Scholingsregister rechtspraak: Transparantie als hoeksteen van integriteit
Bijgewerkt: 5 januari 2026 | Leestijd: 4 minutenIn het kort: Rechters worden regelmatig geschoold door externe deskundigen, waaronder advocaten. Deze scholing is waardevol, maar kan – zeker wanneer dezelfde advocaat later in een zaak optreedt – de schijn van beïnvloeding of gezagsrelaties oproepen. Anders dan bij nevenfuncties bestaat in Nederland en Europa geen openbaar register waarin zichtbaar is welke cursussen rechters volgen en door wie die trainingen worden gegeven. Daardoor ontbreekt een belangrijk stukje transparantie dat essentieel is voor vertrouwen in rechterlijke onafhankelijkheid. Dit artikel pleit voor de invoering van een scholingsregister dat deze lacune vult en de integriteit van de rechtspraak versterkt, zonder onnodig in te grijpen in de privacy van rechters.
Aanleiding
De Nederlandse rechtspraak geniet internationaal vertrouwen vanwege haar professionaliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Maar dat vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid: het vraagt voortdurende zorg voor integriteit én zichtbare transparantie. In die context verdient één lacune nadrukkelijke aandacht: het ontbreken van een register waarin wordt vastgelegd welke cursussen en trainingen rechters volgen, en door wie die scholingen worden gegeven. In een tijd waarin maatschappelijke en juridische thema’s steeds complexer worden – van intieme terreur tot AI-bewijs – is inzicht in de bronnen van kennisvorming essentieel om de onafhankelijkheid van de rechter niet alleen te waarborgen, maar ook aantoonbaar te maken.
Directe aanleiding voor dit artikel is deze uitspraak van Gerechtshof van Arnhem-Leeuwarden, alsmede deze en deze posts op Linkedin waarin zorgen worden geuit over de onafhankelijkheid van de rechtspraak.
Het huidige kader: gedragscodes zonder transparantiemiddelen
De Gedragscode Rechtspraak (2024) alsmede de Leiddraad onpartijdigheid en nevenfuncties van de rechter (2014) benadrukken de waarden van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Zowel de code als de leiddraad schrijven onder meer voor dat rechters openheid moeten betrachten over omstandigheden die “kunnen leiden tot twijfel aan hun onpartijdigheid, ook als die twijfel niet gerechtvaardigd is maar begrijpelijk zou kunnen zijn”.
Deze norm is uitstekend, maar veronderstelt dat mogelijke bronnen van twijfel kenbaar zijn. En juist daar wringt het: het publiek, advocaten en zelfs collega-rechters beschikken niet over systematische informatie over wie de scholing van rechters verzorgt.
Het probleem van invloed door autoriteit
In de praktijk worden rechters regelmatig bijgeschoold door externe deskundigen, waaronder academici, gedragskundigen en advocaten. Dat is op zichzelf waardevol en verrijkend. Maar zodra een advocaat optreedt als opleider/spreker en later als procesvertegenwoordiger in een zaak waarin diezelfde thematiek speelt, kan een reëel risico ontstaan op de schijn van beïnvloeding door autoriteit.
Niet omdat er feitelijk partijdigheid is, maar omdat het gezag van de opleider/spreker een subtiele cognitieve invloed kan hebben, of omdat een buitenstaander dit zo zou kunnen zien. In wrakingsjurisprudentie geldt immers de maatstaf van de “objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid”.
De rechter die recent kennis heeft genomen van een door diezelfde advocaat ontwikkeld en/of uitgedragen narratief, bevindt zich al snel in een grijs gebied. Zonder register is het echter niet verifieerbaar of zulke scholingsrelaties bestaan.
Waarom een scholingsregister noodzakelijk is
Een scholingsregister – vergelijkbaar met het bestaande nevenfunctieregister – zou structurele transparantie kunnen bieden over de kennisbronnen van rechters. Het register legt vast welke cursussen, trainingen en congressen rechters volgen, wie de opleiders, trainers of sprekers zijn (met functie of organisatie), en wanneer deelname heeft plaatsgevonden.
Het belang hiervan is drieërlei:
- Voorkomen van schijn van partijdigheid: partijen kunnen beoordelen of er reden is voor melding of wraking.
- Versterking van vertrouwen: het publiek ziet dat rechters open zijn over hun professionele vorming.
- Verantwoording naar binnen: het bestuur van de rechtspraak krijgt beter zicht op integriteitsrisico’s rond kennisoverdracht.
Een dergelijk register hoeft niet privacygevoelig te zijn. Alleen zakelijke gegevens over scholing worden vermeld, geen persoonlijke meningen of beoordelingen. De Raad voor de Rechtspraak zou de beheerder kunnen zijn, met dezelfde openbaarheidssystematiek als het nevenfunctieregister: eenvoudig te raadplegen via rechtspraak.nl.
Slotbeschouwing
De legitimiteit van de rechtspraak rust niet alleen op het oordeel van de rechter, maar ook op het vertrouwen in de weg waarlangs dat oordeel tot stand komt. Een scholingsregister biedt geen garantie tegen vooringenomenheid, maar wel tegen ondoorzichtigheid. In een tijd waarin maatschappelijke thema’s emotioneler worden en de roep om transparantie luider klinkt, past het dat ook de rechtspraak zich hiervoor openopstelt.
Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?
Bedankt voor je positieve feedback!
Bedankt voor je inbreng!
Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?
Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.
Meepraten?
Deelnemen aan discussie over dit onderwerp kan op Linkedin. Reageer je liever niet publiek, stuur dan een email naar team@fiduon.nl o.v.v. Scholingsregister rechtspraak: Transparantie als hoeksteen van integriteit