← Terug
/ Kennisbank /Omgang/Omgang hervatten/Ouderverstoting; wat kan ik er aan doen?

Ouderverstoting Special

Bijgewerkt: 20 april 2026

Houdt je ex-partner opzettelijk de inter-ouderrelatie onrustig en wordt jullie kind ingezet voor de strijd? Dan kan dit ertoe leiden dat je kind – uit zelfbehoud – jou op termijn volledig verstoot. Dit pijnlijke proces heet ouderverstoting. Maar let op: ouderverstoting is bijna altijd een symptoom. De échte oorzaak – en dus de sleutel tot de oplossing – is het gedrag van de andere ouder. Dit gedrag noemen we oudervervreemding.

Zit je nu in een acute situatie waarin de omgang niet meer (volledig) wordt nagekomen, blijf rustig. Niet-nakomingen kunnen een teken zijn van een lopende vervreemdingscampagne (Fase 1) of een voltooide campagne (Fase 2). Dit onderscheid is niet altijd eenvoudig te maken. Ook is er  oudervervreemding bij zeer jonge kinderen 0-3 jaar (Fase 0). Hierbij worden gemiddeld genomen andere oudervervreemdingstactieken ingezet. Voor deze drie situaties wordt hierna uitgelegd wat je kunt doen. Ook is er een uitgebreide sectie over rechtspraak. Hierin wordt uitgelegd hoe de rechtspraak hiermee omgaat en kun je ook voorbeelduitspraken lezen. Wil je hulp? Vraag een intake.

Ouderverstoting is de beslissing door het kind om een ouder (steeds meer/volledig) af te wijzen waarbij de (voortschrijdende) afwijzing wortelt in oudervervreemdend gedrag door de andere ouder. Anders gezegd; contactverlies met één ouder door toedoen van de andere ouder, zonder dat er voor dat contactverlies een objectieve reden is.

Dat een kind geen contact meer wil met de andere ouder betekent niet automatisch dat dit het resultaat is van oudervervreemding. Het gedrag van het kind kan verklaarbaar zijn uit het gedrag van de ouder naar het kind. Dan is er dus geen sprake van ouderverstoting. Een voorbeeld van zo een zaak lees je hier.

Er zijn echter ook veel voorbeelden waarbij de afwijzing wél wordt toegerekend aan de ouder die (inmiddels) de hoofdloyaliteit geniet. Kenmerkend in deze zaken is dat deze ouder zich niet (meer) houdt aan de plicht om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Lees voor een overzicht het rechtspraakoverzicht onderaan deze pagina.

Houdt een ouder zich niet of onvoldoende aan deze ouderlijke plicht en kan deze ook niet aantonen dat deze dit wel heeft gedaan, dan moet ons inziens voorzichtigheidshalve worden aangenomen dat de verstoting door het kind het resultaat is van oudervervreemding hetgeen een vorm van kindermishandeling en tevens een vorm van ex-partnerstrijd is (wat eveneens een vorm van kindermishandeling is).

In de praktijk zien we zo goed als altijd combinaties met de niet-naleving van de andere ouderlijke plichten, zoals de informatieplicht, de consultatieplicht, de plicht om een neutrale ouderschapsrelatie te bewerkstelligen én de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht. Het zijn situaties waarin coalitie-ouder veelvuldig zelfbepalend handelt. Het argument dat daartoe wordt aangevoerd is veelal dat het kind dit zou willen of dat dit in het belang van het kind zou zijn. Dit maakt deze situaties o.i. vrij eenvoudig te herkennen.

Fase 1: Er is een vervreemdingscampagne (gestart)

Deze fase kenmerkt zich veelal door vele vormen van loyaliteitsbeïnvloeding. Dit kan zowel plaatsvinden in de vorm van:

  • Negatief gedrag, zoals: kwaadspreken, het veroorzaken van incidenten, ‘meestribbelen’ of het destabiliseren van jouw thuissituatie.
  • Positief gedrag naar het kind, zoals: overdreven aanwezigheid, disproportionele verantwoordelijkheden of koopgedrag.

Als je te maken hebt met oudervervreemding, lees dan onze tips:

  1. Heb je nog contact met je kind, blijf dan inzetten op het hebben van waardevolle hechtingsmomenten. Werk consistent aan een fijne warme band met je kind. Laat je niet afleiden door de belemmeringen die de vervreemder blijft opwerpen.
  2. Zoek (pedagogische) hulp bij het zelf aanleren van positief gedrag om het verstotingsgedrag van je kind op een juiste wijze op te vangen en om te buigen. Het gaat dus om scholing van jezelf en niet om direct het gedrag van je kind te corrigeren.
  3. Vervreemdingsgedrag kan heel lastig te detecteren zijn. School jezelf daarom in het herkennen van de verschillende vormen. Dr. Amy Baker, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van ouderverstoting, heeft op zeer heldere wijze 17 verschillende strategieën (link opent bestand) beschreven die vervreemders inzetten.
  4. Administreer nauwgezet welk schadelijke gedrag je observeert bij zowel de andere ouder en je kind en neem passende positieve acties.
  5. Wees zeer beducht op kindsignalen en doe zo nodig een melding bij Veilig Thuis. Houd er wel rekening mee dat Veilig Thuis niet altijd iets wil doen met de melding als er nog ’te weinig’ kindsignalen zijn. Veel kinderen zitten in wat een ‘voortschrijdend ongeluk’ kan worden genoemd, waarin in kleine stapjes het loyaliteitsconflict in het kind steeds erger wordt.
  6. Geef de vervreemder geen ‘haakjes’ waar loyaliteitsbeïnvloedend gedrag aan kan worden opgehangen. Dit is overigens praktisch onmogelijk. De loyaliteitsbeïnvloeding kan namelijk zowel zoor acties als inacties worden gecreëerd.
  7. Als je kind ondanks de negatieve invloed van de vervreemder toch redelijk in balans is, dan bereik je iets positiefs. Ook getuigt het van veerkracht bij je kind, waar je waarschijnlijk een positieve bijdrage aan levert.
  8. Blijf (ook juridisch) inzetten op voldoende omgang met je kind. In meerdere rechterlijke uitspraken is ondanks een ernstige vechtscheiding tussen de ouders toch een (min of meer) gelijkwaardige zorgverdeling vastgesteld of is de zorg (uiteindelijk) zo goed als volledig naar de verstoten ouder gegaan.
  9. Houd hoop. Blijf positief.

Eén van de belangrijkste dilemma’s bij oudervervreemding is of de andere ouder wel of niet te confronteren met het vervreemdingsgedrag. Door negatieve gedragingen en de eventuele invloed daarvan op je kind te blijven benoemen, weet de vervreemder dat het gedrag niet ongezien blijft. Het geeft de vervreemder gelegenheid om te reageren of het biedt een gelegenheid om in overleg te gaan. Leidt het niet tot een positieve gedragsverandering, dan bouw je zo automatisch een dossier op van welwillend en welhandelend gedrag van jouw zijde, gevolgd door niet-welwillend gedrag van de andere zijde. De wijze en toon waarop je dit doet is erg belangrijk.

Soms echter kan het verstandiger zijn om de vervreemder (nog) niet te confronteren met het geobserveerde gedrag of de effecten die dit gedrag heeft. Bijvoorbeeld als dit zo aantoonbaar ernstig is, dat dit beter via een hulpverleningsinstantie als Veilig Thuis kan worden aangekaart. Daarnaast krijgen we regelmatig de reactie van cliënten dat ze de confrontatie lastig vinden, omdat het ertoe leidt dat het kind in de thuissituatie van de vervreemder de negatieve gevolgen ervan ondervindt.

Kies je voor benoemen of juist niet benoemen wat je observeert, dan zijn de effecten (voor je kind) nooit te voorspellen. Wat er ook gebeurt, wij raden aan rustig en consistent te blijven. Dit brengt je uiteindelijk het verst, ook als er bijvoorbeeld een hulpverlener is betrokken.

Fase 2: De vervreemdingscampagne is voltooid

Cliënten die verstoten zijn rapporteren dat ze al geruime tijd de effecten voelden van het vervreemdingsgedrag in hun kind. Dit heeft zich dan vertaald in bijvoorbeeld: afstand nemen door het kind, een disproportioneel grote mond of toenemende minachtig of respect voor de ouder. Een voltooide vervreemdingscampagne betekent dat het kind ‘zelf met de voeten stemt’ en niet meer ‘wil’. Voor de duidelijkheid, niet elke vervreemdingscampagne is succesvol. Er zijn ook kinderen die weerstand blijven bieden tegen de vervreemdingsdruk.

Ben je eenmaal verstoten en is er helemaal geen of slechts zeer sporadisch contact, dan helpt dit je wellicht verder:

  1. De wettelijke plicht van de vervreemder om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen stopt niet met de verstoting door het kind. Er zijn professionals die vinden dat dit wel stopt, namelijk gezien de zogenaamde ’toenemende mondigheid’ van het kind (naarmate deze ouder wordt).
    Artikel 1:247 lid 3 BW:
    Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
    Lees ook: Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
  2. Publiceer nooit herkenbaar over je verstoting in de media of op social media. Zowel rechters als de Raad voor de Kinderbescherming zien dit gedrag als schadelijk voor je kind, omdat je je kind door het publieke karakter schaadt. Ook wekt dit de indruk dat je je kind belast met de verantwoordelijkheid om het contact met jou te herstellen. Daarmee plaats je je kind tussen jou en je ex-partner in.
  3. Publiceer niet publiekelijk en herkenbaar over negatieve gedragingen van je ex-partner. Naast dat dit door instanties als belemmerend voor een herstel van de inter-ouderrelatie wordt gezien, neigt het bovendien naar ‘smaad‘ of ‘laster‘. Beiden zijn gedragingen die tot strafvervolging kunnen leiden.
  4. Analyseer goed welke positieve gedragingen van jouw zijde worden verwacht door instanties. Je gedrag consistent positief wijzigen en inzicht tonen, biedt mogelijk ruimte voor een hernieuwd verzoek tot het vaststellen van omgang.
  5. Zoek af en toe op een constructieve manier contact met je kind en de vervreemder – hoe moeilijk dit ook is. Ook als je kind of de vervreemder niet reageert. Verwacht hier niets van, documenteer alles. Zoek niet teveel contact. Voorkom te allen tijde dat je een contactverbod opgelegd krijgt of dat je gedrag anderszins als niet-proportioneel gezien kan worden door een instantie.
  6. Zorg dat je er klaar voor bent als je kind contact opneemt, ongeacht de intentie. Lees: Mijn puber heeft me verstoten, maar WhatsAppt af en toe, wat nu?
  7. Houd hoop, geef niet op, zoek hulp, blijf realistisch, zoek voldoende ruimte en tijd voor jezelf voor leuke dingen.

Fase 0: Vervreemding van zeer jonge kinderen (0-3)

Oudervervreemding start geregeld al heel vroeg in het leven van het kind. Dit vertaalt zich dan bijvoorbeeld in het dwarsbomen van gehechtsheidsopbouw. In de rechtspraak worden die situaties benoemd als dat de moeder geen/onvoldoende emotionele toestemming geeft aan het zeer jonge kind om een band te ontwikkelen met de andere ouder (veelal de vader). Hier in de praktijk zien we bijvoorbeeld: blokkades van erkenning, omgang, het emotioneel belasten daarvan of het dwarsbomen van uitbreiding (in veel gevallen door een vorm van systeem-triangulatie). Situaties als dit hebben een hoog risico op ouderverstoting in een latere levensfase van het kind. Heb je hiermee te maken, dan is het aan te raden om al in een vroeg stadium de inzichten toe te passen die gelden voor oudere kinderen. Voor hulp, neem gerust contact op.

Wat doet de rechter met oudervervreemding en ouderverstoting?

De rechtspraak heeft nog steeds geen eenduidige aanpak. Zowel niet van ouderverstoting door het kind als van oudervervreemding door een ouder.

Enerzijds zien we rechters die doorpakken, die wél maatregelen tegen de vervreemder en voor contactherstel nemen. Dan volgen interventies zoals hoge dwangsommen, ondertoezichtstellingen en gedragsdiagnostiek. Ook zien we soms dat de vervreemder het ouderlijk gezag verliest en/of de ‘ouder op afstand’ het gezag krijgt. Een uithuisplaatsing van het kind (bij de verstoten ouder) of een wijziging hoofdverblijf komt ook voor. Tot slot zien we soms dat de vervreemder de proceskosten moet betalen van de andere ouder.

Anderzijds zien we – ondanks het advies van het Expertteam Ouderverstoting en uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zoals L.D. v. Polen (o.m. vervat in de themapublicatie van het EHRM: Rights of the child Contact rights) – rechters die traditionele denkbeelden in stand houden. Ze gebruiken argumenten zoals: het kind wil niet, het kind laat zich niet dwingen, het gaat best goed met het kind, het kind is hulpverlening-moe, hulp of dwang vergroot alleen maar de weerstand, er is rust nodig, rust gaat mogelijk tot toenadering leiden, het kind gaat als het ouder wordt mogelijk nieuwsgierig worden naar de andere ouder, dus het is beter om het zo te laten.

In veel gevallen wordt er nog wel ‘geprobeerd’ om met hulpverlening iets te veranderen. Het duurt in (te) veel gevallen echter lang voordat er gestart wordt vanwege wachtlijsten van vele maanden; wachtlijsten waarmee de rechtspraak bekend is. Bovendien is de rechtspraak er bekend mee dat hulpverlening zelden iets bereikt. Desondanks stuurt zij ouders steeds opnieuw dit soort trajecten in. Lees ook de V&A: Helpt hulpverlening bij ouderverstoting? Tot slot zien we een zorgelijke ontwikkeling waarbij de rechtspraak enig contactherstel afhankelijk stelt van de uitkomsten van vrijwillige hulpverlening, zonder termijnen, zonder concrete doelstelling richting de ouders individueel en ook zonder rechterlijke achtervang. Tot slot zien enkele rechters een oplossing in dat de ‘ouder op afstand’ aangeeft ‘moegestreden’ te zijn. Dan is het resultaat dat er geen omgang meer wordt vastgesteld.

Alles overziend brengt dit ons tot de cynische conclusie dat tot het moment dat het systeem – en in het bijzonder de rechtspraak – wél consistent doorpakt, het recht op familieleven respecteert, de ouderlijke actieve inspanningsplichten consistent toetst, helaas nog zeer veel kinderen de band (en daarmee het contact) met een ouder zullen verliezen. Niet omdat er ‘gegronde redenen’ zijn. Wel, doordat ze ouderverstoting als enige ‘uitweg’ zien in reactie op het vervreemdingsgedrag door de ouder bij wie ze zich veilig wanen, doch niet zijn.

Zoals altijd in het familierecht is de uitkomst van een gerechtelijke procedure onzeker. Zo een rechtszaak kan dan gaan over het verkrijgen van meer zorg voor je kind, eenhoofdig gezag en/of de hoofdverblijfplaats. Deze doelen zijn individueel beschreven in onze kennisbank. Tot slot, is het zelf verzoeken van een ondertoezichtstelling mogelijk nog een optie. Zie daarvoor deze uitspraak van Rechtbank Den Haag, waarbij de vader zonder advocaat procedeerde.

Gerechtelijke procedures bieden echter geen garantie dat het vervreemdingsgedrag door de andere ouder stopt. Deze procedures kunnen er zelfs toe leiden dat het kind nog verder in het loyaliteitsconflict wordt gedrongen, bijvoorbeeld omdat het kind van 12 jaar en ouder ook om zijn/haar ‘beïnvloedde’ mening wordt gevraagd. Ook eenhoofdig gezag is geen garantie dat het vervreemdingsgedrag stopt.

Als de vervreemder niet tot inzicht komt dat deze hiermee moet stoppen en zich gaat houden aan diens ouderlijke plichten, dan kunnen oplossingen slechts worden bereikt door het kind volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder te halen. Die ‘omgangskaart’ ligt echter niet snel op tafel. Dit is één van onze grootste kritiekpunten op het huidige systeem.

Het kan bovendien lang duren voordat er voldoende bewijs is van vervreemdingsgedrag om een juridische actie op te baseren, ook omdat het negatieve loyaliteitsbeïnvloedende gedrag van de vervreemder voor derden zeer moeilijk te detecteren kan zijn.

Wanneer een zaak voor de rechter komt waarbij oudervervreemding, ouderverstoting, ouderonthechting of ouderafwijzing wordt gesteld, dan laat de rechter meestal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen. Aan de Raad wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te adviseren welke zorgregeling en gezagssituatie het beste is voor het kind. Deze adviesvraag is o.i. overigens te beperkt en daarin kan je zelf iets sturen door focus te leggen op (het gebrek aan) positieve acties door de vervreemder.

Wordt bij je kind een negatief ouderbeeld vastgesteld, dan is de kans aanzienlijk dat je kind onder toezicht wordt gesteld. Een negatief ouderbeeld kwalificeert in de rechtspraak namelijk als een ‘ernstige ontwikkelingsbedreiging’.

De ondertoezichtstelling biedt in beginsel een kans voor welwillende ouders, hoewel de uitkomst zeer afhankelijk is van de kwaliteit van de gezinsvoogd. We stellen helaas regelmatig vast dat ‘het systeem’ de plank mis slaat of de eenvoudige uitweg kiest. Daarnaast zijn er bij de meeste Gecertificeerde Instellingen die OTS-en uitvoeren wachtlijsten. En deze wachtlijsten faciliteren feitelijk de vervreemder doordat deze kan voortgaan met de vervreemding. Tot slot, kan je de pech hebben dat je een gezinsvoogd treft die niet voldoende capabel is of die vast zit in eigen overtuigingen.

Staat je kind al onder toezicht, dan kan je slechts beperkt invloed uitoefenen om de Gecertificeerde Instelling op het rechte pad te houden. Lees: De gezinsvoogd doet zijn werk niet, wat nu?

Er is een kentering in de rechtspraak zichtbaar waarin er steeds vaker stevig wordt ingegrepen. Er is echter nog geen consistente lijn. Oplossingen die de rechtspraak hanteert zijn:

  • Diagnostiek van de ouders, het inter-oudergedrag en het systeem (bijvoorbeeld door het NIFP/Fivoor). Af en toe wordt er ook een MASIC ingezet, echter die methodiek is niet toegerust voor oudervervreemdend gedrag.
  • Individuele hulpverlening voor ouders en kind.
  • Het inzetten van gedwongen hulpverlening om de omgang tussen het kind en de verstoten ouder te hervatten.
  • Het kind (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder plaatsen door een (uithuis)plaatsing bij de verstoten ouder. Ook komt het voor dat het kind eerst in een neutrale omgeving wordt gebracht van waaruit het contact met de verstoten ouder weer wordt opgebouwd.
  • Af en toe zien we dat zeer hoge dwangsommen of lijfsdwang worden vastgesteld om de vervreemder tot nakoming van de rechterlijke beslissing te dwingen.

In hoeverre de rechter dit soort maatregelen werkelijk als serieuze optie beziet hangt af van o.a.:

  • De leeftijd van het kind.
  • De mate van weerstand bij het kind; of er een weglooprisico is of er wellicht ook fysiek verzet is.
  • In welke mate vrijwillige of gedwongen hulpverlening eerder is ingezet.
  • Andere zaken die wellicht een transitie naar de andere ouder zouden belemmeren. Er zijn voorbeelden dat een kind zo sterk parentificeerde, dat dit op zich een contra-indicatie was voor herstel van de omgang met de verstoten ouder, terwijl parentificatie normaal juist een indicatie is voor het tegenovergestelde.

Nationale overheden hebben een actieve inspanningsplicht om het gezins-, familie- en privéleven te beschermen. Inbreuken daarin moeten bovendien proportioneel zijn. Dit is de uitkomst van een hele serie van uitspraken door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, zoals deze uitspraak en deze uitspraak. Overheden moeten 'alles' in het werk stellen om de band (en daarmee het contact) met beide ouders en in het bijzonder met de verstoten ouder te realiseren. Er moet snel worden gehandeld. Ook moeten de ingezette middelen effectief zijn.

De rechtspraak staat weliswaar los van de overheid (scheiding der machten) echter is daar tóch onderdeel van. Zo ziet de rechtspraak de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen als ketenpartners. Als er iets misgaat of als doelen niet behaald worden, dan is uiteindelijk de rechter de enige partij die hierin verandering kan brengen. Onze kritiek richt in de basis dan ook op een gebrek aan daadkracht, gezag en kwaliteit van de rechtspraak bij zaken waarin oudervervreemding (en ouderverstoting) speelt, terwijl de Hoge Raad in dit arrest rechters feitelijk de opdracht heeft gegeven om 'alles' in het werk te stellen om omgang te realiseren, nadien nog eens herbevestigd in dit arrest.

Regelmatig lezen we dat rechters jarenlange gerechtelijke- en hulpverleningstrajecten afsluiten met samengevat "de hoop dat het kind op termijn zelf weer contact zoekt", "de hoop dat in de toekomst de vervreemder alsnog gaat inzien dat deze het contact tussen het kind en de andere ouder moet ondersteunen" of "de verwachting dat het kind op een gegeven moment zelf nieuwsgierig wordt", of zoals in deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam, dat "zodra zij geen druk meer ervaren vanuit de instanties en vanuit hun vader en moeder, open zullen staan voor contactherstel met hun vader".

In een zaak die diende bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd een vader zelfs het ouderlijk gezag ontnomen. Het doel: om te voorkomen dat hij zich juridisch zou blijven inzetten voor contactherstel met zijn 14 jarige zoon. Dit ondanks dat hij eerder van andere rechters steeds gelijk had gekregen.

Dit soort onbegrijpelijke uitkomsten tonen o.i. slechts een capitulatie van de rechtspraak. Het zijn beslissingen waarmee feitelijk voortdurende en langjarige kindermishandeling evenals psychisch geweld naar de andere ouder wordt gelegitimeerd. Lees in dit kader ook de opinie: Bij ouderverstoting steeds vroegere systeemcapitulatie.

Onvoldoende onderzoek naar (inter-)ouderlijk gedrag

Het spreekt voor zich dat de rechters in de meeste gevallen niet zelfstandig tot dit soort beslissingen komen. De Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen bij ondertoezichtstellingen en soms ook bijzondere curatoren, hebben hierin een belangrijk aandeel.

Zo vallen bijvoorbeeld de neutrale of ronduit contraproductieve standpunten op, zoals dat "wordt gehoopt dat een ouder alsnog meewerkt" of "dat het kind tijd moet worden gegeven om..". Let wel, terwijl het kind veelal volledige onder invloed staat/in de macht is van de vervreemder: een ouder waarvan inmiddels is vastgesteld (of zou kunnen worden vastgesteld) dat deze zich niet/onvoldoende heeft gehouden/houdt aan de plicht om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en emotionele toestemming te geven aan het kind om die band te hebben en houden.

Sterker, het gebeurt nog te vaak dat de vervreemder voor dit type professionals tóch nog een goed-genoeg-verzorger/ouder is omdat er "geen zorgen zijn over de dagelijkse verzorging". Vanzelfsprekend een onbegrijpelijk standpunt. Lees ook de opinie: Maak de band-bevorder-plicht onderdeel van de veertien voorwaarden voor goed-genoeg-ouderschap!

Onvoldoende toetsing (inter-)ouderlijk gedrag

Omdat ouderverstoting in alle gevallen herleidbaar is aan iets dat de vervreemder heeft gedaan en/of nagelaten, zou je verwachten dat de rechtspraak dit ook toetst. De wet biedt daarvoor meerdere aanknopingspunten. Het gaat hierbij om de naleving van o.a. de ouderschapsnormen de informatieplicht, consultatieplicht en (vervangende) toestemming-vooraf-plicht. Het is evenwel eerder standaard dat dat niet wordt gedaan, als dat het wél wordt gedaan. Wordt het wél gedaan dan leiden die zaken regelmatig tot uitkomsten die de vervreemder stevig aanpakken. In de zaken waarin het niet wordt gedaan is het haast een onmogelijke opgave voor de verstoten ouder om nog de weg terug naar het kind te vinden.

Oplossing (ten onrechte) zoeken in hulpverlening

Zoals hierboven geschreven ontbeert de rechtspraak o.i. een gebrek aan gezag en effectiviteit. Dit wordt mede veroorzaakt doordat in plaats daarvan met jeugdhulp wordt geprobeerd de oplossing in het kind te zoeken. Er worden interventies ingezet die bewezen niet-effectief zijn in situaties waarin oudervervreemding speelt: zoals Parallel Ouderschap of een vorm van Ouderschapsbemiddeling.

Een gebrek aan uniformiteit/rechtszekerheid

Het vraagt een rechter met visie en lef om traditionele denkbeelden te doorbreken, zoals de rechter van Rechtbank Limburg in deze uitspraak, de rechter van Rechtbank Rotterdam in deze uitspraak en de rechter van Rechtbank Midden-Nederland in deze uitspraak. Dit type rechters en uitspraken is echter onverminderd schaars (zie onze rechter top 6 hieronder). Hierdoor zijn je kind en jij voor een goede uitkomst afhankelijk van wil van de rechter om daadkrachtig te zijn.

De rechtspraak zwalkt heen en weer en het belang van het kind eist dat dit verandert. Lees ook de opinie: Familierechters, kom met één aanpak van oudervervreemding! Dit is ook van belang om vervreemders geen uitzicht te bieden op mogelijk succes. Het tegenovergestelde gebeurt in de praktijk echter regelmatig. Het zijn uitspraken die tonen dat je als vervreemder uiteindelijk toch wel aan het langste eind trekt of toch nog wel één laatste kans krijgt. Vervreemdingsgedrag is daarmee verworden tot kindermishandeling en ex-partnergeweld waartegenover geen enkele geloofwaardige afschrikking staat. Daarmee drijft o.i. de rechtspraak zelf de instroom van ouderverstotingszaken. Een keiharde conclusie.

Een gebrek aan inzet van beschikbare middelen

De wet biedt rechters ruimschoots (ambtshalve) bevoegdheden verandering te bewerkstelligen. Daarnaast zijn er in de rechtspraak ook gevalideerde routes zoals diagnostiek door Fivoor of het NIFP (van de ouders, de inter-ouderdynamiek en het gezinssysteem, zie ook deze uitspraak in een UHP-zaak) en de begeleide omgangsregeling. Tot slot bestaat er nog zoiets als rechterlijke drang. Dat zijn signalen die rechters in hun beslissingen kunnen verwerken die bijvoorbeeld een bepaalde gedragsinstructie omvatten. Hiervoor geldt overigens ook: geen enkele consistentie in de rechtspraak.

Lees onze uitgebreide visie over hoe het huidige systeem de plank misslaat en hoe ouderverstoting kan worden voorkomen/opgelost. Het NIFP is bezig met een afbouw van familierechtelijke rapportages, wat een zeer zorgelijke ontwikkeling is. Lees ook de opinie: Waarom niet (meer) NIFP bij 'complexe' scheidingen?

De grootste (o.i. eenvoudig oplosbare) verbeterpunten

  • Rechtspraak en hulpverlening lijkt er (nog) onvoldoende van doordrongen dat de de vervreemder een plicht heeft om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en dat dit een positieve-inspanningsplicht is. Hetzelfde geldt voor de plicht om ook op inter-ouderniveau de situatie tot rust te brengen. Wat o.i. nodig is, is dat de ouders individueel en gezamenlijk strikt worden gehouden aan hun wettelijke plichten van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW, de zogenaamde ouderschapsnormen en de overige actieve inspanningsplichten.
  • Je zou verwachten dat als een rechter kiest voor een uithuisplaatsing bij de andere ouder, dat er een team van professionals klaarstaat om dit te begeleiden. Dit gespecialiseerde team is er echter niet, noch is er een gevalideerd hulpprogramma. Dit werpt een extra drempel op voor rechters.

Rechters die goed werk doen en (coalitie-)ouders wel houden aan hun ouderlijke plichten, zetten we in het zonnetje. De namen hierna zijn het resultaat van voortdurend rechtspraakonderzoek. Krijg je één van deze rechters in je zaak, dan is er een grotere kans op een positieve uitkomst. Omdat je geen invloed hebt welke rechtbank bevoegd is en welke rechter je krijgt, heeft dit overzicht uiteraard slechts een beperkte waarde. Vind je dat de rechter in jouw zaak hier niet mag ontbreken, stuur gerust een bericht.

  1. Mw. mr. T. Dopheide, Rechtbank Midden-Nederland
  2. Mw. mr. M.A.A.T. Engbers, Rechtbank Midden-Nederland
  3. Dhr. mr. R.M. van Diepen, Rechtbank Noord-Holland
  4. Dhr. mr. P.H.J. Frénay, Rechtbank Limburg
  5. Mw. mr. H.J. Wieman-Bart, Gerechtshof Den Haag (voorheen Rechtbank Rotterdam)
  6. Dhr. mr. C.A.R.M. van Leuven, Rechtbank Zeeland-West-Brabant (voorheen Gerechtshof Den Bosch)

Wil je verder juridisch verdiepen? Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens publiceert naast beslissingen ook beleidsstukken met samenvattingen van de rechtspraak. Deze stukken zijn zeer lezenswaardig en geven een overzicht van de stand van zaken rondom de verschillende (deel)onderwerpen.

Let op!
Zijn er – ongeprovoceerd door de andere ouder – zaken tussen je kind en jou voorgevallen die een volledige verstoting proportioneel maken? Stel in gerechtelijke, jeugdbeschermings- en hulpverleningsprocessen dan niet dat de afwijzing door je kind uitsluitend het gevolg is van oudervervreemding. Het leidt er o.i. mogelijk toe dat je de verstoting verdiept. Het ontkennen van eigen schadelijk gedrag is nooit de juiste weg om te bewandelen. Wat wel de juiste weg is lees je hier.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Er lijkt een verandering gaande in de rechtspraak waarin oudervervreemding vaker als ‘een vorm van kindermishandeling’ wordt aangemerkt.
  2. Als de vervreemder ook de ouder met het hoofdverblijf is (meestal de moeder), zal niet snel tot een wijziging in het gezag worden overgegaan als er nog een kans is dat de hulpverlening iets bereikt.
  3. Er is ambivalentie in de rechtspraak rondom de stelligheid waarmee de vervreemder wordt gewezen op de wettelijke plicht om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen.
  4. Niet op tijd handelen kan ertoe leiden dat er een ‘voldongen feit’ ontstaat, waarbij een eventueel contact tussen de verstoten ouder en het kind op de lange baan wordt geschoven en toch weer afhankelijk wordt gesteld van de steun van de vervreemder of het initiatief van het kind.
  • Hoe aannemelijk het is dat de situatie is veroorzaakt in het kader van een vervreemdingscampagne door een vervreemder.
  • In hoeverre er contra-indicaties zijn bij de verstoten ouder.
  • In hoeverre er contra-indicaties zijn in de band tussen het kind en de verstoten ouder.
  • Hoe haalbaar de wens-doelen van de verstoten ouder zijn in relatie tot de ‘psychologische draagkracht’ van het kind en de vervreemder.
  • In hoeverre er al in een eerder stadium hulpverlening is ingezet.
  • De leeftijd van het kind.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder bij wie het kind na verstoting verblijft zich (ruimhartig) heeft gehouden en nog houdt aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatie- en consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. Geen enkele ouder heeft het recht zich aan deze verplichtingen te onttrekken zonder rechterlijke toestemming. Dit wel doen is feitelijk ‘eigenrichting’, echter dit wordt door de rechtspraak onvoldoende (h)erkend.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Rechter handelt wel bij oudervervreemding

De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant met als doel een ondertoezichtstelling voor een jongen van ongeveer 7 jaar. De rechter vindt dat zijn ontwikkeling wordt bedreigd, vooral omdat hij sinds oktober 2025 geen contact meer heeft met zijn vader en de ouders er samen niet uitkomen. Ook spelen er zorgen over de communicatie tussen de ouders, de emotieregulatie van de vader en mogelijk eigen problematiek van het kind, zoals druk gedrag en moeite met emoties. Daarom komt het kind voor een jaar onder toezicht te staan, zodat de GI snel het contact met de vader kan herstellen en duidelijke afspraken kan maken.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Amsterdam over de omgang tussen de vader en de kinderen van ongeveer 15 en 12 jaar. De rechtbank had een opbouwende zorgregeling vastgesteld, maar in de praktijk hebben de kinderen de vader sinds 2023 nauwelijks meer gezien en willen zij niet met hem mee. De moeder wil een zeer beperkte of geen zorgregeling, de vader wil juist verdere uitwerking van weekenden en feestdagen. Het gerechtshof vindt herstel van contact, vooral voor het jongste kind, belangrijk maar weet niet waarom de kinderen zoveel weerstand en angst voor de vader hebben. Daarom vraagt het hof de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek te doen en houdt de definitieve beslissing over de zorgregeling acht maanden aan.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Noord-Holland over de omgang tussen de vader en hun dochter van 11 jaar. De rechtbank had een opbouwende regeling vastgesteld van begeleide naar onbegeleide omgang, uiteindelijk elke twee weken een dagdeel in het weekend en een doordeweekse middag. De moeder vindt deze opbouw te snel en wil maximaal eens per drie maanden een uur begeleid contact, waarbij de dochter leidend is in tempo en behoefte. Het hof ziet, net als de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming, dat de huidige begeleide contacten positief verlopen en dat vaker contact nodig is om spanning en angst bij het kind te verminderen. Het hof bekrachtigt daarom de eerdere beslissing en verwacht dat per juli 2026 onbegeleide omgang mogelijk is, met voortzetting van begeleiding voor kind én betrokkenheid van de moeder in het hulpverleningstraject.

Volledige uitspraak

Een vader start een kortgedingprocedure bij Rechtbank Midden‑Nederland met als doel dat de vastgestelde zorgregeling eindelijk wordt uitgevoerd en de kinderen (14 en 11 jaar) weer naar hem toe gaan. De kinderen wonen volledig bij de moeder, hebben al bijna vier jaar nauwelijks contact met de vader en er is sprake van ouderverstoting en een sterke, ongezond verstrengelde band tussen de moeder en de kinderen. De moeder erkent de zorgen van hulpverlening en GI niet en werkt in de praktijk onvoldoende mee, terwijl het langdurige traject van “kleine stapjes” geen resultaat oplevert en de situatie volgens eerdere rechtspraak als voortdurende kindermishandeling wordt gezien. De rechter wijst de dwangsommen en het co‑ouderschap af, maar grijpt hard in door de kinderen per 9 maart 2026 voorlopig aan de vader toe te vertrouwen, zodat de symbiotische relatie met de moeder wordt doorbroken en aan hun identiteitsontwikkeling en contactherstel met de vader kan worden gewerkt. De zorgregeling met de moeder wordt in een andere procedure geregeld.

Volledige uitspraak

Een gecertificeerde instelling (GI) vraagt Rechtbank Noord-Holland om de ondertoezichtstelling van een meisje van ongeveer 11 jaar te beëindigen. Het kind woont bij de moeder, ontwikkelt zich goed en wil al langere tijd geen contact met de vader, die zij nooit echt heeft ontmoet. De moeder heeft grote angst voor de vader, waardoor zij het kind geen ruimte kan geven om zelf een beeld van hem te vormen. De kinderrechter vindt dat hierdoor nog steeds sprake is van een bedreiging in de ontwikkeling en dat niet alle mogelijkheden voor zorgvuldig contactherstel zijn benut. De ondertoezichtstelling blijft daarom in elk geval nog tot 5 april 2026 in stand.

Volledige uitspraak

Rechter handelt niet bij oudervervreemding

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel een zorgregeling te krijgen met zijn dochter, met wie hij al ruim acht jaar geen contact meer heeft. De moeder vroeg intussen om het contact tijdelijk te stoppen in afwachting van hulpverlening via Family Supporters. Die hulpverlening begon wel, maar stopte later omdat niet kon worden geboden wat het kind nodig had; volgens de jeugdbeschermer moet eerst passende traumahulp komen. De rechter vindt daarom dat er nu geen basis is voor contactherstel of een zorgregeling en wijst het verzoek van de vader af. Ook het verzoek van de moeder wordt afgewezen, omdat dat door het stoppen van het traject geen praktisch belang meer heeft.

Volledige uitspraak

De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij Rechtbank Limburg met als doel twee kinderen van 15 en 13 jaar onder toezicht te laten stellen. De raad zag ernstige zorgen: de kinderen wijzen de moeder volledig af, de ouders werken al jaren niet samen en hulp voor vooral het jongste kind loopt vast. De rechtbank vindt die zorgen ook echt ernstig en ziet dat vooral de vader de moeder buitensluit, waardoor de kinderen steeds harder en negatiever over haar zijn gaan denken. Toch wijst Rechtbank Limburg het verzoek af, omdat een ondertoezichtstelling hier volgens de rechter waarschijnlijk niet werkt en de strijd juist verder zal verergeren. De rechter verwacht dus geen effectieve verbetering binnen aanvaardbare tijd en noemt de maatregel in deze situatie zelfs contraproductief.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt scherp dat de vader de moeder buitensluit en dat het kind daardoor klem raakt, maar verbindt daaraan uiteindelijk geen werkbare maatregel. Deze uitspraak is een triest sluitstuk in een jaren durende strijd om herstel van het ouderschap van een moeder. Met hierin o.m. inzet van het NIFP waarvan de vader uiteindelijk het rapport heeft geblokkeerd.

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel een beperkte, begeleide omgang tussen de vader en de kinderen en toestemming voor psychologische hulp voor haar zoon. De rechter ziet na jaren hulpverlening geen realistische mogelijkheid meer voor onbelast contact: de dochter heeft al drie jaar geen contact met de vader en wil dat niet, en de zoon heeft veel stress- en lichamelijke klachten rond omgang. Volgens de rechtbank blijven beide ouders vastzitten in hun conflict en lukt het hun niet elkaar als ouder te erkennen, waardoor de kinderen klem zijn komen te zitten. Daarom stelt de rechter helemaal geen zorgregeling vast, ook niet in begeleide vorm, en stopt ook de eerdere begeleide omgang. Wel krijgt de moeder vervangende toestemming om de zoon psychologisch te laten behandelen bij RondomJou/Youz, omdat dat nodig is voor zijn ontwikkeling.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Rotterdam met als doel het hoofdverblijf van zijn kinderen (een jongen van 13 en een meisje van 8) te wijzigen naar zijn adres, een omgangsregeling vast te stellen en gezamenlijk gezag te krijgen. De rechtbank ziet na zes jaar procedures, vele mislukte hulpverleningstrajecten en voortdurende strijd tussen de ouders geen enkele basis voor gezamenlijk gezag of een veilige omgangsregeling. De moeder blijft alleen met het gezag belast; de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard voor wijziging van het hoofdverblijf en zijn verzoeken voor omgang en gezamenlijk gezag worden afgewezen. De rechtbank kiest – ondanks ernstige zorgen over het extreem negatieve vaderbeeld bij de kinderen en het aandeel van de moeder daarin – voor rust en geen verdere druk op contactherstel, omdat dat de kinderen nu ernstig zou schaden.

Volledige uitspraak

Naschrift:

“De rechtbank krijgt op basis van het dossier sterk de indruk dat de moeder om haar moverende redenen, die naar het oordeel van de rechtbank niet geheel objectief invoelbaar zijn, het tot stand brengen van het contact met de vader de afgelopen jaren stelselmatig heeft tegengewerkt en in negatieve zin over de vader heeft gesproken. Opmerkelijk is dat ook [voornaam minderjarige 2] absoluut geen contact wil met haar vader, terwijl deze wens niet of nauwelijks gebaseerd kan zijn op eigen negatieve ervaringen met hem. [voornaam minderjarige 2] heeft haar vader immers sinds haar tweede jaar niet meer gezien.”

Een moeder start een procedure bij de rechtbank Den Haag om het gezamenlijk gezag te beëindigen en zelf alleen het gezag over de drie kinderen te krijgen. De rechter weegt mee dat de vader al jaren geen rol speelt in het dagelijkse leven van de kinderen en niet weet wat er in hun leven speelt, waardoor hij geen goede beslissingen kan nemen.

De rechter benoemt dat beslissingen voortvarend moeten kunnen worden genomen (vakanties, medische kwesties, school), en dat dit nu wordt belemmerd door het gezamenlijke gezag. Tegelijk benadrukt de rechter dat de vader niet buiten beeld hoeft te raken en dat de moeder de plicht houdt om de vader geregeld te informeren. De rechter kent uiteindelijk eenhoofdig gezag toe aan de moeder, zodat zij zelfstandig belangrijke beslissingen kan nemen. N

Volledige uitspraak

Naschrift:

De rechter benoemt dat de vader jarenlang afwezig is in het leven van het kind en daardoor niet meer in staat is zijn gezag inhoudelijk uit te oefenen. Tegelijk blijft onbenoemd hoe actief de moeder heeft geprobeerd de vader betrokken te houden, Het wordt niet feitelijk uitgewerkt of getoetst. De beslissing is vooral resultaatsgericht: het gezag gaat naar de moeder zodat praktische beslissingen vlot kunnen worden genomen, zonder concreet plan voor herstel van contact. De rechter legt de informatieplicht van de moeder wel neer, maar zonder duidelijke kaders, termijnen of consequenties bij niet-naleving. Hoe zou het zijn als de rechter hier ook heel precies had vastgelegd wat hij van de moeder én de vader verwacht richting toekomst?

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?