← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Omgangsregeling/Wat kan een kind zelf bij de kinderrechter?

Wat kan een kind zelf bij de kinderrechter?

Bijgewerkt: 9 februari 2026
Kinderen vanaf globaal een jaar of 8 hebben een zogenaamde ‘informele rechtsingang’. Daarnaast kunnen kinderen door de rechter gehoord worden. Er is een trend om kinderen een grotere en ook steeds jonger een rol te geven in gerechtelijke procedures die over hen gaan. Enerzijds is dit een goede ontwikkeling, anderzijds levert (uitoefening van) dit recht ook loyaliteitsdruk op voor het kind.

De informele rechtsingang

De wet geeft op enkele punten kinderen van 12 jaar en ouder een zogenaamde ‘informele rechtsingang’. Het kind kan dan zelf een brief sturen naar de rechter om een beslissing te vragen over:

De hierboven genoemde onderwerpen zijn in beginsel limitatief. Dit betekent dat alleen dit soort onderwerpen via de informele rechtsingang aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Er zijn echter toch rechters die de reikwijdte wat oprekken, zoals bij een geschil over het hoofdverblijf (als ‘het mindere van gezag en omgang’), aldus deze uitspraak en deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Andere beslissingen, zoals bijvoorbeeld een (vervangende toestemming) schoolkeuze, kunnen niet langs deze weg door het kind worden voorgelegd. Deze zaak was bijvoorbeeld aan de orde in deze uitspraak van Gerechtshof Den Haag. Tot slot kan het kind ook niet de erkenning ter discussie stellen, zoals blijkt uit deze uitspraak van Rechtbank Den Haag.

In een uitzonderlijke zaak verklaarde de voorzieningenrechter van rechtbank Amsterdam in deze uitspraak een kind van 17 jaar wél ontvankelijk in haar verzoek tot vervangende toestemming voor een vakantiereis naar het buitenland. De essentie hiervan was dat het minderjarige kind in principe vertegenwoordigd moest worden door haar wettelijke vertegenwoordiger. Nu deze een tegengesteld belang had én er geen tijd zou zijn voor benoeming van een bijzondere curator, zou dit betekenen dat het kind het recht op toegang tot de rechtspraak zou worden ontzegd, hetgeen in strijd is met artikel 3 IVRK. Dit gegeven i.c.m. een gebrek aan legitieme bezwaren tegen de reis, leidde tot het oordeel dat het kind wel vervangende toestemming kreeg via de informele rechtsingang.

Het belang van het kind een overweging van eerste orde (artikel 3 IVRK)

Wordt een situatie door het kind aan de rechter voorgelegd, dan beslist deze op basis van alle feiten en omstandigheden, waarbij het belang van het kind ‘een overweging van eerste orde’ is. Zo wordt ook aan beide ouders in principe gevraagd wat zij van het verzoek van het kind vinden. Het kan gebeuren dat de rechter het verzoek van het kind toewijst, gedeeltelijk toewijst/afwijst of geheel afwijst. Dat laatste was bijvoorbeeld aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Gelderland en deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Verder kan er ook een ‘verwijzing’ volgen naar vrijwillige hulpverlening voor de ouders. Dit was aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Overijssel.

Ook voor kinderen jonger dan 12 jaar

Zelfs kinderen jonger dan 12 jaar kunnen een informele rechtsingang gebruiken. De rechter beoordeelt dan ook of het kind ‘in staat is om zijn/haar eigen belangen te waarderen en te verwoorden’. Voorbeelden van rechtspraak rondom de “eigen rechtsingang” voor kinderen jonger dan 12 jaar kun je bijvoorbeeld lezen in de onderstaande uitspraken:

  • Een 10 jarige die de rechter een aanpassing van de omgangsregeling met zijn vader verzocht.
  • Een 8 jarige die de rechter verzocht om niet meer naar zijn vader te hoeven.

Natuurlijk is het wel zo dat naarmate het kind ouder is, steeds meer waarde wordt gehecht aan zijn/haar mening. Gezaghebbende ouders dienen ook rekening te houden met een toenemende mondigheid van het kind en hun toenemende behoefte zich naar eigen inzicht te ontwikkelen.

Kenbaar maken op elke wijze. Er zijn bovendien geen eisen wat betreft de inhoud.

Het kind kan een brief naar de rechter schrijven, een email zenden, maar ook gewoon met de rechtbank bellen bijvoorbeeld om het te starten. Afgezien dat duidelijk is wie het kind is en hoe het kind bereikbaar is, is in principe voldoende.

Extra aandacht voor beïnvloeding door een ouder

We zien de informele rechtsingang vooral ingezet worden in situaties waarin er al rechtszaken zijn gevoerd tussen de ouders. Dat een kind een informele rechtsingang kiest is daarom vooral een teken van het (blijvend) falen van de (gezamenlijke) ouderlijke verantwoordelijkheid.

De indirecte vraag die de rechter natuurlijk moet beantwoorden is in hoeverre het verzoek van het kind werkelijk op basis van de vrije wil van het kind tot stand is gekomen. Anders gezegd; in hoeverre een ouder daarin heeft gestuurd of een bepalende rol heeft gehad. In deze uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland bijvoorbeeld legt de rechter de verzoeken van het kind over omgang en gezag naast zich neer omdat deze kennelijk zijn overgeschreven, aldus de rechter.

Starten van de informele rechtsingang ‘op elk moment’, in principe

In beginsel kan een minderejarige op elk moment een informele rechtsingang kiezen door een brief te verzenden, ook bijvoorbeeld wanneer er een hoger beroep dient in een zaak tussen beide ouders die een gelijk doel dient, aldus de Hoge Raad in deze uitspraak.

Soms echter is wat het kind vraagt al onderwerp geweest van een eerdere rechtszaak, zoals over gezamenlijk gezag. Deze beslissing kan dan niet terzijde worden geschoven op basis van een vraag van de kinderen via een informele rechtsingang, aldus Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in deze uitspraak.

Ook hoger beroep is mogelijk

Leidt de informele rechtsingang bij de rechtbank tot een (deel-)beschikking, dan is hoger beroep tegen die beschikking ook mogelijk. Het kind heeft dan opnieuw een informele rechtsingang, zoals in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Geen procesreglement en verschillende ‘protocollen’ per gerecht; druk op rechtsbescherming ouders

De rechtsbescherming en de processuele aspecten rondom de informele rechtsingang voor ouders zijn (nog) niet geformaliseerd. Daarnaast is het proces tussen de rechtbanken niet uniform. We zijn van mening dat er voor de informele rechtsingang een uniform processchema moet komen, zoals dat er in de vorm van het procesreglement voor bijvoorbeeld verzoekschriftprocedures wel is.

Aan ouders die een uitnodigingsbrief krijgen voor een zitting wordt bijvoorbeeld geen uitleg gegeven over de gronden, althans niet verder dan benoeming van het hoofdonderwerp; bijvoorbeeld omgang – en/of gezag. Ook staat er niets over het al dan niet meenemen of verplicht zijn van een advocaat.

Als ouder zou je er in beginsel van uit mogen gaan dat de rechter tijdens op op basis van de eerste zitting niet zomaar ‘grote definitieve beslissingen’ neemt, zonder de ouders in de gelegenheid te stellen hiervan wat te vinden en nader bewijs in te te dienen en eventueel zelf verzoeken te doen. Rechters vragen ook wel of een ouder de verzoeken van het kind wil ‘overnemen’. De informele rechtsingang evolueert in een situatie van gezamenlijk gezag dan naar een zogenaamde artikel 1:253a BW procedure (geschillenregeling), waarna de ‘normale procesregels’ gaan gelden. Wil je als ouder je schriftelijk verweren en/of zelf verzoeken, dan heb je een advocaat nodig.

Dat de rechter in beginsel geen ‘grote definitieve beslissingen’ neemt in/na een eerste zitting na een informele rechtsingang wil niet zeggen dat er niet wel ‘voorlopige beslissingen’ kunnen worden getroffen door de rechter. Deze kunnen een enorme impact hebben, zeker wanneer deze voorlopige beslissing inbreekt op een vastgestelde en lopende omgang, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Dit aspect vormt ook het grootste bezwaar tegen de informele rechtsingang.

Als ouder krijg je pas op de zitting te horen wat je kind heeft aangegeven. Hierdoor kan het moeilijk zijn om hierop goed te reageren. Er kunnen voorlopige beslissingen worden genomen die een nieuwe situatie creëren, die wel degelijk effecten voor de lange termijn kunnen hebben.

Gezien de standpunten die we ingenomen zien worden is het o.i. overigens waarschijnlijk dat tenminste één ouder wél op de hoogte is van de inhoud van wat het kind naar de rechtbank heeft gezonden. Ook dit ondermijnt o.i. de rechtsbescherming van de ouder die daaraan primair onderworpen is omdat die zich pas op zitting inhoudelijk kan verweren en zich ook niet inhoudelijk kan voorbereiden op de door het kind (in afstemming met de andere ouder) ingenomen standpunten.

Informele rechtsingang / volgt wens kind

Een kind start een procedure bij de rechtbank Zeeland‑West‑Brabant met als doel de formele zorgregeling met de vader te laten stoppen. Een bijzondere curator onderzoekt de situatie en concludeert dat het kind door herhaalde teleurstellingen geen ruimte en motivatie meer heeft voor contactherstel, terwijl een vaste zorgregeling al langere tijd feitelijk niet wordt nageleefd. De kinderrechter weegt mee dat beide ouders het verzoek uiteindelijk steunen en dat het stopzetten van de zorgregeling het kind rust en duidelijkheid geeft. De rechtbank beëindigt daarom de zorgregeling met de vader, maar laat de deur open voor vrijwillig contact in de toekomst en dringt sterk aan op hulpverlening voor de ouders.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter erkent duidelijk dat contact met beide ouders belangrijk is, maar weegt uiteindelijk vooral het huidige emotionele grens van het kind zwaar mee. Tegelijk blijft onbenoemd welke concrete stappen de vader had moeten zetten om betrouwbaarder en voorspelbaarder ouder te zijn richting het kind. Ook blijft ongetoetst in hoeverre de moeder zich aan haar ouderlijke plichten heeft gehouden. Hoeveel houvast biedt zo’n uitspraak nu echt aan het kind? Wat precies heeft de bijzondere curator bovendien onderzocht?

Een kind van 15 jaar schrijft de rechtbank en vraagt of alleen de moeder bij wie zij woont het gezag krijgt. De moeder bij wie het kind nu woont regelt al het grootste deel van de zorg en behandeling, de andere (niet-biologische) moeder wordt door het kind op afstand gezet en de communicatie tussen de moeders zit muurvast.

De rechter vindt dat het kind door de strijd en onrust tussen de moeders klem zit, terwijl er snel beslissingen moeten worden genomen over haar (psychische) behandeling. Daarom bepaalt de rechter dat voortaan alleen de moeder bij wie het kind woont het gezag heeft, zodat er rust en duidelijkheid komt en het kind meer ruimte krijgt om zich op herstel te richten. De familierechtelijke band met de andere moeder blijft wel bestaan; de rechter moedigt de moeders aan hulp te zoeken om hun onderlinge communicatie te verbeteren.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter beloont hier vooral de duidelijke wens van het kind en de praktische slagkracht van de moeder die al het meeste regelt. De moeder zonder gezag wordt afgeremd in haar formele invloed, maar niet geholpen om een veilige, passende contactrol te hervinden. Vooral tekenend in de uitspraak is dat de rechter stelt dat de andere ouder diens nieuwe rol van ‘ouder op afstand’ moet accepteren.

Na een incident waarbij de moeder heftig reageerde schrijft het kind ene brief naar de kinderrechter met het verzoek om het hoofdverblijf bij de vader te laten vaststellen. Mede gezien de leeftijd schikt de rechter zich in dit verzoek en stelt het hoofdverblijf bij de vader vast. Ook wordt de zorgregeling zo gewijzigd dat het kind zelf kan bepalen wanneer ze naar haar moeder gaat.

Volledige uitspraak

Een kind van 15 jaar gebruikt een informele rechtsingang om een zorgregeling die aangepast is van co-ouderschap naar een om-het-weekend-regeling met de vader definitief te maken. De rechter neemt dit verzoek over en overweegt o.a. dat:

Hij kan zijn wensen en behoeften nu daarom goed verwoorden. [minderjarige (voornaam)] zegt dat hij blij is met deze zorgregeling en de Raad ziet dat deze regeling [minderjarige (voornaam)] rust en duidelijkheid biedt. En dat is wat hij nodig heeft om zich verder goed te ontwikkelen. Verder blijkt uit het Raadsrapport dat het contact tussen de vader en [minderjarige (voornaam)] de afgelopen periode is verbeterd en zo ervaren de ouders en [minderjarige (voornaam)] dat zelf ook. De vader hoopt nog steeds op meer contact met [minderjarige (voornaam)] en vindt de uitkomst van het Raadsonderzoek verdrietig, maar hij vindt het advies van de Raad wel genuanceerd opgeschreven. Een ruimere zorgregeling tussen de vader en [minderjarige (voornaam)] vindt de rechtbank nu net als de Raad ook niet in het belang van [minderjarige (voornaam)] . Als [minderjarige (voornaam)] nu tegen zijn wil in langer of vaker bij de vader moet zijn, is er een zekere kans dat dit het contact tussen de vader en [minderjarige (voornaam)] op een negatieve manier beïnvloedt.

Volledige uitspraak

Een kind van 12 jaar woont al heel zijn leven in het gezin van zijn pleegouders. Hij heeft 1 maal per 6 weken kort contact met zijn biologische moeder. Het kind wil dat deze omgang wordt verminderd naar 1 maal per 3 maanden. De rechter gaat hierin mee.

Volledige uitspraak

Informele rechtsingang / volgt wens kind niet

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Rotterdam met als doel het gezamenlijk gezag over beide kinderen te laten beëindigen zodat zij alleen het gezag krijgt. Minderjarig 1 heeft eerder zelf via de ‘eigen ingang’ gevraagd het gezag van de vader te stoppen, maar de rechter legt uit dat dit verzoek juridisch is overgenomen door de moeder: alleen háár verzoek ligt nu voor.

De rechter erkent dat minderjarig 1 ernstig klem zit tussen de ouders, maar vindt het niet in haar belang om het gezag van de vader te beëindigen, juist omdat enige betrokkenheid van vader op afstand belangrijk wordt geacht. De angst van minderjarig 1 dat de vader via zijn gezag alles uit haar hulpverlening kan lezen, neemt de rechter weg door uit te leggen dat ouders geen recht hebben op de inhoud van vertrouwelijke gesprekken, alleen op globale informatie en toestemming. Daarom blijft het gezamenlijk gezag in stand en wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt duidelijk dat zowel de moeder als de vader hun gezagsrol misbruiken en elkaar blokkeren, maar vertaalt dit nauwelijks in concrete verplichtingen voor de ouders. De beslissing om het gezamenlijk gezag te laten voortbestaan is vooral gericht op het behoud van “betrokkenheid”, zonder harde controle of de ouders hun plichten voortaan echt anders gaan invullen. Voor het kind blijft onduidelijk wat er nu precies verandert in de dagelijkse strijd, behalve een morele oproep aan de ouders om zich beter te gedragen. De rechter kiest voor een open eind met adviezen en hoop op hulpverlening, maar hoe realistisch is verbetering als niemand wordt gehouden aan duidelijke, toetsbare afspraken?

Een kind van 12 jaar (of ouder) (met ADHD) schrijft een brief naar de rechtbank. Hij wil de gelijke zorgverdeling die er nu is aanpassen van een week-op-week-af regeling naar een 10 om 4 regeling (en daarmee meer bij zijn moeder zijn).

De moeder stelt dat ‘ze vooral wil dat er naar het kind wordt geluisterd en dat hij rust krijgt’. De vader stelt echter dat er bij de moeder sprake is van te weinig structuur en begeleiding. Hij maakt zich zorgen over de opvoedkundige vaardigheden van de moeder. Hij is eigenlijk van mening dat zijn zoon meer bij hem zou moeten wonen.

De raad is tegen wijziging en wil dat de ouders een traject ingaan.

De rechter maakt daarop geen gebruik van haar ambtshalve bevoegdheid om de hoofdverblijfplaats of zorgregeling te wijzingen. De hoofdreden is dat het wijzigen van de zorgverdeling alleen maar meer zal gaan bijdragen aan de verdeeldheid tussen de ouders en de kans is groot dat “dit uiteindelijk aan [de minderjarige] – bewust of onbewust – verweten gaat worden. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat juist in deze levensfase naar zijn volwassenheid, het belangrijk is dat [de minderjarige] juist profiteert van de beide opvoedstijlen van de ouders.”

Volledige uitspraak

Een kind van 12 jaar schrijft een brief naar de rechtbank en uit daarin de wens om meer bij zijn vader te verblijven. De rechter stelt vast dat deze wens meer een uiting is van het loyaliteitsconflict waarin het kind zich bevindt. De oplossing ligt bij de ouders.

De rechter maakt daarop geen gebruik van haar ambtshalve bevoegdheid om de hoofdverblijfplaats of zorgregeling te wijzingen.

Volledige uitspraak

Een jongen van 14 jaar wil liever (meer) bij zijn moeder wonen en hij schrift een brief aan de rechter. Er zijn ook zorgen. Zo heeft moeder hem tijdens een omgangsweekend niet gemotiveerd terug te gaan naar vader en hem bij zich gehouden, omdat het kind aangaf bij haar te willen zijn. Hierover heeft de moeder niet met de vader overlegd. Het heeft er ook toe geleid dat het kind een aantal maanden niet naar school is gegaan.

Het loopt echter niet altijd goed bij de moeder thuis, omdat het kind het daar moeilijk vindt om de regels te accepteren. Er heeft een ernstig incident plaatsgevonden. Moeder heeft toen de politie moeten bellen, waarna het kind weer bij de vader is gaan wonen.

Ouders spreken tijdens de zitting af het kind meer structuur te geven. De rechter gelast daarnaast een raadsonderzoek.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Een uitspraak waarin er misschien toch nog een oplossing is/gaat komen voor het kind omdat beide ouders bereid zijn om afspraken te maken die de banden in het voormalige gezinssysteem intact (kunnen gaan) houden.

Een jongen van 15 jaar wil liever zelf bepalen wanneer hij bij zijn vader is en hij schrijft een brief naar de rechter. Raad voor de Kinderbescherming zet de Ouderschap in Overleg interventie (OIO) in. De uitkomsten van het rapport is dat de raad 2 contactmomenten per maand adviseert en 3 weken zomervakantie.

De rechter bepaalt dat het kind minimaal 2 maal per maand een dagdeel bij zijn vader is, de vakanties in onderling overleg worden geregeld en hij minimaal 2 weken in de zomervakantie bij zijn vader is.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat in deze uitspraak ontbreekt is dat de rechter een duidelijke instructie geeft aan de moeder dat zij verplicht is om zich te conformeren aan artikel 1:247 lid 3 BW, de plicht om de banden tussen haar zoon en de vader te (blijven) bevorderen. Hier in de praktijk zien we hoofdverblijfouders in dit soort situaties veelal op hun handen zitten vanuit de gedachte dat de andere ouder het maar met het kind moet oplossen.

Het recht om gehoord te worden

Afgezien van de informele rechtsingang is er ook nog het recht van het kind om gehoord te worden  (art. 12 IVRK en art. 809 Rv).

Kinderen van 8 jaar en ouder (voor 1 januari 2025 12 jaar en ouder) worden in de gelegenheid gesteld hun mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken wanneer een gezagsvoorziening, een omgangsregeling, een informatie- of consultatieregeling of een regeling omtrent de verblijfplaats wordt gevraagd. In zaken waarin alleen kinderalimentatie wordt gevraagd, kunnen kinderen van zestien tot achttien jaar in beginsel hun mening schriftelijk geven.

Dit ‘horen’ is alleen aan de orde als de ouders een procedure aanhangig maken over zaken die het kind rechtstreeks aangaan. Zo worden kinderen in zaken over bijvoorbeeld partneralimentatie niet gehoord.

Het is ook niet zeker dat aan de stem van het kind enig gewicht wordt toegekend. Zo overwoog Rechtbank Den Haag en deze uitspraak dat niet te doen omdat het kind zich in een loyaliteitsconflict bevond. Deze uitspraak is gevolgd door deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof besloot om een kind van 10 jaar niet te horen omdat er sprake zou zijn van parentificatie en loyaliteitsproblemen.

Enkele waarschuwende woorden

Voor ouders die de informele rechtsingang en/of het horen mogelijk als oplossing zien om het kind de hete kolen uit het vuur te laten halen de volgende waarschuwing: Het het kind aanzetten om actief zelf een standpunt in te nemen richting de rechter kan tegen je werken omdat je hiermee feitelijk het kind tussen jou en de andere ouder in plaatst. Dit is een vorm van kindermishandeling. Je kunt ervan uitgaan dat de rechter scherp zal zijn op mogelijke indicaties van een beïnvloedende ouder.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

  • Overheidsinformatie voor het kind over het kindgesprek.
  • Rapport WODC over de procespositie en het hoorrecht van kinderen.

Zoek in de kennisbank