Ouderverstoting oplossen of voorkomen

De sleutel bij oudervervreemding en ouderverstoting is om de de verstotende ouder verantwoordelijk te maken (en houden) voor de omkering van de verstoting. Lees hierna hoe dit zou kunnen werken.

De wettelijke verplichtingen van de vervreemder centraal

Centraal in onze oplossingsrichting staat artikel 1:247 BW, leden 2 en 3.

Het tweede lid stelt dat ouders de plicht hebben om zorg te dragen voor de geestelijke en fysieke veiligheid van het kind.

Artikel 1:247 lid 2 BW:
Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
Het derde lid stelt dat ouders de verplichting hebben om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen.
Artikel 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
Tegenover de verplichting van de ouders staat het recht van het kind op deze zaken.

Ouderverstoting is op te lossen

De hierboven genoemde verplichtingen van de ouders stoppen niet bij een eventuele verstoting door het kind van een ouder. Rechtspraak en hulpverlening zetten echter veelal in op zowel het kind als de verstoten ouder.

  • Wanneer het kind globaal 13 jaar of ouder is, dan kiezen hulpverlening en rechtspraak meestal voor het ‘rust-argument’. Regelmatig wordt daarbij expliciet de verantwoordelijkheid bij het kind neergelegd om in de toekomst (na meerderjarigheid of na het verlaten van het ouderlijk huis) het contact met de verstoten ouder te herstellen.
  • Als alles faalt, dan wordt het aan de verstoten ouder gelaten om neutrale relaties met de vervreemder te herstellen op een wijze zodat deze weer het contact het het kind gaat bevorderen.

Beide routes leggen de verantwoordelijkheid niet daar neer waar deze thuishoort, tw. bij de vervreemder. Dit is de belangrijkste omissie die we vaststellen in zowel de huidige rechtspraak als hulpverlening.

Heel soms is er echter wel een doorbraak en vertaalt zich dit in een uithuisplaatsing van het kind bij de verstoten ouder.

Ons voorstel is daarom om de PosiAct-aanpak te combineren met een SMARTsanctie-aanpak. Een Educatieve Maatregel Goed (Inter) Ouderschap kan daarvan onderdeel zijn. 

Deze zaken tezamen dwingt vervreemders om aantoonbaar positief in beweging te komen. Onvermogen wordt inzichtelijk en specifiek bij te sturen, onwil wordt gesanctioneerd.

Als professional in gesprek over onze visie?

Stuur een email naar team@fiduon.nl. Iemand neemt z.s.m contact met u op.

Laatst bijgewerkt op: