← Terug
/Opinie/Omgang/6 Jaar aan het lijntje gehouden na misstap.

6 Jaar aan het lijntje gehouden na misstap.

Bijgewerkt: 5 januari 2026 | Leestijd: 3 minuten
In onze rechtspraak-bespreking komen zaken aan bod die ons opvallen aan rechterlijke beschikkingen. Ditmaal een vader die na een misstap procedeert voor hervatting van de omgang en gezag met zijn inmiddels 7 jaar oude kind.

De aanleiding voor dit blog is deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch.

Vader begaat misstap, bewandelt daarna de ‘normale weg’. Rechtbank wijst omgang af, hof wijst toe.

Vader had in 2012 kort na de relatiebeëindiging met zijn toenmalige partner huiselijk geweld gepleegd. Na een kort voorarrest, leidde dit tot een tijdelijk strafrechtelijk contactverbod met moeder. Later in 2012 startte vader een verzoekschriftprocedure voor een omgangsregeling met zijn kind. Daarin deed hij eveneens een verzoek tot gezamenlijk gezag.

Zoals gebruikelijk binnen het familierecht, werd er door de rechtbank advies gevraagd aan de Raad voor de Kinderbescherming. Die concludeerde dat de omgang moest worden opgestart, zei begeleid. Een en ander zou in verdere afstemming met het omgangshuis tot stand komen.

Moeder werkte echter niet mee en aan haar werd een dwangsom opgelegd. Ondanks deze dwangregeling, lukte het het omgangshuis niet om een omgangsregeling tussen kind en vader tot stand te brengen. Een ondertoezichtstelling kwam en werd weer beëindigd, onder het mom van ‘in vrijwillig kader verder werken aan herstel communicatie’.

Wat uiteindelijk volgde was een eindbeschikking van de rechtbank, na hernieuwd onderzoek door de Raad, die adviseerde: Begeleide omgang vooralsnog 1 maal per 3 weken en een gestaag opbouwende omgang. Geen gezamenlijk gezag.

De rechtbank wees de omgangsregeling echter af wegens een vermeend gebrek bij vader om zijn emoties richting moeder te kunnen reguleren, echter dus zonder duidelijke door de Raad voor de Kinderbescherming vastgestelde contra-indicaties.

De vader ging vervolgens in hoger beroep en daarin oordeelde het gerechtshof dat er inderdaad nog onvoldoende basis was voor gezamenlijk gezag. In tegenstelling tot de rechtbank wordt het hof echter wel concreet over de omgang. Het omgangshuis kreeg ditmaal een concrete opdracht mee tw: opbouw gedurende 12 maanden van de omgangsregeling tussen kind en vader van 1 maal per 3 weken tot tenminste een weekend per 14 dagen van vrijdagavond tot zondagavond en de helft van de vakanties en feestdagen.

Onze inzichten bij omgangsprocedures

  • Als er geen contra-indicaties zijn voor omgang dan moet zo snel mogelijk concreet worden gemaakt naar welke omgangsregeling door de hulpverlening dient te worden opgebouwd. Dit betekent ook dat er geen ’tenminste’-regelingen moeten worden bepaald. Dit laatste houdt partijen in de strijd.
  • Als één van de ouders moeite blijft houden met de andere ouder, dan heeft bij schoolgaande kinderen een ‘uit school naar school’-regeling de voorkeur..
  • Het gedrag van ouders moet worden getoetst aan artikel 1:247 lid 3 BW ‘het bevorderen van de band tussen het kind en de andere ouder’ en idealiter wordt dit gedrag gedurende enige tijd gemonitord, bijvoorbeeld tijdens een OTS.
  • In deze zaak kreeg vader vooralsnog geen gezag. Ook deze onzekerheid houdt de strijd tussen de ouders in stand. Gezag zou o.i. rechtstreeks moeten volgen uit de zorgtaak.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Disclaimer: Onze bespreking van rechterlijke uitspraken hebben op geen enkele wijze tot doel om inhoudelijk het oordeel van Nederlandse rechters ter discussie te stellen. Dit is ook onmogelijk omdat de uitspraken slechts in beperkte mate de feiten en omstandigheden van het geval omvatten. Hierdoor is het nooit mogelijk om het afwegingsproces van de rechter of adviserende instanties te reproduceren. Onze bespreking heeft slechts als doel om extra aandacht te geven aan bijzondere zaken en om de discussie aan te wakkeren. Bijvoorbeeld over toekomstige alternatieven.