Opinie
In onze opinie-sectie kijken we kritisch naar hoe het systeem bij vechtscheidingen handelt en wat dat betekent voor kinderen en ouders. Ook doen we voorstellen voor verbetering.
De artikelen zijn bedoeld voor professionals werkzaam in of met ‘het systeem’, en daarnaast voor iedereen die in een vechtscheiding zit.
MGFK: Deel 4: De 10 kerndomeinen van gedragsinventarisatie
In het kort: Deel 4 introduceert de tien kern-domeinen waarin het MGFK gedragsinformatie ordent. Door gedrag niet als losse incidenten te beoordelen, maar te plaatsen binnen vaste categorieën zoals communicatie, informatieoverdracht, samenwerking, juridische naleving, emoties, escalatie en veiligheid, ontstaat een compleet beeld van wat ouders doen én nalaten.
MGFK: Deel 3: De architectuur van MGFK
In het kort: Deel 3 beschrijft de architectuur van het MGFK: de structuur waarmee gedrag systematisch wordt verzameld, geordend en geïnterpreteerd. Het model werkt met gedragsnodes, bronnen, tijdlijnen, domeinen en functiehypothesen, zodat professionals niet langer afhankelijk zijn van losse indrukken of fragmentarische informatie. Dit deel laat zien hoe
MGFK: Deel 2: De basisprincipes van een ‘pre-label analyse’
In het kort: In familiezaken wordt gedrag vaak te snel geduid: ouders krijgen labels zoals ‘pleger’, ‘slachtoffer’, ‘weigerende ouder’, ‘beschermend’ of ‘niet-welwillend’, terwijl de onderliggende patronen nog niet zijn onderzocht. Deel 2 introduceert de pre-label analyse: een systematische manier om eerst het gedrag zelf te verzamelen, te ordenen
MGFK: Deel 1: Waarom het huidige systeem tekortschiet
In het kort: In het huidige Nederlandse familierecht werken professionals vaak met beperkte, gefragmenteerde informatie over ouders, waardoor conclusies soms te vroeg worden getrokken of belangrijke patronen juist onzichtbaar blijven. Hulpverlening, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtspraak hanteren ieder hun eigen werkwijze, zonder een
MGFK: Deel 0: Een nieuw methodisch kader binnen het familierecht. De aanleiding.
In het kort: In het Nederlandse familierecht worden belangrijke beslissingen over kinderen vaak genomen zonder een duidelijke en systematische manier om het gedrag van ouders goed te onderzoeken. Hierdoor worden signalen van geweld soms gemist, worden beschuldigingen soms te snel geloofd en kunnen kinderen onnodig klem komen te
Scholingsregister rechtspraak: Transparantie als hoeksteen van integriteit
In het kort: Rechters worden regelmatig geschoold door externe deskundigen, waaronder advocaten. Deze scholing is waardevol, maar kan – zeker wanneer dezelfde advocaat later in een zaak optreedt – de schijn van beïnvloeding of gezagsrelaties oproepen. Anders dan bij nevenfuncties bestaat in Nederland en Europa geen openbaar register
Forensisch denken in het familierecht: Forensisch toezicht
In het kort: Tijdens een ondertoezichtstelling ziet de gecertificeerde instelling (GI) toe op het naleven van ouderlijke plichten. In de praktijk is dat toezicht uitgehold: het wordt ingevuld als begeleiding of hulpverlening. Daardoor verschuift de verantwoordelijkheid van ouders naar het systeem en blijft de ontwikkelingsbedreiging (te) vaak bestaan.
Forensisch denken in het familierecht: Het kind als toetssteen
In het kort: Het familierecht noemt het kind vaak het uitgangspunt, maar zelden wordt systematisch vastgesteld wat dat betekent. Het belang van het kind is een ethisch beginsel geworden, geen methodisch criterium. Dit artikel opent een serie over methodisch forensisch denken in het familierecht, de jeugdbescherming en de
Geweld in het familierecht: van MASIC-NL naar forensiek
In het kort: De MASIC-NL heeft in potentie een waardevolle signaleringsfunctie, maar is geen forensisch instrument. Toch wordt het in de rechtspraktijk soms als zodanig gehanteerd. Dat creëert bewijsrechtelijke risico’s en ondermijnt rechtszekerheid. Een verantwoorde risicotaxatie bij (partner)geweld vraagt om een landelijk gevalideerde methodiek met duidelijke kwaliteitsnormen en
Parallel Ouderschapsovereenkomsten mogelijk (gedeeltelijk) ongeldig!
In het kort: In de scheidingspraktijk is er een opmerkelijke verschuiving zichtbaar: hulpverleners die ouders bij hoogconflictscheidingen aanmoedigen zelf een parallel-ouderschapsovereenkomsten op te stellen en te sluiten. Deze afspraken beogen rust te creëren, bijvoorbeeld door onderlinge communicatie te minimaliseren en beslissingen per verblijfsperiode te verdelen. De intentie is