← Terug
/ Kennisbank /Ouderlijk gezag/Van eenhoofdig naar gezamenlijk gezag

Van eenhoofdig naar gezamenlijk gezag Sub-thema

Bijgewerkt: 13 april 2026 | Wetsingang: Art. 1:253c lid 1 BW

Ouderlijk gezag is één van de meest voorkomende onderwerpen waarover wordt geprocedeerd binnen vechtscheidingen. Het zijn meestal vaders die een rechtszaak starten voor gezamenlijk gezag, omdat het ouderlijk gezag bij niet-gehuwden of niet geregistreerd samenwonenden automatisch (van rechtswege) toekomt aan de moeder.

Eén ding is cruciaal: gezag is niet een gunst dat een ouder moet verdienen, bijvoorbeeld door zich eerst actief met de opvoeding te bemoeien. Gezag hebben is een recht dat in beginsel ieder juridisch ouder toekomt.

Wordt gezamenlijk gezag verzocht, dan beoordeelt de rechter hoe de (gezamenlijke) ouderlijke verantwoordelijkheid functioneert. Daarbij wordt gekeken in hoeverre een kind klem of verloren kan raken tussen de ouders. M.a.w. of de wijze waarop de communicatie tussen de ouders plaatsvindt, bij een gezamenlijk-gezag situatie, leidt tot situaties die schadelijk kunnen zijn voor het kind. De rechter kan de afweging naar eigen inzicht maken. Dit maakt de uitkomst van een gezagsprocedure onzeker, ondanks het hiervoor genoemde uitgangspunt.

Gezag is een onderwerp dat veel emoties losmaakt. Dit geldt vooral voor ongehuwde vaders die zich achtergesteld voelen ten opzichte van gehuwde vaders. En bij moeders die zich genoodzaakt zien om samen met de vader tot beslissingen te komen.

In de rechtspraak zien we in toenemende mate dat het als moeder stellen dat de communicatie slecht en onverbeterlijk is, niet automatisch ertoe leidt dat gezamenlijk gezag onmogelijk is. Van belang is dat je als ouder – die niet het gezag heeft – kunt laten zien dat je wel in staat bent tot normale communicatie met de andere ouder.

Bovendien kan de rechter bijvoorbeeld juist wel gezamenlijk gezag toekennen als de met het gezag belaste ouder de andere ouder op geen enkele wijze een opening biedt om betrokken te zijn bij het leven van het kind, aldus de Hoge Raad in deze uitspraak.

Het kwam voor dat er een tussenvorm werd gehanteerd in de vorm van “uitgekleed gezag“. Deze variant is na een uitspraak van Gerechtshof Den Haag op 25-3-2020 niet meer toegepast.

Wat in de praktijk veel wordt gezien is dat met name moeders aangeven ‘eerst de uitkomsten van hulptraject xyz te willen afwachten’. Dit is vanuit ons perspectief een klassiek uitstel-argument dat in veel gevallen ten onrechte ook succesvol is. Steeds meer rechters prikken hier overigens doorheen, zoals de rechter van Rechtbank Den Haag in deze uitspraak.

Ons inziens wordt bovendien onvoldoende getoetst in dit soort zaken in hoeverre de ouder met eenhoofdig gezag zich houdt aan de ouderlijke plichten, zoals om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, evenals de informatieplicht en consultatieplicht. Anders gezegd, we zien heel veel dat juist dit aspect onvoldoende aandacht krijgt van betrokken partijen zoals raad en rechtspraak. De indruk ontstaat dat de ouder die gezag wil, toch van alles moet doen om het recht niet te verspelen, terwijl het gedrag van de ouder met gezag onvoldoende wordt getoetst, laat staan gehandhaafd. Dit plaatst gezag-wensouders veelal in een onmogelijke positie en beloont niet-welwillend gedrag wat niet in het belang van het kind is.

Verder is er nog de trend om overal parallel ouderschap als oplossing op te plakken. Zo een traject heeft tot doel om een vorm van minimale gezamenlijke verantwoordelijkheid te bewerkstelligen, veelal in situaties waarin er al gezamenlijk gezag is. Toch de strikte ‘klem of verloren‘-norm blijven hanteren terwijl er ook parallel ouderschap bestaat, is nauwelijks uit te leggen.

De rechter vraagt in veel gevallen de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek te doen naar de inter-oudersituatie en om over het ouderlijk gezag te adviseren. De onderzoeksvraag die de rechter daarvoor aan de raad meegeeft is veelal heel breed. Om je kansen op een positief advies te vergroten raden we aan om je maximaal te richten op welwillend gedrag en daarmee al voorafgaand aan de indiening van het verzoek te beginnen.

Tot slot komt het helaas veel voor dat de ouder die het eenhoofdig gezag heeft zien verwateren tot gezamenlijk gezag blijft handelen alsof die persoon nog steeds eenhoofdig gezag heeft. Hoogstens mag andere gezaghebbende ouder desgevraagd nog een handtekening zetten onder een reeds genomen beslissing. O.i. behoren systeempartijen, zoals rechter, raad, GI’s en Veilig Thuis, de naleving van de veranderde plichten – in het belang van het kind – te toetsen. De andere gezaghebbende ouder op deze wijze buitenspel zetten is namelijk een vorm van voortdurende ex-partnerstrijd en daarmee een vorm van kindermishandeling.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Klemcriterium staat centraal.
  2. De rechter vraagt advies aan de Raad voor de Kinderbescherming. De uitkomst daarvan is zeer afhankelijk van de toegewezen Raadsonderzoeker. Het komt met enige regelmaat voor dat de Raad stelt dat pas sprake kan zijn van gezamenlijk gezag als de communicatie weer normaal is t.w. als er ‘rust is tussen de ouders’. Dit is een bekend en veel gebruikt standpunt waarmee met name hoofdverblijfouders lange tijd uit de wind gehouden kunnen worden.
  3. Er is een kentering in de rechtspraak op twee vlakken. Dat er een dreiging is dat de kinderen klem zitten leidt niet automatisch tot afwijzing van het verzoek. Hetzelfde geldt voor een slechte communicatie tussen de ouders.
  4. Wanneer er geen contra-indicaties zijn bij de andere ouder, m.a.w. als deze consistent meewerkend/overleggericht/welwillend gedrag laat zien, is verweer tegen het verkrijgen van gezamenlijk gezag uiteindelijk weinig kansrijk.
  5. Veel fysieke afwezigheid, zoals verblijf in het buitenland, kan reden zijn om geen gezamenlijk gezag te krijgen.
  • In hoeverre is er communicatie tussen de ouders en zijn zij in staat om gezamenlijk te overleggen en tot beslissingen te komen?
  • Voor zover het kind mogelijk wel klem- en verloren is tussen de ouders, in hoeverre is dan te verwachten dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt?
  • De uitkomsten van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Zijn er andere (ernstige) contra-indicaties; zoals een kans op ontvoering?

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder met het eenhoofdig gezag zich (ruimhartig) heeft gehouden aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatieplicht, de consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. De hoofdregel is dat de juridisch ouder ook recht heeft op ouderlijk gezag. In lijn hiermee behoort de ouder met het eenhoofdig gezag zich daar op een positieve en constructieve wijze in op te stellen (en te hebben gesteld). Dat dit ook geldt voor de verzoekende ouder, spreekt voor zich.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Gezamenlijk gezag toegewezen

Een vader start een procedure bij Rechtbank Midden-Nederland met als doel gezamenlijk gezag te krijgen over zijn dochter van ongeveer 3 jaar en een vaste zorgregeling. De ouders spreken af dat het kind ieder weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 15.00 uur bij de vader is en de helft van de vakanties, met in de zomer maximaal twee weken aaneen. De moeder verzet zich tegen gezamenlijk gezag, maar de rechter vindt haar voorbeelden niet ernstig genoeg om haar alleen met het gezag te laten. De rechter ziet geen groot risico dat het kind klem raakt tussen de ouders, en vindt het belangrijk dat ouders samen beslissen en een traject ouderschapsbemiddeling volgen. De beslissing geldt meteen, ook als een van de ouders in hoger beroep gaat.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om gezamenlijk gezag te krijgen over zijn 11‑jarige zoon, het hoofdverblijf bij hem te bepalen en een ruime zorgregeling vast te leggen. De moeder verzet zich hiertegen en vraagt juist om vastlegging van het hoofdverblijf bij haar, met een beperktere omgangsregeling met de vader. De rechter geeft beide ouders gezamenlijk gezag, laat de jongen voorlopig bij de moeder wonen en zet de bestaande ruime weekendregeling met de vader (drie van de vier weekenden plus helft vakanties/feestdagen) voort. Over de definitieve hoofdverblijfplaats en de zorgregeling wordt pas over ongeveer acht maanden beslist, na verloop van de ondertoezichtstelling en de hulpverlening. Een dwangsom bij niet‑nakoming van de regeling wijst de rechter af.

Volledige uitspraak

Een vader gaat in hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant om gezamenlijk gezag en een andere zorgregeling af te wijzen. Het hof geeft de vader alsnog gezamenlijk gezag samen met de moeder, omdat het kind niet extra klem lijkt te raken en de vader al lang en goed betrokken is. De zorgregeling wordt omgezet naar een co-ouderschapsregeling met minder wisselmomenten per week, aansluitend bij de wens van het kind en het advies van de Raad. Ook de zomervakantie wordt afwisselend verdeeld (drie weken per ouder, jaarlijks wisselend) en de vader krijgt vervangende toestemming om een paspoort voor het kind aan te vragen.

Volledige uitspraak

Een moeder komt in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant over het gezag en de omgangsregeling voor haar twee kinderen. Zij wil zelf het eenhoofdig gezag houden en de omgang met de vader beperken, omdat zij vindt dat de communicatie slecht is en dat de vader onvoldoende opvoedvaardigheden heeft.

Het hof vindt dat daar onvoldoende concrete voorbeelden en bewijzen voor zijn, en dat de ouders met hulpverlening hun communicatie verder kunnen verbeteren. Daarom beslist het hof dat beide ouders samen het gezag houden en dat de omgangsregeling (om de week een weekend en de helft van vakanties/feestdagen) in stand blijft.

Volledige uitspraak

Een vader verzoekt het gezamenlijke gezag over zijn kind van 7 jaar. Hij heeft zijn kind enige tijd niet gezien vanwege een incident waarbij het kind een ernstige allergische reactie heeft gekregen (risico’s die vader bekend waren). Ook is de communicatie tussen de ouders slecht.

In deze gebeurtenissen ziet de rechter evenwel geen beletsel om vader ook het ouderlijk gezag toe te kennen. Ter zitting zijn ouders bovendien overeengekomen om een traject ouderschapsbemiddeling te gaan doen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Zoals in veel van dit soort zaken lijken er tussen de regels zaken te staan die onbenoemd blijven, namelijk in hoeverre de reactie van moeder om de omgang eenzijdig maanden te schrappen heeft meegewogen voor de rechter om de vader wél eveneens gezag te geven. Niet naleving van de band-bevorder-plicht is namelijk in andere zaken al reden gebleken om aan de andere ouder wél het ouderlijk gezag toe te kennen.

Op Linkedin staat een opinie-artikel gericht aan alle familierechters betreffende een ander onderdeel van deze uitspraak t.w. de vakantieregeling. De strekking: rechters hechten situaties rondom kinderen nog steeds onvoldoende af, terwijl ze alle mogelijkheden hebben om dit wél te doen.

Gezamenlijk gezag afgewezen

Een vader gaat in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank Amsterdam, omdat hij alsnog gezamenlijk gezag en een omgangsregeling wil met zijn 16-jarige zoon. Gerechtshof Amsterdam wijst dat af, vooral omdat de jongen heel duidelijk heeft gezegd dat hij zijn vader nu niet wil zien en ook niet wil dat de vader gezag krijgt. Het hof vindt dat de ouders te verschillend denken over school, behandeling en contactherstel, en dat de jongen daardoor klem zou kunnen raken, zeker omdat hij autisme heeft en veel rust nodig heeft. Een opgelegde omgangsregeling of extra onderzoek vindt het hof nu te belastend en waarschijnlijk averechts werken. Wel verwacht het hof dat de moeder, de vader en de hulpverlening blijven werken aan voorzichtig contactherstel, zonder het af te dwingen.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank Midden-Nederland om de vader mede met het gezag te belasten over hun kinderen van ongeveer 7 en 4 jaar. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geeft haar gelijk en bepaalt dat de vader geen gezamenlijk gezag krijgt. Volgens het hof is de communicatie tussen de ouders te slecht en is het risico te groot dat de kinderen klem raken tussen hun ouders. Ook weegt mee dat de vader omgangsafspraken wisselend nakomt, slecht samenwerkt met de jeugdbescherming en toestemming voor belangrijke zaken vertraagt. De moeder houdt daarom alleen het gezag, terwijl de vader wel recht blijft houden op informatie over de kinderen.

Volledige uitspraak

Een vader gaat in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Gelderland omdat hij samen met de moeder het gezag wil over hun dochter van ongeveer 8 jaar. De moeder heeft nu alleen het gezag; het meisje woont bij haar en staat onder toezicht van een jeugdbeschermingsinstantie. Het hof vindt dat er nog steeds veel ruzie, onrust en slechte communicatie is tussen de ouders, wat eerder ook tot geweld en dreiging leidde. Omdat hulpverlening aangeeft dat de spanningen nog te groot zijn en het kind kwetsbaar is, acht het hof gezamenlijk gezag niet verantwoord. Het hof bekrachtigt daarom de eerdere beslissing: de moeder houdt alleen het gezag, de vader krijgt geen gezamenlijk gezag.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant met als doel gezamenlijk gezag en een co-ouderschapsregeling voor zijn zoon van ongeveer 5 jaar te krijgen. De rechter wijst het gezamenlijke gezag af, omdat de ouders al lange tijd slecht communiceren, hulptrajecten zijn mislukt en het kind last heeft van spanningen tussen de vader en de stiefvader. Ook co-ouderschap gaat niet door, omdat daarvoor te veel overleg en rust tussen ouders nodig is en die basis er nu niet is. Wel legt de rechter de al lopende omgang definitief vast: eens per twee weken een lang weekend bij de vader, in de andere week een overnachting, plus duidelijke afspraken voor studiedagen, vakanties en feestdagen. De kerstvakantie wordt verdeeld, zodat het kind die periode bij beide ouders kan zijn.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij de rechtbank Noord-Holland met als doel om samen met de moeder het gezag over het kind te krijgen. De rechtbank ziet dat de communicatie tussen de ouders al jaren ernstig verstoord is en dat eerdere hulpverlening daar geen verbetering in heeft gebracht. Omdat ouders nu niet in staat zijn samen belangrijke beslissingen voor het kind te nemen, vindt de rechter het risico te groot dat het kind “klem of verloren” raakt. Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag wordt daarom afgewezen, maar de rechter benadrukt dat de moeder wél verplicht is de vader goed te informeren over het kind, ook zonder gezamenlijk gezag.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt duidelijk dat de moeder haar informatieplicht richting de vader moet nakomen, maar verbindt daar verder geen concrete voorwaarden of controles aan. Tegelijk laat de rechter het uitblijven van verbetering in de ouderrelatie vooral als een gegeven staan, zonder scherp te benoemen wie welke stappen laat liggen. De beslissing is resultaatgericht op het punt van gezag (afwijzen), maar minder op hoe ouders wél naar werkbare samenwerking en informatie-uitwisseling moeten toewerken. Hoeveel ruimte laat deze uitspraak in de praktijk nog over om ouders echt te stimuleren hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het kind waar te maken?

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?