Niet vastgesteld geweld als omgangsrisico | ECLI:NL:RBZWB:2026:2051
Bijgewerkt: 27 maart 2026 | Leestijd: 4 minutenIn het kort: Een vader vraagt gezamenlijk gezag en omgang met zijn kind van zes. De rechtbank zegt dat contact tussen vader en kind in beginsel in het belang van het kind is en zo snel mogelijk weer op gang moet komen. Toch volgt geen concrete omgangsregeling. Er komt begeleide omgang, onder regie van de GI, zonder duidelijke ondergrens, zonder vaste opbouw en zonder echt tijdpad.
In deze bespreking de uitspraak van: Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18-02-2026 · Zaaknummer: C/02/432942 / FA RK 25-1290
Wat in deze beschikking vooral opvalt, is de manier waarop met het thema geweld wordt omgegaan. De rechtbank zegt dat zij niet kan vaststellen dat er sprake is van huiselijk geweld. Daarna wordt wel gezegd dat er een mogelijk risico op huiselijk geweld is, en dat dit risico meeweegt bij de beslissing om omgang alleen begeleid toe te laten. Dan mag je verwachten dat de rechtbank uitlegt waar dat risico dan precies uit bestaat. Welke feiten liggen er? Wat is vastgesteld, wat is betwist, en wat is alleen een zorg of beleving? Dat blijft hier te vaag.
Daar zit voor o.i. een serieus probleem in de navolgbaarheid. Als niet vastgesteld geweld toch als dragende factor in de beslissing terechtkomt, dan vervaagt het verschil tussen feiten, vermoedens en zorgen. Dat is niet alleen onbevredigend voor partijen, maar ook slecht voor de rechtspraktijk. Een beschikking moet laten zien waarom de rechter iets beslist. Niet alleen dát er zorgen zijn, maar ook waarop die zorgen juridisch rusten.
Tegelijk benoemt de rechtbank wél vrij helder dat de moeder haar informatie- en consultatieplicht richting de vader niet nakomt. Dit is eveneens een vorm van geweld. Het houdt de andere ouder namelijk afhankelijk. Het raakt in deze casus direct aan de positie van de vader, aan zijn mogelijkheid om mee te denken over hulpverlening en aan zijn rol als ouder. Maar ook daar blijft de rechtbank half hangen. Er volgt geen duidelijke instructie, geen strak kader, geen concrete grens. De boodschap is eigenlijk: als de moeder dit blijft doen, kan dat later een reden zijn om alsnog gezamenlijk gezag toe te kennen.
Daarmee maakt de rechtbank er haast een strategisch spel van. Het meeste wat de moeder kan verliezen, is haar eenhoofdig gezag. Verder krijgt zij in deze beschikking geen duidelijke correctie op haar gedrag. Geen norm die meteen consequenties heeft. Geen opdracht die echt iets afbakent. Zo blijft informatie achterhouden een bruikbaar machtsmiddel binnen de procedure.
En daar schuurt deze uitspraak. Want als een rechter aan de ene kant onduidelijke risico’s wel laat doorwerken, maar aan de andere kant concrete normschendingen niet echt begrenst, dan helpt dit het conflict niet kleiner te maken. Dan houd je het in stand. Misschien onbedoeld, maar wel heel reëel.
Als de rechtspraak op dit punt rust wil brengen, dan vraagt dat iets simpelers en strengs tegelijk. Wees precies over feiten. Maak zichtbaar wat wel en niet is vastgesteld. En verbind aan het niet naleven van ouderlijke plichten ook gevolgen. Anders blijft het kind zitten in een systeem waarin positief gedrag te weinig bescherming krijgt.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?