Thema · Omgang opstarten

Laatst bijgewerkt op: | Wetsingang: Art. 1:377a lid 1 BW | Leestijd: 9 minuten

Een kind heeft het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Ook wanneer een (juridisch) ouder geen gezag heeft, heeft deze recht op omgang met zijn kind. Sterker, op hem rust ook een verplichting tot omgang.

Dit recht voor het kind wordt – naast in de Nederlandse wet – geborgd in Europese en internationale verdragen. Het contact met beide ouders en met ‘familie’ is belangrijk voor een evenwichtige sociaal-emotionele- en identiteitsontwikkeling van het kind. En dit recht kan het kind alleen in zwaarwegende situaties worden onthouden. Deze situaties zijn opgesomd in de wet. Namelijk als:

  1. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  2. de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  3. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor (door een rechter) van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
  4. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Situaties die hier in de praktijk bijvoorbeeld onder vallen zijn die waarbij de hoofdverzorgende ouder zodanig belast zou worden door de omgang, dat dit (ernstig) nadelig zou zijn voor het kind.

Het is een subjectief wegingskader van de rechter. Dit leidt er soms toe dat de hoofdverzorgende ouder – die niet in staat is om met omgang tussen het kind en de andere ouder om te gaan – opdracht krijgt om “aan zichzelf te werken” en dat de omgang desondanks wordt opgestart.

In andere situaties krijgt deze ouder deze opdracht ook en wordt er toch voor gekozen om (tijdelijk) het contact tussen de andere ouder en het kind te blokkeren, terwijl hulpverlening zaken (met wisselend succes) probeert te regelen. Daarmee zijn de argumenten (deels) vergelijkbaar met die bij bijvoorbeeld erkenningen.

Als een eventueel verzoek tot omgang wordt afgewezen, dan is dit (in tegenstelling tot erkenningen) meestal tijdelijk en kan er na ongeveer 1 jaar opnieuw een verzoek worden gedaan. Wordt het opstarten van de omgang toegewezen, dan wordt hierbij in veel gevallen hulpverlening betrokken, zoals bijvoorbeeld een omgangshuis.

Helaas komt het voor dat, wanneer de rechter bepaalt dat omgang moet worden opgestart, dit (uiteindelijk) toch niet lukt. Of dat er vervolgens nauwelijks uitbreiding van de omgang tussen het kind en de andere ouder wordt bereikt. Ook kan er bijvoorbeeld nog een tussenstap zijn waarbij de ouder die het hoofdverblijf heeft éérst (al dan niet begeleid) het kind voorlicht over het bestaan van de andere ouder (zgn. statusvoorlichting).

Het komt helaas voor dat ouders jaren procederen en dat uiteindelijk nauwelijks resultaat wordt geboekt. Lees in dit verband ook onze Special: Omgang met een jong kind en onze Special: Oudervervreemding en ouderverstoting.

Wil je starten met omgang dan is het essentieel dat je je te allen tijde als de ‘welwillende ouder’ opstelt en gedraagt. Dit kan zeer veel geduld vragen. ‘Druk zetten’ kan averechts werken.

Is er inmiddels een omgangsondertoezichtstelling vastgesteld? Dan is het van belang dat je zorgt dat doelen en taken van zowel jezelf als de andere ouder SMART op papier komen. Lees in dit kader ook dit blog-artikel: Door rechters geformuleerde doelen voor ouders SMART? Of enkele tips.

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk.

Rechtspraak

Opstarten omgang toegewezen

De twee kinderen waren er niet van op de hoogte (gebracht) wie hun vader was. Pogingen om de omgang op gang te brengen ongeveer 6 jaar eerder waren door niet-medewerking van moeder niet gelukt.

Inmiddels waren er (ernstige) kindsignalen bij beide kinderen en concludeerde het gerechtshof dat zij ernstig in hun sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling werden bedreigd.

Niet duidelijk wordt waarom niet eerder is ingegrepen door instanties om de omgang tot stand te brengen, dan wel wat de reden voor moeder was om voor de kinderen te verzwijgen wie hun vader is.

Volledige uitspraak

Omgang (tijdelijk) afgewezen

Een vader heeft zichzelf niet in de hand op meerdere momenten tijdens de (begeleide) omgang met zijn kinderen. Vader verklaart blauwe plekken kinderen met argument dat hij harde handen zou hebben. Tijdens door gastouder begeleide omgang bijt vader één van de kinderen.

Vader beroept zich nog op 8 EVRM (recht op familieleven). Het hof beslist echter om vader voor een periode van 3 jaren de omgang te ontzeggen, omdat de omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen.

Volledige uitspraak

Een vader begaat tijdens de relatie met zijn vrouw een misstap en verblijft enkele maanden in detentie. Tracht na 2 jaar geen contact met zijn twee kinderen 8 en 13 uit een eerdere relatie te herstellen.

De oudste geeft expliciet te kennen geen contact meer te willen, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaat hier in mee. Ook wordt de omgang tussen de jongste en vader niet hervat omdat zij opgroeit “in een gezinssituatie waarin niet tot nauwelijks over de vader wordt gesproken en waarin de vader geen positieve rol heeft voor zover hij wel ter sprake komt”, aldus de Raad voor de Kinderbescherming. Ook zijn zowel de moeder als het oudste kind op dit moment onvoldoende in staat om het jongste kind te stimuleren tot en te ondersteunen in de omgang met de vader, waardoor zij niet onbelast omgang met de vader zal kunnen hebben.

Volledige uitspraak

Vader moest procederen voor erkenning, wat hem werd toegestaan en deze procedure is een tweede stap voor het verkrijgen van een omgangsregeling.

Tussen de moeder en de vader was er in het verleden een voorval geweest waardoor de moeder zich beriep op een PTSS-stoornis. Tevens had de moeder een hypermobiliteitssyndroom (Ehlers Danlos Syndroom, hierna: EDS).

Vader had in het verleden enkele toezeggingen gedaan om zakelijk gezegd’ de spanningen bij de moeder weg te nemen. Afspraken die hij niet nakwam cq nog niet was nagekomen.

Het gerechtshof kwam tot de conclusie momenteel niet van de moeder kon worden verwacht dat zij zou gaan meerwerken aan de omgang. NB: ook een omgangshuis werd niet als een reële optie gezien.

Opmerkelijk is het oordeel van het hof dat deze het belangrijk acht “dat de moeder de gelegenheid krijgt aan haar klachten te werken zonder dat op haar de druk van een procedure rust.” Vader krijgt wel de gelegenheid om 1 jaar later wederom een procedure aanhangig te maken voor omgang, met de opmerking van het gerechtshof dat deze van de vader – min of meer – verwacht dat hij zijn toezeggingen nakomt (omtrent het verkrijgen van inzicht in zijn eigen rol in de situatie).

Volledige uitspraak

Medische contra-indicatie aan de zijde van Moeder “psychiatrische beperkingen voortkomend uit een depressie”.  Kinderen hebben hoofdverblijf bij vader, tevens had de rechtbank moeder eerder haar gezag ontnomen. Ernstige bezwaren van beide minderjarige kinderen (ouder dan 11 jaar) tegen omgang met hun moeder. Het gerechtshof vond samengevat dat er nog steeds onvoldoende inzicht was bij moeder en tevens dat zij niet inzag dat ze hulp nodig zou hebben.

Volledige uitspraak

Ondanks dat er herhaaldelijk een omgangsregeling was vastgesteld en deze slechts niet tot stand kwam door niet-medewerking van moeder oordeelde het gerechtshof – in weerwil van de opdracht van de Hoge Raad daartoe in een andere zaak – dat in dit geval er alsnog geen omgangsregeling zou komen tussen de vader en zijn kind.

De argumentatie van het gerechtshof draait om een indirect (vermeend) verband tussen mogelijke (ernstige) schade voor het kind en het opstarten van de omgangsregeling. Een schade echter die primair zou voortvloeien het niet willen steunen van de omgangsregeling door moeder.

Ondanks deze onwil koos het hof in deze zaak toch niet voor dwangmiddelen, mede als gevolg van de ‘stabiele situatie’ bij moeder thuis. Wel laat het hof ruimte aan vader om in een later stadium opnieuw een verzoek te doen.

Volledige uitspraak

Lees ook dit

  1. Recht op omgang en familieleven wordt bezien vanuit het kind (en niet vanuit de andere ouder).
  2. Als verzoekende ouder is het belangrijk om zoveel mogelijk consistent, opbouwend en welwillend te zijn. Niet alleen richting het kind, maar ook naar de andere ouder. Dit omvat ook oog hebben voor de impact van deze omgang op de andere ouder.
  3. Een psychische aandoening bij de hoofdverzorgende ouder kan ertoe leiden dat omgang tussen kind en andere ouder tijdelijk wordt ontzegd, indien dit die omgang indirect voor het kind (ernstig) belastend zou maken. Dit is een argument dat ook wordt gebruikt bij o.m. erkenningen.
  4. Het is belangrijk om de impact van de eigen gedragingen in de situatie in te zien en daarvoor zo nodig externe hulp te zoeken, zeker wanneer dit is geïndiceerd door bijvoorbeeld een betrokken gecertificeerde instelling.
  5. Zelfs bij een herhaalde opdracht van rechters om een omgangsregeling op te starten, komt het voor dat alsnog geen omgangsregeling tot stand komt. Rechters blijken bijzonder terughoudend met het sanctioneren van niet-meewerkend gedrag. In het bijzonder als de ouder bij wie het kind enig of hoofdverblijf heeft feitelijk de enige vaste basis is voor het kind en er verder geen redenen zijn voor bijvoorbeeld een uithuisplaatsing, een verandering van de hoofdverblijfplaats of de verdeling van het gezag. Dit ondanks de duidelijke opdracht van de Hoge Raad aan lagere rechters om omgang met beide ouders in het belang van het kind te bewerkstelligen.
  6. Een eventuele start van een omgangsregeling kan afhankelijk gesteld worden van te bereiken doelen door de ouder die thans de volledige zorg heeft. Dit leidt potentieel tot eindeloos uitstel van (opbouw van) de omgangsregeling.
  • In hoeverre er aan de zijde van het kind (medische) contra-indicaties voor de omgang zijn.
  • In hoeverre er  aan de zijde van de verzoekende ouder (medische) contra-indicaties voor de omgang zijn.
  • In hoeverre er aan de zijde van de hoofdverzorgende ouder (medische) contra-indicaties voor de omgang zijn.

Deel dit

Laatst bijgewerkt op: