Special · Omgangsregeling baby, dreumes, peuter

Bijgewerkt: 25 september 2020 | Leestijd: 11 minuten

Zijn of gaan twee ouders van een baby, dreumes of peuter (0 t/m 3 jaar) uit elkaar en ontstaat er strijd om het contact van het kind met de uitwonende ouder, dan wordt in rechtszaken regelmatig het ‘eerder frequent dan lang’-criterium van stal gehaald.

Het is een leerstuk voor het bepalen van de hoeveelheid omgang tussen kinderen en met name vaders. Het is een leerstuk dat rechters regelmatig verkeerd toepassen; zo ook in deze uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

Het ‘eerder frequent dan lang’-criterium in het kort

‘Eerder frequent dan lang’ betekent dat de contacten van zeer jonge kinderen met de niet-hoofdverzorgende ouder eerder kort en frequent moeten zijn dan langdurig en minder frequent.

De gedachte is dat zo een regeling het minst belastend is voor het zeer jonge kind, dat tenslotte nog niet te lang verwijderd kan zijn van de ‘primaire hechtingsfiguur’ tw. de moeder.

Voorbeeld:
Stel twee ex-partners hebben samen een dreumes en de vader in kwestie werkt offshore. Hij is 3 weken weg en dan een week thuis. Dan is het voor de veilige hechting van het zeer jonge kind niet in zijn/haar belang dat hij/zij de moeder een week niet ziet ter compensatie van de 3 weken ‘contactgemis’ met de vader.

In de hierboven genoemde uitspraak past het hof Amsterdam het als volgt toe. Het betrof hier een regeling voor 2 kinderen van respectievelijk ongeveer 5 en 1 jaar (onderstrepingen o.z.):

Toepassing door hof Amsterdam:
“Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen is daarbij een frequent contact geïndiceerd, dat (vooralsnog) in duur beperkt kan zijn. De opgelegde regeling sluit daarop aan, nu deze regeling leidt tot een tweemaal wekelijks contact met de man voor een betrekkelijk korte duur.”

‘Eerder frequent dan lang’ is inmiddels een heel eigen leven gaan leiden. De maatstaf wordt ook vooral ingezet door hoofdverzorgende ouders die liefst weinig omgang willen tussen het kind en de uitwonende ouder.

Het criterium leidt er in de praktijk toe dat de contacten met de uitwonende ouder worden ingeperkt of uitbreiding daarvan stagneert .

Zo wordt onder verwijzing naar ‘eerder frequent dan lang’ geregeld overnachten van het zeer jonge kind bij de uitwonende ouder nog niet toegestaan en blijven de contactmomenten in de regel beperkt tot 1 tot 2 keer per week.

De oorsprong van ‘eerder frequent dan lang’

Onderzoek naar de oorsprong van ‘eerder frequent dan lang’ leidt ons tot de conclusie dat de Nederlandse rechtspraak de hechtingsleer onjuist toepast. Hierin zijn twee zienswijzen bepalend.

Dit artikel is een absolute must-read voor alle ouders die met deze omgangsmaatstaf geconfronteerd worden of die het overwegen in te zetten in een juridische procedure. Het gehele artikel kan je hier vinden: “Using Child Development Research to Make Appropriate Custody and Access Decisions for Young Children”.

We lichten even twee alineas uit het artikel van Kelly/Lamb uit:

  1. “The goal of any access schedule should be to avoid long separations from both parents to minimize separation anxiety and to have sufficiently frequent and broad contact with each parent to keep the infant secure, trusting, and comfortable in each relationship.” Voor kinderen is het van belang dat zij in staat worden gesteld om met beide ouders een hoogwaardige hechtingsband op te bouwen. Bij het vaststellen van een zorgregeling voor (zeer) jonge kinderen is het van belang dat de wisselingen frequent zijn en dat beide ouders dus ook deze zorg op zich nemen. De frequentie van de wisselingen op zich zijn voor zeer jonge kinderen minder een factor dan meestal wordt aangenomen.
  2. “The evening and overnight periods (like extended days with nap times) with nonresidential parents are especially important psychologically not only for infants but for toddlers and young children as well. (…) There is absolutely no evidence that children’s psychological adjustment or the relationships between children and their parents are harmed when children spend overnight periods with their other parents.” Overnachten bij de niet-hoofdverzorgende ouder is één van de zaken die vaak lang wordt uitgesteld. Het zou nog te vroeg zijn voor het kind en de band met de primaire hechtingsfiguur (zijnde de moeder) verstoren. Onjuist, aldus Kelly en Lamb. Overnachten draagt juist bij aan kwalitatief hoogwaardige hechtingsmomenten en er is geen enkel bewijs dat het overnachten bij de andere ouder slecht zou zijn voor de psychologische aanpassing(svermogen) van het kind of de relatie met de hoofdverzorgende ouder.

Ook hebben we gezocht naar de oorsprong van de veelgebruikte interpretatie door Nederlandse (kinder)rechters. Eén specifiek document springt daarin specifiek naar voren t.w.:  Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties / Inzichten uit gehechtheidsonderzoek door F.Juffer (2010)

Bij punt 15 op pag. 41 staat het volgende (onderstrepingen o.z.):

“Bij jonge kinderen die in feite al door één primaire ouder werden en worden verzorgd, kan een omgangsregeling met een niet-verzorgende ouder overwogen worden waarbij de bezoeken zich beperken tot (veel en regelmatige) bezoeken overdag. Voor jonge kinderen is stabiliteit van de zorg door de vertrouwde ouderfiguur tijdens de nacht van cruciaal belang voor de gehechtheid. Het je moeten overgeven aan de slaap en het donker, zijn ingrediënten die bij jonge kinderen angst (en dus gehechtheid, de behoefte aan steun van de vertrouwde gehechtheidsfiguur) kunnen oproepen. Bij kinderen vanaf vijf à zes jaar kan overnachten tijdens een omgangsregeling in het algemeen wel plaatsvinden, omdat een kind van die leeftijd een scheiding tijdens de nacht beter kan overzien en er beter mee kan omgaan. Het is een andere zaak als een jong kind twee min of meer vergelijkbare gehechtheidsrelaties met beide ouders heeft opgebouwd voordat de ouders gingen scheiden. Bij een omgangsregeling met overnachten kan in dat geval ook de nietverzorgende ouder een ‘secure base’ bieden aan het kind.”

De uitwonende niet-hoofdverzorgende ouder (meestal de vader) wordt hierin expliciet miskend als een ouder die door herhaalde waardevolle hechtingsmomenten ook een vertrouwde hechtingsfiguur kan worden/is/behoort te zijn. Dit geldt ook voor vaders die bijvoorbeeld een kind hebben uit een affectieve relatie waarmee ze nooit hebben samengeleefd.

Kinderrechters en hulpverlening moeten de hechtingsleer consistent juist (gaan) toepassen

Wanneer het (onjuiste) standpunt van Juffer wordt gevolgd, dan betekent dit dat – in een situatie dat één ouder de hoofdverzorging verrichtte – het kind slechts contact kan hebben met andere ouder gedurende korte bezoekjes overdag. Overnachten kan slechts van vanaf 5 a 6 jaar. Volgens Kelly en Lamb is dit echter onjuist.

Een jong kind ontwikkelt vertrouwde hechtingsrelaties met meerdere personen, zoals bijvoorbeeld grootouders, andere familieleden en verzorgers bij de dagopvang.

Is die relatie veilig en zijn de verzorgende personen ontvankelijk en empathisch naar het kind, dan hecht het kind in beginsel veilig, Dit belet ook overnachtingen niet.

We zien in de rechtspraak daarnaast ook dat ‘eerder frequent dan lang’ wordt gecombineerd met vakantieregelingen die juist het tegenovergestelde zijn van ‘eerder frequent dan lang’ en dit op zijn zachtst gezegd onbegrijpelijk.

2 tips voor ouders die procederen voor omgang + overnachtingen

  1. Zorg dat aan de basisvoorwaarde voor veilige hechting/omgang wordt voldaan bij jezelf. M.a.w. wees oprecht geïnteresseerd en ontvankelijk voor je kind. Is dit lastig, zoek hulp.
  2. Breng bij de rechter als ‘productie’ het stuk van Kelly en Lamb in en wijs op de onjuistheid in het stuk van F. Juffer op dit punt.

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk. Lees enkele klantervaringen.

Rechtspraak

Eerder frequent dan lang toegepast

Een moeder wil graag uitbreiding van overnachtingen bij haar van haar inmiddels 3,5 jaar oude kind. De andere moeder bij wie het kind 12 van de 14 nachten overnacht, verzet zich hiertegen.

De rechtbank gaat hier echter niet in mee. Vanwege de o.i. zeer heldere argumentering van de rechtbank is de relevante sectie hierna integraal opgenomen:

“De rechtbank overweegt dat in het algemeen wordt aangenomen dat frequentere en minder lange contacten met de niet-verzorgende ouder voor hele jonge kinderen (baby’s) beter zijn dan langere contacten achtereen. In het onderhavige geval hebben partijen echter afgesproken dat zij de zorg- en opvoedtaken delen. Er is geen sprake van een hoofdverzorger en [verzoekster] heeft altijd op zes van de veertien dagen zorg- en opvoedtaken gehad. Dit waren hele dagen, dus geen korte contacten. [de minderjarige] is inmiddels bijna 3,5 jaar. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat er bij [de minderjarige] iets aan de hand is, waardoor hij anders dan andere kinderen van zijn leeftijd niet meer dan twee nachten achtereen bij de andere ouder zou kunnen overnachten. Er zijn in beide gezinssituaties geen zorgen over [de minderjarige] . Dat het voor [de minderjarige] te belastend is om drie of vier nachten achtereen bij [verzoekster] te overnachten is een interpretatie van [verweerster] gebaseerd op zijn aanhankelijkheid aan haar.”

Volgt uitbreiding van het aantal overnachtingen.

Volledige uitspraak

Een vader en een moeder hebben een verschil van inzicht over de verdeling van de zorg en opvoeding voor hun (inmiddels 2 jaar oude) kind. De verhoudingen zijn ernstig verstoord. Moeder wil een beperkte zorgtaak voor vader en vader geeft aan meer ruimte te hebben en wil ook overnachtingen.

Hof Amsterdam overweegt het volgende:

Een co-ouderschapsregeling, zoals de man voor ogen staat, acht het hof, gelet op de slechte verstandhouding en de geringe communicatie tussen partijen, op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] . De daarvoor noodzakelijke basis ontbreekt. Wel acht het hof het gezien de jonge leeftijd van [de minderjarige] in haar belang dat zij frequent contact heeft met de man, zodat zij in staat wordt gesteld zich aan de man te (blijven) hechten. Niet meer staat ter discussie dat [de minderjarige] inmiddels oud genoeg is om bij de man te overnachten.

Volgt aanzienlijke uitbreiding van de zorgtaak van vader, inclusief overnachten.

Volledige uitspraak

Kort geding: Man verzoekt nakoming van een (tijdelijke) zorgregeling met zijn 2 jarige. ‘Projecterende’ moeder verzoekt inperking van de zorgregeling tussen vader en kind. De voorzieningen rechter overweegt:

“De voorzieningenrechter acht het, mede gezien de zeer jeugdige leeftijd van [het kind], in zijn belang dat hij op regelmatige basis, frequent en in substantiële mate contact heeft met zijn beide ouders en dus ook met zijn vader.”

Vrouw krijgt dwangsom teneinde nakoming omgang te zekeren van € 250,- per dag dan wel per dagdeel.

Volledige uitspraak

Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen (5 en 1 jaar) is daarbij een frequent contact geïndiceerd, dat (vooralsnog) in duur beperkt kan zijn. De opgelegde regeling sluit daarop aan, nu deze regeling leidt tot een tweemaal wekelijks contact met de man voor een betrekkelijk korte duur. Het hof neemt hiermee de beslissing van de voorzieningenrechter over in afwachting van een beslissing in de bodemzaak.

Volledige uitspraak

Het hof sluit zich aan bij het uitgangspunt van de voorzieningenrechter voor wat betreft de omgang: in beginsel wordt het in het belang van minderjarigen geacht dat zij contact hebben met hun beide ouders. Gaat het om een minderjarige met een jonge leeftijd, dan wordt voor een adequaat hechtingsproces tussen de minderjarige en de ouder bij wie de minderjarige niet woont, in het algemeen uitgegaan van een zorgregeling met een frequent contact van relatief korte duur.

Regeling 1x per week 2 uurtjes voor vader. De ene week bij moeder, de andere week bij vader.

Volledige uitspraak

Eerder frequent dan lang afgewezen

Een vader procedeert voort aanwezigheid bij de bevalling van zijn kind en tevens een voorlopige omgangsregeling na geboorte. Wordt afgewezen.

Naschrift: Opmerkelijk genoeg neemt de Raad voor de Kinderbescherming in deze zaak het standpunt in dat hechting van een kind aan de vader pas zou aanvangen vanaf 2 tot 3 jaar. Dit standpunt is o.i. rechtstreeks in strijd met de hechtingsleer, in strijd met de rechten van het kind en zeer schadelijk voor het vertrouwen van de rechtspraktijk in de Raad voor de Kinderbescherming. Opmerkelijk genoeg wijst de voorzieningenrechter dit standpunt niet naar het rijk der fabelen. Wat ons betreft visie- en krachteloze rechtspraak.

Volledige uitspraak

Lees ook dit

  1. Het ‘eerder-frequent-dan-lang’-criterium wordt overwegend gehanteerd in situaties waarin ouders niet/slecht met elkaar communiceren.
  2. Het komt voor dat er combinaties worden vastgesteld met wederzijdse of eenzijdige vakantieregelingen, wat in direct conflict is met eerder frequent dan lang.
  3. Toepassing van dit criterium leidt soms tot jaren stagnatie voor overnachtingen of uitbreiding van de omgangsregeling.
  • De mate van ‘draagkracht’ bij het kind en de moeder.