Ouderverstoting oplossen of voorkomen

Bijgewerkt: 16 oktober 2021 | Leestijd: 4 minuten

De sleutel bij oudervervreemding en ouderverstoting is om de de verstotende ouder verantwoordelijk te maken (en houden) voor de omkering van de verstoting. Lees hierna hoe dit zou kunnen werken.

Waar het huidige systeem de plank mis slaat

Momenteel zetten rechtspraak en hulpverlening veelal ten onrechte in op zowel het kind als de verstoten ouder.

  1. Wanneer het kind globaal 13 jaar of ouder is, dan kiezen hulpverlening en rechtspraak meestal voor het ‘rust-argument’. Regelmatig wordt daarbij expliciet de verantwoordelijkheid bij het kind neergelegd om in de toekomst (na meerderjarigheid of na het verlaten van het ouderlijk huis) het contact met de verstoten ouder te herstellen.
  2. Het wordt aan de verstoten ouder gelaten om neutrale relaties met de vervreemder/binnen-ouder te herstellen, zodat deze weer het contact het het kind gaat bevorderen, wat bij oudervervreemding natuurlijk nooit gaat werken.
  3. De verstoten ouder is verantwoordelijk voor het hervatten van neutrale relaties met het kind (terwijl deze nog in de invloedssfeer zit/afhankelijk is van de binnen-ouder).

Alle routes leggen de verantwoordelijkheid niet daar neer waar deze thuishoort, tw. bij de (gezagdragend) hoofdverblijfouder. Dit is de belangrijkste misslag die we vaststellen in de huidige rechtspraak en hulpverlening. Route 2 en 3 zijn daarnaast een schier onmogelijke opdracht voor de verstoten ouder.

Verder zien we diverse quasi-legitimeringen door de rechtspraak om de situatie in stand te laten waarin een kind een ouder volledig heeft verstoten, nl:

  1. Het kind is hulpverlening-moe, veelal na jaren ondertoezichtstelling.
  2. Behalve de afwezigheid van contact met één van beide ouders, wordt het kind op andere levensgebieden niet bedreigd (m.a.w. het gaat goed met het kind).
  3. De verstoten ouder wordt een nieuwe titel toebedeeld, namelijk: “ouder op afstand” (wat feitelijk een lege huls is).

Heel veel ouders zien zich uiteindelijk geconfronteerd met uitspraken als dat de rechter ‘de hoop uitspreekt dat etc.’ Al deze lege woorden verbloemen slechts het gebrek aan inzicht, visie en daadkracht van de rechtspraak, en verhullen feitelijk dat de rechtspraak door deze krachteloze beslissingen langjarige kindermishandeling en geestelijk geweld legitimeert.

De wettelijke verplichtingen van de vervreemder centraal

De wet bevat twee zogenaamde ouderschapsnormen. Deze geven een gedragsinstructie aan gezagdragend ouders. Deze gedragsnormen zijn omschreven in artikel 1:247 BW, leden 2 en 3.

Het tweede lid stelt dat ouders de plicht hebben om zorg te dragen voor de geestelijke en fysieke veiligheid van het kind en samengevat ‘een gezonde en evenwichtige ontwikkeling’ van het kind.

Artikel 1:247 lid 2 BW:
Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
Het derde lid stelt dat ouders de verplichting hebben om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen.
Artikel 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
Tegenover de verplichting van de ouders staat het recht van het kind op deze zaken. Daarnaast hebben kinderen het (wettelijk) recht op een gelijkwaardige verzorging door beide ouders.

Ouderverstoting is op te lossen

De hierboven genoemde verplichtingen van gezagdragend ouders stoppen niet bij een eventuele verstoting door het kind van een ouder. In tegendeel, als een kind een ouder heeft verstoten, dan is deze verplichting van de ouder waar het kind verblijft ‘maximaal’. Hoe invulling is gegeven aan het omkeren van de verstoting door de binnen-ouder dient expliciet te worden getoetst, de onmogelijkheid van de omkering dient ook niet te worden aangenomen.

Je zou zelfs kunnen stellen dat de inspanningsverplichting die de wet geeft grenst aan een resultaatsverplichting. Dit betekent concreet dat de hoofdverblijfouder aantoonbaar concrete stappen richting spoedig contactherstel dient te zetten en daarbij ook de verstoten ouder en hulpverlening betrekt. Dit niet doen zou moeten worden gezien als het actief of passief verdiepen van de verstoting, wat een vorm is van psychische kindermishandeling.

Natuurlijk zijn er grenzen aan de inspanningsplicht, echter het is aan een rechter om dit af te kaderen/in te perken, niet aan de binnen-ouder zelf. Het is ook niet aan de binnen-ouder om het kind de keuze te laten, ook niet als het kind ouder is dan een jaar of 13.

Ons voorstel is daarom om de PosiAct-aanpak te combineren met een SMARTsanctie-aanpak. Een Educatieve Maatregel Goed (Inter) Ouderschap kan daarvan onderdeel zijn.

Deze zaken tezamen dwingt binnen-ouders om aantoonbaar positief in beweging te komen. Onvermogen wordt inzichtelijk en specifiek bij te sturen, onwil wordt gesanctioneerd.

Als professional in gesprek over onze visie?

Stuur een email naar team@fiduon.nl of bel de praktijk tijdens kantooruren.