Thema · Verhuizen met een kind

Bijgewerkt: 24 juni 2020 | Wetsingang: Art. 1:253a lid 1 BW | Leestijd: 11 minuten

Wil de ouder die de hoofdverblijfplaats heeft van het minderjarige kind verhuizen, dan is dit in principe mogelijk. Deze ouder heeft namelijk in beginsel de vrijheid ergens anders een gezinsleven en toekomst op te bouwen. We zien echter veel dat ouders hier niet samen uitkomen. In dat geval kan de verhuizing aan de familierechter worden voorgelegd.

De verhuizing kan een ingrijpende impact hebben op het kind. Bijvoorbeeld door een noodzakelijke verandering van school of een toegenomen reistijd. Daarnaast kan de verhuizing impact hebben op het contact dat het kind met de andere ouder heeft. Is er momenteel geen contact, dan kan de verhuizing er ook voor zorgen dat de kans op een (weder)opbouw vermindert.

Een ouder met gezamenlijk gezag die het hoofdverblijf heeft die wil verhuizen moet toestemming hebben van de andere ouder. Als die toestemming niet wordt gegeven, dan kan de verhuizende ouder vervolgens de rechtbank ‘vervangende toestemming’ vragen voor de verhuizing. Hiertoe moet deze een verzoekschriftprocedure starten.

De rechter beoordeelt dan of de verhuizing in het belang is van het kind. De rechter moet bij een dergelijke beslissing alle omstandigheden van het geval in acht nemen. Dit volgt o.m. uit deze uitspraak van de Hoge Raad.

Dit kan er ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind. Wel dient het belang van het kind “een overweging van de eerste orde” te zijn bij de belangenafweging. In beginsel worden hierbij vaste afwegingskaders gehanteerd. Lees “Wat de rechter o.a. weegt” hierna.

Een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming soms nodig

Voelt de rechter zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen, dan kan deze de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de volgende vragen worden meegegeven aan de raad:

  • Hoe staat het kind tegenover verhuizing naar de andere woonplaats?
  • Hoe verhouden de belangen van het kind zich tot een eventuele verhuizing (en, daaruit volgend, wisseling van school, afscheid nemen van vriendjes, etc.)
  • Is de andere ouder in staat de zorg voor en de opvoeding van het kind te dragen, wanneer  de verzoekende ouder geen vervangende toestemming voor de verhuizing zal krijgen en de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de andere ouder zal worden bepaald?
  • Hoe staat het kind tegenover een eventuele bepaling van het hoofdverblijf bij de andere ouder?
  • Welke zorg- en contactregeling is het meest in het belang van het kind en komt het meest tegemoet aan de rechten van de andere ouder, wanneer het hoofdverblijf van het kind bij de verzoekende ouder (in die woonplaats) wordt bepaald?
  • Welke zorg- en contactregeling is het meest in het belang van het kind en komt het meest tegemoet aan de belangen van de verzoekende ouder, wanneer het hoofdverblijf van de minderjarigen bij de andere ouder wordt bepaald?

Tijdens het raadsonderzoek wordt de beslissing meestal aangehouden. Dit betekent dus dat de situatie in principe onveranderd blijft tot de rechter uitspraak doet.

Rechters zijn overigens niet gebonden aan adviezen voor de Raad voor de Kinderbescherming.

Verhuist de niet-hoofdverblijf ouder? Lees V&A: Verhuizen als ik geen hoofdverblijf heb, kan dat?

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Verhuizing toegestaan

Een moeder wil met haar twee kinderen verhuizen en gaan samenwonen met haar nieuwe partner. Ook de nieuwe partner heeft 2 kinderen uit een eerdere relatie. De kinderen kunnen goed met elkaar. Moeder bereidt de kinderen uitgebreid voor en schrijft ze ook al in op de nieuwe scholen. Dit alles echter zonder toestemming van vader. Uit het kindgesprek komt evenwel naar voren dat de kinderen graag willen. Ook bleek de oorspronkelijke zorgverdeling belastend voor de kinderen omdat vader veel niet thuis was i.v.m. werk.

De rechtbank beslist op basis van een belangenafweging dat het wel in het belang is van de kinderen om alsnog vervangende toestemming te geven.

Volledige uitspraak

Ouders hadden min of meer gelijkwaardig ouderschap. De vader verzette zich tegen verhuizing van de moeder omdat die iets meer dan 20 km verder ging wonen met haar nieuwe partner (en een gezamenlijk eigen kind). Deze afstand zou ertoe leiden dat de zoon die zij met haar ex-partner had te ver zou moeten reizen naar school en dat deze, wanneer hij bij moeder was, niet met vriendjes kon spelen.

Volgens het hof was deze argumentatie onvoldoende om de verhuizing tegen te kunnen houden. Het hof oordeelde dat er geen andere omstandigheden zijn gebleken die ‘zodanig belastend’ zijn dat er tot een ander oordeel moest worden gekomen. Dit was mede doordat de zorgregeling gewoon in stand bleef en er slechts een beperkt aantal wisselmomenten waren.

Door de vader was tevens wijziging van de hoofdverblijfplaats verzocht. Deze is door het hof ook afgewezen. Verder was door de moeder ook een wijziging (lees: vermindering) van de ‘omgangstijd’ met de andere ouder gevraagd. Ook dat werd afgewezen. Kortom. Moeder mocht verhuizen. Verder bleef alles hetzelfde.

Volledige uitspraak

Niet meerwerken aan hulpverlening en persoonlijke problematieken zijn zaken die zwaar kunnen wegen bij de belangenafweging door de rechter. In deze situatie was moeder al verhuisd en trachtte de vader dit ongedaan te maken.

Uiteindelijk vond de rechtbank en in tweede instantie het hof de oplossing in het beëindigen van het gezamenlijk gezag. Nu had formeel de vrouw niet voldaan aan de regel dat je de gebruikelijke procedure dient te volgen. Het gerechtshof vond het echter anderszins ook al in het belang van de kinderen dat zij gewoon konden blijven wonen waar zij met hun moeder naartoe waren verhuisd.

Volledige uitspraak

Het staat de ouder die het hoofdverblijf heeft in principe vrij om een nieuw leven op een andere plek met het kind op te bouwen, ook als dit betekent verhuizen over de landsgrenzen. Zo ook in deze situatie waarin moeder met het kind naar Engeland wilde verhuizen. Na belangenafweging gaven zowel de rechtbank als het hof hiervoor toestemming.

Belangrijke overwegingen waren de ongelijke verdeling van de zorg- en opvoeding, tw. voor de vader één weekend in de 14 dagen, een omgangsregeling die hij ook niet altijd nakwam.

Volledige uitspraak

Verhuizing afgewezen

Verhuizing Gouda -> Hilversum: Een moeder met een co-ouderschapsregeling ten aanzien van haar 11 jarige kind wil graag met haar nieuwe partner gaan samenwonen op een uur afstand van de huidige zorgomgeving. De ouders wonen nu 5 minuten uit elkaar.

De rechter wijst af, mede gezien de inbreuk die de gewijzigde situatie zou hebben op de zorg die de vader momenteel invult. Ook is het aannemelijk dat met een wijziging van het hoofdverblijf van het kind de sociale context van het kind door tijdsverloop gaat wijzigen. Beide zaken worden niet in het belang van het kind geacht.

Verder spelen nog andere factoren een rol zoals de stabiliteit van de relatie van moeder en de reisafstand voor moeder wanneer ze wel zou gaan verhuizen.

Volledige uitspraak

Vrouw met hoofdverblijf van inmiddels 4 jaar oud kind wil met haar nieuwe partner in Oud-Turnhout (BE) gaan wonen en vanuit Rotterdam daar naartoe verhuizen. Ouders met gezamenlijk gezag hadden in het ouderschapsplan laten vastleggen dat er in principe niet buiten een straal van 30 km verhuisd zou gaan worden gedurende de basisschoolleeftijd van het kind, behoudens vervangende toestemming. Vader heeft een substantieel deel van de dagelijkse zorg tw. iets meer dan 5 van de 14 dagen.

Moeder verzoekt vervangende toestemming doch dit wordt afgewezen mede omdat de noodzaak tot verhuizing niet voldoende komt vast te staan. Daarnaast zou de verhuizing ook een enorme inbreuk betekenen op de rol die vader dagelijks voor het kind vervult. Ook de compensatie die moeder aanbood zou dat niet kunnen voorkomen. Vader verzoekt daarnaast ook nog voorwaardelijk aan hem de hoofdverblijfplaats toe te kennen als moeder toch zou verhuizen. Zij kon daarover ter zitting nog geen uitsluitsel geven.

Het verzoek van moeder wordt afgewezen door de rechtbank. Het verzoek van vader voor het voorwaardelijk vaststellen van de hoofdverblijfplaats bij hem wordt toegewezen.

Volledige uitspraak

Zeer heldere uitspraak van Rechtbank Noord Nederland in een zaak waarin een moeder met haar kind van 1,5 jaar zonder toestemming van de vader waarmee de affectieve relatie inmiddels is verbroken verhuist van Zuid-Limburg naar Groningen. De rechtbank toetst de verhuizing aan de criteria die zijn gesteld voor vervangende toestemming.

De verhuizing voldoet niet aan de criteria (ondanks de overigens vrij bescheiden omgangsregeling tussen de man en zijn kind, die overigens niet ‘eerder frequent dan lang‘ is). De vrouw moet binnen 8 weken terugverhuizen.

Omdat de vrouw reeds op voorhand aangeeft niet te zullen terugverhuizen ongeacht de beslissing van de rechter, verbindt de rechtbank aan de beschikking een dwangsom van EUR 500 per dag met een maximum van EUR 25.000. De beschikking is eveneens uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat bij een eventuele niet-nakoming er dwangsommen zullen verbeuren’, die kunnen worden geïncasseerd. Dit ondanks dat eventueel hoger beroep is ingesteld.

Volledige uitspraak

Ouders hadden co-ouderschap over hun ongeveer 4 jaar oude kind. Moeder van Portugese afkomst wilde naar Portugal terugverhuizen met haar kind en trachtte vervangende toestemming daartoe te krijgen van de rechtbank.

Op zich is de wens om terug te verhuizen natuurlijk legitiem echter had moeder verzuimd om de noodzaak daarvan aan te tonen. Moeder had nog meer verzoeken die het contact tussen het kind en de vader moesten verminderen. Is nog onderhanden.

Volledige uitspraak

Ouders hadden gezamenlijk gezag en een min of meer gelijke verdeling van de zorg in deze situatie. De vrouw, waarbij het kind het hoofdverblijf had, had geen toestemming voor de verhuizing gekregen van de vader en wilde ook de uitkomst van een eventuele procedure voor vervangende toestemming niet afwachten.

De man startte en won een kort geding. In hoger beroep tegen het vonnis van de kort geding rechter oordeelde het hof dat door toch te verhuizen de vrouw in strijd heeft gehandeld met het belang van het kind door haar eenzijdig uit haar vertrouwde omgeving te halen. Eveneens heeft de vrouw met deze gedraging inbreuk gemaakt op het gezagsrecht van de man.

De rechter in kort geding legde ook een ordemaatregel op. Hierbij werd het kind (tijdelijk) aan de zorg van de man toevertrouwd. Deze beslissing werd bekrachtigd door het hof.

Uit de geanonimiseerde beschikking van het hof wordt niet duidelijk of de afstand wellicht ook nog een factor geweest zou kunnen zijn.

Volledige uitspraak

Ouders hadden gezamenlijk gezag en moeder wilde met de kinderen naar het buitenland verhuizen en had daarvoor de toestemming van de vader niet. Hierdoor zouden de kinderen uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald. Tevens was de verhuizing onvoldoende voorbereid en waren er allerlei andere contra-indicaties.

Volledige uitspraak

Een moeder met eenhoofdig ouderlijk gezag wilde op zeer korte termijn naar Ierland verhuizen. De vader die een omgangsregeling had startte echter een kort geding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het verhuisvoornemen van de moeder niet in overeenstemming was met de op haar rustende ouderlijke verantwoordelijkheid om het kind voldoende daadwerkelijk contact te laten hebben haar vader. Verhuisverbod opgelegd.

Volledige uitspraak

Lees ook dit

  1. Het is belangrijk om als verhuizende ouder met het hoofdverblijf bij een voorgenomen verhuizing de procedure die ervoor staat gewoon te volgen. Dit is slechts anders als er dermate zware contra-indicaties verbonden zijn aan het wachten op die toestemming dat dit redelijkerwijs niet in het belang van het kind kan worden geacht.
  2. Voor de ouder met het hoofdverblijf is ook verhuizen naar het buitenland mogelijk. Dit wordt echter lastig bij een min-of-meer gelijke verdeling van de zorg- en opvoeding.
  3. Als vervangende toestemming voor verhuizen niet wordt gegeven en de verhuizing wordt toch doorgezet, dan kan dit ertoe leiden dat een opvolgend verzoek van de andere ouder voor het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van het kind succesvol is. Het is ook mogelijk om als verwerende (niet-hoofdverblijf) ouder de rechter te verzoeken om de hoofdverblijfplaats van het kind voorwaardelijk te wijzigen.
  • De noodzaak om te verhuizen.
  • De mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid.
  • De door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren.
  • De mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.
  • De rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving.
  • De verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg.
  • De frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing.
  • De leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen.
  • De (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.