Laatst bijgewerkt op: Leestijd: 2 minuten

Wederom een pluim voor deze uitspraak van Gerechtshof Den Haag voor een beslissing bij een vechtscheiding. De afwezigheid van vader vormt een ernstige bedreiging voor de identiteitsontwikkeling van het kind. Toch enkele aandachtspunten.

Een veelvoorkomende vechtscheidingscasus

Een vader (zonder ouderlijk gezag) tracht al jaren langs de juridische weg het contact tussen zijn kind en hem tot stand te brengen (cq te herstellen). Eerder oordeelde de rechter ook al vóór een omgangsregeling. Vader had echter al jaren geen enkele vorm van structureel contact met zijn kind gehad. Ouderschap Blijft had niet tot resultaat geleid en inmiddels zijn ouders aangemeld voor Kinderen uit de Knel, praktisch het eindstadium van hulpverlening in het vrijwillig kader.

Uit de uitspraak blijkt dat moeder op geen enkele wijze wilde meewerken. Zelfs een opgelegde dwangregeling in de vorm van een dwangsom bracht haar niet op andere gedachten. Dit terwijl de betrokken instanties geen contra-indicaties bij vader vaststelden voor de omgang.

Herkenbaar overigens (voor mensen in de praktijk) is het disrespect dat moeder laat zien voor rechterlijke uitspraken en eveneens voor het Gerechtshof. Ze stuurde slechts haar advocaat naar de zitting.

De afwezigheid van vader vormt een ernstige bedreiging voor de identiteitsontwikkeling van het kind

Wat voor velen in een vergelijkbare situatie positief zal voelen is het standpunt dat de Raad voor de Kinderbescherming ditmaal inneemt en dat het hof integraal overneemt. Het hof stelt samengevat:

de totale afwezigheid van de vader in het leven van het kind en het grote belang van aanwezigheid van vader voor de identiteitsontwikkeling van het kind vormt een ernstige bedreiging in de zin van artikel 1:255 lid 1 BW.

Artikel 1:255 lid 1 BW:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen.

Deze conclusie koppelt (eindelijk) de afwezigheid van een ouder in het leven van een kind één-op-één aan een ernstige bedreiging voor het kind. Geweldig nieuws voor alle ouders die zich aan de kant gezet voelen als ‘vervangbaar of uitwisbaar’.

Verder was voor het hof vast komen te staan dat de omgang tussen het kind en de vader met name door moeder wordt geblokkeerd.

Omgangsregeling naar inzicht jeugdbeschermer; zonder kaders, tijdstippen. Niet SMART dus.

Waarmee we aankomen bij ons belangrijkste punt van kritiek op deze uitspraak van Hof Den Haag. Eerder was er door de rechtbank al een concrete omgangregeling vastgesteld en deze uitspraak was aanzienlijk duidelijker geweest als het hof bijvoorbeeld had bepaald welke regeling zij dan wel in de toekomst mogelijk zouden achtten. M.a.w. het hof had een duidelijke(re) visie kunnen neerleggen en daarmee tevens een duidelijke opdracht aan de jeugdbeschermer.

Bijvoorbeeld; Binnen termijn x opbouw naar omgangsregeling y. Terugrapportage op tijdstip z over vorderingen opbouw omgangsregeling en mate van medewerking ouders (ex art. 1:247 lid 3 BW). SMART dus.

Verder – en dit is ook één van de aspecten die we missen in de uitspraak – komt uit de casus naar voren dat moeder in ernstige mate te kort is geschoten in haar verplichting volgens uit 1:247 lid 3 BW

Artikel 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
en dat dit op zich reeds voldoende grond zou zijn om vader eveneens met het (uitgekleed) gezag te belasten (om meer evenwicht te brengen). Het is de vader evenwel niet aan te rekenen, dat hij in deze procedure niet overvraagt.

Wordt het geen tijd voor een duidelijker signaal van de rechtspraak aan niet-welwillende gezagdragende ouders? Laat ouders eens werken aan een PosiAct-traject om zo de mate van welwillendheid in beeld te krijgen.

Disclaimer: Onze bespreking van rechterlijke uitspraken hebben op geen enkele wijze tot doel om inhoudelijk het oordeel van Nederlandse rechters ter discussie te stellen. Dit is ook onmogelijk omdat de uitspraken slechts in beperkte mate de feiten en omstandigheden van het geval omvatten. Hierdoor is het nooit mogelijk om het afwegingsproces van de rechter of adviserende instanties te reproduceren. Onze bespreking heeft slechts als doel om extra aandacht te geven aan bijzondere zaken en om de discussie aan te wakkeren. Bijvoorbeeld over toekomstige alternatieven.