Special · Oudervervreemding en ouderverstoting

Bijgewerkt: 23 oktober 2020 | Leestijd: 32 minuten

Heb je het idee dat je ex-partner opzettelijk de inter-oudersituatie onrustig houdt, jullie kind inzet voor de strijd en ook professionals tracht een vermindering van de omgang te laten adviseren? Dan heb je mogelijk te maken met oudervervreemding. Dit kan op termijn ertoe leiden dat je kind jou – uit zelfbehoud – verstoot.

Let op! Naarmate je kind ouder wordt, is het steeds moeilijker om juridisch bepaalde veranderingen te bereiken. Begin op tijd. Zo een juridische actie kan dan gaan over het verkrijgen van meer zorg voor je kind, het eenhoofdig gezag en/of de hoofdverblijfplaats. Deze doelen zijn individueel beschreven in onze kennisbank.

Al deze procedures zijn echter lapmiddelen en geen garantie dat het vervreemdingsgedrag stopt. Deze procedures kunnen er zelfs toe leiden dat het kind nog verder in het loyaliteitsconflict wordt gedrongen. Wat o.i. nodig is, is dat de ouders individueel en gezamenlijk worden gehouden aan hun wettelijke plichten van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW, de zogenaamde ouderschapsnormen.

Wanneer je als welwillende ouder geconfronteerd wordt met gedrag van een vervreemder, houd dan in gedachten dat je niet machteloos bent. Je staat het sterkst als je eigenaarschap neemt om de situatie te verbeteren en dat jij je wel aan de ouderschapsnormen houdt. Dit is overigens waar onze aanpak zich op richt.

Het kan lang duren voordat er voldoende bewijs is van vervreemdingsgedrag om een juridische actie op te baseren, ook omdat het negatieve gedrag van de vervreemder zeer moeilijk te detecteren kan zijn.

Heb je mogelijk te maken met oudervervreemding? Dan heb je wellicht wat aan de volgende tips:

  1. Vervreemdingsgedrag kan heel lastig te detecteren zijn. School jezelf daarom in het herkennen van de verschillende vormen. Dr. Amy Baker, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van ouderverstoting, heeft op zeer heldere wijze 17 verschillende strategieën (link opent bestand) beschreven die vervreemders inzetten.
  2. Zoek (pedagogische) hulp bij het aanleren van positief gedrag om het gedrag dat je kind laat zien als gevolg van de schadelijke invloed van de andere ouder op een juiste wijze om te buigen. Het gaat dus om scholing van jezelf en niet om direct het gedrag van je kind te corrigeren.
  3. Administreer zeer nauwgezet welk schadelijke gedrag je observeert bij zowel de andere ouder en je kind en neem passende positieve acties.
  4. Wees zeer beducht op kindsignalen en doe zo nodig een melding bij Veilig Thuis. Houd er wel rekening mee dat Veilig Thuis niet altijd iets kan met de melding als er nog ‘te weinig’ kindsignalen zijn.
  5. Geef de vervreemder geen ‘haakjes’ waar vervreemdend gedrag aan kan worden opgehangen, hoewel dit praktisch onmogelijk is omdat dit actief kan worden gezocht of gecreëerd door de vervreemder.
  6. Als je kind ondanks de negatieve invloed van de vervreemder toch redelijk in balans is, dan bereik je iets positiefs. Ook getuigt het van veerkracht bij je kind, waar je waarschijnlijk een positieve bijdrage aan levert.
  7. Blijf (ook juridisch) inzetten op voldoende omgang en waardevolle hechtingsmomenten met je kind. In meerdere rechterlijke uitspraken is ondanks een ernstige vechtscheiding tussen de ouders toch een (min of meer) gelijkwaardige zorgverdeling vastgesteld of is de zorg zo goed als volledig naar de verstoten ouder gegaan.
  8. Het gedrag van de vervreemder in strijd naast in strijd met artikel 1:247 lid 3 BW ook in strijd met artikel 1:247 lid 2 BW.
    Artikel 1:247 lid 2 BW:
    Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
    Een ouder die hier niet binnen een redelijke tijd (opnieuw) aan kan gaan voldoen, kan mogelijk het ouderlijk gezag kwijtraken (e.e.a. in samenhang met artikel 1:266 lid 1 BW). Het is belangrijk om dit ook richting hulpverlening en rechtspraak te blijven benoemen.

Hoe kansrijk is een rechtszaak?

Wanneer een zaak voor de rechter komt waarbij oudervervreemding, ouderverstoting, ouderonthechting of ouderafwijzing wordt gesteld, dan laat de rechter meestal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen. Aan de Raad wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te adviseren welke zorgregeling en gezagssituatie het beste is voor het kind. Deze adviesvraag is o.i. overigens te beperkt en daarin kan je zelf iets sturen door focus te leggen op (het gebrek aan) positieve acties door de vervreemder.

De uitkomst van de rechtszaak is door het subjectieve rechterlijke toetsingskader zeer onzeker. Dit is gebruikelijk in het familierecht.

Wordt bij je kind een negatief ouderbeeld vastgesteld, dan is de kans aanzienlijk dat je kind onder toezicht wordt gesteld. Een negatief ouderbeeld kwalificeert in de rechtspraak namelijk steeds vaker als een ‘ernstige ontwikkelingsbedreiging’.

De OTS biedt een kans voor welwillende ouders, hoewel de uitkomst zeer afhankelijk is van de kwaliteit van de gezinsvoogd. Daarnaast zijn er bij de meeste Gecertificeerde Instellingen die OTS-en uitvoeren wachtlijsten.

Er is een kentering in de rechtspraak zichtbaar waarin er steeds vaker stevig wordt ingegrepen. Oplossingen die de rechtspraak hanteert zijn:

  • Hulpverlening voor ouders en kind.
  • Het inzetten van gedwongen hulpverlening om de omgang tussen het kind en de verstoten ouder te hervatten.
  • Het kind (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder plaatsen door een (uithuis)plaatsing bij de verstoten ouder. Ook komt het voor dat het kind eerst in een neutrale omgeving wordt gebracht van waaruit het contact met de verstoten ouder weer wordt opgebouwd.

Af en toe zien we dat zeer hoge dwangsommen of lijfsdwang worden vastgesteld om de vervreemder tot nakoming van de rechterlijke beslissing te dwingen.

In hoeverre de rechter dit soort maatregelen werkelijk als serieuze optie beziet hangt af van o.a.:

  • De leeftijd van het kind.
  • De mate van weerstand bij het kind.
  • In welke mate vrijwillige of gedwongen hulpverlening eerder is ingezet.
  • Andere zaken die wellicht een transitie naar de andere ouder zouden belemmeren. Er zijn voorbeelden dat een kind zo sterk parentificeerde, dat dit op zich een contra-indicatie was voor herstel van de omgang met de verstoten ouder, terwijl parentificatie normaal juist een indicatie is voor het tegenovergestelde.

Het grootste verbeterpunt: Rechtspraak en hulpverlening lijkt er (nog) onvoldoende van doordrongen dat de de vervreemder een plicht heeft om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en dat dit een positieve-actieplicht is. Hetzelfde geldt voor de plicht om ook op inter-ouderniveau de situatie tot rust te brengen.

We constateren daarnaast een zeer zorgelijke en onbegrijpelijke trendbreuk waarbij bijv. Rechtbank Den Haag alsnog geen omgang vaststelt omdat het samengevat: ‘goed gaat met het kind in de situatie’.

De vervreemder confronteren?

Ons inziens is het de plicht van de welwillende ouder om de vervreemder tot een positieve gedragsverandering te proberen te bewegen. Dit is tenslotte in het belang van het kind. De beste actie hiertoe is om zelf het goede voorbeeld te (blijven) geven.

Daarnaast kan je richting de vervreemder het negatieve gedrag benoemen dat je observeert. De wijze en toon waarop je dit doet is erg belangrijk.

Door negatieve gedragingen en de eventuele invloed daarvan op je kind te blijven benoemen, weet de vervreemder dat het gedrag niet ongezien blijft. Het geeft de vervreemder gelegenheid om te reageren, of het biedt een gelegenheid om in overleg te gaan. Leidt het niet tot een positieve gedragsverandering, dan bouw je zo automatisch een dossier op van welwillend gedrag van jouw zijde gevolgd door niet-welwillend gedrag van de andere zijde.

Soms echter kan het verstandiger zijn om de vervreemder nog niet te confronteren met het geobserveerde gedrag. Bijvoorbeeld als dit zo aantoonbaar ernstig is, dat dit beter via een hulpverleningsinstantie als Veilig Thuis kan worden aangekaart.

Hoe dan ook is hoor en wederhoor belangrijk en krijgt de andere ouder altijd de gelegenheid om weerwoord te bieden.

Tenslotte is het binnen het familierecht is belangrijk om als welwillende ouder te kunnen laten zien dat je in een negatieve situatie niet hebt berust. Dit toon je het beste aan door initiatief en eigenaarschap te nemen voor verbetering.

Is ouderverstoting te voorkomen en/of omkeerbaar?

Wij zijn van mening van wel, echter slechts voor zolang het kind minderjarig is en de vervreemder nog verplichtingen heeft die uit het ouderlijk gezag voortvloeien. Heeft de vervreemder geen ouderlijk gezag. Het recht op familieleven van de verstoten ouder is dan het aanknopingspunt. Lees onze visie met een voorstel aan jeugdhulp en rechtspraak.

Ben je eenmaal verstoten en is er helemaal of slechts zeer sporadisch contact dan helpt je dit wellicht verder:

  1. De plicht van de vervreemdende ouder om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen van art. 1:247 lid 3 BW stopt niet met de verstoting door het kind. Blijf te allen tijde benoemen dat deze ouder de wettelijke plicht heeft.
    Artikel 1:247 lid 3 BW:
    Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
    Start hierover eventueel met ons een procedure. Lees: Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
  2. Publiceer nooit herkenbaar over je verstoting op social media. Zowel rechters als de Raad voor de Kinderbescherming zien dit gedrag als schadelijk voor je kind, omdat je je kind door het publieke karakter schaadt. Ook wekt dit de indruk dat je je kind belast met de verantwoordelijkheid om het contact met jou te herstellen. Daarmee plaats je je kind tussen jou en je ex-partner in. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  3. Publiceer niet publiekelijk en herkenbaar over negatieve gedragingen van je ex-partner. Naast dat dit door instanties als belemmerend voor een herstel van de inter-ouderrelatie wordt gezien, neigt het bovendien naar ‘smaad‘ of ‘laster‘. Beiden zijn gedragingen die tot strafvervolging kunnen leiden. Heb je dat al wel gedaan? Delete al deze berichten direct. Al te laat? Neem contact met ons op.
  4. Analyseer goed welke positieve gedragingen van jouw zijde worden verwacht door instanties. Je gedrag consistent positief wijzigen en inzicht tonen, biedt mogelijk ruimte voor een hernieuwd verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling, als deze gedragswijziging in voldoende mate leidt tot een ‘wijziging van omstandigheden’ (art. 1:377e BW).
    Artikel 1:377e BW:
    De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
  5. Zoek af en toe op een constructieve manier contact met je kind en de vervreemder – hoe moeilijk dit ook is. Verwacht hier niets van, documenteer alles. Ook als je kind of de vervreemder niet reageert. Zoek niet teveel contact. Voorkom te allen tijde dat je een contactverbod opgelegd krijgt of dat je gedrag anderszins als niet-proportioneel gezien kan worden door een instantie.
  6. Zorg dat je er klaar voor bent als je kind contact opneemt, ongeacht de intentie. Lees: Mijn puber heeft me verstoten, maar WhatsAppt af en toe, wat nu?
  7. Houd hoop, geef niet op, zoek hulp, blijf realistisch, zoek voldoende ruimte en tijd voor jezelf voor leuke dingen.

Lees in dit kader ook onze antwoorden vragen over ouderverstoting:

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Rechter handelt wel bij ouderverstoting

Een kind van 12 jaar heeft al 2-3 jaar geen enkele vorm van contact met zijn vader. Moeder wijt het aan gebeurtenissen (agressie) van vader naar het kind echter tijdens de OTS die er al is werkt moeder niet onvoorwaardelijk mee. Ook de houding van het kind naar de hulpverlening is zorgelijk.

Voor beide ouders en het kind is een NIFP-onderzoek gestart. Vader werkt daar aan mee, moeder niet, vertraagt en verzint uitvluchten. Het onderzoek voor het kind kan niet starten omdat moeder er ambivalent tegenover staat.

Voor hof Den Bosch verlegt de OTS, omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging die uitgaat van de verstoting door het kind van zijn vader onverminderd vast staat.

Volledige uitspraak

Twee kinderen hebben geen contact meer met hun vader. De kinderen staan onder toezicht. De moeder tracht de vader het ouderlijk gezag te ontnemen. Daarvoor voert ze aan dat er sprake zou zijn van verstoorde communicatie en dat de vader bij gezagsbeslissingen niet goed genoeg bereikbaar is. Moeder heeft geen vertrouwen meer in vader.

Het verzoek van moeder faalt in twee instanties. Niet alleen wordt door de moeder haar standpunten onvoldoende onderbouwd, het hof Den Haag overweegt ook dat niet is gebleken dat de kinderen door de communicatieproblemen tussen de ouders op dit moment klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders, noch dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is.

Verder overweegt hof Den Haag dat het van belang is dat de moeder gaat beseffen dat de vader een rol in het leven van de kinderen moet kunnen vervullen, omdat dit van groot belang is voor hun sociale en emotionele ontwikkeling. Bovendien omvat het ouderlijk gezag ingevolge het bepaalde in artikel 1:247 lid 3 BW mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van de minderjarige met de andere ouder te bevorderen.

Naar het oordeel van het hof bevat het onderhavige dossier echter sterke aanwijzingen voor ouderverstoting van de vader, ingezet door de moeder. Het hof vreest dat, zo daar op dit moment al aanleiding toe zou bestaan, bij toekenning van het eenhoofdig gezag aan de moeder de vader geheel uit het leven van de kinderen zal worden geweerd. Dit acht het hof op dit moment, ook indien de communicatie tussen partijen niet op korte termijn verbetert, allerminst in het belang van de kinderen.

Naschrift: Een uitspraak duidelijk vóór naleving door moeder van de ouderschapsnormen. Het was echter nog beter geweest als hof Den Haag ook het gebrek aan positief resultaat van moeder (en vader) langs de lat van het tweede lid van art. 1:247 BW had gelegd. Ook is natuurlijk opmerkelijk dat moeder dit verzoek op dit moment in het proces doet. Een zo vergaande beslissing – als een ouder het gezag ontnemen – verzoeken, zonder voldoende motivatie, zou ook niet zonder consequenties moeten blijven.

Volledige uitspraak

Twee kinderen verstoten hun moeder en stelt vast dat er sprake is van ouderverstoting. De rechtbank acht dit een vorm van doorlopende kindermishandeling die zeer schadelijk is voor de kinderen, ook al lijken de kinderen op school en daarbuiten goed te functioneren.

Voor de oudste ziet de rechtbank een weglooprisico en ziet eigenlijk geen oplossingen. Daarom stelt ze het hoofdverblijf vast bij vader (de vervreemder). Moeder krijgt een zorgregeling.

Ten aanzien van de jongste echter stelt de rechtbank het hoofdverblijf vast bij moeder. Tevens verbiedt zij enige vorm van contact met haar vader mag hebben gedurende een periode van 2 maanden.

De kinderen staan nog onder toezicht en de gezinsvoogd wordt belast met de begeleiding van de transitie van het jongste kind.

De rechtbank hoopt op ‘spin-off’ effecten van de plaatsing van de jongste bij moeder en overweegt: “Wellicht biedt de plaatsing van [kind 2] bij de moeder voor [kind 1] ruimte om de moeder weer emotioneel in zijn leven toe te laten.”

Naschrift: Hoewel we de uitspraak toejuichen voor wat betreft de plaatsing van de jongste bij moeder, is hij krachteloos voor wat betreft het oudste kind van 15 jaar. Het lijkt alsof de rechtbank de handdoek in de ring gooit en stelt dat vanwege het weglooprisico meer dan een minimale zorgregeling voor moeder in de situatie niet haalbaar is. Deze uitspraak laat o.i. als geen ander zien hoezeer nieuwe dwangmiddelen nodig zijn om ouders aan de ouderschapsnormen te houden.

Volledige uitspraak

Een man een vrouw komen bij hun scheiding een co-ouderschapsregeling overeen. Hun kind gaat echter in toenemende mate niet meer naar moeder toe. De vader vordert in de procedure hoofdverblijfplaats en tevens om het kind zelf te laten bepalen of deze nog naar moeder gaat.

Rechtbank Rotterdam wijst het laatste aspect af en stelt dat het een te zware verantwoordelijkheid voor een jongen van dertien jaar is om het contact tussen hem en zijn moeder helemaal aan hemzelf over te laten.

Naschrift: Op zich een goede uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Echter, wat o.i. opnieuw ontbreekt is dat vader expliciet aan zijn wettelijke verplichting van art. 1:247 lid 3 BW gehouden zou moeten worden teneinde oudervervreemding uit te sluiten. Helaas toont noch de rechtbank noch de Raad voor de Kinderbescherming een visie op dit onderwerp.

Volledige uitspraak

Twee ouders zijn niet in staat gebleken om na de echtscheiding samen goede afspraken te maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en hebben steeds de tussenkomst van een rechter nodig gehad. Er zijn meerdere procedures geweest om de contactregeling daadwerkelijk conform de afspraken te doen naleven.

De vader heeft met de oudste al ruim vier jaar geen contact. Het is niet goed duidelijk waarom ze al vanaf haar vijfde levensjaar het contact met de vader zo systematisch afwijst. De zorgregeling met de twee andere kinderen loopt wel.

Moeder wil nu naar Spanje verhuizen om daar samen met haar nieuwe partner en de kinderen te gaan wonen.

Hof Den Bosch maakt een belangenafweging en ziet het verhuizen als een groot risico dat de band tussen de vader en de kinderen zal verslechteren. Moeder zou daarnaast volledig afhankelijk zijn van haar partner. Volgt afwijzing van het verzoek tot vervangende toestemming verhuizing.

Volledige uitspraak

Hof Arnhem-Leeuwarden brengt ziet een negatief ouderbeeld (impliciet) als een schending van de ouderlijke verantwoordelijkheid op basis van artikel 1:247 lid 2 BW.

Artikel 1:247 lid 2 BW:
Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
Het hof duidt het als volgt:

“Het hof heeft de indruk dat de wens van [de minderjarige] om geen contact meer te hebben met haar vader is ingegeven, zoals ook de moeder stelt, door teleurstelling. Teleurstelling van een kind in een ouder is evenwel geen goede reden voor het beëindigen van het gezamenlijk gezag. Integendeel, het is een signaal dat de ouders hun verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van [de minderjarige] moeten dragen om ook de ontwikkeling van haar persoonlijkheid te bevorderen.”

Het hof laat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen naar het gezag. Wordt dus vervolgd.

Volledige uitspraak

3 Kinderen onder toezicht, wonen 2 jaar bij hun vader en het gedrag verandert, in de zin dat ze hun moeder plotseling volledig verstoten. Vader ondersteunt de kinderen hierin en stelt voorwaarden aan de omgang tussen de kinderen en moeder. Hij pleit voor een periode zonder omgang voor moeder en ‘rust voor de kinderen’.

Dit wordt door Rechtbank Noord-Nederland gekwalificeerd als dat de kinderen worden blootgesteld aan emotionele verwaarlozing, wat geduid kan worden als een vorm van kindermishandeling.

De schadelijke situatie waarin de kinderen zitten dient zo spoedig mogelijk worden opgeheven, aldus de rechtbank. Moeder krijgt het hoofdverblijf en de kinderen worden 4 weken volledig uit de invloedssfeer van de vader gehaald. Daarna, begeleide omgang voor de vader voor 1 uur per week op een neutrale locatie.

Om de beschikking kracht bij te zetten legt de rechtbank vader een ongebruikelijk forse dwangsom op van EUR 25.000 per dag of dagdeel met een maximum van EUR 500.000 als hij zich niet aan de rechterlijke beschikking houdt.

Naschrift: Het is spijtig dat Rechtbank Noord Nederland vader niet de positieve weg toont naar toekomstig herstel van omgang met zijn kinderen. Hoewel er wel wordt aangegeven welk gedrag vader dient te gaan vertonen, worden de normen niet meetbaar gemaakt, zodat bijvoorbeeld de Gecertificeerde Instelling er concreet mee aan het werk kan. Ook leidt deze uitspraak er toe dat vader eigenlijk geen andere keuze heeft dan in de toekomst opnieuw de gang naar de rechter te maken, als moeder geen uitbreiding van de omgang wil. De rechtbank had de doelen SMART kunnen maken en bijvoorbeeld de GI ook een ruimer mandaat kunnen geven om het contact tussen de kinderen en vader in de toekomst weer uit te breiden.

Volledige uitspraak

Kind van inmiddels 11 jaar wijst haar vader al 2 jaar volledig af. Het is onduidelijk of dit wordt veroorzaakt doordat de moeder het contact niet bevordert of zelfs de verstoting actief bevordert, of dat er een negatieve ervaring tussen het kind en de vader aan ten grondslag ligt. Wel bevindt het kind zich duidelijk in een loyaliteitsconflict waarin er geen plaats is voor vader.

Moeder ziet het negatieve vaderbeeld van haar dochter als een onveranderlijk feit. Het gaat naar omstandigheden ook goed met haar dochter en moeder wil het liefst rust en af van de eerder door Rechtbank Limburg opgelegde ondertoezichtstelling.

Hof Den Bosch passeert dit, omdat de situatie een ernstige ontwikkelingsbedreiging vormt voor het kind. In beeld moet worden gebracht waar de afwijzende houding van het kind vandaan komt, zodat passende hulpverlening kan worden ingezet. OTS bekrachtigd.

Volledige uitspraak

Ouders zijn al sinds dat het kind nog een baby was (12jr geleden) in een vechtscheiding verwikkeld. De scheiding heeft uiteindelijk 9 jaren geduurd en is nu 4 jaar afgerond.

Door de aanhoudende ex-partnerstrijd staat het kind onder toezicht. Deze is recentelijk nogmaals door de rechtbank verlengd. Moeder is het hier niet mee eens en wil van de OTS af omdat er geen doelen meer te halen zijn, ondanks dat het kind wel wordt bedreigd in zijn ontwikkeling.

Het kind geeft aan vanwege de situatie minder naar zijn vader te willen en dat hij hulpverlening-moe is. Hij heeft namelijk al allerlei hulptrajecten doorlopen. De rechtbank concludeert vrijvertaald; dat het niet uit te sluiten is dat de moeder een negatieve invloed uitoefent op het kind.

Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank om de OTS opnieuw te verlengen en overweegt specifiek ten aanzien van het kind heel goed te begrijpen dat het kind genoeg heeft van alle hulpverlening en dat hij nu zijn eigen oplossing heeft gevonden om uit de strijd van zijn ouders te ontsnappen door niet langer naar zijn vader te willen gaan.

Het hof vindt dit – hoe begrijpelijk ook vanuit het kind bezien – geen goede oplossing. Het kind heeft beide ouders nodig en het is in het belang van zijn (identiteits-) ontwikkeling dat hij een onbelast contact met zijn beide ouders kan hebben.

Als kind moet hij de mogelijkheid krijgen om te genieten van de tijd die hij bij zijn moeder èn bij zijn vader doorbrengt. Dit kan hij nu duidelijk niet. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat het kind zich zeer negatief uitlaat over zijn vader en wat hij meemaakt tijdens de weekenden die hij bij zijn vader doorbrengt. De uitspraken die het kind hierover doet, geven het hof (ook) veel reden tot zorg.

De ouders moeten verder aan het werk met ‘parallel solo ouderschap‘.

Volledige uitspraak

Moeder die niet wil meewerken met de op- en uitbouw van de (on)begeleide omgangsregeling tussen haar kind en vader. Vervreemdt het kind actief, althans tracht het kind te vervreemden van vader.

Rechtbank Limburg is het ‘zat’ en geeft moeder op basis van artikel 1:247 lid 2 en 3 BW zeer duidelijke gedragsinstructies hoe zich naar haar kind en de vader te verhouden bij o.m. de overdrachtsmomenten en ziekte van het kind. Dient zich tijdens overdrachten te laten begeleiden door een medewerker van de betrokken Gecertificeerde Instelling die controleert of de moeder zich aan de opdracht van de rechter houdt. Indien moeder zich niet exact houdt aan voorwaarden dan dwangsom en eventueel zelfs lijfsdwang uit te effectueren door de Gecertificeerde Instelling.

De rechtbank legt ook het onjuiste klassieke advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling naast zich neer, waarin de strijd ‘tussen de ouders’ wordt geplaatst. De raad heeft verzuimd om de negatieve actor t.w. de moeder in het rapport te benoemen als de veroorzaker van het plots afwijzende gedrag van het kind naar vader, wat een reflectie vormt van de zeer ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind.

Doorbraakuitspraak voor wat betreft detailniveau van instructies aan ‘verstotende ouder’ en de stelligheid van de rechter over het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank duidt vervreemdingsgedrag van moeder als ‘geestelijk geweld’ ex artikel 1:247 lid 2 BW.

Absolute must-read voor mensen die te maken hebben met ouderverstoting.

Volledige uitspraak

Een moeder komt in hoger beroep van een rechtbankbeslissing waarin een ondertoezichtstelling is vastgesteld van haar zoon. Zoon verstoot vader vanuit loyaliteit voor moeder (parentificatie).

Het hof overweegt dat het in het belang van een goede verdere (identiteits)ontwikkeling van het kind is dat hij op een onbelaste wijze en op structurele basis omgang met zijn vader kan hebben. Nu daarvan geen sprake is en de strijd tussen de ouders onverminderd voortduurt, is naar het oordeel van het hof sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij het kind.

Hoewel de moeder in hoger beroep verklaart open te staan voor hulpverlening en omgang, heeft hulpverlening op vrijwillige basis in het verleden niet geleid tot een verbetering van de verhoudingen tussen partijen en een structurele omgangsregeling. Het hof acht daarom hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk om de bedreiging weg te nemen.

Volledige uitspraak

Een moeder komt in hoger beroep van een rechtbankbeslissing waarin een ondertoezichtstelling is vastgesteld van haar zoon. Zoon ziet al jaren zijn vader (zonder gezag) niet en heeft een zeer negatief vaderbeeld, dat mede zijn oorzaak zou vinden in historisch gedag van vader.

Moeder bestrijdt de OTS op de gronden dat zij hulpverlening accepteert en tevens dat de OTS niet de vader raakt die geen gezag heeft en dat aan zijn zijde hulpverlening ingezet zou moeten worden.

Hof Den Bosch kijkt echter in hoofdzaak naar het kind en stelt vast dat het zeer negatieve vaderbeeld op zich een zeer ernstige bedreiging vormt dat valt onder de voorwaarden van artikel 1:255 lid 1 BW.

Artikel 1:255 lid 1 BW:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen.
Ook heeft de al wel ingezette hulpverlening nog niet tot het wegnemen van de bedreiging geleid. Vader steunt de OTS overigens wel.

Volledige uitspraak

Twee kinderen van 15 en 13 jaar zien al 7 jaren hun vader niet, feitelijk omdat moeder het niet wil. Kinderen willen inmiddels niets meer te maken hebben met vader. Moeder tracht nu ook eenhoofdig gezag te krijgen. Rechtbank Den Haag gaat hier in eerste instantie in mee. Hof Den Haag mede op advies van de Raad voor de Kinderbescherming echter niet.

Hof Den Haag: “Daarnaast omvat het ouderlijk gezag mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen (artikel 1:247 lid 3 BW).

Artikel 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
Op geen enkele wijze is gebleken dat de moeder aan deze wettelijke verplichting invulling heeft gegeven.”

Volledige uitspraak

Een vader tracht al jaren het contact met zijn inmiddels bijna 11 jarige kind te herstellen. In de afgelopen 3 jaren nauwelijks contact geweest. Moeder stelt zich op het standpunt dat zij er alles aan doet om het kind naar vader te laten gaan. Vader heeft herhaaldelijk procedures moeten starten om de vastgestelde omgangsregeling te herstellen. GI en moeder vinden dat de regie bij het kind zou moeten liggen. De Raad voor de Kinderbescherming gaat hier niet in mee en legt oorzaak bij moeder en stelt een ‘uithuisplaatsing bij vader’ voor van 2 maanden.

Het hof overweegt dat het niet in het belang van  het kind is om, zoals de moeder wenst, haarzelf de autonomie te geven over het al dan niet hebben van contact met haar vader. Het hof bekrachtigt de omgangsregeling die de rechtbank vaststelde en neemt de suggestie van de raad niet over. Het hof vindt een kostenveroordeling wel redelijk, doch legt deze toch niet op om moeder geen reden te geven zich naar het kind toe negatief over vader uit te laten.

Volledige uitspraak

1 Kinderen reeds jaren geen contact meer met haar vader. Het jongste kind, nog nooit contact gehad met vader. Moeder heeft op geen enkele wijze getracht om het contact tussen de kinderen en vader te herstellen. Is eveneens op grote afstand van vader gaan wonen. Heeft niet aan haar wettelijke verplichting voldaan van art. 1:247 lid 3 BW om het contact tussen de kinderen en vader te bevorderen.

Het oudste kind stuurt een brief aan de rechter waarin deze het verstotingsgedrag van  de moeder bevestigt. Moeder heeft zich ook naar het oudste kind grievend opgesteld. Door jaren geen contact met vader is bij het oudste kind moeite met het vertrouwen in mannen.

Vader verzoekt vanwege verstoting dat er een einde komt aan zijn verplichting tot het betalen van partneralimentatie wegens einde lotsverbondenheid.

Het hof gaat mee in het standpunt van vader dat gezien de actieve oudervervreemding die tot ouderverstoting bij de kinderen heeft geleid de lotsverbondenheid is geëindigd. Het hof beëindigt de alimentatieplicht met terugwerkende kracht docht stelt vrouw vrij van terugbetaling i.v.m. de eigen financiële positie.

Naschrift: Deze zaak ging over partneralimentatie. Nu het vervreemdingsgedrag van moeder is komen vast te staan zijn we zeer benieuwd naar een eventueel verder verloop van deze zaak voor wat betreft de omgang tussen het jongste kind en vader, nu deze hem nog nooit heeft gezien.

Volledige uitspraak

Ouderverstoting kwalificeert als psychische en emotionele kindermishandeling. Uithuisplaatsing als laatste redmiddel ingezet om verstoting van moeder door kind 12+ jaar die bij vader woont te herstellen.

Hoofdverblijfplaats was bij vader en eerder verzoek van moeder om hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen was afgewezen. Ook was haar verzoek om een omgangsregeling aangehouden.

Uitgebreid psychologisch onderzoek geweest door NIFP van zowel kind als vader. Vader lijkt de effecten van zijn gedrag op zoon niet in te zien. Parentificatie door het kind richting vader. Contra-indicaties bij vader vastgesteld door NFIP. Vader werkt nauwelijks mee aan hulpverlening. Gevreesd wordt voor sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.

Directe plaatsing bij moeder van kind niet in het belang van het kind. Toestemming tot uithuisplaatsing voor een kortere termijn (6 mnd) verleend. Jeugdzorg krijgt opdracht om omgang tussen moeder en kind op te starten (naar eigen inzicht). Vader en familie ten minste 6 maanden op afstand gezet (geen omgang), gedurende de herplaatsing naar moeder.

Volledige uitspraak

Een moeder die bij alles tegenwerkt met betrekking tot contactherstel tussen haar kind en vader, projecteert jarenlang haar negatieve beeld over vader op het kind, verliest het ouderlijk gezag.

Volledige uitspraak

Moeder verlaat bij scheiding de echtelijke woning. De 4 kinderen van 8-15 jaar wonen bij vader. De kinderen hebben het contact met moeder verloren. Verstoting dreigt wat een bedreiging vorm voor sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Veel spanningen tussen de ouders (geweest). Beperkte psychische draagkracht bij moeder en tevens verstandelijke beperking. Bij kinderen wel ‘kindsignalen’ aanwezig dat ze lijden onder de inter-ouder situatie.

Vader doet het op zich zeer goed voor de kinderen echter wordt er door het hof toch een ondertoezichtstelling vastgesteld. Geen omgangsondertoezichtstelling doch zodat: “alle betrokkenen inzicht krijgen en leren omgaan met elkaars beperkingen. Met name de kinderen hebben nodig dat zij begrip krijgen voor de situatie waarin zij zijn komen te verkeren waaronder mede begrepen de (persoonlijke) problematiek van hun ouders en verwerking van negatieve ervaringen.”

Volledige uitspraak

Rechter handelt niet bij ouderverstoting

Een vader wil een omgangsregeling met zijn dochter. Het gaat naar omstandigheden goed met zijn dochter in de zorg van moeder en moeder geeft aan dat het kind niet wil. Ze stelt het contact wel te stimuleren, doch het kind niet te kunnen dwingen. Het kind geeft zelf aan nu geen contact te willen en contact op te nemen in de toekomst als ze de behoefte voelt om haar vader te leren kennen.

De rechtbank ziet hierin voldoende grond om geen omgangsregeling vast te stellen.

Naschrift: We vinden deze uitspraak van Rechtbank Den Haag zeer zorgelijk. In de uitspraak ontbreekt volledig de toetsing van de positieve inspanningsplicht die de wet i.c. moeder geeft om het contact tussen het kind en vader te bevorderen. Daarnaast ontbreekt toetsing in hoeverre ouders gezamenlijk en individueel invulling hebben gegeven aan het tweede lid van artikel 1:247 BW.

Volledige uitspraak

OTS zaak: 2 kinderen zitten al jaren klem tussen de ouders. Bij wijze van overlevingsstrategie, heeft elk van de kinderen een andere ouder verstoten. De oudste woont bij vader, de jongste bij moeder. Ze hebben ook geen contact meer met elkaar. Het gaat op zich goed met de kinderen in de thuissituaties bij de respectievelijke ouders die de strijd maar niet kunnen staken. De kinderen zijn door jaren OTS inmiddels ‘hulpverleningsmoe’ en willen niet meer.

Hof Den Bosch gaat mee in de stelling van moeder dat de gecertificeerde instelling onder deze omstandigheden haar wettelijke taak niet kan uitoefenen en verlengt de OTS niet. Het hof spreekt de ouders nog wel aan op hun ouderlijke verantwoordelijkheden, zie r.o. 3.7.4 in de uitspraak.

Naschrift: Hoewel dit natuurlijk een onbegrijpelijke uitspraak is, toont deze uitspraak van hof Den Bosch eigenlijk de noodzaak voor nieuwe effectieve sanctiemiddelen die ook in de situatie van een ‘eigen keuze’ van een kind een gedragsverandering kunnen bewerkstelligen, nota bene, ook in de situatie dat de ‘omgangstroef’ niet op tafel ligt. De ‘gedragsaanwijzing’ van het hof aan de ouders in r.o. 3.7.4. is compleet krachteloos en toont o.i. het failliet van het huidige hulpverlenings- en sanctiesysteem. We hebben een voorstel gedaan. Lees over het Landelijk Bureau Handhaving Ouderschapsnormen.

Volledige uitspraak

OTS zaak: Een moeder ziet al meer dan een jaar haar 2 kinderen niet. De kinderen staan onder toezicht en vader tracht de OTS er van af te krijgen. Hij stelt dat het – ondanks dat de kinderen hun moeder sinds de scheiding volledig afwijzen – ze niet in hun ontwikkeling worden bedreigd omdat het goed met ze gaat.

Gerechtshof Amsterdam overweegt dat het feit dat de kinderen al geruime tijd iedere vorm van contact met hun moeder categorisch afwijzen zonder meer zorgelijk is. Dat geldt zeker nu de moeder hen voorheen altijd heeft verzorgd en opgevoed. Het risico dat de kinderen daarvan later een of meer ontwikkelingsproblemen zullen ondervinden zoals de GI aanvoert (zie 5.4), brengt echter niet zonder meer met zich mee dat in dit stadium kan worden gesproken van een ernstige en concrete bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen.

Uitgaande van de volgens vaste jurisprudentie geldende maatstaf (zie 5.5 eerste alinea), is de omstandigheid dat zich dergelijke problemen op latere leeftijd bij de kinderen mogelijk kunnen voordoen, daarvoor niet voldoende. Dat is evenmin het geval als de omstandigheden van het onderhavige geval, in het bijzonder de echtscheidingsproblematiek van de ouders, het verdriet daarover van de kinderen en hun gevoelens jegens hun moeder, in aanmerking worden genomen. De stelling van de GI dat sprake is van ouderverstoting c.q. oudervervreemding wordt niet door een officiële diagnose onderbouwd, zodat niet vaststaat of hiervan daadwerkelijk sprake is.

Het hof verlengt de ondertoezichtstelling niet en laat het verder aan hulpverlening om e.e.a. op te lossen. Geeft daarnaast eveneens geen SMART-doelen mee.

Naschrift: Deze uitspraak is o.i. een misslag van Gerechtshof Amsterdam.en op zijn minst een zorgelijke trendbreuk. In eerdere uitspraken werd namelijk het negatieve ouderbeeld van de kinderen als maatgevend geacht voor de aanwezigheid van de ontwikkelingsbedreiging, wat voldoende was voor een OTS. Vergelijk: Deze uitspraak van Gerechtshof Den Haag.

Tevens wijst opnieuw een rechter niet naar de wettelijke verplichtingen van beide ouders volgens de ouderschapsnormen. Met name vader zou gehouden moeten worden aan zijn wettelijke verplichtingen van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW. Er dient in het licht van deze artikelen een stuk erkenning te zijn van de hoofdverzorgende ouder dat de situatie waarin de kinderen zich bevinden zeer zorgelijk is. Het zou ook logisch zijn dat deze ouder – indien deze dat zou erkennen – toezicht helemaal niet erg zou vinden, hoe meer hulp hoe beter zou je zeggen. Zich verzetten tegen een maatregel die juist tot doel heeft om hulp te organiseren had als een contra-indicatie aangenomen moeten worden voor de daadwerkelijke bereidheid van vader om in het licht van de ouderschapsnormen resultaat te bereiken.

Volledige uitspraak

OTS zaak: Twee kinderen groeien gescheiden op van elkaar, doordat de ene bij de moeder woont en de andere bij de vader. Er is al veel hulpverlening ingezet echter er worden geen resultaten bereikt tw, dat de kinderen weer contact hebben met beide ouders. Wat voorligt is op de ondertoezichtstelling nog wordt verlengd.

Rechtbank Den Haag wijst de verlening van de OTS af en overweegt daarbij o.m.:

Het gaat goed met de kinderen. Ze worden allebei liefdevol en goed verzorgd door de ouder bij wie ze wonen en ze doen het goed op school. De gezinsvoogd en de bijzonder curator hebben allebei geen zorgen over de verzorging en opvoeding van de kinderen bij de ouders.

De kinderrechter weet dat het kan zijn dat de kinderen geen contact willen hebben met de andere ouder omdat de ouders vaak ruzie hebben en niet met elkaar praten. Dat is erg lastig voor kinderen omdat zij de ouder bij wie zij wonen niet teleur willen stellen. Maar een ondertoezichtstelling is niet alleen bedoeld om het contact tussen kinderen en hun ouders te herstellen als het verder gewoon goed gaat met de kinderen.

Naschrift: Deze uitspraak is o.i. een trendbreuk en een zeer negatieve. Waar het feitelijk op neerkomt is dat rechtspraak en hulpverlening bij ouderverstoting de handdoek in de ring gooit wanneer het ‘naar omstandigheden goed gaat met de kinderen’. In eerdere uitspraken is het negatieve ouderbeeld van het kind maatgevend geacht voor de aanwezigheid van de ontwikkelingsbedreiging, wat toen voldoende was voor een OTS. Ook deze uitspraak wijst opnieuw niet naar de wettelijke verplichtingen van beide ouders volgens de ouderschapsnormen.

Met name vader zou gehouden moeten worden aan zijn wettelijke verplichtingen van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW. Er dient in het licht van deze artikelen een stuk erkenning te zijn van de hoofdverzorgende ouder dat de situatie waarin de kinderen zich bevinden zeer zorgelijk is. Het zou ook logisch zijn dat deze ouder – indien deze dat zou erkennen – toezicht helemaal niet erg zou vinden, hoe meer hulp hoe beter zou je zeggen. Zich verzetten tegen een maatregel die juist tot doel heeft om hulp te organiseren had als een contra-indicatie aangenomen moeten worden voor de daadwerkelijke bereidheid van vader om in het licht van de ouderschapsnormen resultaat te bereiken.

Volledige uitspraak

Een moeder ziet al meer dan een jaar haar 13 jarige kind niet. De rechtbank stelt onomwonden vast dat er sprake is van ouderverstoting. Vader ‘gunt’ moeder zogezegd 3 contactmomenten met het wijkteam. Rechtbank Rotterdam gaat hier in mee en stelt tevens vast dat ouders daar in gesprek moeten over verdere omgang.

Naschrift: Deze uitspraak als geen ander maakt duidelijk wat er mis is aan de huidige familierechtspraak rondom ouderverstoting, nl: “Laat hulpverlening het maar uitzoeken”. Wat Rechtbank Rotterdam had moeten doen is ouders en nadrukkelijk vader houden aan de ouderschapsnormen en de morele resultaatsverplichting die daaruit voortvloeit. Op zijn minst had Rechtbank Rotterdam een SMART-opdracht aan hulpverlening mee kunnen geven of een vooruitzicht kunnen geven van een OTS en verdere dwangmaatregelen, als er binnen een bepaalde tijd geen resultaten worden bereikt.

Volledige uitspraak

Ouderverstoting vastgesteld. De Gecertificeerde Instelling heeft echter geweigerd om uitvoering aan eerdere beschikking te geven om contact tussen vader (vervreemder) en kind geheel te staken. UHP is ook niet tot stand gekomen aangezien het hof deze heeft geschorst.

Moeder door GI voor keuze gesteld om te accepteren dat er geen contact is of het kind te dwingen tot contact. GI heeft zich uiteindelijk op het standpunt gesteld dat de wederopbouw van het contact niet haalbaar was.

De rechtbank wijst verzoek moeder voor zorgregeling alsnog af.

Naschrift: Wat hier (wederom) wordt gemist is dat de oplossing niet zit in het kind of de verstoten ouder, doch in de vervreemder. De vervreemder moet verantwoordelijk worden gehouden voor het herstel van het ouderbeeld tussen het kind en de verstoten ouder. Lees onze visie hoe ouderverstoting op te lossen of te voorkomen.

Volledige uitspraak

Tussen ouders is al zeer lang een juridische strijd gaande. Kind staat onder toezicht echter de moeder wil er van af.

In het geding komt vast te staan dat veel van de problematiek is terug te herleiden tot het diskwalificerende gedrag van moeder over vader. Het kind zit klem, doch moeder werkt niet mee; zowel niet met vrijwillige als met gedwongen hulpverlening. Er is sprake van ouderverstoting bij het kind.

Het hof kiest ervoor om de OTS te beëindigen omdat het niet te verwachten is dat er nog doelen bereikt zouden kunnen worden. De keuze wordt mede gemaakt doordat een NIFP-onderzoek uitwijst dat de thuissituatie bij moeder voor het kind op zich veilig is.

Naschrift: O.i. staat deze uitspraak haaks op de rechtspraak-ontwikkeling dat geen contact met of een negatief ouderbeeld op zich voldoende ontwikkelingsbedreiging oplevert voor een OTS. Bij niet-meewerken aan rechterlijke beschikkingen zou er een duidelijk escalatie-pad moeten zijn conform eerdere rechtspraak, bijvoorbeeld leidend tot uithuisplaatsing van het kind bij de welwillende, beschikbare en capabele ouder of tijdelijk via een tussenstation.

Volledige uitspraak

Een verstoten vader verzoekt de rechtbank zijn partneralimentatieplicht te beëindigen omdat hij verstoten is door zijn 4 kinderen als gevolg van zeer ernstig vervreemdingsgedrag waardoor de kinderen ook zijn gaan parentificeren. Hof Den Bosch oordeelt uiteindelijk niet tot beëindiging van de partneralimentatie vanwege de gezinsdynamiek en inactie van ook vader om iets aan de situatie te veranderen.

Naschrift: We hebben deze uitspraak opgenomen aan de zijde van ‘geen actie’ omdat Hof Den Bosch artikel 1:247 lid 3 BW o.i. veel te beperkt uitlegt. Hoewel het artikel niet wordt genoemd verwijst het hof er wel impliciet naar in overweging 5.2.9. Het hof schrijft:

“Op de ene ouder rust – uitzonderingen daargelaten – een verplichting om de andere ouder (ook)in staat te stellen een ouder te zijn voor de gezamenlijke kinderen, om de ander toe te laten in het leven van de kinderen, om de kinderen onbelast toe te staan zich op een bepaalde manier te verhouden tot de andere ouder.”

Op basis van deze interpretatie van het hof zou een vervreemder slechts aangesproken kunnen worden op vrijvertaald: ‘het de andere ouder geen ruimte bieden’ terwijl o.i. uit artikel 1:247 lid 3 BW ‘het bevorderen van de band’ een veel grotere positieve actieplicht van ouders volgt. Met meer ingaan op de positieve actieplicht had Hof Den Bosch ook de hulpverlening i.c. impliciet meer richting kunnen geven om moeder te gaan bijsturen.

Volledige uitspraak

Onbewezen aantijgingen van kindermishandeling en seksueel misbruik. Kinderen die hun ouder verstoten hebben. De andere ouder die de wettelijke opdracht van het bevorderen van de band totaal veronachtzaamt. Verstoten ouder die recht op omgang heeft en redelijk verzoek doet, maar een rechtbank die i.p.v. een rustperiode door uithuisplaatsing kiest voor ontzegging van een omgangsregeling omdat de kinderen ‘te ver heen zijn’ en alle eerdere hulpverlening geeft gefaald. Wellicht dat de kinderen in de toekomst zelf contact zoeken met de moeder.

Nee, geen klassieke situatie. Het is de moeder die verstoten is.

Volledige uitspraak

Moeder staakt eenzijdig omgang tussen kind van 11 jaar en vader. Het kind dat onder toezicht staat vertoont steeds meer afwijzend gedrag.

De rechtbank plaatst de hervatting van de omgang volledig in handen van de gecertificeerde instelling, zonder daarbij concrete doelen voor specifiek moeder te formuleren in relatie tot haar wettelijke verplichting van artikel 1:247 lid 3 BW.

De rechtbank beslist dat zo snel mogelijk moet worden toegewerkt naar contactherstel tussen de vader en het kind om de vervolgstappen te zetten om na verloop van tijd weer te komen tot het in praktijk brengen van de eerder bij (tussen)beschikking van deze r