Vaccinatie van je kind Sub-thema

Bijgewerkt: 6 januari 2026 | Wetsingang: Art. 1:253a lid 1 BW

Vaccinatie van het kind is één van de tientallen gezagsbeslissingen waarbij bij gezamenlijk gezag toestemming nodig is van de andere gezaghebbende ouder. Lukt dit niet in overleg met de andere ouder, dan kun je de familierechter vragen om hierin een beslissing te nemen.

Hoewel een ruime meerderheid van de Nederlanders zijn kinderen laat inenten conform het rijksvaccinatieprogramma met de vaccinaties DKTP-Hib-HepB, BMR en HPV, is er een minderheid die tegen vaccineren is. Vaccineren met deze vaccins is volgens de rechtspraak echter in het belang van het kind. Dit geldt ook voor Covid-vaccinaties.

Tegenstanders van de DKTP-Hib-HepB en BMR-vaccinaties brengen de volgende argumenten naar voren t.w.:

  • Geloofsovertuiging.
  • (Antroposofische) Levensstijl.
  • De eigen kracht van het immuunsysteem van het kind.
  • Vermeende schadelijkheid van de vaccinaties zelf (en de hulpstoffen die gebruikt zouden worden).

Tegenstanders van de Covid 19-vaccinatie brengen globaal de volgende argumenten naar voren t.w. dat:

  • het kind zelf niet een zodanig risico loopt op een ziekte met blijvende gevolgen;
  • het zelf doormaken van de ziekte een betere immuniteit oplevert;
  • de bescherming slechts een schijn is omdat het kind nog steeds besmettelijk kan zijn, besmet kan worden en ziek kan worden; en
  • de onduidelijke lange termijn risico’s van het vaccin voor bijvoorbeeld de vruchtbaarheid of de kans op ernstige bijwerkingen op de korte termijn zoals; een ernstige hartzieke veroorzaakt.

Al deze argumenten zijn echter verworpen door de rechtspraak.

Geconcludeerd kan worden dat zonder aanwezigheid van een medische indicatie/noodzaak bij het kind, vaccinatie steeds in het belang van het kind is, hoewel er dan ineens een individuele rechter is, die iets anders vindt (zie het rechtspraakoverzicht hierna).

Tot slot, ook een eerdere gezamenlijke beslissing van de ouders niet te vaccineren, betekent niet dat dit zo blijft als één van die ouders op die beslissing terugkomt. Als zo een situatie aan de rechter wordt voorgelegd toetst deze zelfstandig in het belang van het kind. Bovendien zien we regelmatig rechters concluderen dat ‘een ouder het recht heeft om op een eerdere beslissing terug te komen’.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Argumenten die worden ingebracht tegen vaccinatie van het kind conform het Rijksvaccinatieprogramma zijn veelal geloof, (antroposofische) levensovertuiging, vrijwilligheid, onvoldoende onderzoek, toevoegingen of vermeende schadelijkheid van eventuele bijwerkingen van vaccinatie voor het kind.
  2. In beginsel ligt er een taak bij de ouder die niet wil vaccineren om aan te tonen waarom niet-vaccinatie meer in het belang van het kind is dan de de facto standaard van wel-vaccineren.
  3. De tegen-vaccinatie-ouder moet aantonen dat eventuele bijwerkingen van de vaccinaties meer zullen zijn dan wat gebruikelijk is voor andere kinderen (en dat de kans dat ze zullen optreden reëel is).
  4. De kans op toewijzing van het verzoek bij een gerechtshof is groter dan bij de rechtbank.
  5. Veelvuldig worden argumenten van de NVKP van stal gehaald door niet-vaccinatie-ouders.
  • In hoeverre – door de ouder die wil afwijken van de heersende leer – is aangetoond dat dit recht uitgaat boven het recht van het kind op een zo hoog mogelijke standaard van gezondheidsbevordering, wat het rijksvaccinatieprogramma is.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een selectie. Deze wordt regelmatig bijgewerkt. Meer uitspraken of research nodig? Contact ons voor hulp.

Vaccinatie toegestaan

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank over vaccinaties en een voorlopige zorgregeling voor haar dochter, die inmiddels met haar in Turkije woont. Het hof beslist dat er geen goede redenen zijn om af te wijken van het Rijksvaccinatieprogramma en geeft de vader definitieve vervangende toestemming om het kind volgens (een gepersonaliseerd) vaccinatieschema te laten inenten. De moeder krijgt geen gelijk in haar verzoek om contact alleen onder begeleiding in Turkije te laten plaatsvinden. Het hof bepaalt als voorlopige zorgregeling dat het kind eens per veertien dagen een weekend bij de vader in Nederland verblijft en dat vakanties en feestdagen worden gedeeld. Het hof gaat er daarbij van uit dat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft en dat er geen geldig inreisverbod voor haar geldt.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Een vader wil graag dat zijn kind van 1 jaar deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma. De moeder wil dit niet. De rechter wijst het verzoek toe en overweegt o.m.:

Daarentegen heeft de moeder in het kader van een belangenafweging onvoldoende toegelicht waarom zij meent dat niet deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma in het belang van [minderjarige] is. De moeder heeft met name gezegd dat zij het spannend vindt als [minderjarige] wordt gevaccineerd omdat zij meent dat [minderjarige] extra gevoelig is voor infecties. De moeder wacht daarom liever tot [minderjarige] zes jaar oud is, als haar immuunsysteem sterker is. De moeder heeft hierover overleg gehad met de kinderarts, die volgens de moeder haar keuze zou begrijpen, maar deze niet tot de hare heeft gemaakt. Verder heeft de moeder onvoldoende onderbouwd dat er medische redenen zijn waarom het beter zou zijn om [minderjarige] (nog) niet te vaccineren.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Een moeder verzoekt bij kort geding om haar vervangende toestemming te verlenen om haar kindje dat het syndroom van down heeft te vaccineren tegen de griep. De vader verweert zich tegen dat verzoek op basis van dat er te weinig gegevens zijn over de mogelijke (negatieve) bijwerkingen van de griepprik bij kinderen die het syndroom van Down hebben.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek van de moeder toe en overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat mensen met het syndroom van Down lichamelijk kwetsbaar zijn. Dat is bij het kind ook gebleken. In de zomer heeft het kind twee weken op de intensive care verbleven met ernstige longcomplicaties (mycoplasma). Bovendien heeft het kind vorig jaar griep gekregen, gevolgd door een longontsteking.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. En dit lijkt gezien de medische geschiedenis compleet logisch.

Een vader wil niet dat zijn kind wordt gevaccineerd met MenC op 14-jarige leeftijd (en aanvankelijk ook niet met HPV). De rechtbank wijst in eerste aanleg het verzoek van de moeder om vervangende toestemming toe.

Het gerechtshof bekrachtigt deze uitspraak en overweegt als volgt:

Aan het hof ligt alleen het geschil voor dat ouders hebben met betrekking tot de enige nog resterende vaccinatie voor [de minderjarige] , namelijk die tegen meningokokken op veertienjarige leeftijd. Zij zijn het daarover niet eens. Tegen die achtergrond overweegt het hof dat het doel van het Rijksvaccinatieprogramma is om de bevolking te beschermen tegen verschillende ernstige infectieziekten. Met de meeste vaccinaties wordt geprobeerd om bescherming te bieden aan de gevaccineerde en mede daardoor verspreiding van ziekteverwekkers te stoppen en epidemieën te voorkomen. De afwegingen die binnen het Rijksvaccinatieprogramma worden gedaan zijn gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek, sluiten aan bij de heersende leer in de geneeskunde en worden in de maatschappij breed gedragen. Dit alles biedt onderbouwing aan het standpunt van de moeder dat vaccineren in het belang is van [de minderjarige].

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het hof bepaalt dat haar beslissing wel uitvoerbaar bij voorraad is.

Twee ouders zijn het oneens over het wel of niet laten zetten van de HPV vaccinatie bij hun dochter van 9 jaar. De moeder vindt het niet nodig om de tweede prik ook te laten zetten. Ze vindt dat haar dochter nog zeer jong is. Bovendien zouden de adviezen hierover onzeker zijn. Ook zou de mening van haar dochter voor wat betreft de tweede prik doorslaggevend moeten zijn.

De rechtbank verleent de vader vervangende toestemming voor de HPV-prik en overweegt met de standaard argumentatie dat het Rijksvaccinatieprogramma samengevat ‘veilig en effectief’ is en dat moeder onvoldoende heeft aangetoond dat de HPV-vaccinatie niet in het belang van haar dochter zou zijn.

Volledige uitspraak en volledige uitspraak (hoger beroep)

Naschrift:

Wederom een zaak waarin er niet tot Uitvoerbaar bij Voorraad wordt besloten. Dit betekent dat de vader moet afwachten of de moeder in hoger beroep gaat. Pas na 3 maanden kan hij dus overgaan tot het laten vaccineren van zijn kind.

Vaccinatie afgewezen

Twee ouders zijn het niet eens over vaccinatie van hun kinderen. De moeder wil niet, de vader wil wel. De moeder krijgt in eerste aanleg gelijk van Rechtbank Gelderland, echter deze uitspraak wordt later door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De uitkomst van deze zaak is opmerkelijk gezien de consistente rechtspraak van de afgelopen jaren. We vinden het onverklaarbaar.

Een kind is als ongeborene al onder toezicht geplaatst en heeft is de geboorte met een spoedmachtiging uit huis geplaatst. De gecertificeerde instelling wil dat het kind gevaccineerd wordt volgens het Rijksvaccinatieprogramma. De moeder wil dit niet. De GI verzoekt vervolgens vervangende toestemming.

In tegenstelling tot alle rechters in de afgelopen jaren, vindt Rechtbank Oost-Brabant het een vrije keuze van de moeder om niet te vaccineren. Er is geen ‘ernstig gevaar voor de gezondheid’ dat moet worden afgewend.

Volledige uitspraak

Naschrift:

De uitkomst van deze zaak is opmerkelijk gezien de consistente rechtspraak van de afgelopen jaren. We vinden het onverklaarbaar. Het toont o.i. slechts hoezeer wildwest heerst in de Nederlandse familierechtspraak.

Wij beschikken over een recente niet-gepubliceerde rechtbankuitspraak waarin een rechter een minderjarige zonder medische contra-indicatie de toegang tot de bescherming van het Rijksvaccinatieprogramma ontzegt. Dit ongeacht de ogenschijnlijke consensus, ook in de rechtspraak, dat vaccinatie in het belang is van het kind. Inmiddels heeft het hof deze omissie gecorrigeerd en onze cliënt alsnog vervangende toestemming gegeven.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?