← Terug
/ Kennisbank /Ouderlijk gezag/Van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag

Van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag Sub-thema

Bijgewerkt: 4 februari 2026 | Wetsingang: Art. 1:253n BW en Art. 1:251a BW en Art. 1:266 BW

Als het ouders na scheiding niet lukt om neutraal met elkaar te communiceren en gezamenlijk belangrijke beslissingen te nemen in het belang van het kind, dan kan eenhoofdig gezag in plaats van gezamenlijk gezag meer in het belang van het kind zijn.

Voor het een ouder ontnemen van het gezag geldt een hoge drempel. Het uitgangspunt is namelijk dat ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag gezamenlijk blijven uitoefenen na ontbinding van het huwelijk, aldus deze uitspraak van de Hoge Raad. Gezamenlijkheid is dus de hoofdregel, die sinds 1 januari 2023 nog is versterkt door de nieuwe regel dat gezamenlijk gezag ook ontstaat bij de erkenning van een kind met toestemming van de vrouw (artikel 1:251b BW). Eenhoofdig gezag is slechts aan de orde bij uitzonderlijke gevallen.

Bij het beoordelen of een wijziging in het ouderlijk gezag noodzakelijk is, wordt er door rechters gekeken in hoeverre een kind klem of verloren is tussen de ouders. M.a.w. of de wijze waarop ouders met elkaar omgaan, met elkaar communiceren en met elkaar beslissingen nemen, leidt tot situaties die schadelijk (kunnen) zijn voor het kind.

Hoe kansrijk een verzoek is, is op voorhand niet te zeggen. Er kunnen duidelijke contra-indicaties zijn bij een ouder, bijvoorbeeld wanneer deze zonder valide redenen herhaaldelijk een voor het kind belangrijke beslissing dwarsboomt en/of er extreem schadelijk gedrag is. Dan is toewijzing waarschijnlijker. Lees voor die situaties ook de V&A: Kan ik een beroep doen op het Verdrag van Istanbul?

Het merendeel van de gepubliceerde uitspraken omvat situaties waarin een ouder met het hoofdverblijf van het kind een wijziging in het gezag voor zichzelf graag wenst. De rechtspraak prikt hier echter in toenemende mate doorheen. Zo overwoog Rechtbank Den Haag in deze uitspraak het volgende:

Anders gezegd: het (de vader het ouderlijk gezag ontnemen, red.) is niet het middel dat de wonden kan helen en het kan helaas ook geen toekomstig soortgelijk verdriet voorkomen, mocht de vader onverhoopt toch terugvallen. Het is evenmin een strafmaatregel. Het is een juridisch instrument dat in uitzonderlijke situaties ten behoeve van het kind wordt toegepast, bijvoorbeeld wanneer gezamenlijke gezagsbeslissingen niet kunnen worden genomen, doordat de ene ouder dat belet.

Een verzoek kan ook ’te vroeg’ worden gedaan; bijvoorbeeld tijdens de echtscheidingsprocedure. De kans is dan aanzienlijk dat de rechtspraak éérst van ouders verlangt om (met hulp) oplossingen te bewerkstelligen voor de problemen waarop de verzoekende ouder zich beroept. Zie voor een voorbeeld deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Overigens kan ook de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken dat een ouder het ouderlijk gezag wordt ontnomen, ook als er geen sprake is van een uithuisplaatsing. Dit is bevestigd door Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in deze uitspraak.

Verder kan een grond voor het beëindigen van het ouderlijk gezag zijn dat de ouder in kwestie niet binnen een redelijke termijn weer kan voldoen aan de ouderschapsnorm van artikel 1:247 lid 2 BW (art. 1:266 lid 1 sub a BW). Dit zien we echter vooral bij uithuisplaatsingen. Tenslotte kan misbruik van het ouderlijk gezag grond vormen voor beëindiging daarvan (art. 1:266 lid 1 sub b BW).

Wordt het voortbestaan van het gezamenlijk gezag voor de rechter gebracht, dan vraagt de rechter de Raad voor de Kinderbescherming veelal om advies. Daarvoor worden door de rechter onderzoeksvragen aan de raad meegegeven die meestal heel generiek zijn zoals:

  • Een onderzoek in te stellen en nader te adviseren over het gezag.
  • Een onderzoek naar de samenwerking tussen de ouder, de GI, de pleegouders en pleegzorg.
  • Is de uitoefening van het gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van het kind?

Overigens betekent beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag niet dat de andere ouder geen recht meer heeft op omgang met het kind. Het betekent ook niet dat die ouder geen recht meer heeft op informatie of niet geconsulteerd hoeft te worden bij belangrijke beslissingen. Dit zijn allemaal losstaande zaken.

Overweeg je een procedure om de andere ouder het gezag te ontnemen, kijk dan eerst kritisch naar je eigen gedrag en pas dit waar mogelijk aan. Wat namelijk ook belangrijk is, in hoeverre jij je hebt inzet voor een goede ouderschapsrelatie met de andere ouder. Zie daarvoor o.m. deze uitspraak van Gerechtshof Den Haag en in hoeverre je de banden tussen je kind en de andere ouder bevordert.

Heb je het idee dat je ex-partner mogelijk een verzoek zal doen omdat je je grensoverschrijdend gedraagt of hebt gedragen, neem dan eigenaarschap voor een positieve omkering. Bekijk het van de andere kant en lees bijvoorbeeld de V&A: Psychische stoornis genoeg voor gezagsprocedure? Daarmee pas in hoger beroep beginnen is mogelijk te laat, zoals in deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch.

Tot slot, een kritische noot. We zien wel dat ouders het gezag verliezen vanwege bijvoorbeeld onbereikbaarheid, dan wel onvoldoende betrokkenheid bij hun kind, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Wat we echter onvoldoende zien is dat de rechtspraak deze zelfde maat hanteert bij hoofdverblijfouders die de andere ouder het deelnemen aan gezagsbeslissingen onmogelijk maken door de informatieplicht, de consultatieplicht en de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht niet na te leven. Dit gedrag blijft veelal zonder consequenties wat, in een land waarin ‘rule of law’ geldt, onbegrijpelijk is.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Klemcriterium staat centraal (Art. 1:251a lid 1 BW)
  2. In nagenoeg alle gevallen vraagt de rechter advies aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad doet geen onderzoek naar het werkelijke gedrag van ouders in relatie tot 1:247 lid 3 BW. Dit is iets dat wij juist wel graag zouden zien. Lees ons blog hierover.
  3. Wanneer er geen contra-indicaties zijn bij de andere ouder, m.a.w. als deze consistent meewerkend/overleggericht/welwillend gedrag laat zien, is een verzoek voor het verkrijgen van eenhoofdig ouderlijk gezag weinig kansrijk.
  4. Als er wel (historische) contra-indicaties zijn bij de andere ouder dan kijken rechters ook in hoeverre deze ouder inspanningen heeft verricht om de gevolgen hiervan voor het kind en eventueel de andere ouder te verminderen. En in welke mate er zelfinzicht is over de gevolgen voor het kind en de andere ouder.
  5. We zien in toenemende mate uitspraken waarin eenhoofdig ouderlijk gezag niet wordt toegewezen omdat de andere ouder daardoor teveel buiten beeld zou geraken. Dit is overigens alleen bij zaken waarin er geen contra-indicaties zijn bij deze ouder.
  6. In het merendeel van de gepubliceerde rechtszaken gaat eenhoofdig ouderlijk gezag uiteindelijk naar de moeder. Dit wordt ook veroorzaakt doordat meer moeders het hoofdverblijf hebben dan vaders.
  7. Ook verzoeken van vaders om eenhoofdig gezag kunnen succesvol zijn.
  • In hoeverre er kindsignalen zijn, die ook door professionele derden zijn vastgesteld.
  • In welke mate er communicatie tussen de ouders is en zij in staat zijn om gezamenlijk te overleggen en tot beslissingen te komen.
  • Voor zover het kind mogelijk wel klem- en verloren is tussen de ouders, in hoeverre te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt.
  • De uitkomsten van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • In hoeverre een van de ouders met het ouderlijk gezag zich niet-welwillend of onbereikbaar voor overleg toont.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder die eenhoofdig gezag verzoekt zich (ruimhartig) heeft gehouden aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatieplicht, de consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. Dit onvoldoende in de beoordeling meenemen, danwel eenhoofdig gezag toekennen in een situatie waarin dit niet het geval is, bevestigt de verzoekende ouder feitelijk in de strijd die deze (met het verzoek) voert.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een selectie. Deze wordt regelmatig bijgewerkt. Meer uitspraken of research nodig? Contact ons voor hulp.

Eenhoofdig gezag toegewezen

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om het gezamenlijk gezag over haar 10-jarige zoon te beëindigen en haar omgang te ontzeggen. Het hof vindt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de moeder het kind ongeoorloofd naar Zwitserland heeft meegenomen en de vader direct een teruggeleidingsprocedure is gestart. Volgens het hof heeft de moeder herhaaldelijk beslissingen genomen (meerdere verhuizingen, niet nakomen zorgregeling) die niet in het belang van het kind zijn en zijn veiligheid en stabiliteit aantasten. De vader houdt voortaan alleen het gezag; omgang met de moeder blijft ontzegd zolang zij geen inzicht geeft in haar functioneren en geen samenwerking met hulpverlening aangaat. Het hof benadrukt dat de moeder bij gewijzigde omstandigheden later opnieuw de rechter kan vragen om een omgangsregeling.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij de rechtbank Rotterdam met als doel het gezamenlijke gezag te beëindigen en alleen het gezag over de twee kinderen te krijgen. De kinderen staan onder toezicht en wonen niet meer thuis; de GI en de Raad zien dat herstel bij de moeder uitblijft en dat contactherstel met de vader juist goed verloopt. De rechter vindt dat de kinderen klem dreigen te raken tussen de ouders en verwacht geen verbetering, en geeft daarom het eenhoofdig gezag aan de vader.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij de rechtbank Den Haag met als doel om voortaan alleen het gezag over zijn zoon van 8 jaar te krijgen. De jongen woont sinds 2023 bij de vader; de moeder is al langere tijd slecht bereikbaar, komt afspraken met hulpverlening en omgang niet goed na en werkt niet mee aan noodzakelijke trajecten. De vader wil vlot beslissingen kunnen nemen, onder meer over psychologische hulp voor het kind, zonder afhankelijk te zijn van toestemming van de moeder.

De rechter beslist dat het in het belang van het kind is dat de vader voortaan alleen het gezag krijgt, en wijst het aanvullende verzoek over vervangende toestemming af als niet meer nodig.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij de rechtbank Den Haag met als doel gezamenlijk gezag te krijgen en een co-ouderschapsregeling (week op, week af) voor het kind. De rechtbank vindt dat de ouders genoeg kunnen overleggen over belangrijke zaken voor het kind en kent daarom het gezamenlijk gezag toe, ondanks de harde toon van de vader in de communicatie.

De rechter benadrukt dat ouders opnieuw aan hun onderlinge communicatie moeten werken, bij voorkeur via ouderschapsbemiddeling. Het verzoek van de vader om de bestaande zorgregeling om te zetten in co-ouderschap wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen concrete wijziging van omstandigheden of problemen met de huidige regeling heeft aangetoond.

Volledige uitspraak

Een vader gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank om het gezamenlijk gezag over zijn driejarige dochter te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. Het hof stelt vast dat er sprake is van een zeer belaste relatiegeschiedenis, ernstige communicatieproblemen en wederzijds wantrouwen, waardoor de ouders niet in staat zijn om samen belangrijke beslissingen over het kind te nemen.

De communicatie verloopt alleen minimaal en begeleid via Sensa Zorg, en zonder deze hulp is binnen afzienbare tijd geen verbetering te verwachten. Daarnaast heeft de vader herhaaldelijk zijn toestemming geweigerd voor paspoort en vakanties, wat leidde tot procedures voor vervangende toestemming en vertraagde beslissingen voor het kind.

Op grond hiervan oordeelt het hof dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en dat tijdige, adequate besluitvorming onvoldoende is gewaarborgd, zodat beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan de moeder in het belang van het kind noodzakelijk is.

Volledige uitspraak

Gezamenlijk gezag gehandhaafd

Een vader start een procedure bij de rechtbank Rotterdam om een ruime zorgregeling met zijn kind te krijgen; De zaak is al een keer aangehouden. De vader heeft een minimale omgang. De moeder vraagt bij zelfstandig verzoek om eenhoofdig gezag omdat de vader zich zou schuldig maken aan intieme terreur. De rechter vindt dit echter niet bewezen en ziet geen onaanvaardbaar risico dat het kind klem komt te zitten, zodat het gezamenlijk gezag blijft. In afwachting van hulpverlening bepaalt de rechter voorlopig dat het kind elke zondag van 12.00 tot 18.00 uur bij de vader is (een minimale uitbreiding). Ouders worden verplicht tot deelname aan ouderschapsbemiddeling; daarna volgt eventueel onderzoek door de raad en pas later een definitieve regeling.

Volledige uitspraak

Een vader komt in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank die had bepaald dat de moeder alleen het gezag over de drie kinderen zou hebben. In hoger beroep blijkt dat de ouders bezig zijn met ouderschapsbemiddeling en dat er wel contact is tussen vader en kinderen, al komt de vader afspraken niet altijd na. Het hof vindt de bezwaren van de moeder tegen gezamenlijk gezag onvoldoende concreet en vooral gericht op de uitvoering van de zorgregeling, niet op het nemen van gezagsbeslissingen. Er is niet gebleken dat de kinderen bij gezamenlijk gezag klem raken tussen de ouders. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en bepaalt dat vader en moeder weer samen het gezag over de kinderen hebben.

Volledige uitspraak

De communicatie tussen twee ouders is heel slecht. De moeder start een procedure om eenhoofdig gezag. Ze is van mening dat de situatie leidt tot een klemsituatie voor de kinderen. In eerste instantie gaat de rechtbank in dit standpunt mee en beëindigt het ouderlijk gezag van de vader.

Gerechtshof Den Haag in tweede instantie ziet het echter anders en overweegt o.a.:

Hoewel de wijze van communicatie of het ontbreken daarvan belastend is voor de minderjarigen, is dat niet zodanig dat de vader het gezag ontnomen had mogen worden nu niet is aangetoond dat deze communicatieproblemen de opvoeding en ontwikkeling van de minderjarigen aantoonbaar schaden. Uit de beschikking van de rechtbank en het onderliggende proces-verbaal blijkt dat dit een aanname van de rechter in eerste aanleg is geweest, gebaseerd op de ernstig verstoorde communicatie zoals die uit de stukken en op zitting bleek. Hoewel de aard en de ernst van de conflicten daartoe aanleiding gaven, is in de praktijk gebleken dat sinds het gezamenlijk gezag is beëindigd de omstandigheden waaronder de vader zijn vaderrol kan vervullen en daarmee het welzijn en de stabiliteit van de minderjarigen juist zijn verslechterd. De moeder heeft eigenstandig belangrijke beslissingen over de kinderen genomen zonder de vader daarover te informeren zoals de wisseling van de school van de minderjarigen. Er zijn meerdere procedures gevoerd en problemen ontstaan voortkomend uit de ongelijkwaardige positie van partijen ten opzichte van de minderjarigen. Anders dan de moeder, meent het hof dat deze conflicten schadelijk zijn voor de minderjarigen en gaat het hof er vanuit dat het herstel van het gezamenlijk ouderlijk gezag voornoemde conflicten zal verminderen.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank over het gezag en de zorgregeling voor drie kinderen. Zij wil zelf alleen het gezag over de oudste en veel minder omgang met de vader, omdat de communicatie slecht zou zijn en zij hem onveilig en onbetrouwbaar vindt. Het hof vindt dat daar te weinig harde aanwijzingen voor zijn, volgt het advies van de Raad en laat het gezamenlijke gezag (voor alle drie) in stand. De zorgregeling wordt iets aangepast: geen verplichte overnachtingen, vaste contacturen in de weekenden en kortere, gespreide vakanties bij de vader, waarbij de oudste op zondag zelf mag kiezen of zij gaat. De overige verzoeken van de moeder worden afgewezen.

Volledige uitspraak

Een moeder procedeert in twee instanties om eenhoofdig gezag te krijgen. Vader heeft een drugs en alcoholprobleem dat ook effect heeft op zijn gedrag (agressie). Ze vindt dat eenhoofdig gezag meer in het belang is van het kind. De vader verweert zich en stelt dat de communicatie hoewel moeizaam nog wel loopt en maar dat er nog wel besluiten worden genomen. De raad is het hiermee eens echter maakt zich zorgen over het gebrek aan vertrouwen van de moeder in de vader.

Het hof laat het gezamenlijk in stand, ook omdat niet (voldoende) is gebleken dat aan het klemcriterium is voldaan.

Volledige uitspraak

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?