← Terug
/ Kennisbank /Ouderlijk gezag/Verhuizen met een kind

Verhuizen met een kind Sub-thema

Bijgewerkt: 11 maart 2026 | Wetsingang: Art. 1:253a lid 1 BW

Een verhuizing van het kind is één van de tientallen gezagsbeslissingen waarbij bij gezamenlijk gezag toestemming nodig is van de andere gezaghebbende ouder. Lukt dit niet in overleg met de andere ouder, dan kun je de familierechter vragen om hierin een beslissing te nemen.

De ouder die de hoofdverblijfplaats heeft van het minderjarige kind heeft in beginsel de vrijheid ergens anders een gezinsleven en toekomst op te bouwen. We zien veel dat ouders hier niet samen uitkomen en dat de kinderen hiervan uiteindelijk het meeste last hebben.

De verhuizing kan een ingrijpende impact hebben op het kind. Bijvoorbeeld door een noodzakelijke verandering van school of een toegenomen reistijd tussen de ouders. De twee grootste componenten in de impact voor het kind zijn o.i. echter de mogelijke invloed op de band (en het contact) dat het kind met de andere ouder heeft en het de-centraliseren van de sociale context van het kind.

Een ouder met gezamenlijk gezag die het hoofdverblijf heeft die wil verhuizen, moet vooraf toestemming hebben van de andere ouder. Als die toestemming niet wordt gegeven, dan kan de verhuizende ouder vervolgens de rechtbank ‘vervangende toestemming’ vragen voor de verhuizing. Hiertoe moet deze een verzoekschriftprocedure starten. In spoedeisende zaken, kan dit ook via een kort geding.

De rechter beoordeelt dan of de verhuizing in het belang is van het kind. De rechter moet bij een dergelijke beslissing alle omstandigheden van het geval in acht nemen. Dit volgt o.m. uit deze uitspraak van de Hoge Raad.

Dit kan er ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind. Wel dient het belang van het kind “een overweging van de eerste orde” te zijn bij de belangenafweging. In beginsel worden hierbij vaste afwegingskaders gehanteerd. Lees “Wat de rechter o.a. weegt” hierna.

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming soms nodig

Voelt de rechter zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen, dan kan deze de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de volgende vragen worden meegegeven aan de raad:

  • Hoe staat het kind tegenover verhuizing naar de andere woonplaats?
  • Hoe verhouden de belangen van het kind zich tot een eventuele verhuizing (en, daaruit volgend, wisseling van school, afscheid nemen van vriendjes, etc.)
  • Is de andere ouder in staat de zorg voor en de opvoeding van het kind te dragen, wanneer  de verzoekende ouder geen vervangende toestemming voor de verhuizing zal krijgen en de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de andere ouder zal worden bepaald?
  • Hoe staat het kind tegenover een eventuele bepaling van het hoofdverblijf bij de andere ouder?
  • Welke zorg- en contactregeling is het meest in het belang van het kind en komt het meest tegemoet aan de rechten van de andere ouder, wanneer het hoofdverblijf van het kind bij de verzoekende ouder (in die woonplaats) wordt bepaald?
  • Welke zorg- en contactregeling is het meest in het belang van het kind en komt het meest tegemoet aan de belangen van de verzoekende ouder, wanneer het hoofdverblijf van de minderjarigen bij de andere ouder wordt bepaald?

Tijdens het raadsonderzoek wordt de beslissing meestal aangehouden. Dit betekent dus dat de situatie in principe onveranderd blijft tot de rechter uitspraak doet. Rechters zijn overigens niet gebonden aan adviezen voor de Raad voor de Kinderbescherming.

Niet altijd een inhoudelijke weging van de verhuiscriteria

Rondom verhuizingen wordt er in de rechtspraak veel zelfbepalend gedrag gezien, waarbij hoofdverblijfouders toch zonder (vervangende) toestemming vooraf verhuizen. Wat we dan veelal zien is dat de rechter dan toch nog een inhoudelijke afweging maakt op basis van de verhuiscriteria. Dit ondermijnt o.i. de rechtszekerheid van ouders doordat het de kracht van de ‘consultatie- en (vervangende) toestemming-vooraf-plicht’ ondermijnt.

Dat er geen noodzaak is om die inhoudelijke weging altijd te maken blijkt o.a. uit deze uitspraak van Gerechtshof Amsterdam. Hierin was de moeder zonder (vervangende) toestemming vooraf verhuisd. Het hof vond het niet nodig om – net als de rechtbank daarvoor – de afweging op basis van de verhuiscriteria te maken, omdat bij toewijzing van het verzoek ‘het belang van de kinderen doorslaggevend is’.

Toestemming niet altijd nodig

Toestemming van de andere gezaghebbende ouder lijkt overigens niet in alle situaties een vereiste. Zie voor een voorbeeld deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. Ouders met zeer jonge kinderen hadden in het eerste levensjaar van de kinderen op diverse plekken gewoond en omdat er geen sprake van was van een ‘stabiele woonsituatie’ achtte de rechtbank toestemming (van i.c. de vader) om te verhuizen niet nodig.

Verhuist de niet-hoofdverblijf (co-)ouder? Lees V&A: Verhuizen als ik geen hoofdverblijf heb, kan dat?

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Het is belangrijk om als verhuizende ouder met het hoofdverblijf bij een voorgenomen verhuizing de procedure die ervoor staat gewoon te volgen. Dit is slechts anders als er dermate zware contra-indicaties verbonden zijn aan het wachten op die toestemming dat dit redelijkerwijs niet in het belang van het kind kan worden geacht (denk hierbij bijvoorbeeld aan situaties waarin sprake is van extreme onveiligheid).
  2. Voor de ouder met het hoofdverblijf is ook verhuizen naar het buitenland mogelijk. Dit wordt echter lastig bij een min-of-meer gelijke verdeling van de zorg- en opvoeding.
  3. Als vervangende toestemming voor verhuizen niet wordt gegeven en de verhuizing wordt toch doorgezet, dan kan dit ertoe leiden dat een opvolgend of voorwaardelijk verzoek van de andere ouder voor het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van het kind succesvol is. Het is ook mogelijk om als verwerende (niet-hoofdverblijf) ouder de rechter te verzoeken om de hoofdverblijfplaats van het kind voorwaardelijk te wijzigen.
  4. Niet verhuizen, bekent ook de sociale context van het kind niet verhuizen. In het rechtspraak overzicht een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland waarin de rechter dat zelfs met een dwangsom kracht bijzette.
  • De noodzaak om te verhuizen.
  • De mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid.
  • De door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren.
  • De mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.
  • De rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving.
  • De verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg.
  • De frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing.
  • De leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen.
  • De (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
  • Toetsing aan: Recommendation CM/Rec(2015)4 on preventing and resolving disputes on child relocation

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Verhuizing toegestaan

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Amsterdam met als doel vervangende toestemming te krijgen om met haar dochter [minderjarige 1] (ongeveer jong schoolkind) te verhuizen naar [nieuwe woonplaats]. De rechter vindt dat de moeder onzorgvuldig heeft gehandeld door feitelijk al te verhuizen zonder toestemming, maar weegt uiteindelijk zwaarder dat het kind gewend is aan het dagelijks leven in het gezin van de moeder met stiefvader, broer en zus. De moeder krijgt toestemming om te verhuizen, het hoofdverblijf van het kind blijft bij haar, maar de vader wordt gecompenseerd met drie weekenden per vier weken en de moeder moet het halen en brengen doen. Ook mag de moeder het kind inschrijven op een nieuwe basisschool in [nieuwe woonplaats] en aanmelden voor een hulpverleningstraject om met spanningen en veranderingen om te gaan.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Gelderland met als doel toestemming te krijgen om met de twee kinderen te verhuizen naar een andere stad. De moeder woont daar samen met haar nieuwe partner en hun gezamenlijke kind; de partner heeft ernstige gezondheidsklachten en zijn werk en zorg liggen in de nieuwe woonplaats.

De rechter vindt dat de kinderen vooral belang hebben bij stabiliteit in dit nieuwe gezin en dat de zorgregeling met de vader grotendeels kan blijven zoals die is, mede omdat de moeder al het halen en brengen op zich neemt. Omdat de verhuizing goed is voorbereid en de oudste dochter geen bezwaar heeft, weegt het belang van de moeder en het gezin zwaarder dan het belang van de vader om de verhuizing tegen te houden. De moeder krijgt daarom vervangende toestemming om te verhuizen en om de kinderen op nieuwe scholen en opvang in te schrijven.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Een stabiel nieuw gezin en een goed doordacht verhuisplan, inclusief praktische oplossingen voor de zorgregeling geven de doorslag. De vader wordt feitelijk afgeremd in zijn wens tot uitbreiding van de zorg, omdat die wens niet concreet was en buiten deze procedure viel, terwijl zijn verlies aan alledaags contact beperkt wordt genoemd. De druk komt sterk te liggen bij de moeder, die alle logistiek moet dragen, en bij de kinderen, die zich moeten aanpassen aan een nieuwe woon- en schoolomgeving ver weg van de vader. Deze uitspraak roept de vraag op of er genoeg is gedaan om het eigen perspectief van elk kind echt los van de ouders te horen.

Een moeder wil met haar nieuwe partner gaan samenwonen en daartoe naar een andere stad verhuizen met jaar 8 jarige kind, waarover haar ex-partner, de vader, eveneens het ouderlijk gezag heeft. Moeder heeft met haar nieuwe partner ongeveer een jaar geleden een kindje gekregen. De vader is het niet eens met de verhuizing, omdat de verhuizing onvoldoende doordacht is, er geen noodzaak is en de omgang tussen het kind en de vader teveel zou veranderen. Moeder heeft daarnaast zonder de toestemming van de rechtbank af te wachten met haar partner al een huis gekocht.

In eerste aanleg wijst Rechtbank Amsterdam het verzoek voor vervangende toestemming van moeder af. Het hof ziet het echter anders. Door de beslissing van de rechtbank is er een situatie van dubbele woonlasten voor de moeder ontstaan. Bovendien vindt het hof dat de moeder een zwaarwegend recht heeft om een gezin met haar nieuwe partner en hun kind te vormen. Moeder krijgt ook vervangende toestemming voor het inschrijven van het kind op een nieuwe basisschool in de plaats waar ze naartoe verhuist.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Deze uitspraak van Gerechtshof Amsterdam toont het systeem de weg hoe je met zelfbepalend gedrag uiteindelijk toch je zin kunt krijgen als moeder. Het is bovendien onbegrijpelijk dat het hof de band tussen het kind en de vader niet meer recht doet door een veel ruimere zorgverdeling vast te stellen zoals elk weekend en bijvoorbeeld een groter deel van de vakanties.

Een moeder wil gaan samenwonen in een dorp waar haar nieuwe partner woont die eveneens kinderen heeft uit een eerdere relatie. De vader gaat in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank waarin het verzoek voor vervangende toestemming door de moeder is toegewezen.

De vader beroep zich op de afspraken in het ouderschapsplan en dat er geen noodzaak is voor de moeder. De kinderen moeten bovendien langer reizen. Het is echter niet zover weg dat de zorgregeling moet wijzigen.

Het hof bekrachtigt de uitspraak van de rechtbank en verleent moeder vervangende toestemming.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Opmerkelijk is het standpunt van moeder dat zij een beoordeling ex-nunc verzoekt oftewel naar de stand van ‘nu’. Ze heeft haar woning al verkocht en kan niet naar een woning terugkeren als de vervangende toestemming alsnog wordt afgewezen. Het hof neemt dit verzoek niet expliciet mee in de afweging.

Een moeder wil met haar nieuwe partner die ook een zorgtaak heeft voor zijn 2 kinderen gaan samenwonen. De vader is het hier evenwel niet mee eens. Dit enerzijds omdat de ouders in het ouderschapsplan zijn overeengekomen dichtbij de huidige woonplaats te blijven wonen en anderzijds omdat de toegenomen reistijd (+15km/18 autominuten) vooral de kinderen in hun sociale activiteiten zou gaan belemmeren.

De rechter passeert de argumenten van de vader evenwel en ziet in de toegenomen afstand en de afspraak in het ouderschapsplan onvoldoende reden om geen vervangende toestemming aan de moeder te verlenen. Verhuizing tevens voldoende doordacht.

Volledige uitspraak

Naschrift:

O.i. zijn de argumenten van deze vader logisch. Het zijn uiteindelijk de kinderen die naarmate ze ouder worden zullen moeten omgaan met twee sociale contexten. Deze uitspraak toont ook dat afspraken zoals deze ouders hebben gemaakt slechts beperkte kracht/waarde/houdbaarbeid hebben.

Verhuizing afgewezen

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant om met haar kinderen, een jongen van 6 jaar en een meisje van 3 jaar, te mogen verhuizen naar [woonplaats 1]. De rechtbank vindt dat de moeder niet genoeg heeft aangetoond dat deze verhuizing noodzakelijk is en dat de grote afstand het contact met beide vaders te veel zou bemoeilijken.

Het verzoek om met de kinderen te verhuizen en hen daar op opvang/school in te schrijven wordt daarom afgewezen. De kinderen blijven voorlopig bij de moeder wonen, de bestaande weekendregelingen met de vaders lopen door en de Raad voor de Kinderbescherming gaat onderzoeken waar de kinderen op termijn het beste kunnen wonen en hoe de zorg moet worden verdeeld.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Overijssel om vervangende toestemming te krijgen om met de twee kinderen 250 kilometer verderop te gaan wonen bij haar nieuwe partner. De rechtbank vindt niet bewezen dat verhuizen noodzakelijk is en dat de moeder voldoende heeft gezocht naar andere woonruimte in de buurt van de huidige woonplaats. Verhuizen zou de kinderen uit hun vertrouwde omgeving en vriendennetwerk halen en het contact met de vader door reistijd en afstand duidelijk verminderen, wat niet in hun belang is.

De rechtbank wijst daarom zowel de verhuizing, de schoolinschrijving, de door de vader gevraagde uitbreiding van de zorgregeling, de dwangsom, het verzoek om wijziging van kinderalimentatie en alle overige verzoeken af. De bestaande zorgregeling, inclusief het vaste contactmoment op dinsdag, moet onverkort doorgaan en ouders worden geacht aan hun communicatie te werken.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De vader verzoekt een co-ouderschap echter dit afgewezen met samengevat de opmerking: “de huidige zorgregeling loopt goed” en “dit is wat ouders hebben afgesproken”. Ook wordt er geen dwangregeling opgelegd, in het geval de moeder toch zou verhuizen.

Een moeder vraagt vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen, haar haar kind daar in te schrijven op school en de zorgregeling te wijzigen. Ook wil de moeder wil ook de zorgregeling van de oudste wijzigen. De vader verzet zich hiertegen, onder meer vanwege de grotere afstand en de gevolgen voor het contact en het dagelijkse leven van de kinderen.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert afwijzing en benadrukt dat een verhuizing de continuïteit in wonen, school, sport, vriendschappen en co-ouderschap ernstig belemmert.

De rechtbank weegt uitgebreid deze belangen van de kinderen en acht hen sterk geworteld in de woonplaats van vader, waarbij een verhuizing hun sociale en persoonlijke ontwikkeling zou hinderen. De verzoeken van de moeder worden daarom afgewezen en de bestaande gelijke zorgregeling blijft in stand.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Opvallend en kritisch te bezien is dat de moeder reeds een woning in de beoogde woonplaats heeft aanvaard/toegewezen gekregen, terwijl (vervangende) toestemming van de vader of de rechter op dat moment nog ontbrak. Dit veronderstelt substantiële voorbereidingshandelingen – reageren op de woning, accepteren/toewijzen laten plaatsvinden – voordat de vereiste toestemming is verkregen.

Daarmee schuift zij het gezamenlijke gezag en de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht feitelijk terzijde en zet de andere ouder en de kinderen onder (tijd)druk om zich aan een reeds door haar gecreëerde situatie aan te passen. Dat is in strijd met de systematiek van vervangende toestemming, die juist beoogt dat de rechter een integrale belangenafweging maakt vóórdat onomkeerbare stappen worden gezet.

Een vader start een procedure bij de rechtbank Midden-Nederland met als doel toestemming te krijgen om met zijn dochter definitief in België te mogen wonen en haar daar op school in te schrijven. De rechtbank vindt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek om het kind via de Nederlandse rechter uit België terug te halen; dat moet in België via een teruggeleidingsverzoek.

De vader krijgt géén vervangende toestemming voor de verhuizing en moet met het kind uiterlijk 1 januari 2026 terug naar zijn woonplaats in Nederland. De rechtbank koppelt de hoofdverblijfplaats aan die terugverhuizing: komt hij met het kind terug, dan blijft de hoofdverblijfplaats bij hem, blijft hij in België, dan krijgt de moeder de hoofdverblijfplaats. De GI moet actief helpen bij de (terug)verhuizing en het beter volgen van de gezondheid en veiligheid van het kind.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant om met het kind te mogen verhuizen naar een andere plaats, het daar op school in te schrijven en de zorgregeling aan te passen. De rechtbank vindt de verhuizing niet dringend noodzakelijk en ziet dat de moeder nauwelijks serieuze, minder ingrijpende alternatieven (zoals verhuizing van de partner richting haar woonplaats) heeft onderzocht.

Vanwege het autisme van het kind, de vele recente veranderingen en het belang van de bestaande school en omgeving, acht de rechter extra onrust en wisselingen nu onaanvaardbaar. Ook zou een verhuizing de rol van de vader in het dagelijks leven van het kind te veel beperken en werkt de slechte communicatie tussen de ouders tegen co‑ouderschap op afstand. De rechtbank wijst daarom zowel de verhuis- en schoolverzoeken van de moeder als het verzoek van de vader om co‑ouderschap af; de bestaande weekendregeling blijft in stand.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter toetst helder of beide ouders hun verantwoordelijkheid voor rust, voorspelbaarheid en continuïteit voor het kind waarmaken, en rekent vooral de moeder beperkte alternatievenkeuze aan. Tegelijk blijft onbenoemd wat er concreet van de vader wordt verwacht om zijn betrokkenheid te verdiepen, buiten het afwijzen van co‑ouderschap om.

De beslissing is sterk resultaatgericht op behoud van de huidige situatie, maar laat open welke stappen nodig zijn om later wél tot een evenwichtiger zorgverdeling te komen. De rechter schuift de communicatieproblemen terug naar de ouders met het advies hulp te zoeken, maar zonder duidelijke voorwaarden of tijdspad, waardoor je je kunt afvragen of de keten zo echt vóór de rechten van het kind gaat staan.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?