Thema · Van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag

Laatst bijgewerkt op: | Wetsingang: Art. 1:253n BW en Art. 1:251a BW en Art. 1:266 BW | Leestijd: 12 minuten

Als het ouders niet lukt om neutraal met elkaar te communiceren en gezamenlijk belangrijke beslissingen te nemen in het belang van het kind, dan kan een situatie van eenhoofdig gezag in plaats van gezamenlijk gezag meer in het belang van het kind zijn.

Bij het de beoordeling of een wijziging in het ouderlijk gezag noodzakelijk is, wordt er door rechters gekeken in hoeverre een kind klem of verloren is tussen de ouders. M.a.w. of de afwezigheid van communicatie bij een gezamenlijk-gezag situatie leidt tot situaties die schadelijk zijn voor het kind.

In de meeste gevallen wordt de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te doen naar de inter-ouder situatie en mogelijke kindsignalen.

De vraag is natuurlijk hoe kansrijk een verzoek is voor wijziging van gezamenlijk naar eenhoofdig gezag. Dit is op voorhand niet te zeggen. Zo kunnen er duidelijke contra-indicaties zijn bij een ouder, bijvoorbeeld wanneer deze zonder valide redenen herhaaldelijk een voor het kind belangrijke beslissing dwarsboomt. Dan is het makkelijker.

Het merendeel van de gepubliceerde uitspraken omvat situaties waarin een ouder met het hoofdverblijf van het kind een wijziging in het gezag voor zichzelf graag wenst. De rechtspraak prikt hier in toenemende mate doorheen.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, betekent beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag niet dat de andere ouder geen recht meer heeft op omgang met het kind. Dit zijn twee van elkaar losstaande zaken.

Er is ook nog een tussenvorm tussen wel en geen ouderlijk gezag t.w. “uitgekleed gezag”. Lees hierover in onze special uitgekleed gezag. Wij doen actief onderzoek naar het functioneren in de praktijk van deze vorm van gezamenlijk gezag. Bezoek hiervoor onze onderzoekspagina.

Overigens kan ook de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken dat één ouder het ouderlijk gezag wordt ontnomen, ook als er géén sprake is van een uithuisplaatsing. Dit is bevestigd door Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in deze uitspraak.

Verder kan een grond voor het beëindigen van het ouderlijk gezag ook zijn dat de ouder in kwestie niet binnen een redelijke termijn kan weer kan voldoen aan de verplichting van 1:247 lid 2 BW (art. 1:266 lid 1 sub a BW). Dit zien we echter vooral bij uithuisplaatsingen. Tenslotte kan misbruik van het ouderlijk gezag grond vormen voor beëindiging (art. 1:266 lid 1 sub b BW).

Onze familierecht-praktijk helpt welwillende ouders in scheidingssituaties die extreem gepolariseerd zijn. We begrijpen voor welke opgave je staat, zowel persoonlijk als juridisch. We kunnen je helpen. Meer info? Contact ons vrijblijvend en vertrouwelijk.

Rechtspraak

Beëindiging toegewezen

Vader begaat zeer ernstige misstrap door brand te stichten in zijn huis waar op dat moment zijn 3 kinderen liggen te slapen. De kinderen overleven het als gevolg van het optreden van de brandweer. De vader wordt strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot moord.

Het Gerechtshof Den Bosch ontneemt vader het ouderlijk gezag. Gezien de ernst van het strafbare feit en het feit dat de brand voor de kinderen een traumatische ervaring heeft opgeleverd is er geen plaats meer voor de uitoefening van het gezag over de kinderen door de vader. Daarnaast is onduidelijk of vader vanwege zijn psychische toestand voldoende kan meedenken in het belang van de kinderen. Van moeder kan in de huidige omstandigheden ook niet gevergd worden dat zij met de vader in overleg treedt over belangrijke beslissingen aangaande de kinderen. Vader heeft zich ook onvoldoende medewerkend getoond waardoor de afgifte van identiteitspapieren en de vakanties van de kinderen zijn vertraagd. Een beroep op het feit dat vader in detentie zit is vindt het hof onvoldoende aannemelijk.h

Volledige uitspraak

Vader uit detentie met bipolaire stoornis overtreed herhaaldelijk het civielrechtelijk contactverbod dat hij heeft. Raakt nu zijn gezag kwijt omdat het te belastend is voor moeder om met ouderniveau het gesprek aan te gaan. Ook heeft vader zijn toestemming voor speltherapie voor de kinderen onthouden. Onderzoek naar hervatting van de omgang wordt in een later stadium weer opgepakt door de Raad voor de Kinderbescherming.

Naschrift: De essentie is dat vader zijn gezag kwijtraakt door samengevat ‘onwelgevallig gedrag’. Tegelijk blijkt uit de uitspraak dat moeder emotionele bezwaren heeft ten aanzien van de communicatie met vader. De vraag die dan ook opkomt in hoeverre de moeder daadwerkelijk acties heeft ondernomen om het gezag normaal te laten werken (t.w. in hoeverre ze overleg heeft geïnitieerd en daar ook ruimte voor heeft geboden). Deze afweging ontbreekt o.i. in deze uitspraak. Ook pleiten wij voor een stepdown naar een aangepaste versie van uitgekleed gezag clausule, zodat beide ouders meer stimulans voelen om in relatie tot gezagsbeslissingen welwillend gedrag te (gaan) vertonen.

Volledige uitspraak

Een moeder verzoekt beëindiging van het gezamenlijk gezag met vader over hun minderjarige kind. In het verleden is er (ogenschijnlijk) een voorval geweest wat tot een tijdelijk contactverbod heeft geleid voor vader. Nadat het contactverbod is geëindigd heeft vader niet getracht om het contact met zijn kind te herstellen. Wel heeft hij een aantal maken zijn toestemming bij gezagsbeslissingen onthouden als voorwaarde dat hij contact met zijn kind zou kunnen hebben. Enerzijds dus geen ‘zachte pogingen’ anderzijds ogenschijnlijk ‘noodgrepen’ of in ieder geval ‘negatieve pogingen’. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank om vader het gezag te ontnemen.

Volledige uitspraak

Ouders zijn als hun scheiding in 2013 aan het procederen en er zijn a 6 tussenbeschikkingen geweest. De rechtbank heeft uiteindelijk de knoop doorgehakt en vader het ouderlijk gezag ontnomen. Het hof gaat hier in mee. Qua rechtspraak is dit een klassieke zaak waarin de strijd tussen de ouders de hoofdreden is van het beëindigen van het gezamenlijk ouderlijk gezag.

Uit de uitspraak wordt niet duidelijk in hoeverre er een toetsing heeft plaatsgevonden op basis van artikel 1:247 lid 3 BW. Dit is relevant om dat in deze casus de uitvoering van de omgangsregeling een belangrijk en blijvend probleempunt was.

In de uitspraak wordt expliciet gesteld dat de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag niet betekent dat er iets wijzigt in de omgangsregeling. Ook wordt de verantwoordelijkheid voor moeder om vader op de hoogte te houden extra benadrukt.

Volledige uitspraak

Vader verweert zich tegen verzoek van moeder om wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig ouderlijk gezag. Vader ziet zijn kinderen al niet sinds midden 2017.

De strijd tussen de ouders (ex-partners) leidt tot kindsignalen en onwenselijk gedrag volgens de Raad voor de Kinderbescherming. Volgens de Raad heeft de ontwikkeling van de kinderen sinds de vader uit beeld is een positieve beeld laten zien.

De rechtbank heeft een begeleide omgangsregeling vastgesteld tussen de kinderen en vader. Het hof beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag doch suggereert zelf naar de toekomst dat vader – als zaken tot rust zijn gekomen (lees: communicatie verbeterd) – weer een verzoek kan doen voor gezamenlijk ouderlijk gezag.

Volledige uitspraak

Naschrift: De suggestie die het hof hier doet is opmerkelijk, ook omdat het op basis van ‘gewijzigde omstandigheden’ altijd mogelijk is om een wijzigingsverzoek te doen. Een juridische procedure draagt ook weinig bij aan de harmonie en communicatie tussen ouders. O.i. zou de basis moeten zijn dat er rust wordt gebracht door een (veilige) heropbouw van de omgang tussen de kinderen en vader, met een duidelijke monitoring van de welwillendheid van beide ouders. Gezamenlijk ouderlijk gezag, eventueel in ‘uitgeklede vorm’ voor vader, zou dan automatisch moeten kunnen vloeien uit de gedeelde zorgtaak.

Beëindiging afgewezen

Kinderen zien al jaren hun vader niet, hebben een zeer negatief vaderbeeld. Moeder tracht vader het ouderlijk gezag te ontnemen, doch het feit dat vader ervoor kies om op afstand te blijven is onvoldoende reden om hem het gezag te ontnemen. De kinderen geven in het kindgesprek zelf aan dat zij willen dat vader het gezag wordt ontnomen. Dit wordt gepasseerd door het hof. Het is in beginsel niet aan de kinderen wie het gezag over hen uitoefent of hoe gezagsbeslissingen tot stand komen.

Naschrift: Dit is een klassieke zaak waarin eigenlijk het ouderverstotingsvraagstuk en het negatieve ouderbeeld centraal zou moeten staan. Ook zou artikel 1:247 lid 3 BW centraal moeten staan. D.w.z. het gebrek van concrete punten waaruit positieve actie blijkt van de verzoekende ouder (i.c. de moeder) zou een sterke contra-indicatie moeten zijn voor het hof over de werkelijke motieven van het verzoek tot eenhoofdig gezag. 

Volledige uitspraak

Man die tracht om te gaan met een moeder met alcoholverslaving, borderline persoonlijkheidsstoornis en emotieregulatiestoornis, verzoekt eenhoofdig gezag, omdat ‘vrijvertaald’ een toestemming voor reizen buitenland door moeder niet werd gegeven en vader daartoe een procedure voor vervangende toestemming moest voeren.

Volgens het hof is er nog onvoldoende door ouders geprobeerd om de communicatie tussen de ouders te verbeteren, volgt afwijzing.

Volledige uitspraak

Twee ouders scheiden in 2015 en leven al meer dan 3 jaar in een niet aflatende vechtscheiding in welk kader al meerdere juridische procedures zijn geweest. Vader heeft een vliegend beroep waarvoor hij veel in het buitenland (Kazachstan) verblijft.

Moeder tracht vader vanwege de slechte communicatie tussen ouders het ouderlijk gezag te laten ontnemen. Tevens tracht zij de reeds minimale omgangsregeling die het kind met vader heeft verder terug te dringen.

Uit rapporten van de betrokken hulpverlening volgt dat moeder niet meewerkt. Hof oordeelt tot afwijzing van het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag.

Naschrift: Opmerkelijk in deze uitspraak is de volgende zinsnede: “Het is van belang voor [de minderjarige] dat beide ouders met het gezag belast zijn zodat zij van beide ouders de zorg en begeleiding kan ontvangen die zij, zeker gelet op haar beperking, nodig heeft.”

Dit argument om het gezag in stand te laten miskent op zich de realiteit dat zorg en gezag (meebeslissen) twee losstaande zaken zijn.

O.i. zou zuiverder zijn als specifieker het onvoldoende depolariseren van de inter-ouder situatie van de zijde van de hoofdverzorgende ouder (i.c. de moeder) en het daarmee in stand houden van het conflict haar sterkt wordt aangerekend en dat dit zeker niet kan leiden tot het ontnemen van het gezag van de andere ouder.

Uit de feiten in de uitspraak volgt ook dat moeder haar wettelijke plicht van 1:247 lid 3 BW niet (voldoende) invult. Aannemende dat de vader gewoon bereikbaar en overlegbereid is met moeder, is er praktisch ook geen reden om hem het gezag te ontnemen of hij nu fysiek aanwezig is of niet.

Het was mooi geweest als dit aspect t.w. de (mate van) welwillendheid van vader in relatie tot gezamenlijke gezagsbeslissingen een plaats had gekregen in de uitspraak.

Volledige uitspraak

Een bijzondere zaak die zeker het bespreken waard is.

Ouders (ex-partners) leven al jaren in onmin met elkaar. De communicatie is gestokt en vader ziet zijn kind al jaren niet. Aanvankelijk had moeder eenhoofdig gezag dat ongeveer 1,5 jaar na de geboorte van het kind is omgezet in gezamenlijk gezag.

Moeder wilde hier echter weer vanaf en diende in eind 2013 weer een verzoekschrift in voor beëindiging van het gezamenlijk gezag. Dit werd ongeveer een jaar later toegewezen door de rechtbank.

Het hof ging hier in hoger beroep echter niet in mee. Inmiddels was er een OTS vastgesteld en het hof was van mening dat de gezinsvoogd in staat moest zijn om beide ouders op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Gevolg vernietiging van de rechtbankuitspraak op dit punt.

Moeder ging daarop naar de Hoge Raad. Haar cassatieberoep slaagde echter niet en het gezamenlijk gezag bleef dus bestaan.

Volledige conclusie

Kinderen hebben al jaren geen contact met hun vader en moeder verzoek nu beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag.

De Raad voor de Kinderbescherming die onderzoek doet, komt tot een opmerkelijk positieve conclusie t.w. dat een beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag het negatieve vaderbeeld bij de kinderen zal bevestigen en het daarom niet in het belang is van de kinderen om eenhoofdig gezag aan moeder toe te kennen.

Het hof gaat hier in mee: “Het gezag is de enige nog bestaande connectie tussen de kinderen en de vader. Met de Raad is het hof van oordeel dat beëindiging van het gezag van de vader het negatieve vaderbeeld bij de kinderen zou bevestigen en een stap zou zijn naar verdere verwijdering tussen de vader en de kinderen, hetgeen het hof niet in hun belang acht.” Volgt afwijzing van het verzoek.

Naschrift: Het advies van de Raad en de uitspraak van het hof impliceert een welwillende vader die het beste voorheeft met zijn kinderen en wordt gedwarsboomd door in dit contact. We zijn erg benieuwd naar de verdere inspanningen van vader voor contactherstel met zijn kinderen.

Volledige uitspraak

Lees ook dit

  1. Klemcriterium staat centraal (Art. 1:251a lid 1 BW)
  2. In nagenoeg alle gevallen vraagt de rechter advies aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad doet geen onderzoek naar het werkelijke gedrag van ouders in relatie tot 1:247 lid 3 BW. Dit is iets dat wij juist wel graag zouden zien. Lees ons blog hierover.
  3. Wanneer er geen contra-indicaties zijn bij de andere ouder, m.a.w. als deze consistent meewerkend/overleggericht/welwillend gedrag laat zien, is een verzoek voor het verkrijgen van eenhoofdig ouderlijk gezag weinig kansrijk.
  4. Als er wel (historische) contra-indicaties zijn bij de andere ouder dan kijken rechters ook in hoeverre deze ouder inspanningen heeft verricht om de gevolgen hiervan voor het kind en eventueel de andere ouder te verminderen. En in welke mate er zelfinzicht is over de gevolgen voor het kind en de andere ouder.
  5. We zien in toenemende mate uitspraken waarin eenhoofdig ouderlijk gezag niet wordt toegewezen omdat de andere ouder daardoor teveel buiten beeld zou geraken. Dit is overigens alleen bij zaken waarin er geen contra-indicaties zijn bij deze ouder.
  6. In het merendeel van de gepubliceerde rechtszaken gaat eenhoofdig ouderlijk gezag uiteindelijk naar de moeder. Dit wordt ook veroorzaakt doordat meer moeders het hoofdverblijf hebben dan vaders.
  7. Ook verzoeken van vaders om eenhoofdig gezag kunnen succesvol zijn.
  • In hoeverre er kindsignalen zijn, die ook door professionele derden zijn vastgesteld.
  • In welke mate er communicatie tussen de ouders is en zij in staat zijn om gezamenlijk te overleggen en tot beslissingen te komen.
  • Voor zover het kind mogelijk wel klem- en verloren is tussen de ouders, in hoeverre te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt.
  • De uitkomsten van het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • In hoeverre een van de ouders met het ouderlijk gezag zich niet-welwillend of onbereikbaar voor overleg toont.

Deel dit

Laatst bijgewerkt op: