← Terug
/ Kennisbank /Ouderlijk gezag/Van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag

Van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag Sub-thema

Bijgewerkt: 21 april 2026 | Wetsingang: Art. 1:253n BW en Art. 1:251a BW en Art. 1:266 BW

Als het ouders na scheiding niet lukt om neutraal met elkaar te communiceren en gezamenlijk belangrijke beslissingen te nemen in het belang van het kind, dan kan eenhoofdig gezag in plaats van gezamenlijk gezag meer in het belang van het kind zijn.

Voor het een ouder ontnemen van het gezag geldt een hoge drempel. Het uitgangspunt is namelijk dat ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag gezamenlijk blijven uitoefenen na ontbinding van het huwelijk, aldus deze uitspraak van de Hoge Raad. Gezamenlijkheid is dus de hoofdregel, die sinds 1 januari 2023 nog is versterkt door de nieuwe regel dat gezamenlijk gezag ook ontstaat bij de erkenning van een kind met toestemming van de vrouw (artikel 1:251b BW). Eenhoofdig gezag is slechts aan de orde bij uitzonderlijke gevallen.

Bij het beoordelen of een wijziging in het ouderlijk gezag noodzakelijk is, wordt er door rechters gekeken in hoeverre een kind klem of verloren is tussen de ouders. M.a.w. of de wijze waarop ouders met elkaar omgaan, met elkaar communiceren en met elkaar beslissingen nemen, leidt tot situaties die schadelijk (kunnen) zijn voor het kind.

Hoe kansrijk een verzoek is, is op voorhand niet te zeggen. Er kunnen duidelijke contra-indicaties zijn bij een ouder, bijvoorbeeld wanneer deze zonder valide redenen herhaaldelijk een voor het kind belangrijke beslissing dwarsboomt en/of er extreem schadelijk gedrag is. Dan is toewijzing waarschijnlijker. Lees voor die situaties ook de V&A: Kan ik een beroep doen op het Verdrag van Istanbul?

Het merendeel van de gepubliceerde uitspraken omvat situaties waarin een ouder met het hoofdverblijf van het kind een wijziging in het gezag voor zichzelf graag wenst. De rechtspraak prikt hier echter in toenemende mate doorheen. Zo overwoog Rechtbank Den Haag in deze uitspraak het volgende:

Anders gezegd: het (de vader het ouderlijk gezag ontnemen, red.) is niet het middel dat de wonden kan helen en het kan helaas ook geen toekomstig soortgelijk verdriet voorkomen, mocht de vader onverhoopt toch terugvallen. Het is evenmin een strafmaatregel. Het is een juridisch instrument dat in uitzonderlijke situaties ten behoeve van het kind wordt toegepast, bijvoorbeeld wanneer gezamenlijke gezagsbeslissingen niet kunnen worden genomen, doordat de ene ouder dat belet.

Een verzoek kan ook ’te vroeg’ worden gedaan; bijvoorbeeld tijdens de echtscheidingsprocedure. De kans is dan aanzienlijk dat de rechtspraak éérst van ouders verlangt om (met hulp) oplossingen te bewerkstelligen voor de problemen waarop de verzoekende ouder zich beroept. Zie voor een voorbeeld deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Overigens kan ook de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken dat een ouder het ouderlijk gezag wordt ontnomen, ook als er geen sprake is van een uithuisplaatsing. Dit is bevestigd door Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in deze uitspraak.

Verder kan een grond voor het beëindigen van het ouderlijk gezag zijn dat de ouder in kwestie niet binnen een redelijke termijn weer kan voldoen aan de ouderschapsnorm van artikel 1:247 lid 2 BW (art. 1:266 lid 1 sub a BW). Dit zien we echter vooral bij uithuisplaatsingen. Tenslotte kan misbruik van het ouderlijk gezag grond vormen voor beëindiging daarvan (art. 1:266 lid 1 sub b BW).

Wordt het voortbestaan van het gezamenlijk gezag voor de rechter gebracht, dan vraagt de rechter de Raad voor de Kinderbescherming veelal om advies. Daarvoor worden door de rechter onderzoeksvragen aan de raad meegegeven die meestal heel generiek zijn zoals:

  • Een onderzoek in te stellen en nader te adviseren over het gezag.
  • Een onderzoek naar de samenwerking tussen de ouder, de GI, de pleegouders en pleegzorg.
  • Is de uitoefening van het gezamenlijk gezag van de ouders in het belang van het kind?

Overigens betekent beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag niet dat de andere ouder geen recht meer heeft op omgang met het kind. Het betekent ook niet dat die ouder geen recht meer heeft op informatie of niet geconsulteerd hoeft te worden bij belangrijke beslissingen. Dit zijn allemaal losstaande zaken.

Overweeg je een procedure om de andere ouder het gezag te ontnemen, kijk dan eerst kritisch naar je eigen gedrag en pas dit waar mogelijk aan. Wat namelijk ook belangrijk is, in hoeverre jij je hebt inzet voor een goede ouderschapsrelatie met de andere ouder. Zie daarvoor o.m. deze uitspraak van Gerechtshof Den Haag en in hoeverre je de banden tussen je kind en de andere ouder bevordert.

Heb je het idee dat je ex-partner mogelijk een verzoek zal doen omdat je je grensoverschrijdend gedraagt of hebt gedragen, neem dan eigenaarschap voor een positieve omkering. Bekijk het van de andere kant en lees bijvoorbeeld de V&A: Psychische stoornis genoeg voor gezagsprocedure? Daarmee pas in hoger beroep beginnen is mogelijk te laat, zoals in deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch.

De rechter kan bijzondere voorwaarden stellen aan het toekennen van eenhoofdig gezag, zoals blijkt uit deze uitspraak van Rechtbank Den Haag. Hierin had de rechtbank in 2019 eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, echter daarbij eveneens bepaald dat de moeder wél vervangende toestemming moest verzoeken voor een eventuele toekomstige verhuizing naar Portugal.

Tot slot, een kritische noot. We zien wel dat ouders het gezag verliezen vanwege bijvoorbeeld onbereikbaarheid, dan wel onvoldoende betrokkenheid bij hun kind, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Wat we echter onvoldoende zien is dat de rechtspraak deze zelfde maat hanteert bij hoofdverblijfouders die de andere ouder het deelnemen aan gezagsbeslissingen onmogelijk maken door de informatieplicht, de consultatieplicht en de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht niet na te leven. Dit gedrag blijft veelal zonder consequenties wat, in een land waarin ‘rule of law’ geldt, onbegrijpelijk is.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Klemcriterium staat centraal (Art. 1:251a lid 1 BW)
  2. In nagenoeg alle gevallen vraagt de rechter advies aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad doet geen onderzoek naar het werkelijke gedrag van ouders in relatie tot 1:247 lid 3 BW. Dit is iets dat wij juist wel graag zouden zien. Lees ons blog hierover.
  3. Wanneer er geen contra-indicaties zijn bij de andere ouder, m.a.w. als deze consistent meewerkend/overleggericht/welwillend gedrag laat zien, is een verzoek voor het verkrijgen van eenhoofdig ouderlijk gezag weinig kansrijk.
  4. Als er wel (historische) contra-indicaties zijn bij de andere ouder dan kijken rechters ook in hoeverre deze ouder inspanningen heeft verricht om de gevolgen hiervan voor het kind en eventueel de andere ouder te verminderen. En in welke mate er zelfinzicht is over de gevolgen voor het kind en de andere ouder.
  5. We zien in toenemende mate uitspraken waarin eenhoofdig ouderlijk gezag niet wordt toegewezen omdat de andere ouder daardoor teveel buiten beeld zou geraken. Dit is overigens alleen bij zaken waarin er geen contra-indicaties zijn bij deze ouder.
  6. In het merendeel van de gepubliceerde rechtszaken gaat eenhoofdig ouderlijk gezag uiteindelijk naar de moeder. Dit wordt ook veroorzaakt doordat meer moeders het hoofdverblijf hebben dan vaders.
  7. Ook verzoeken van vaders om eenhoofdig gezag kunnen succesvol zijn.
  • In hoeverre er kindsignalen zijn, die ook door professionele derden zijn vastgesteld.
  • In welke mate er communicatie tussen de ouders is en zij in staat zijn om gezamenlijk te overleggen en tot beslissingen te komen.
  • Voor zover het kind mogelijk wel klem- en verloren is tussen de ouders, in hoeverre te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt.
  • De uitkomsten van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • In hoeverre een van de ouders met het ouderlijk gezag zich niet-welwillend of onbereikbaar voor overleg toont.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder die eenhoofdig gezag verzoekt zich (ruimhartig) heeft gehouden aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatieplicht, de consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. Dit onvoldoende in de beoordeling meenemen, danwel eenhoofdig gezag toekennen in een situatie waarin dit niet het geval is, bevestigt de verzoekende ouder feitelijk in de strijd die deze (met het verzoek) voert.

Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Eenhoofdig gezag toegewezen

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Midden-Nederland met als doel alleen het gezag te krijgen over haar twee kinderen van ongeveer 15 en 12 jaar. De rechter vindt dat gezamenlijk gezag niet meer werkt, omdat de vader slecht bereikbaar is, nauwelijks met de moeder kan overleggen en al jaren psychische problemen heeft zonder behandeling. Daardoor lopen beslissingen over de kinderen vast of worden ze te laat genomen, terwijl de kinderen vooral bij de moeder wonen en de vader hen weinig ziet of spreekt. De rechtbank geeft daarom de moeder voortaan alleen het gezag, zodat zij belangrijke zaken voor de kinderen zelfstandig kan regelen. Volgens de rechter verandert dit niets aan het recht van de vader en de kinderen om contact met elkaar te houden als dat mogelijk is.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag te krijgen over zijn kinderen van ongeveer 7 en 5 jaar. De kinderen wonen al enkele jaren bij de vader en hun oma van vaderskant, na eerdere ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De rechtbank vindt doorslaggevend dat de moeder sinds maart 2023 geen contact meer heeft met de kinderen en ook voor vader, hulpverlening en zelfs haar eigen advocaat vrijwel onbereikbaar is. Daardoor kunnen belangrijke beslissingen over school, hulp en verzorging vastlopen, terwijl de ondertoezichtstelling al is geëindigd. Rechtbank Den Haag beslist daarom dat de vader voortaan als enige het gezag heeft over beide kinderen.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant met als doel het eenhoofdig gezag, het hoofdverblijf en ruime zorgregeling voor zijn dochter van ruim 2 jaar te krijgen. De rechtbank constateert op basis van meerdere rapporten dat de vader dominant, dreigend en respectloos is richting de moeder en hulpverlening, geen inzicht toont in zijn eigen gedrag en hierdoor een risico vormt dat het kind klem raakt. Het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag en hoofdverblijf bij hem wordt daarom afgewezen. De moeder krijgt voortaan alleen het gezag; de GI krijgt binnen de ondertoezichtstelling de regie om een begeleide omgangsregeling tussen vader en kind op te bouwen. De rechtbank benadrukt dat contactherstel met de vader belangrijk is, maar dat de veiligheid van moeder en kind voorop staat.

Volledige uitspraak

Een moeder gaat in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank Amsterdam om het gezamenlijk gezag over haar 10-jarige zoon te beëindigen en haar omgang te ontzeggen. Het hof vindt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat de moeder het kind ongeoorloofd naar Zwitserland heeft meegenomen en de vader direct een teruggeleidingsprocedure is gestart. Volgens het hof heeft de moeder herhaaldelijk beslissingen genomen (meerdere verhuizingen, niet nakomen zorgregeling) die niet in het belang van het kind zijn en zijn veiligheid en stabiliteit aantasten. De vader houdt voortaan alleen het gezag; omgang met de moeder blijft ontzegd zolang zij geen inzicht geeft in haar functioneren en geen samenwerking met hulpverlening aangaat. Het hof benadrukt dat de moeder bij gewijzigde omstandigheden later opnieuw de rechter kan vragen om een omgangsregeling.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om het gezamenlijk gezag over haar kind te laten beëindigen en zelf alleen het gezag te krijgen. De vader heeft verslavingsproblemen, komt zijn afspraken met het kind niet na, is nauwelijks betrokken en er is vrijwel geen communicatie tussen de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eenhoofdig gezag voor de moeder, omdat de vader door zijn situatie niet in staat is om verantwoord mee te beslissen. De rechter besluit dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan alleen het gezag heeft; daarmee bepaalt de moeder ook alleen waar het kind woont.

Volledige uitspraak

Gezamenlijk gezag gehandhaafd

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Rotterdam met als doel om alleen het gezag te krijgen over haar zoontje van ongeveer 6 jaar en de zorgregeling aan te passen. De rechter vindt niet dat het kind nu zó klem zit tussen de ouders dat gezamenlijk gezag moet stoppen, en laat het gezag daarom bij beide ouders. Wel krijgt de moeder meer weekenden en vrije tijd met het kind, wordt de kerstvakantie verdeeld per heel jaar bij één ouder en komen er vaste begin- en eindtijden voor vakanties. De rechter waarschuwt de vader dat als hij blijft dwarsliggen bij beslissingen, het gezamenlijke gezag later kan worden beëindigd en het gezag dan waarschijnlijk alleen bij de moeder komt te liggen.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel het eenhoofdig gezag te krijgen over haar dochter van 6 jaar en de omgang met de vader te stoppen. De moeder vreest dat de vader door zijn psychische problemen niet betrouwbaar kan meebeslissen en in urgente situaties geen toestemming kan geven. De rechter vindt dat het gezamenlijk gezag moet blijven, omdat recente problemen ontbreken, de vader stabiel is en zelfs tijdens een opname praktische zaken geregeld konden worden. De moeder trekt haar verzoek tot ontzegging van omgang in; de rechter legt de al lopende ruime zorgregeling met doordeweekse dagen, weekenden en vakantieperiodes bij de vader officieel vast. Beide ouders dragen hun eigen proceskosten.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Rotterdam om een ruime zorgregeling met zijn kind te krijgen; De zaak is al een keer aangehouden. De vader heeft een minimale omgang. De moeder vraagt bij zelfstandig verzoek om eenhoofdig gezag omdat de vader zich zou schuldig maken aan intieme terreur. De rechter vindt dit echter niet bewezen en ziet geen onaanvaardbaar risico dat het kind klem komt te zitten, zodat het gezamenlijk gezag blijft. In afwachting van hulpverlening bepaalt de rechter voorlopig dat het kind elke zondag van 12.00 tot 18.00 uur bij de vader is (een minimale uitbreiding). Ouders worden verplicht tot deelname aan ouderschapsbemiddeling; daarna volgt eventueel onderzoek door de raad en pas later een definitieve regeling.

Volledige uitspraak

Een vader komt in hoger beroep tegen de beslissing van Rechtbank die had bepaald dat de moeder alleen het gezag over de drie kinderen zou hebben. In hoger beroep blijkt dat de ouders bezig zijn met ouderschapsbemiddeling en dat er wel contact is tussen vader en kinderen, al komt de vader afspraken niet altijd na. Het hof vindt de bezwaren van de moeder tegen gezamenlijk gezag onvoldoende concreet en vooral gericht op de uitvoering van de zorgregeling, niet op het nemen van gezagsbeslissingen. Er is niet gebleken dat de kinderen bij gezamenlijk gezag klem raken tussen de ouders. Daarom vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en bepaalt dat vader en moeder weer samen het gezag over de kinderen hebben.

Volledige uitspraak

Een vader start een procedure bij Rechtbank Den Haag met als doel het gezamenlijke gezag te beëindigen en alleen het gezag over het kind te krijgen, plus geen contact meer met de moeder. De moeder verzet zich hiertegen en vraagt juist om een vaste belafspraak en een uitgebreide vakantieregeling, deels ook in Polen. De rechter legt een wekelijkse telefonische belregeling vast en een vrij uitgebreide contactregeling in Nederlandse schoolvakanties tot en met voorjaar 2027. Vakanties in Polen wijst de rechter nu nog af: eerst moet blijken dat het contact stabiel en goed verloopt. Het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag wordt afgewezen; beide ouders houden gezamenlijk gezag, met de nadrukkelijke verwachting dat de moeder voortaan snel en duidelijk meewerkt aan belangrijke beslissingen.

Volledige uitspraak

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?