Thema · Omgangsregeling hervatten (kort geding)

Bijgewerkt: 22 juni 2020 | Wetsingang: Art. 254 RV | Leestijd: 10 minuten

Weinig is zo pijnlijk voor kind en ouder als een contactmoment dat wordt geblokkeerd door de andere ouder. Kinderen zijn gebaat bij duidelijkheid en regelmaat. Ook leiden dit soort gebeurtenissen vaak tot grote spanningen tussen de ouders. En ook dit is niet in het belang van het kind. Wordt een omgangsregeling herhaaldelijk en/of langdurig niet nagekomen, dan is een rechtszaak meestal onvermijdelijk.

Wat de reden ook is voor de niet-nakoming. De niet-nakomende ouder heeft niet het recht om een omgangsregeling te doorkruisen. Wel zien we in de rechtspraak dat eenzijdig handelen af en toe door een rechter achteraf gelegitimeerd wordt. Bijvoorbeeld bij ernstige misstanden.

De Hoge Raad heeft in 2014 duidelijk bepaald welke houding van rechters mag worden verlangd. Als algemene regel geldt sindsdien dat de rechter alle in het gegeven geval gepaste maatregelen moet nemen om de ouder die niet-nakomt alsnog te bewegen aan omgangshervatting mee te werken. Dit vloeit voort uit het recht op familieleven van art. 8 EVRM.

Van de rechter kan bovendien een actieve opstelling worden verlangd naarmate voor de weigering van de met het gezag belaste ouder minder – of zelfs geen – goede en voldoende aannemelijk gemaakte gronden worden aangevoerd. De rechter kan partijen daartoe met hun instemming bijvoorbeeld verwijzen naar mediation. Verder kan de rechter zonder de instemming van partijen onderzoek door derden gelasten, zoals een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of een deskundigenbericht met toepassing van mediation (ook forensische mediation genoemd). Ook kan de de rechter, onder aanhouding van de definitieve beslissing, een voorlopige omgangsregeling vaststellen en partijen tussentijds horen over de uitvoering daarvan en de (verdere) gang van zaken.

Niet-nakomingen zijn regelmatig onderwerp van juridische procedures en in principe kan je er van uitgaan dat een aangebrachte zaak snel op zitting komt, d.w.z. binnen enkele weken. Niet-nakomingen zijn bij uitstek spoedeisend. Je kunt dus een kort geding starten. Let wel, advocaten mogen niet ‘rauwelijks procederen’. Dit betekent dat er altijd nog een advocatenbrief uitgaat naar de andere ouder als laatste waarschuwing.

Voor een kort geding wordt er een zgn. dagvaarding opgesteld. Lees meer over de dagvaardingsprocedure op de website van De Rechtspraak. Het is belangrijk om in de dagvaarding te beschrijven welke omgangsregeling je hebt, welke omgangsmomenten zijn gemist en wellicht nog worden gemist. Ook is het belangrijk om het spoedeisende karakter te benadrukken. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder betekend bij de andere ouder. Wanneer aan de formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank zo spoedig mogelijk een zitting inplannen. Hiervoor wordt de andere ouder uitgenodigd. Deze kan zowel schriftelijk als mondeling verweer voeren.

Het kan zijn dat wanneer de zaak al ‘aanhangig’ is de omgangsregeling alsnog wordt hervat. Dit hoeft niet te betekenen dat het kort geding daarmee gelijk overbodig is. Zo is het mogelijk om nakoming voor de toekomst te zekeren door middel van een dwangsom. Het verkrijgen van zo een dwangmiddel kan voldoende reden zijn om de zaak toch op zitting te laten komen. Lees meer over dwangsommen op onze themapagina dwangmiddelen.

Wat je ook doet, blijf rustig en overdenk je stappen goed. Zend nooit berichten naar de andere ouder die als kwetsend of bedreigend opgevat kunnen worden. Hoe je je opstelt heeft niet alleen invloed op de uitkomst van het kort geding. Ook heeft het invloed op eventuele toekomstige procedures. Bereid je dossier goed voor, bijvoorbeeld samen met ons. Houd er rekening mee dat de andere ouder mogelijk ‘alle registers opentrekt’, zoals valse aantijgingen van geweld of misbruik.

Landelijk Bureau Handhaving Omgang
Omdat snel handelen o.i. in het belang van het kind is, ontwikkelt Fiduon het Landelijk Bureau Handhaving Omgang. Eén meldplaats en juridisch startpunt voor ouders en verzorgers die geconfronteerd worden met een plotselinge niet-nakoming van de omgang. Een zaak aanmelden? Stuur een e-mail naar team@fiduon.nl.

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Vordering tot nakoming toegewezen

Een vader vordert nakoming van de omgang bij kort geding. Procedeert daartoe in 2 instanties. Moeder wil echter een NIFP-onderzoek van vader vanwege een een episode van boosheid van vader naar zijn dochter toe omdat deze zijn fiets tegen zijn auto had laten vallen, wat een kras had veroorzaakt). Zijn dochter wilde daarna niet meer naar hem toe. Geen verdere omstandigheden gevonden tegen omgang, Niet is gebleken dat de man tekort schiet in de praktische zorg voor zijn dochter of dat zij fysiek onveilig is bij de man.

Hof Amsterdam wijdt relatief veel woorden aan de ouderlijke wettelijke verplichtingen op basis van de ouderschapsnormen. Het hof omschrift het als volgt:

“Daarnaast lijkt de oorzaak van de alsmaar gegroeide weerstand bij [kind B] mede te zijn gelegen in de voortdurende strijd tussen de man en de vrouw en dient voorkomen te worden dat een verdere verwijdering ontstaat. Voorts is van belang dat ook niet valt te verwachten dat de weerstand zal verdwijnen wanneer in het geheel geen omgang plaatsvindt of wanneer het aan [kind B] wordt overgelaten of zij wel of niet naar haar vader toe gaat. De verantwoordelijkheid of er wel of niet omgang met de man is, moet niet bij [kind B] worden gelegd, maar dienen de ouders op zich te nemen. [kind B] is, gelet op haar leeftijd, te jong voor een dergelijke verantwoordelijkheid. Het is aan beide ouders gezamenlijk om ervoor te zorgen dat [kind B] ook contact heeft met de andere ouder. Van de vrouw mag worden verwacht dat zij zich hiervoor daadwerkelijk inzet en [kind B] de (emotionele) ruimte geeft contact met haar vader te hebben en haar stimuleert om naar de man toe te gaan. Van de man op zijn beurt mag worden verwacht dat hij de wensen die [kind B] bij [kindercoach] heeft geuit, respecteert en dat hij zich realiseert wat zijn houding en handelen bij [kind B] (en ook [kind A] ) teweegbrengt. Het hof wijst partijen op het belang om, al dan niet met behulp van de hulpverlening, met [kind B] in gesprek te gaan teneinde haar weerstand tegen omgang met de man weg te nemen.”

Hof Amsterdam legt een opbouwende omgang op en stelt eveneens een dwangregeling vast.

Naschrift: Op zich is het goed dat hof Amsterdam de ouders aanspreekt op hun verantwoordelijkheden. Echter, in deze uitspraak opnieuw: “laat hulpverlening het maar uitzoeken”. De rechter maakt niet duidelijk wat er gebeurt als de ouders niet dat resultaat bereiken dat het hof benoemt als zijnde “in het belang van het kind”.

Volledige uitspraak

Een moeder krijgt een dwangsom van € 250,- voor iedere keer dat zij niet aan de omgangsregeling meewerkt, tot een maximum van € 5.000,- is bereikt. Ze wil in hoger beroep er echter vanaf, daarnaast wil ze dat de omgang opnieuw begeleid plaatsvindt. De gronden globaal: dat er onverminderd zorgen zijn over de zorgcapaciteiten van de vader en er kindsignalen (zouden) zijn. Dit wordt door hof Den Haag afgewezen. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kort geding rechter.

Volledige uitspraak

Vrouw komt tijdelijke zorgregeling niet na tussen haar 2 jarige en vader. Vader vordert nakoming in kort geding wat wordt toegewezen. Dwangsom € 250,- per dag dan wel per dagdeel. Verwijzing naar ‘eerder frequent dan lang‘.

Volledige uitspraak

Vrouw komt voorlopige omgangsregeling niet na, man vordert nakoming in kort geding wat wordt toegewezen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij de omgangsregeling niet naleeft, tot een maximum van €5.000,-. In hoger beroep vordert de vrouw vernietiging van deze beslissing van de rechtbank, waarbij ze aanvoert dat de regeling niet in het belang van het kind zou zijn. Stelt o.m. dat het kind overprikkeld thuis zou komen.

Het hof stelt dat uit het dossier een beeld naar voren komt van de vrouw die afspraken en toezeggingen doet omtrent de omgang tussen de man en de minderjarige en deze telkens in het geheel niet dan wel deels niet nakomt. Dwangsom wordt gehandhaafd.

Volledige uitspraak

Moeder met hoofdverblijf komt omgangsregeling die vader heeft bij herhaling niet na. In kort geding vordert vader nakoming en krijgt eveneens een dwangregeling toegekend in de vorm van een dwangsom van € 250 per keer met een maximum van € 10.000,- . Moeder komt echter alsnog niet na en tracht in een kort geding procedure de executie van de verbeurde dwangsommen van tafel te krijgen. Ze beroept zich erop dat het kind niet wilde. De kort geding rechter gaat hier echter niet in mee en moeder gaat in hoger beroep tegen het vonnis.

Het hof: De vrouw dient uitvoering te geven aan rechterlijke beslissing met betrekking tot de uitvoering van een omgangsregeling. Een rechterlijke beslissing is bindend voor de vrouw, en in het geval dat zij die niet nakomt dient zij daarvan de voorzienbare gevolgen te dragen. Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter op goede gronden heeft geoordeeld inzake de vraag of er dwangsommen zijn verbeurd, het hof neemt de gronden van de voorzieningenrechter over. Van de vrouw had mogen worden verlangd dat zij de zorgregeling met haar kind had besproken en maatregelen had genomen zodat ook daadwerkelijk uitvoering kon worden gegeven aan de zorgregeling.

Volledige uitspraak

Vordering tot nakoming afgewezen

Man vordert nakoming van de afspraken door ouders gemaakt in het ouderschapsplan op straffe van een dwangsom. Eén van deze vorderingen is dat moeder de zorgregeling die hun dochter van 13 jaar met vader heeft onverminderd nakomt.

In de loop van het geding schrijft het kind een brief aan de rechter waaruit een verstoorde verhouding met vader uit naar voren komt, welke mede wortelt in de verstoorde verhouding tussen de ouders. Moeder geeft samengevat aan dochter niet te kunnen bewegen om naar vader te gaan.

Ondanks dat de vader in principe in zijn recht staat wijst de rechtbank toch de vordering af, ook omdat de ouders ter zitting afspreken aan hun onderlinge communicatie te gaan werken onder professionele begeleiding.

Naschrift: Het zonder contact opgroeien van een kind vormt volgens recente rechtspraak een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor dit kind, voldoende voor een ondertoezichtstelling. Conform deze lijn was het logisch geweest dat het kind onder toezicht was gesteld om in ieder geval het gezamenlijke traject van de ouders te kunnen monitoren en zo nodig bij te kunnen sturen.

Volledige uitspraak

Lees ook dit

  1. Zaken komen gemiddeld binnen enkele weken op zitting.
  2. Een dwangregeling in de vorm van een dwangsom wordt zelden de eerste maal opgelegd, tenzij het voor de rechter aannemelijk wordt dat de andere ouder zicht mogelijk niet aan de uitspraak gaat houden.
  3. Een kostenveroordeling wordt ook bij niet-nakomingen zelden toegekend. Lees meer hierover op onze themapagina proceskosten-veroordeling.
  4. Houdt de andere ouder zich niet aan de uitspraak van de rechter en is er geen dwangsom toegekend, dan moet je opnieuw naar de rechter.
  5. We zien in de rechtspraak nooit dat de gemiste dagen kunnen worden ingehaald, waarmee de niet-nakomende ouder feitelijk wordt gefaciliteerd in de strijd.
  • Beoordeling spoedeisend karakter
  • Beoordeling van de omgangsregeling en andere aangevoerde feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de niet-nakoming.