouders er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders. Ook het kind blijkt er tegen dat zijn vader mede het gezag krijgt. Ook geeft hij aan zijn vader niet te willen zien. Moeder werkt al 10 jaar niet mee aan een vastgestelde omgangsregeling.

Het hof concludeert dat er sprake is van oudervervreemding / ouderverstoting door de moeder. De negatieve gevoelens van de moeder naar de vader zijn zo sterk dat alleen op basis daarvan er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt.

Het hof ziet geen risico op klem- of verloren indien de werkelijke uitoefening van het gezag van vader wordt beperkt tot het informatie opvragen bij school, derden, dat zo wordt voorkomen dat een derde met het gezag zou kunnen worden belast en dat gezag automatisch naar hem gaat als de moeder eventueel komt te overlijden.

Het hof acht het op basis van de andere feiten juist in het belang van het kind dat vader medegezag krijgt. Volledigheidshalve wijst het hof de vader er wel nog op dat als de vader het gezamenlijk gezag ruimer gaat gebruiken dan waarvoor het in r.o. 7.8.4. is toegewezen, de moeder zich tot de rechtbank kan wenden met het verzoek het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag.

Volledige uitspraak

Een moeder zet een vader structureel buitenspel ten aanzien van informatie en beslissingen. De vader wil echter wel gezamenlijk gezag en het hof constateert een gevaar dat het kind klem of verloren zal raken ten aanzien van het nemen van gezamenlijke gezagsbelissingen.

De vader krijgt wel gezamenlijk gezag doch “uitgekleed”. Dit mede omdat hijzelf aangaf zich terughoudend te willen opstellen ten aanzien van de werkelijke uitoefening van zijn gezagspositie en zijn medewerking te verlenen aan beslissingen van de moeder.

Het hof komt tot de conclusie dat op deze wijze er een geen onaanvaardbaar risico is voor het kind om klem te geraken tussen haar ouders.

Het hof formuleert de spelregels als volgt: “Het hof merkt hierbij op dat het hof ervan uitgaat dat de man – zoals hij meerdere malen ook expliciet heeft verklaard – zich terughoudend zal opstellen bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag, in die zin dat hij zich niet met de dagelijkse opvoeding en verzorging door de vrouw van [dochter] zal gaan bemoeien en ook het nemen van de hiervoor genoemde en andere belangrijke beslissingen in het leven van [dochter] aan de vrouw zal overlaten. Mocht de man zich toch inlaten met de dagelijkse opvoeding en verzorging van [dochter], dan kan de vrouw de rechtbank verzoeken het gezamenlijk ouderlijk gezag te beëindigen en haar wederom met het eenhoofdig gezag te belasten.”

Volledige uitspraak

Uitgekleed gezag afgewezen

Een bodemprocedure over gezag, omgang en kinderalimentatie die is aangehouden, wordt voortgezet na advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad adviseert een vorm van ‘uitgekleed gezag’ voor de vader. Rechtbank Noord-Nederland overweegt het volgende:

“(…) De vorm van uitgekleed gezag zoals die door de RvdK wordt geadviseerd, is in de rechtspraak ontwikkeld om een tussenvorm tussen gezamenlijk en eenhoofdig gezag te vinden in een poging een van de ouders een bepaalde rechtspositie te geven, als de daadwerkelijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet haalbaar is, omdat het kind dan klem komt te zitten tussen de ouders. Voor zover deze mogelijkheid al een oplossing zou kunnen bieden in een situatie als de onderhavige; de wet kent geen civielrechtelijke ‘uitgekleed’ gezag. Zoals terecht door de vrouw is opgemerkt, kunnen als gevolg daarvan dergelijke beslissingen dan ook niet als een aparte categorie in het Centraal Gezagsregister worden geregistreerd. Het is naar het oordeel van de rechtbank vanwege de functie van het Centraal Gezagsregister onwenselijk dat het raadplegen van dit register daardoor niet de juiste informatie oplevert met als gevolg dat er naar de buitenwereld onduidelijkheid kan ontstaan over de daadwerkelijke juridische positie van de ouders. De rechtbank zal het advies van de RvdK op dit onderdeel dan ook niet volgen. De rechtbank zal de RvdK opdragen aanvullend onderzoek te verrichten en de rechtbank nader te adviseren over de noodzaak van beëindiging van het gezamenlijk gezag, zoals dat door de vrouw is verzocht, rekening houdend met de omstandigheid dat uitgekleed gezag geen optie is. (…)”

Volledige uitspraak

Een vader wil graag gezamenlijk gezag en verzoekt subsidiair “uitgekleed gezag”. Gerechtshof Amsterdam ziet dit niet als optie:

(…) Nog daargelaten dat ook deze vorm van gezag tot meer discussies en afstemmingsproblemen tussen partijen zal leiden dan thans al het geval is, ziet het hof geen wettelijke grondslag voor het toekennen van een gezagsvorm tussen het gezamenlijk en eenhoofdig gezag in. In de rechtspraak is het zogeheten “uitgekleed gezag” ontwikkeld in een poging een van de ouders een bepaalde rechtspositie te geven, als de daadwerkelijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet haalbaar is, omdat het kind dan klem komt te zitten tussen de ouders. De wet kent deze gezagsvorm echter niet en als gevolg daarvan kan deze ook niet als zodanig in het Gezagsregister aangetekend worden, met als ongewenst gevolg dat bij derden onduidelijkheid kan ontstaan over de daadwerkelijke juridische (gezags)positie van een ouder. (…)

Volledige uitspraak

Een moeder wil eenhoofdig gezag, althans een vorm van ‘uitgekleed gezag’ voor de vader die gemotiveerd verweer voert. Hof Arnhem-Leeuwarden wijst uitgekleed gezag af:

“(…) Deze vorm van gezag is in de rechtspraak ontwikkeld om een tussenvorm tussen gezamenlijk en eenhoofdig gezag te vinden in een poging een van de ouders een bepaalde rechtspositie te geven, als de daadwerkelijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet haalbaar is, omdat het kind dan klem komt te zitten tussen de ouders. De wet kent echter geen civielrechtelijke ‘uitgekleed’ gezag. Het hof wijst beide verzoeken van de moeder af, omdat daarvoor de wettelijke basis ontbreekt.”

Volledige uitspraak

Een vader wil uit de strijd met zijn ex-partner blijven en verzoekt bij Rechtbank Den Haag ‘uitgekleed gezag’ wat wordt toegewezen. De moeder gaat evenwel in hoger beroep. Bij Gerechtshof Den Haag ligt opnieuw de vraag voor: uitgekleed gezag, kan dat? Het hof overweegt als volgt:

(…) dat deze vorm van gezag in de rechtspraak is ontwikkeld om een tussenvorm tussen gezamenlijk en eenhoofdig gezag te vinden in een poging een van de ouders een bepaalde rechtspositie te geven, als de daadwerkelijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet haalbaar is, omdat het kind dan klem komt te zitten tussen de ouders. Hoezeer deze mogelijkheid ook een oplossing zou kunnen bieden in een situatie als de onderhavige; de wet kent geen civielrechtelijke ‘uitgekleed’ gezag. Als gevolg daarvan kunnen dergelijke beslissingen dan ook niet als een aparte categorie in het Centraal Gezagsregister worden geregistreerd. Het is naar het oordeel van het hof vanwege de functie van het Centraal Gezagsregister onwenselijk dat het raadplegen van dit register daardoor niet de juiste informatie oplevert met als gevolg dat er naar de buitenwereld onduidelijkheid kan ontstaan over de daadwerkelijke juridische positie van de ouders. Het voorgaande is voor het hof aanleiding om de bestreden beschikking van de rechtbank te vernietigen ten aanzien van het toegewezen ‘uitgekleed’ ouderlijk gezag.

Omdat hof Den Haag de mogelijkheid voor uitgekleed gezag dus niet meer erkent, beoordeelt deze de situatie inhoudelijk opnieuw. Dit leidt tot beëindiging van het eerder toegekende ‘geclausuleerde gezamenlijk gezag’ van de betreffende ouder.

Naschrift: Met dit oordeel van Gerechtshof Den Haag lijkt er een einde te komen aan een 10 jaar durend ‘experiment’ van de rechtspraak. De vraag is natuurlijk, vindt dit navolging bij andere Gerechtshoven en/of komt er iets voor in de plaats? Tijdelijke schorsing ouderlijk gezag wordt wel ingeschreven in het gezagsregister. Welke andere vormen zijn denkbaar? We hebben meer vragen: moeten alle nu bestaande uitgekleed gezag situaties worden herbeoordeeld of vallen ze terug in ‘ongeclausuleerd ‘gezamenlijk gezag?

Volledige uitspraak

Een man verliest bij de rechtbank het ouderlijk gezag vanwege het feit dat hij een ‘hoog veiligheidsrisico’ vormt voor de vrouw en daardoor het ouderlijk gezag niet functioneert. Verzoekt in eerste aanleg ook al “uitgekleed gezag”en de Raad voor de Kinderbescherming is vóór.

Bij het hof tracht hij opnieuw het ouderlijk gezag te houden in de vorm van de volgende clausule:

a. de vader delegeert alle bevoegdheden die uit het gezamenlijk gezag voortvloeien voor de duur van de minderjarigheid van [minderjarige 1] aan de moeder wat betreft de zaken rondom de dagelijkse verzorging en opvoeding;

b. de moeder zal de vader op de hoogte stellen in alle zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding;

c. de moeder zal in de zaken benoemd onder b, na de vader hierover gehoord te hebben en, zo nodig de argumenten over en weer te hebben gewogen, de beslissing ten aanzien van [minderjarige 1] nemen, welke beslissing door de vader zal worden gerespecteerd;

d. in zaken waarin derden de medewerking al dan niet schriftelijk van beide ouders verlangen zal de vader, indien van toepassing, na te zijn gehoord door de moeder, zijn medewerking op eerste verzoek van de moeder verlenen.

Het hof wijst echter af, gezamenlijke gezagsuitoefening niet naar behoren uitvoerbaar.

Volledige uitspraak

Een vader met gezamenlijk gezag heeft een zeer ernstig geweldsincident veroorzaakt naar een vriend van de moeder en de moeder, waarbij zij ter nauwe nood aan de dood ontsnapte. Vader dit in detentie.

De rechtbank wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag toe nu ook van moeder niet verwacht kan worden dat zij gezien deze traumatische gebeurtenis overlegt met de vader over gezagsvraagstukken. Ook voor “uitgekleed gezag” is onvoldoend basis gezien de mogelijke effecten op zowel de moeder als indirect het kind als moeder toch afhankelijk wordt van vader voor belangrijke beslissingen.

Volledige uitspraak

Een vader in detentie (wegens moord) wordt door de rechtbank het ouderlijk gezag ontnomen. Kinderen willen sinds een incident waarin hij zijn kinderen over deze moord informeerde niet meer naar vader toe. Daarna ook (vermeende) doodsbedreigingen door de vader aan het adres van moeder.

In hoger beroep tracht vader uitgekleed gezag te krijgen/behouden over zijn kinderen. Het hof overweegt dat omdat vader eerder weigerde toestemming te verlenen voor het aanvragen van paspoorten dit tegen de mogelijkheid van “uitgekleed gezag” spreekt. Moeder moest toen de rechter vervangende toestemming vragen.

Uitgekleed gezag kan in sommige gevallen tot een oplossing leiden, als uit de uitlatingen en gedragingen van de niet verzorgende ouder valt af te leiden dat deze alle beslissingen over de kinderen volledig overlaat aan de verzorgende ouder en in voorkomende gevallen altijd op eerste verzoek medewerking zal verlenen aan beslissingen van die ouder in kwesties, waarbij deze medewerking is vereist. Dit is niet een situatie die zich hier voordoet.

Volledige uitspraak