← Terug
/ Kennisbank /Omgang/Omgangsregeling hervatten

Omgangsregeling hervatten Sub-thema

Bijgewerkt: 25 april 2026 | Wetsingang: Art. 254 RV, art. 1:253a BW, art. 1:377e BW

Weinig is zo pijnlijk voor kind en ouder als een contactmoment dat wordt geblokkeerd door de andere ouder. Kinderen zijn gebaat bij duidelijkheid en regelmaat. Ook leiden dit soort gebeurtenissen vaak tot grote spanningen tussen de ouders. En ook dit is niet in het belang van het kind. Wordt een omgangsregeling herhaaldelijk en/of langdurig niet nagekomen, dan is een rechtszaak meestal onvermijdelijk.

Wat de reden ook is voor de niet-nakoming. De niet-nakomende ouder heeft niet het recht om een omgangsregeling te doorkruisen. Het is namelijk een vorm van eigenrichting die in beginsel niet is toegestaan, aldus bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam in deze uitspraak en Rechtbank Zeeland-West-Brabant in deze uitspraak. Wel zien we in de rechtspraak dat eenzijdig handelen af en toe door een rechter achteraf gelegitimeerd wordt. Bijvoorbeeld bij zorgen die zo groot zijn dat het eigenlijk van een ouder wordt verlangd dat die wél eenzijdig optreedt. Lees voor een voorbeeld deze uitspraak van Rechtbank Den Haag. Zie in dit kader ook de V&A: Ik heb ernstige zorgen. Toch de omgang nakomen?

De Hoge Raad heeft in 2014 duidelijk bepaald welke houding van rechters mag worden verlangd wanneer contact tussen een kind en een ouder wordt gedwarsboomd. Als algemene regel geldt sindsdien dat de rechter alle in het gegeven geval gepaste maatregelen moet nemen om de ouder die niet-nakomt alsnog te bewegen aan omgangshervatting mee te werken. Dit vloeit voort uit het recht op familieleven van art. 8 lid 1 EVRM.

Artikel 8 lid 1 EVRM:
Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

Van de rechter kan bovendien een actieve opstelling worden verlangd naarmate voor de weigering van de met het gezag belaste ouder minder – of zelfs geen – goede en voldoende aannemelijk gemaakte gronden worden aangevoerd. De rechter kan partijen daartoe met hun instemming bijvoorbeeld verwijzen naar mediation. Verder kan de rechter zonder de instemming van partijen onderzoek door derden gelasten, zoals een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of een deskundigenbericht met toepassing van mediation (ook forensische mediation genoemd). Ook kan de de rechter, onder aanhouding van de definitieve beslissing, een voorlopige omgangsregeling vaststellen en partijen tussentijds horen over de uitvoering daarvan en de (verdere) gang van zaken.

Niet-nakomingen zijn regelmatig onderwerp van gerechtelijke procedures en in principe kan je er van uitgaan dat een aangebrachte zaak snel op zitting komt, d.w.z. binnen enkele weken. Niet-nakomingen zijn bij uitstek spoedeisend. Je kunt dus een kort geding starten. Let wel, advocaten mogen niet ‘rauwelijks procederen’. Dit betekent dat er altijd nog een advocatenbrief uitgaat naar de andere ouder als laatste waarschuwing.

Voor een kort geding wordt er een zgn. dagvaarding opgesteld. Lees meer over de dagvaardingsprocedure op de website van De Rechtspraak. Het is belangrijk om in de dagvaarding te beschrijven welke omgangsregeling je hebt, welke omgangsmomenten zijn gemist en wellicht nog worden gemist. Ook is het belangrijk om het spoedeisende karakter te benadrukken. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder betekend bij de andere ouder. Wanneer aan de formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank zo spoedig mogelijk een zitting inplannen. Hiervoor wordt de andere ouder uitgenodigd. Deze kan zowel schriftelijk als mondeling verweer voeren.

Het kan zijn dat wanneer de zaak al ‘aanhangig’ is de omgangsregeling alsnog wordt hervat. Dit hoeft niet te betekenen dat het kort geding daarmee gelijk overbodig is. Zo is het mogelijk om nakoming voor de toekomst te zekeren door middel van een dwangsom. Het verkrijgen van zo een dwangmiddel kan voldoende reden zijn om de zaak toch op zitting te laten komen. Lees meer over dwangsommen op onze themapagina dwangmiddelen.

Wat je ook doet, blijf rustig en overdenk je stappen goed. Zend nooit berichten naar de andere ouder die als kwetsend of bedreigend opgevat kunnen worden. Hoe je je opstelt heeft niet alleen invloed op de uitkomst van het kort geding. Ook heeft het invloed op eventuele toekomstige procedures. Houd er rekening mee dat de andere ouder mogelijk ‘alle registers opentrekt’, zoals valse aantijgingen van geweld of misbruik.

Landelijk Bureau Handhaving Omgang
Omdat snel handelen o.i. in het belang van het kind is, ontwikkelt Fiduon het Landelijk Bureau Handhaving Omgang. Eén meldplaats en juridisch startpunt voor ouders en verzorgers die geconfronteerd worden met een plotselinge niet-nakoming van de omgang. Een zaak aanmelden? Stuur een e-mail naar team@fiduon.nl.
💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Zaken komen in principe binnen enkele weken op zitting.
  2. Een dwangregeling in de vorm van een dwangsom wordt zelden bij het eerste kort geding opgelegd, d.w.z. tenzij het voor de rechter aannemelijk wordt dat de andere ouder zich mogelijk niet aan de uitspraak gaat houden.
  3. Een proceskostenveroordeling wordt zelden toegekend. Lees meer hierover op onze themapagina proceskosten-veroordeling.
  4. Houdt de andere ouder zich niet aan de uitspraak van de rechter en is er geen dwangsom toegekend, dan moet je opnieuw naar de rechter.
  5. We zien in de rechtspraak zelden dat de gemiste dagen kunnen worden ingehaald.
  • Beoordeling spoedeisend karakter.
  • In hoeverre spoedige hervatting van de omgang (zoals die functioneerde of in gewijzigde vorm) in het belang van het kind is.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder die de omgang niet nakomt zich (ruimhartig) heeft gehouden aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatie- en consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen.

Niet-nakomingen leiden bovendien zelden tot nooit eveneens tot een vaststelling van ‘inhaal van de gemiste tijd’ laat staan tot wat we ‘supercompensatie”  noemen.

Deze zaken onvoldoende in de beoordeling meenemen, bevestigt de onterecht niet-nakomende ouder feitelijk in de strijd die deze voert met de niet-nakoming waarmee tevens indirect ook een vorm van kindermishandeling en intieme terreur wordt gelegitimeerd.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Omgang hervat

Een vader start een procedure bij Rechtbank Midden-Nederland met als doel af te dwingen dat de moeder de eerder vastgestelde zorgregeling met hun dreumes van ongeveer 1 à 2 jaar nakomt. De rechter stelt vast dat de moeder de omgangsregeling niet goed heeft uitgevoerd, onder meer door zelf bij contactmomenten aanwezig te blijven en een afspraak af te zeggen. Volgens de rechter was de eerdere beschikking duidelijk: de moeder mocht niet bij de omgang aanwezig zijn en alleen de overdracht mocht via een vertrouwd neutraal persoon verlopen. De moeder krijgt daarom de plicht de zorgregeling volledig na te komen, op straffe van een dwangsom van € 250 per overtreding tot maximaal € 10.000. Haar verzoek om de regeling voorlopig stop te zetten wordt afgewezen, omdat er geen sterke aanwijzingen zijn dat contact met de vader schadelijk is voor het kind.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Den Haag over voorlopig contact tussen de vader en hun dochter van ongeveer 1 à 2 jaar. Het hof vindt dat er voldoende spoed is en dat ook in kort geding een voorlopige omgangsregeling mag worden vastgesteld. Het hof oordeelt dat er geen bewijs is dat de vader gevaarlijk is of dat omgang de ontwikkeling van het kind ernstig schaadt, en dat het kind recht heeft op contact met de vader. De bestaande regeling (om de week op maandag en de andere week op zaterdag van 9.00 tot 15.00 uur) blijft gelden, met begeleiding van de opa moederskant bij de overdracht. Omdat de moeder de regeling structureel niet nakomt, verhoogt het hof de dwangsom naar € 300 per dag of dagdeel met een maximum van € 10.000.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel af te dwingen dat de omgang met zijn kinderen van ongeveer 9 en 8 jaar weer wordt nagekomen. De moeder had de omgang sinds januari 2026 stopgezet vanwege een politieonderzoek en een onderzoek van Veilig Thuis naar vermoedens van seksueel misbruik. De rechter vindt dat contact voorlopig wel moet doorgaan, omdat niet is gebleken dat omgang het onderzoek belemmert, maar kiest uit veiligheid voor een beperktere regeling zonder overnachting. De kinderen mogen daarom voorlopig eens per twee weken op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur naar de vader, met halen en brengen via oma van moederskant. Als de moeder deze regeling niet nakomt, moet zij €100 per dag betalen, tot maximaal €7.500; haar verzoek om omgang helemaal stop te zetten wordt afgewezen.

Volledige uitspraak

Een vader start een kortgedingprocedure bij Rechtbank Rotterdam met als doel de moeder te dwingen een al eerder vastgestelde omgangsregeling na te komen voor hun zoontje van ongeveer 4 jaar. De moeder wilde de omgang juist laten schorsen, omdat zij de situatie bij de vader onveilig vond, maar de rechter vond daarvoor nu geen nieuwe, voldoende onderbouwde feiten. Daarom moet de moeder de regeling uitvoeren: om het weekend, wekelijks een middag met avondeten en een verdeling van vakanties en feestdagen. Als zij niet meewerkt, moet zij € 50 per dag betalen, tot een maximum van € 1.000. De tegenvordering van de moeder werd afgewezen, omdat zij hiermee volgens de rechter eigenlijk alsnog de eerdere beslissing probeerde aan te vechten.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel af te dwingen dat de eerder vastgestelde zorgregeling met zijn kinderen van ongeveer 8 en 7 jaar weer wordt nageleefd. De moeder werkte volgens de rechter vooral niet mee aan de overnachtingen, terwijl de vader de kinderen sinds november 2025 helemaal niet meer had gezien. De moeder wilde juist begeleide omgang of alleen contact zonder overnachting, omdat de kinderen weerstand zouden hebben en zij niet goed wist waar de vader verbleef. De rechter vindt dat er geen nieuwe feiten zijn die een wijziging rechtvaardigen en beslist dat de bestaande regeling moet worden hervat. De moeder moet die regeling nakomen, op straffe van een dwangsom van 200 euro per dag met een maximum van 10.000 euro; haar tegenverzoek wordt afgewezen.

Volledige uitspraak

Omgang niet hervat

Een vader start een procedure bij Rechtbank Gelderland met als doel af te dwingen dat de voorlopige begeleide omgang met zijn kind weer op gang komt. De rechter wijst dat af, omdat de vader zich herhaaldelijk niet hield aan een eerder contact- en locatieverbod tegenover de moeder en de situatie daardoor onveilig en zeer onrustig is geworden. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming staat het kind, vermoedelijk nog heel jong, onder grote spanning en is eerst rust, veiligheid en hulpverlening nodig. Rechtbank Gelderland schorst daarom de eerdere omgangsregeling volledig: voorlopig is er geen contact tussen vader en kind, totdat in de lopende bodemzaak anders wordt beslist. Ook komt er een onderzoek van de Raad en moet de vader de proceskosten van de moeder betalen, omdat de rechter vindt dat hij nodeloos heeft geprocedeerd.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant met als doel de eerdere week-op-week-afregeling voor haar twee jonge kinderen van ongeveer 6 en 4 jaar weer af te dwingen. De vader hield de kinderen echter bij zich, omdat er volgens hem ernstige zorgen zijn over de veiligheid bij de moeder thuis en over uitspraken van haar nieuwe partner. De rechter vindt die zorgen op dit moment aannemelijker, mede omdat de moeder niet op de zitting verscheen en de vader zijn verhaal met stukken onderbouwde. Daarom wijst de rechter het verzoek van de moeder af en wordt het contact tussen de moeder en de kinderen voorlopig helemaal opgeschort. Veilig Thuis moet nu met spoed de veiligheid onderzoeken, zodat contactherstel pas kan plaatsvinden als dat verantwoord en veilig kan.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant met als doel een omgangsregeling en informatieregeling te krijgen over haar zoon van ongeveer 11 jaar. De rechtbank wijst omgang af, omdat de jongen ernstige hechtings- en gedragsproblemen heeft en de moeder het eerder afgesproken hulpverleningstraject niet van de grond kreeg. Volgens de rechtbank is contact nu in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind, dat kwetsbaar is en rust, stabiliteit en heel zorgvuldig handelen nodig heeft. Wel krijgt de moeder recht op informatie: de vader moet haar ieder kwartaal per e-mail berichten over belangrijke zaken zoals school, gezondheid en activiteiten. Een foto hoeft alleen te worden gedeeld als het kind daarvan weet en daarmee instemt, en de rechtbank maakt hiermee een einde aan de al lang lopende procedure.

Volledige uitspraak

Een moeder start een kort geding bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om haar 13‑jarige dochter weer bij haar te laten wonen en terug te laten inschrijven op haar adres. De dochter was na een escalatie naar de vader vertrokken, heeft ernstige beschuldigingen richting de moeder geuit en weigert nu contact met de moeder. Tijdens de zitting vraagt de Raad om een voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader; beide ouders stemmen daarmee in en de kinderrechter verleent dit. De voorzieningenrechter wijst daarna zowel de verzoeken van de moeder als die van de vader af, omdat de situatie nu via jeugdbescherming en een lopend onderzoek wordt aangepakt. De Raad moet verder onderzoeken wat het beste is voor gezag, hoofdverblijfplaats en een eventuele definitieve kinderbeschermingsmaatregel.

Volledige uitspraak

Een vader start een kort geding bij Rechtbank Overijssel om af te dwingen dat de door de rechtbank vastgestelde begeleide omgang met zijn twee kinderen meteen wordt uitgevoerd. De moeder en de betrokken hulpverleners vinden ook dat er weer contact moet komen, maar pas nadat de traumabehandeling van het oudste kind is afgerond en er een zorgvuldig plan ligt.

De rechter oordeelt dat de huidige pauze in het contact vooral komt door het beleid van de gemeente en de hulpverlening, en niet door tegenwerking van de moeder. Omdat de gemeente beslist over het inzetten van begeleide omgang, kan de vader dit niet via een procedure tegen de moeder afdwingen, maar moet hij daartegen bestuursrechtelijk opkomen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter legt de nadruk op het volgen van adviezen van hulpverlening, maar toetst beperkt of de ouders hun plicht om contact mogelijk te maken ook echt actief invullen. De vader krijgt te horen dat hij bij de gemeente moet zijn, terwijl voor het kind ondertussen onduidelijk blijft wanneer en hoe het contact met de vader concreet terugkomt.

De moeder wordt nauwelijks aangesproken op haar eigen verantwoordelijkheid om naast de gemeente ook zelf tempo en vorm van contact te helpen bewaken. Als niemand in de keten een harde termijn of duidelijk doel formuleert, wie voelt zich dan uiteindelijk echt verantwoordelijk voor een tijdig en veilig herstel van het contact?

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel weer contact met zijn drie kinderen te krijgen en een informatieregeling af te spreken. De kinderen hebben de rechter ieder apart geschreven dat zij al jaren geen contact willen en die situatie zo willen laten. De vader geeft zelf aan dat hij hen niet wil dwingen als zij geen contact willen, waarop de rechter geen omgangsregeling vaststelt. Over informatie-uitwisseling wordt op zitting nog een route via de zus van de vader besproken, maar die wijst de vader later af, waarna er ook geen informatieregeling komt. De proceskosten worden zo geregeld dat ieder zijn eigen kosten betaalt.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter beloont hier feitelijk het langdurig uitblijven van contact en de duidelijke afwijzing door de kinderen, zonder zichtbare poging om dat patroon voorzichtig te onderzoeken of te keren. De vader stelt de wens van de kinderen te willen respecteren, maar geeft daarmee eigenlijk het haakje aan de rechter om tot afwijzing van het verzoek te concluderen. De moeder blijft buiten schot, terwijl niet helder wordt of zij zich heeft gehouden aan haar actieve inspanningsplichten en/of aan een zo vrij mogelijke mening van de kinderen. Feitelijk geeft de rechter het hiermee in handen van de kinderen. Alleen is dát wat wordt verstaan onder ouderlijke verantwoordelijkheid?

Een moeder start een kortgedingprocedure bij Rechtbank Den Haag met als doel haar ongeveer 11‑jarige zoon terug te laten keren naar haar hoofdverblijfplaats. De jongen woont sinds september 2025 bij de vader en weigert (bijna) elk contact met de moeder, terwijl zijn 9‑jarige zusje nog bij de moeder woont. De rechter vindt de strijd tussen de ouders en de scheiding van de kinderen zeer schadelijk en stelt beide kinderen voor drie maanden voorlopig onder toezicht van Jeugdbescherming. De vordering van de moeder om de jongen direct terug te laten keren wordt afgewezen, maar er moet zo snel mogelijk een begeleid herstelgesprek komen tussen kind, moeder en vader.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt scherp dat beide ouders de kinderen al jaren belasten met hun strijd, maar verbindt daar nog weinig concrete eisen aan het gedrag van de ouders. Er wordt vooral ingezet op nieuwe hulpverlening en onderzoek, terwijl duidelijke afspraken over rust, communicatie en contactherstel nu al nodig lijken. Voor het kind dat zich afkeert van de moeder is het risico groot dat zijn keuze wordt bevestigd door de huidige situatie zonder heldere kaders.

Een vader wil dat de omgang met zijn 9 jarige kind wordt hervat. Tijdens een begeleid omgangsmoment vindt er echter een incident plaats waarbij de vader (kennelijk) normale (communicatie)grenzen is overgegaan. Het gerechtshof wijst de omgangsregeling af omdat deze op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van [minderjarige].

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat opvalt aan deze uitspraak is een beschrijving van wat het incident omvatte. Dit maakt lastig navolgbaar of hetgeen het hof de vader feitelijk vraagt proportioneel is. Tevens valt op dat hoe het hof de artikel 1:247 lid 3 BW-plicht herverpakt, namelijk: Het hof geeft de moeder mee dat het in dit kader van groot belang is dat zij op positieve wijze spreekt over de vader tegenover [minderjarige]. Op die wijze wordt bevorderd dat [minderjarige] zich zelfstandig een beeld vormt van zijn vader. O.i. is dit een te beperkte uitleg van de actieve inspanningsplicht van de moeder.

Een vader die zich grensoverschrijdend en gewelddadig gedraagt verzoekt hervatting van de door moeder gestaakte omgang. Dit wordt afgewezen omdat vader zich grensoverschrijdend blijft gedragen en daarvoor ook strafrechtelijk wordt veroordeeld. Desondanks doet de moeder pogingen om contact tussen de kinderen en vader op een veilige wijze vorm te geven. Het leidt ertoe dat er rechter de vader het recht op omgang met beide kinderen ontzegt.

Volledige uitspraak

Een vader vordert nakoming van een recent bij een eerder kort geding vastgestelde zorgregeling. Er is nieuwe informatie binnengekomen van Veilig Thuis. Dit bevat verklaringen van de kinderen waaruit blijkt dat de vader hen slaat. De voorzieningenrechter schorst het eerdere vonnis. De omgang dient begeleid te worden opgestart.

Volledige uitspraak

Een vader vordert nakoming van de zorgregeling zoals overeengekomen in het ouderschapsplan. Hij is echter zelf een aantal malen niet gekomen en moeder toont zich diverse momenten flexibel. De rechter wijst de vordering af omdat de vader onvoldoende aannemelijk maakt dat de zorgregeling niet wordt nagekomen.

Volledige uitspraak

Een moeder tracht een vastgestelde omgang met haar 16 jarige puber weer hervat te krijgen. Er heeft een incident plaatsgevonden. Moeder heeft in de telefoon van haar kind gekeken. Hierop is het kind boos naar vader gegaan. Moeder verwijt vader dat hij zich niet inzet om de omgang weer te hervatten. De rechter constateert echter dat het kind zich verzet tegen verplicht contact en wijst daarom de vordering van moeder af. Toepassing “rustcriterium”.

Volledige uitspraak

Een vader die (eveneens in publiek) tegen de moeder scheldt en de kinderen feitelijk meegeeft de moeder disrespectvol te kunnen behandelen, krijgt een ‘nee’ te horen wanneer hij een kort geding start over hervatting van de omgang met zijn 3 kinderen. De rechter beschikt dat de oudste van 15 jaar zelf mag bepalen wanneer hij naar de vader gaat. Voor de jongste twee wordt er een begeleide omgang vastgesteld.

Volledige uitspraak

Een vader vordert nakoming van een door de moeder gestaakte omgang met zijn twee kinderen van 11 en 5 jaar. De oudste heeft aan de rechter aan dat vader hem zou hebben geslagen. De vader heeft echter een andere lezing; nl een corrigerende tik. De jongste wordt nog niet gehoord, maar volgens moeder geeft ook zij aan dat vader slaat. De rechter wijst de vordering tot herstel omgang af.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Geen omgang, een vader die mogelijk slaat, hoe nu verder? Wat opvalt is de slappe overweging over de toekomst van de situatie door de rechter. Omdat de rechter niet met zekerheid kan achterhalen wat er is gebeurd zou het de rechter sieren als deze de ouders op de ouderschapsnormen had gewezen. In plaats daarvan volstaat de rechter met de volgende mededeling ten aanzien van de oudste: “maar aan de ouders wordt meegegeven dat het verstandig is om hier (lees: contactherstel) wel naartoe te gaan werken en hulpverlening in te schakelen.” Ten aanzien van de jongste stelt de rechter over het omgangsaspect: “Misschien kan daar wel op korte(re) termijn mee worden begonnen (red: onder begeleiding van hulpverlening).

Man vordert nakoming van de afspraken door ouders gemaakt in het ouderschapsplan op straffe van een dwangsom. Eén van deze vorderingen is dat moeder de zorgregeling die hun dochter van 13 jaar met vader heeft onverminderd nakomt.

In de loop van het geding schrijft het kind een brief aan de rechter waaruit een verstoorde verhouding met vader uit naar voren komt, welke mede wortelt in de verstoorde verhouding tussen de ouders. Moeder geeft samengevat aan dochter niet te kunnen bewegen om naar vader te gaan.

Ondanks dat de vader in principe in zijn recht staat wijst de rechtbank toch de vordering af, ook omdat de ouders ter zitting afspreken aan hun onderlinge communicatie te gaan werken onder professionele begeleiding.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het zonder contact opgroeien van een kind vormt volgens recente rechtspraak een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor dit kind, voldoende voor een ondertoezichtstelling. Conform deze lijn was het logisch geweest dat het kind onder toezicht was gesteld om in ieder geval het gezamenlijke traject van de ouders te kunnen monitoren en zo nodig bij te kunnen sturen.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?