← Terug
/ Kennisbank / Vraag en antwoord /Jeugdbescherming/Wanneer wordt een ondertoezichtstelling vastgesteld?

Wanneer wordt een ondertoezichtstelling vastgesteld?

Bijgewerkt: 16 februari 2026
Een kind wordt onder toezicht gesteld nadat een rechter heeft bepaald dat het kind zo ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd dat ’toezicht’ van de overheid nodig is én dat eveneens in voldoende mate vast staat dat de gezaghebbende ouders nog in staat zijn om deze ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen.

De wettelijke basis voor de ondertoezichtstelling staat in artikel 1:255 BW

Artikel 1:255 lid 1 BW:
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen.

Gronden die de ontwikkeling van het kind (kunnen) bedreigen

In de praktijk zien we globaal een aantal hoofdredenen voor ondertoezichtstellingen.

  • Er is sprake van hevige ex-partnerstrijd en/of van huiselijk geweld (geweest).
  • Eén ouder heeft of beide ouders hebben eigen problematieken zoals psychische problematiek en/of er is sprake van middelmisbruik.
  • Het kind zit in een loyaliteitsconflict en/of heeft kindeigen-problematieken (denk aan ASS, LVB, ziekte, handicap en/of gedragsproblematiek).

Hoe een ondertoezichtstelling wordt ingeleid

In principe geldt dat eerst moet zijn geprobeerd om de problemen met vrijwillige hulp weg te nemen. Dit soort situaties worden dan vooraf gegaan door een Verzoek tot Bespreking of een Verzoek tot Onderzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming. De raad leidt dan het verzoek in door de Verzoek tot ondertoezichtstelling te doen.

Een verzoek kan ook het gevolg zijn van een adviesvraag van de rechter in het kader van een procedure over omgang, gezag of juridisch ouderschap. De raad breidt het onderzoek dan uit naar een beschermingsonderzoek.

In situaties van extreme onveiligheid kan er een Voorlopige Ondertoezichtstelling (VOTS) worden uitgesproken door de rechter. Dan vindt later een uitgebreider onderzoek plaats.

Ook een ouder kan zelfstandig een verzoek tot ondertoezichtstelling doen. Lees daarvoor de V&A: Kan ik zelf een ondertoezichtstelling aanvragen?

Een positieve verwachting

Essentieel bij een ondertoezichtstelling is dat er een ‘positieve verwachting’ is. Namelijk dat ouders individueel en gezamenlijk weer in staat zullen zijn om te voldoen aan de ‘optimale-ontwikkel-plicht‘ van artikel 1:247 lid 2 BW. Dit is in niet alle gevallen terecht, bijvoorbeeld omdat er sprake is niet-goed-genoeg-opvoederschap of dat één van beide ouders een niet-welwillende ouder is. Dat er ook zaken zijn waarbij de ondertoezichtstelling wordt beëindigd terwijl de Gecertificeerde Instelling door wil, lees je bijvoorbeeld in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. Hierin verzetten de moeder en de vader zich tegen het verlengingsverzoek, omdat het inmiddels al ruim een jaar beter gaat, zij goed samenwerken en het kind de ondertoezichtstelling als negatief en onrustig ervaart.

Doelen niet altijd gehaald

In de praktijk zien we geregeld dat ook jaren ondertoezichtstelling uiteindelijk niet leidt tot het wegnemen van de ontwikkelingsbedreigingen bij de kinderen. Er is veel focus op hulp voor het kind terwijl niet altijd vast staat waarvoor precies hulp moet worden geboden of dat de oplossing in het kind zit. Dit heeft weer te maken met het feit dat onvoldoende wordt onderzocht wat precies de veroorzakende en in standhoudende factoren zijn van de situatie waarin het kind zit. Verder wordt er onvoldoende resultaatgericht gewerkt.

Natuurlijk zijn er ook zaken waarin de doelen wél worden gehaald en dat de rechter de ondertoezichtstelling beëindigt (terwijl de gecertificeerde instelling en/of de raad doorwillen).

Voorbeelden (je leest een selectie)

OTS vastgesteld

De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij de rechtbank Zeeland‑West‑Brabant met als doel de kinderen onder toezicht te laten stellen. De rechtbank ziet dat de kinderen zwaar belast raken door de aanhoudende strijd tussen de ouders, het weggevallen of sterk verminderde contact met de vader en eigen problemen zoals ADHD en schoolproblemen. Vrijwillige hulp en overleg tussen de ouders werken niet goed genoeg, vooral door verschillende visies en wantrouwen van de vader richting hulpverlening. De rechter stelt daarom beide kinderen voor een jaar onder toezicht van Jeugdbescherming Brabant, zodat verplichte hulp kan worden ingezet en duidelijke doelen worden nagestreefd, zoals onbelast contact met beide ouders en betere samenwerking tussen hen. De maatregel geldt direct, ook als een ouder in hoger beroep gaat.

Volledige uitspraak

Een kinderrechter start een ondertoezichtstelling voor een 17-jarige jongen, omdat hij al lange tijd niet naar school gaat en geen onderwijs of dagbesteding heeft. De Raad en hulpverlening maken zich grote zorgen over zijn geestelijke gezondheid, mogelijke suïcidaliteit en de invloed van vrienden buiten het zicht van de moeder. Het contact met de vader ontbreekt volledig en de reden daarvan is onduidelijk, wat mogelijk bijdraagt aan de problemen van het kind. Vrijwillige hulp werkte niet doordat de moeder en het kind niet meewerkten en de vader onbereikbaar was. De kinderrechter stelt het kind daarom voor zes maanden onder toezicht, met doelen rond school, dagbesteding, mentale gezondheid, ouderlijk toezicht en acceptatie van hulp.

Volledige uitspraak

Een Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij de rechtbank Noord-Holland met als doel het kind een jaar onder toezicht te laten stellen. Het gaat erg slecht met het kind: ze gaat niet naar school, ligt de hele dag in bed, is agressief naar de moeder en haar broertje en weigert vrijwel alle hulp. De ouders willen wel hulp, maar krijgen hun dochter niet in beweging en kunnen de problemen niet zelf oplossen. De kinderrechter vindt daarom dat de ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en dat een jeugdbeschermer nodig is om regie te voeren en veiligheid en passende hulp te organiseren. Het kind wordt voor een jaar onder toezicht gesteld, met directe ingang.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt vooral het gedrag van het kind en minder concreet wat de moeder en de vader precies moeten doen en laten om hun verantwoordelijkheid waar te maken. De beslissing is formeel duidelijk (ondertoezichtstelling een jaar), maar de verwachte resultaten voor schoolgang, veiligheid thuis en contact met hulpverlening blijven vrij algemeen. Daardoor is lastig te volgen wanneer de ondertoezichtstelling geslaagd is en weer kan stoppen. Zou het kind niet meer gebaat zijn bij een uitspraak waarin de rechter ook meetbare doelen en stappen voor de ouders en de hulpverlening vastlegt?

OTS afgewezen

De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure bij de rechtbank Noord-Holland met als doel een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van het kind bij de vader te regelen. De Raad stelt dat het kind ernstig is bedreigd in zijn ontwikkeling door alcoholgebruik en agressie van de moeder, en dat een jeugdbeschermer nodig is als stok achter de deur. De moeder erkent dat het thuis onveilig was, accepteert nu hulp en vindt een maatregel niet nodig; de vader vangt het kind volledig op en is bereid tot samenwerking zonder dwangkader.

De kinderrechter vindt de zorgen en eerdere onveiligheid ernstig, maar ziet dat het kind nu veilig bij de vader woont, beide ouders meewerken aan hulp en dat de GI op korte termijn toch geen jeugdbeschermer kan leveren. De kinderrechter wijst daarom de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing af.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt duidelijk dat het gedrag van de moeder ernstig tekortschiet. Toch koppelt de rechter daar geen harde voorwaarden of concrete controlemechanismen aan vast. De vader krijgt feitelijk de volledige zorg en verantwoordelijkheid, terwijl de rechter vooral waarschuwt voor overbelasting zonder te regelen wie dat structureel bewaakt. De beslissing is sterk afhankelijk van vrijwillige hulp en goede wil, terwijl praktische waarborgen voor blijvende veiligheid en ontlasting van de vader ontbreken. Hoe werkbaar is zo’n uitspraak voor het kind als de druk toeneemt en de vrijwillige inzet van de ouders verslapt?
De Raad voor de Kinderbescherming vraagt om het kind van één jaar onder toezicht te stellen. De Raad maakt zich zorgen over de heftige conflicten tussen de ouders, de verslavingsproblemen en emotieregulatie van de vader en het (bijna) ontbreken van contact tussen vader en kind. De moeder verzet zich tegen ondertoezichtstelling omdat het goed gaat met het kind bij haar en zij vindt dat de maatregel alleen wordt ingezet om de vader te helpen.De kinderrechter vindt dat er nu geen acute bedreiging is voor de ontwikkeling van het kind en dat eerst de vader zelf verantwoordelijkheid moet nemen voor behandeling, werk en financiële bijdrage. De kinderrechter wijst het verzoek om ondertoezichtstelling daarom af.Volledige uitspraak
Naschrift:
De rechter benoemt duidelijk dat de vader zijn ouderlijke plichten verzaakt, maar verbindt daar geen concrete verplichtingen of termijnen aan. De beslissing is terughoudend: geen zware maatregel, maar ook geen concreet plan om contactherstel veilig en stapsgewijs vorm te geven. De situatie blijft daarmee vooral bij “vader moet eerst veranderen”, zonder toetsing of en hoe dat in de tijd bewaakt wordt. De vraag blijft of het kind later niet alsnog de prijs betaalt voor het nu uitblijven van een duidelijke structuur rond contact en verandering bij de vader. Er wordt een vorm van ‘rechterlijke drang‘ in de vorm van ‘iets niet doen’ ingezet.

De Raad voor de Kinderbescherming start een procedure met als doel drie kinderen onder toezicht te laten stellen. De Raad vindt een gezinsvoogd nodig vanwege eerdere onveiligheid, gezamenlijk gezag en het ontbreken van contact tussen vader en kinderen. De moeder verzet zich, werkt al mee aan vrijwillige hulp en wil eenhoofdig gezag aanvragen; de vader wil zijn gezag beëindigen en geen contact of hulpverlening meer. De kinderrechter vindt dat de kinderen wel bedreigd zijn in hun ontwikkeling, maar ziet door de veilige thuissituatie bij de moeder en de totale onwil van de vader geen basis voor een gedwongen maatregel. Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt daarom afgewezen.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De Raad benoemt de vader als de bedreiging en aangezien de vader afstand zegt te nemen van het gezin heeft een ingrijpende maatregel geen zin.

OTS verlengd

Een gecertificeerde instelling vraagt rechtbank Zeeland-West-Brabant om de ondertoezichtstelling van een kind dat bij de vader woont, met een jaar te verlengen. De rechter vindt dat het kind nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, vooral doordat zij klem zit tussen de ouders en haar emoties lastig kwijt kan. De ondertoezichtstelling wordt daarom met zes maanden verlengd, tot 3 juli 2026. Daarna wordt opnieuw beoordeeld of verlenging nodig is. In die zes maanden moet de instelling samen met beide ouders een concreet en duidelijk stappenplan maken voor uitbreiding (en mogelijk onbegeleid laten plaatsvinden) van het contact tussen het kind en de moeder, afgestemd op wat het kind aankan.

Volledige uitspraak

Naschrift:
De rechter benoemt helder dat het kind (onverminderd) klem zit en dat de ouders en de instelling een duidelijke plicht hebben om dit te doorbreken. Tegelijk schuift de rechter het echte resultaat – een stabiele zorgregeling met de moeder – nog een half jaar vooruit met de opdracht “maak een plan”. De beslissing dwingt de instelling wel concreter te worden, maar laat open wat er gebeurt als ouders of GI die afspraken niet nakomen of onvoldoende leveren. De vraag blijft in hoeverre dit kind nu echt merkbaar meer rust en duidelijkheid gaat voelen, of dat vooral het systeem weer een nieuwe ronde krijgt.

Een gecertificeerde instelling vraagt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van een baby te verlengen met nog 11 maanden, zodat zij de veiligheid en opvoedsituatie kan blijven volgen. De moeder woont met de baby en een ouder kind bij Sterk Huis, werkt goed mee aan hulp en systeemtherapie, en stemt in met verlenging maar wil na 6 maanden een nieuwe toets. De kinderrechter vindt de zorgen over huiselijk geweld en intieme terreur in de relatie tussen de moeder en de vader, plus de onduidelijke rol van de vader, nog te groot. De ondertoezichtstelling wordt volledig met 11 maanden verlengd zodat de GI de relatie, de opvoedvaardigheden, de woonstabiliteit en het contact met de vader kan blijven sturen en bewaken.

Volledige uitspraak

Een gecertificeerde instelling vraagt de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van een kind te verlengen en de bestaande omgangsregeling met de vader te wijzigen. De rechter ziet dat de moeder stappen zet in de hulpverlening, maar dat er nog zorgen zijn over haar opvoedvaardigheden, de veiligheid rond haar nieuwe relatie en de ontwikkeling van het kind. Ook ziet de rechter dat contact met de vader voor het kind onrust en klachten oplevert en dat de vader niet goed meewerkt aan afspraken en observaties. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met 11 maanden en schorst de omgangsregeling met de vader; de jeugdbescherming krijgt de regie over eventueel contactherstel.

Volledige uitspraak

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees ook dit

Zoek in de kennisbank