Ouderverstoting Special

Bijgewerkt: 25 november 2025

Houdt je ex-partner opzettelijk de inter-ouderrelatie onrustig en wordt jullie kind ingezet voor de strijd? Dan kan dit ertoe leiden dat je kind – uit zelfbehoud – jou op termijn volledig verstoot. Dit pijnlijke proces heet ouderverstoting. Maar let op: ouderverstoting is bijna altijd een symptoom. De échte oorzaak – en dus de sleutel tot de oplossing – is het gedrag van de andere ouder. Dit gedrag noemen we oudervervreemding.

Zit je nu in een acute situatie waarin de omgang niet meer (volledig) wordt nagekomen, blijf rustig. Niet-nakomingen kunnen een teken zijn van een gestarte/lopende vervreemdingscampagne (Fase 1) of een voltooide campagne (Fase 2). Dit onderscheid is niet altijd eenvoudig te maken. Ook is er  oudervervreemding bij zeer jonge kinderen 0-3 jaar (Fase 0). Hierbij worden gemiddeld genomen andere oudervervreemdingstactieken ingezet. Voor deze drie situaties wordt hierna uitgelegd wat je kunt doen. Ook is er een uitgebreide sectie over rechtspraak. Hierin wordt uitgelegd hoe de rechtspraak hiermee omgaat en kun je ook voorbeelduitspraken lezen. Wil je hulp? Zoek contact.

Ouderverstoting is de beslissing door het kind om een ouder (steeds meer/volledig) af te wijzen waarbij de (voortschrijdende) afwijzing wortelt in oudervervreemdend gedrag door de andere ouder. Anders gezegd; contactverlies met één ouder door toedoen van de andere ouder, zonder dat er voor dat contactverlies een objectieve reden is.

Dat een kind geen contact meer wil met de andere ouder betekent niet automatisch dat dit het resultaat is van oudervervreemding. Het gedrag van het kind kan verklaarbaar zijn uit het gedrag van de ouder naar het kind. Dan is er dus geen sprake van ouderverstoting. Een voorbeeld van zo een zaak lees je hier.

Er zijn echter ook veel voorbeelden waarbij de afwijzing wél wordt toegerekend aan de ouder die (inmiddels) de hoofdloyaliteit geniet. Kenmerkend in deze zaken is dat deze ouder zich niet (meer) houdt aan de plicht om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Lees voor een overzicht het rechtspraakoverzicht onderaan deze pagina.

Houdt een ouder zich niet of onvoldoende aan deze ouderlijke plicht en kan deze ook niet aantonen dat deze dit wel heeft gedaan, dan moet ons inziens voorzichtigheidshalve worden aangenomen dat de verstoting door het kind het resultaat is van oudervervreemding hetgeen een vorm van kindermishandeling en tevens een vorm van ex-partnerstrijd is (wat eveneens een vorm van kindermishandeling is).

In de praktijk zien we zo goed als altijd combinaties met de niet-naleving van de andere ouderlijke plichten, zoals de informatieplicht, de consultatieplicht, de plicht om een neutrale ouderschapsrelatie te bewerkstelligen én de (vervangende) toestemming-vooraf-plicht. Het zijn situaties waarin coalitie-ouder veelvuldig zelfbepalend handelt. Het argument dat daartoe wordt aangevoerd is veelal dat het kind dit zou willen of dat dit in het belang van het kind zou zijn. Dit maakt deze situaties o.i. vrij eenvoudig te herkennen.

Fase 1: Er is een vervreemdingscampagne (gestart)

Deze fase kenmerkt zich veelal door vele vormen van loyaliteitsbeïnvloeding. Dit kan zowel plaatsvinden in de vorm van:

  • Negatief gedrag, zoals: kwaadspreken, het veroorzaken van incidenten, ‘meestribbelen’ of het destabiliseren van jouw thuissituatie.
  • Positief gedrag naar het kind, zoals: overdreven aanwezigheid, disproportionele verantwoordelijkheden of koopgedrag.

Als je te maken hebt met oudervervreemding, lees dan onze tips:

  1. Heb je nog contact met je kind, blijf dan inzetten op het hebben van waardevolle hechtingsmomenten. Werk consistent aan een fijne warme band met je kind. Laat je niet afleiden door de belemmeringen die de vervreemder blijft opwerpen.
  2. Zoek (pedagogische) hulp bij het zelf aanleren van positief gedrag om het verstotingsgedrag van je kind op een juiste wijze op te vangen en om te buigen. Het gaat dus om scholing van jezelf en niet om direct het gedrag van je kind te corrigeren.
  3. Vervreemdingsgedrag kan heel lastig te detecteren zijn. School jezelf daarom in het herkennen van de verschillende vormen. Dr. Amy Baker, een internationaal erkende autoriteit op het gebied van ouderverstoting, heeft op zeer heldere wijze 17 verschillende strategieën (link opent bestand) beschreven die vervreemders inzetten.
  4. Administreer nauwgezet welk schadelijke gedrag je observeert bij zowel de andere ouder en je kind en neem passende positieve acties.
  5. Wees zeer beducht op kindsignalen en doe zo nodig een melding bij Veilig Thuis. Houd er wel rekening mee dat Veilig Thuis niet altijd iets wil doen met de melding als er nog ’te weinig’ kindsignalen zijn. Veel kinderen zitten in wat een ‘voortschrijdend ongeluk’ kan worden genoemd, waarin in kleine stapjes het loyaliteitsconflict in het kind steeds erger wordt.
  6. Geef de vervreemder geen ‘haakjes’ waar loyaliteitsbeïnvloedend gedrag aan kan worden opgehangen. Dit is overigens praktisch onmogelijk. De loyaliteitsbeïnvloeding kan namelijk zowel zoor acties als inacties worden gecreëerd.
  7. Als je kind ondanks de negatieve invloed van de vervreemder toch redelijk in balans is, dan bereik je iets positiefs. Ook getuigt het van veerkracht bij je kind, waar je waarschijnlijk een positieve bijdrage aan levert.
  8. Blijf (ook juridisch) inzetten op voldoende omgang met je kind. In meerdere rechterlijke uitspraken is ondanks een ernstige vechtscheiding tussen de ouders toch een (min of meer) gelijkwaardige zorgverdeling vastgesteld of is de zorg (uiteindelijk) zo goed als volledig naar de verstoten ouder gegaan.
  9. Houd hoop. Blijf positief.

Eén van de belangrijkste dilemma’s bij oudervervreemding is of de andere ouder wel of niet te confronteren met het vervreemdingsgedrag. Door negatieve gedragingen en de eventuele invloed daarvan op je kind te blijven benoemen, weet de vervreemder dat het gedrag niet ongezien blijft. Het geeft de vervreemder gelegenheid om te reageren of het biedt een gelegenheid om in overleg te gaan. Leidt het niet tot een positieve gedragsverandering, dan bouw je zo automatisch een dossier op van welwillend en welhandelend gedrag van jouw zijde, gevolgd door niet-welwillend gedrag van de andere zijde. De wijze en toon waarop je dit doet is erg belangrijk.

Soms echter kan het verstandiger zijn om de vervreemder (nog) niet te confronteren met het geobserveerde gedrag of de effecten die dit gedrag heeft. Bijvoorbeeld als dit zo aantoonbaar ernstig is, dat dit beter via een hulpverleningsinstantie als Veilig Thuis kan worden aangekaart. Daarnaast krijgen we regelmatig de reactie van cliënten dat ze de confrontatie lastig vinden, omdat het ertoe leidt dat het kind in de thuissituatie van de vervreemder de negatieve gevolgen ervan ondervindt.

Kies je voor benoemen of juist niet benoemen wat je observeert, dan zijn de effecten (voor je kind) nooit te voorspellen. Wat er ook gebeurt, wij raden aan rustig en consistent te blijven. Dit brengt je uiteindelijk het verst, ook als er bijvoorbeeld een hulpverlener is betrokken.

Fase 2: De vervreemdingscampagne is voltooid

Cliënten die verstoten zijn rapporteren dat ze al geruime tijd de effecten voelden van het vervreemdingsgedrag in hun kind. Dit heeft zich dan vertaald in bijvoorbeeld: afstand nemen door het kind, een disproportioneel grote mond of toenemende minachtig of respect voor de ouder. Een voltooide vervreemdingscampagne betekent dat het kind ‘zelf met de voeten stemt’ en niet meer ‘wil’. Voor de duidelijkheid, niet elke vervreemdingscampagne is succesvol. Er zijn ook kinderen die weerstand blijven bieden tegen de vervreemdingsdruk.

Ben je eenmaal verstoten en is er helemaal geen of slechts zeer sporadisch contact, dan helpt dit je wellicht verder:

  1. De wettelijke plicht van de vervreemder om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen stopt niet met de verstoting door het kind. Er zijn professionals die vinden dat dit wel stopt, namelijk gezien de zogenaamde ’toenemende mondigheid’ van het kind (naarmate deze ouder wordt).
    Artikel 1:247 lid 3 BW:
    Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
    Lees ook: Mijn puber heeft mij verstoten, wat kan ik juridisch nog?
  2. Publiceer nooit herkenbaar over je verstoting in de media of op social media. Zowel rechters als de Raad voor de Kinderbescherming zien dit gedrag als schadelijk voor je kind, omdat je je kind door het publieke karakter schaadt. Ook wekt dit de indruk dat je je kind belast met de verantwoordelijkheid om het contact met jou te herstellen. Daarmee plaats je je kind tussen jou en je ex-partner in.
  3. Publiceer niet publiekelijk en herkenbaar over negatieve gedragingen van je ex-partner. Naast dat dit door instanties als belemmerend voor een herstel van de inter-ouderrelatie wordt gezien, neigt het bovendien naar ‘smaad‘ of ‘laster‘. Beiden zijn gedragingen die tot strafvervolging kunnen leiden.
  4. Analyseer goed welke positieve gedragingen van jouw zijde worden verwacht door instanties. Je gedrag consistent positief wijzigen en inzicht tonen, biedt mogelijk ruimte voor een hernieuwd verzoek tot het vaststellen van omgang.
  5. Zoek af en toe op een constructieve manier contact met je kind en de vervreemder – hoe moeilijk dit ook is. Ook als je kind of de vervreemder niet reageert. Verwacht hier niets van, documenteer alles. Zoek niet teveel contact. Voorkom te allen tijde dat je een contactverbod opgelegd krijgt of dat je gedrag anderszins als niet-proportioneel gezien kan worden door een instantie.
  6. Zorg dat je er klaar voor bent als je kind contact opneemt, ongeacht de intentie. Lees: Mijn puber heeft me verstoten, maar WhatsAppt af en toe, wat nu?
  7. Houd hoop, geef niet op, zoek hulp, blijf realistisch, zoek voldoende ruimte en tijd voor jezelf voor leuke dingen.

Fase 0: Vervreemding van zeer jonge kinderen (0-3)

Oudervervreemding start geregeld al heel vroeg in het leven van het kind. Dit vertaalt zich dan bijvoorbeeld in het dwarsbomen van gehechtsheidsopbouw. In de rechtspraak worden die situaties benoemd als dat de moeder geen/onvoldoende emotionele toestemming geeft aan het zeer jonge kind om een band te ontwikkelen met de andere ouder (veelal de vader). Hier in de praktijk zien we bijvoorbeeld: blokkades van erkenning, omgang, het emotioneel belasten daarvan of het dwarsbomen van uitbreiding (in veel gevallen door een vorm van systeem-triangulatie). Situaties als dit hebben een hoog risico op ouderverstoting in een latere levensfase van het kind. Heb je hiermee te maken, dan is het aan te raden om al in een vroeg stadium de inzichten toe te passen die gelden voor oudere kinderen. Voor hulp, neem gerust contact op.

Wat doet de rechter met oudervervreemding en ouderverstoting?

De rechtspraak heeft nog steeds geen eenduidige aanpak. Zowel niet van ouderverstoting door het kind als van oudervervreemding door een ouder.

Enerzijds zien we rechters die doorpakken, die wél maatregelen tegen de vervreemder en voor contactherstel nemen. Dan volgen interventies zoals hoge dwangsommen, ondertoezichtstellingen en gedragsdiagnostiek. Ook zien we soms dat de vervreemder het ouderlijk gezag verliest. Een uithuisplaatsing van het kind (bij de verstoten ouder) of een wijziging hoofdverblijf komt ook voor. Tot slot zien we soms dat de vervreemder de proceskosten moet betalen van de andere ouder.

Anderzijds zien we – ondanks het advies van het Expertteam Ouderverstoting en uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zoals L.D. v. Polen (o.m. vervat in de themapublicatie van het EHRM: Rights of the child Contact rights) – rechters die traditionele denkbeelden in stand houden. Ze gebruiken argumenten zoals: het kind wil niet, het kind laat zich niet dwingen, het gaat best goed met het kind, het kind is hulpverlening-moe, hulp of dwang vergroot alleen maar de weerstand, er is rust nodig, rust gaat mogelijk tot toenadering leiden, het kind gaat als het ouder wordt mogelijk nieuwsgierig worden naar de andere ouder, dus het is beter om het zo te laten. In veel gevallen wordt er nog wel ‘geprobeerd’ om met hulpverlening iets te veranderen. Het vraagt echter ook daadkrachtige rechtspraak als achtervang. Daarnaast duurt het in (te) veel gevallen lang voordat er gestart wordt vanwege wachtlijsten van vele maanden.

Alles overziend brengt dit ons tot de cynische conclusie dat tot het moment dat het systeem – en in het bijzonder de rechtspraak – wél consistent doorpakt, het recht op familieleven respecteert, de ouderlijke actieve inspanningsplichten consistent toetst, helaas nog zeer veel kinderen de band (en daarmee het contact) met een ouder zullen verliezen. Niet omdat er ‘gegronde redenen’ zijn. Wel, doordat ze ouderverstoting als enige ‘uitweg’ zien in reactie op het vervreemdingsgedrag door de ouder bij wie ze zich veilig wanen, doch niet zijn.

Zoals altijd in het familierecht is de uitkomst van een gerechtelijke procedure onzeker. Zo een rechtszaak kan dan gaan over het verkrijgen van meer zorg voor je kind, eenhoofdig gezag en/of de hoofdverblijfplaats. Deze doelen zijn individueel beschreven in onze kennisbank. Tot slot, is het zelf verzoeken van een ondertoezichtstelling mogelijk nog een optie. Zie daarvoor deze uitspraak van Rechtbank Den Haag, waarbij de vader zonder advocaat procedeerde.

Gerechtelijke procedures bieden echter geen garantie dat het vervreemdingsgedrag door de andere ouder stopt. Deze procedures kunnen er zelfs toe leiden dat het kind nog verder in het loyaliteitsconflict wordt gedrongen, bijvoorbeeld omdat het kind van 12 jaar en ouder ook om zijn/haar ‘beïnvloedde’ mening wordt gevraagd. Ook eenhoofdig gezag is geen garantie dat het vervreemdingsgedrag stopt.

Als de vervreemder niet tot inzicht komt dat deze hiermee moet stoppen en zich gaat houden aan diens ouderlijke plichten, dan kunnen oplossingen slechts worden bereikt door het kind volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder te halen. Die ‘omgangskaart’ ligt echter niet snel op tafel. Dit is één van onze grootste kritiekpunten op het huidige systeem.

Het kan bovendien lang duren voordat er voldoende bewijs is van vervreemdingsgedrag om een juridische actie op te baseren, ook omdat het negatieve loyaliteitsbeïnvloedende gedrag van de vervreemder voor derden zeer moeilijk te detecteren kan zijn.

Wanneer een zaak voor de rechter komt waarbij oudervervreemding, ouderverstoting, ouderonthechting of ouderafwijzing wordt gesteld, dan laat de rechter meestal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen. Aan de Raad wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te adviseren welke zorgregeling en gezagssituatie het beste is voor het kind. Deze adviesvraag is o.i. overigens te beperkt en daarin kan je zelf iets sturen door focus te leggen op (het gebrek aan) positieve acties door de vervreemder.

Wordt bij je kind een negatief ouderbeeld vastgesteld, dan is de kans aanzienlijk dat je kind onder toezicht wordt gesteld. Een negatief ouderbeeld kwalificeert in de rechtspraak namelijk als een ‘ernstige ontwikkelingsbedreiging’.

De ondertoezichtstelling biedt in beginsel een kans voor welwillende ouders, hoewel de uitkomst zeer afhankelijk is van de kwaliteit van de gezinsvoogd. We stellen helaas regelmatig vast dat ‘het systeem’ de plank mis slaat of de eenvoudige uitweg kiest. Daarnaast zijn er bij de meeste Gecertificeerde Instellingen die OTS-en uitvoeren wachtlijsten. En deze wachtlijsten faciliteren feitelijk de vervreemder doordat deze kan voortgaan met de vervreemding. Tot slot, kan je de pech hebben dat je een gezinsvoogd treft die niet voldoende capabel is of die vast zit in eigen overtuigingen.

Staat je kind al onder toezicht, dan kan je slechts beperkt invloed uitoefenen om de Gecertificeerde Instelling op het rechte pad te houden. Lees: De gezinsvoogd doet zijn werk niet, wat nu?

Er is een kentering in de rechtspraak zichtbaar waarin er steeds vaker stevig wordt ingegrepen. Er is echter nog geen consistente lijn. Oplossingen die de rechtspraak hanteert zijn:

  • Diagnostiek van de ouders, het inter-oudergedrag en het systeem (bijvoorbeeld door het NIFP/Fivoor). Af en toe wordt er ook een MASIC ingezet, echter die methodiek is niet toegerust voor oudervervreemdend gedrag.
  • Individuele hulpverlening voor ouders en kind.
  • Het inzetten van gedwongen hulpverlening om de omgang tussen het kind en de verstoten ouder te hervatten.
  • Het kind (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de vervreemder plaatsen door een (uithuis)plaatsing bij de verstoten ouder. Ook komt het voor dat het kind eerst in een neutrale omgeving wordt gebracht van waaruit het contact met de verstoten ouder weer wordt opgebouwd.
  • Af en toe zien we dat zeer hoge dwangsommen of lijfsdwang worden vastgesteld om de vervreemder tot nakoming van de rechterlijke beslissing te dwingen.

In hoeverre de rechter dit soort maatregelen werkelijk als serieuze optie beziet hangt af van o.a.:

  • De leeftijd van het kind.
  • De mate van weerstand bij het kind; of er een weglooprisico is of er wellicht ook fysiek verzet is.
  • In welke mate vrijwillige of gedwongen hulpverlening eerder is ingezet.
  • Andere zaken die wellicht een transitie naar de andere ouder zouden belemmeren. Er zijn voorbeelden dat een kind zo sterk parentificeerde, dat dit op zich een contra-indicatie was voor herstel van de omgang met de verstoten ouder, terwijl parentificatie normaal juist een indicatie is voor het tegenovergestelde.

Nationale overheden hebben een actieve inspanningsplicht om het gezins-, familie- en privéleven te beschermen. Inbreuken daarin moeten bovendien proportioneel zijn. Dit is de uitkomst van een hele serie van uitspraken door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, zoals deze uitspraak en deze uitspraak. Overheden moeten 'alles' in het werk stellen om de band (en daarmee het contact) met beide ouders en in het bijzonder met de verstoten ouder te realiseren. Er moet snel worden gehandeld. Ook moeten de ingezette middelen effectief zijn.

De rechtspraak staat weliswaar los van de overheid (scheiding der machten) echter is daar tóch onderdeel van. Zo ziet de rechtspraak de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen als ketenpartners. Als er iets misgaat of als doelen niet behaald worden, dan is uiteindelijk de rechter de enige partij die hierin verandering kan brengen. Onze kritiek richt in de basis dan ook op een gebrek aan daadkracht, gezag en kwaliteit van de rechtspraak bij zaken waarin oudervervreemding (en ouderverstoting) speelt, terwijl de Hoge Raad in deze uitspraak rechters feitelijk de opdracht heeft gegeven om 'alles' in het werk te stellen om omgang te realiseren.

Regelmatig lezen we dat rechters jarenlange gerechtelijke- en hulpverleningstrajecten afsluiten met samengevat "de hoop dat het kind op termijn zelf weer contact zoekt", "de hoop dat in de toekomst de vervreemder alsnog gaat inzien dat deze het contact tussen het kind en de andere ouder moet ondersteunen" of "de verwachting dat het kind op een gegeven moment zelf nieuwsgierig wordt".

In een zaak die diende bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd een vader zelfs het ouderlijk gezag ontnomen. Het doel: om te voorkomen dat hij zich juridisch zou blijven inzetten voor contactherstel met zijn 14 jarige zoon. Dit ondanks dat hij eerder van andere rechters steeds gelijk had gekregen.

Dit soort onbegrijpelijke uitkomsten tonen o.i. slechts een capitulatie van de rechtspraak. Het zijn beslissingen waarmee feitelijk voortdurende en langjarige kindermishandeling evenals psychisch geweld naar de andere ouder wordt gelegitimeerd. Lees in dit kader ook de opinie: Bij ouderverstoting steeds vroegere systeemcapitulatie.

Onvoldoende onderzoek naar (inter-)ouderlijk gedrag

Het spreekt voor zich dat de rechters in de meeste gevallen niet zelfstandig tot dit soort beslissingen komen. De Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen bij ondertoezichtstellingen en soms ook bijzondere curatoren, hebben hierin een belangrijk aandeel.

Zo vallen bijvoorbeeld de neutrale of ronduit contraproductieve standpunten op, zoals dat "wordt gehoopt dat een ouder alsnog meewerkt" of "dat het kind tijd moet worden gegeven om..". Let wel, terwijl het kind veelal volledige onder invloed staat/in de macht is van de vervreemder: een ouder waarvan inmiddels is vastgesteld (of zou kunnen worden vastgesteld) dat deze zich niet/onvoldoende heeft gehouden/houdt aan de plicht om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en emotionele toestemming te geven aan het kind om die band te hebben en houden.

Sterker, het gebeurt nog te vaak dat de vervreemder voor dit type professionals tóch nog een goed-genoeg-verzorger/ouder is omdat er "geen zorgen zijn over de dagelijkse verzorging". Vanzelfsprekend een onbegrijpelijk standpunt. Lees ook de opinie: Maak de band-bevorder-plicht onderdeel van de veertien voorwaarden voor goed-genoeg-ouderschap!

Onvoldoende toetsing (inter-)ouderlijk gedrag

Omdat ouderverstoting in alle gevallen herleidbaar is aan iets dat de vervreemder heeft gedaan en/of nagelaten, zou je verwachten dat de rechtspraak dit ook toetst. De wet biedt daarvoor meerdere aanknopingspunten. Het gaat hierbij om de naleving van o.a. de ouderschapsnormen de informatieplicht, consultatieplicht en (vervangende) toestemming-vooraf-plicht. Het is evenwel eerder standaard dat dat niet wordt gedaan, als dat het wél wordt gedaan. Wordt het wél gedaan dan leiden die zaken regelmatig tot uitkomsten die de vervreemder stevig aanpakken. In de zaken waarin het niet wordt gedaan is het haast een onmogelijke opgave voor de verstoten ouder om nog de weg terug naar het kind te vinden.

Oplossing (ten onrechte) zoeken in hulpverlening

Zoals hierboven geschreven ontbeert de rechtspraak o.i. een gebrek aan gezag en effectiviteit. Dit wordt mede veroorzaakt doordat in plaats daarvan met jeugdhulp wordt geprobeerd de oplossing in het kind te zoeken. Er worden interventies ingezet die bewezen niet-effectief zijn in situaties waarin oudervervreemding speelt: zoals Parallel Ouderschap of een vorm van Ouderschapsbemiddeling.

Een gebrek aan uniformiteit/rechtszekerheid

Het vraagt een rechter met visie en lef om traditionele denkbeelden te doorbreken, zoals de rechter van Rechtbank Limburg in deze uitspraak, de rechter van Rechtbank Rotterdam in deze uitspraak en de rechter van Rechtbank Midden-Nederland in deze uitspraak. Dit type rechters en uitspraken is echter onverminderd schaars (zie onze rechter top 6 hieronder). Hierdoor zijn je kind en jij voor een goede uitkomst afhankelijk van wil van de rechter om daadkrachtig te zijn.

De rechtspraak zwalkt heen en weer en het belang van het kind eist dat dit verandert. Lees ook de opinie: Familierechters, kom met één aanpak van oudervervreemding! Dit is ook van belang om vervreemders geen uitzicht te bieden op mogelijk succes. Het tegenovergestelde gebeurt in de praktijk echter regelmatig. Het zijn uitspraken die tonen dat je als vervreemder uiteindelijk toch wel aan het langste eind trekt of toch nog wel één laatste kans krijgt. Vervreemdingsgedrag is daarmee verworden tot kindermishandeling en ex-partnergeweld waartegenover geen enkele geloofwaardige afschrikking staat. Daarmee drijft o.i. de rechtspraak zelf de instroom van ouderverstotingszaken. Een keiharde conclusie.

Een gebrek aan inzet van beschikbare middelen

De wet biedt rechters ruimschoots (ambtshalve) bevoegdheden verandering te bewerkstelligen. Daarnaast zijn er in de rechtspraak ook gevalideerde routes zoals diagnostiek door Fivoor of het NIFP (van de ouders, de inter-ouderdynamiek en het gezinssysteem, zie ook deze uitspraak in een UHP-zaak) en de begeleide omgangsregeling. Tot slot bestaat er nog zoiets als rechterlijke drang. Dat zijn signalen die rechters in hun beslissingen kunnen verwerken die bijvoorbeeld een bepaalde gedragsinstructie omvatten. Hiervoor geldt overigens ook: geen enkele consistentie in de rechtspraak.

Lees onze uitgebreide visie over hoe het huidige systeem de plank misslaat en hoe ouderverstoting kan worden voorkomen/opgelost. Het NIFP is bezig met een afbouw van familierechtelijke rapportages, wat een zeer zorgelijke ontwikkeling is. Lees ook de opinie: Waarom niet (meer) NIFP bij 'complexe' scheidingen?

De grootste (o.i. eenvoudig oplosbare) verbeterpunten

  • Rechtspraak en hulpverlening lijkt er (nog) onvoldoende van doordrongen dat de de vervreemder een plicht heeft om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen en dat dit een positieve-inspanningsplicht is. Hetzelfde geldt voor de plicht om ook op inter-ouderniveau de situatie tot rust te brengen. Wat o.i. nodig is, is dat de ouders individueel en gezamenlijk strikt worden gehouden aan hun wettelijke plichten van artikel 1:247 leden 2 en 3 BW, de zogenaamde ouderschapsnormen en de overige actieve inspanningsplichten.
  • Je zou verwachten dat als een rechter kiest voor een uithuisplaatsing bij de andere ouder, dat er een team van professionals klaarstaat om dit te begeleiden. Dit gespecialiseerde team is er echter niet, noch is er een gevalideerd hulpprogramma. Dit werpt een extra drempel op voor rechters.

Rechters die goed werk doen en (coalitie-)ouders wel houden aan hun ouderlijke plichten, zetten we in het zonnetje. De namen hierna zijn het resultaat van voortdurend rechtspraakonderzoek. Krijg je één van deze rechters in je zaak, dan is er een grotere kans op een positieve uitkomst. Omdat je geen invloed hebt welke rechtbank bevoegd is en welke rechter je krijgt, heeft dit overzicht uiteraard slechts een beperkte waarde. Vind je dat de rechter in jouw zaak hier niet mag ontbreken, stuur gerust een bericht.

  1. Mw. mr. T. Dopheide, Rechtbank Midden-Nederland
  2. Mw. mr. M.A.A.T. Engbers, Rechtbank Midden-Nederland
  3. Dhr. mr. R.M. van Diepen, Rechtbank Noord-Holland
  4. Dhr. mr. P.H.J. Frénay, Rechtbank Limburg
  5. Mw. mr. H.J. Wieman-Bart, Gerechtshof Den Haag (voorheen Rechtbank Rotterdam)
  6. Dhr. mr. C.A.R.M. van Leuven, Rechtbank Zeeland-West-Brabant (voorheen Gerechtshof Den Bosch)

Wil je verder juridisch verdiepen? Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens publiceert naast beslissingen ook beleidsstukken met samenvattingen van de rechtspraak. Deze stukken zijn zeer lezenswaardig en geven een overzicht van de stand van zaken rondom de verschillende (deel)onderwerpen.

Let op!
Zijn er – ongeprovoceerd door de andere ouder – zaken tussen je kind en jou voorgevallen die een volledige verstoting proportioneel maken? Stel in gerechtelijke, jeugdbeschermings- en hulpverleningsprocessen dan niet dat de afwijzing door je kind uitsluitend het gevolg is van oudervervreemding. Het leidt er o.i. mogelijk toe dat je de verstoting verdiept. Het ontkennen van eigen schadelijk gedrag is nooit de juiste weg om te bewandelen. Wat wel de juiste weg is lees je hier.

Wist je dit?

Fiduon ontwikkelt een nieuw 'open-source' methodisch kader binnen het familierecht. Het doel: betere rechtsbescherming (van kinderen) door forensisch onderzoek van het gedrag van ouders en geduid in relatie tot de positieve ouderlijke plichten. Wil je meer weten, start dan bij: Deel 0 over het Multidimensionaal Gedrags-FunctieKader (MGFK). Meer publicaties volgen binnenkort. Dit initiatief is onderdeel van het Nationaal actieplan: na 2027 uit contact alleen na rechterlijke beslissing!

💬
Je bent niet alleen. Jaarlijks vinden meer dan 120.000 mensen antwoorden in onze kennisbank. Voor hulp of advies: neem gerust contact op.
Lees hierna onze inzichten en voorbeelden van rechterlijke uitspraken in vergelijkbare situaties. Is een rechtszaak onvermijdelijk? Ontdek ook onze kostenbesparende 'litigation support'.

Contact ons voor hulp.
Lees hierna verder ↴

Inzichten

  1. Er lijkt een verandering gaande in de rechtspraak waarin oudervervreemding vaker als ‘een vorm van kindermishandeling’ wordt aangemerkt.
  2. Als de vervreemder ook de ouder met het hoofdverblijf is (meestal de moeder), zal niet snel tot een wijziging in het gezag worden overgegaan als er nog een kans is dat de hulpverlening iets bereikt.
  3. Er is ambivalentie in de rechtspraak rondom de stelligheid waarmee de vervreemder wordt gewezen op de wettelijke plicht om het contact tussen het kind en de andere ouder te bevorderen.
  4. Niet op tijd handelen kan ertoe leiden dat er een ‘voldongen feit’ ontstaat, waarbij een eventueel contact tussen de verstoten ouder en het kind op de lange baan wordt geschoven en toch weer afhankelijk wordt gesteld van de steun van de vervreemder of het initiatief van het kind.
  • Hoe aannemelijk het is dat de situatie is veroorzaakt in het kader van een vervreemdingscampagne door een vervreemder.
  • In hoeverre er contra-indicaties zijn bij de verstoten ouder.
  • In hoeverre er contra-indicaties zijn in de band tussen het kind en de verstoten ouder.
  • Hoe haalbaar de wens-doelen van de verstoten ouder zijn in relatie tot de ‘psychologische draagkracht’ van het kind en de vervreemder.
  • In hoeverre er al in een eerder stadium hulpverlening is ingezet.
  • De leeftijd van het kind.

Wat thans nog onderbelicht blijft in de gemiddelde rechterlijke beoordeling is in hoeverre de ouder bij wie het kind na verstoting verblijft zich (ruimhartig) heeft gehouden en nog houdt aan de verplichtingen die komen met de ouderlijke verantwoordelijkheid. Dit omvat onder andere de plicht om de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, de informatie- en consultatieplicht en de plicht om een normale ouderschapsrelatie met de andere ouder te bewerkstelligen. Geen enkele ouder heeft het recht zich aan deze verplichtingen te onttrekken zonder rechterlijke toestemming. Dit wel doen is feitelijk ‘eigenrichting’, echter dit wordt door de rechtspraak onvoldoende (h)erkend.

Contact ons voor hulp.
Lees hierna verder ↴

Rechtspraak

Je leest een selectie. Deze wordt regelmatig bijgewerkt. Meer uitspraken of research nodig? Contact ons voor hulp.

Rechter handelt wel bij oudervervreemding

Twee kinderen zien hun moeder al bijna 5 jaar niet meer. De vader houdt zich niet aan zijn plicht ex artikel 1:247 lid 3 BW om de banden tussen de kinderen en de moeder te bevorderen. De moeder verzoekt vervangende toestemming voor de inzet van een kinderpsycholoog hetgeen het hof toewijst.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Opmerkelijk aan deze uitspraak is hoe hoog het gerechtshof de inspanningsplicht van de vader inschaalt. Hierna de letterlijke overweging van het gerechtshof:

De vader stelt wel dat hij de kinderen de ruimte geeft voor contact met de moeder, maar het hof heeft allerminst de indruk gekregen dat hij zich hiertoe stimulerend heeft opgesteld de afgelopen jaren. De impasse die is ontstaan heeft hij zelf mede gefaciliteerd door de strijd met de kinderen uit de weg te gaan. De vader heeft in dit verband ter zitting verklaard niet tegen de kinderen in te gaan als het over de moeder gaat, want dan zou ook hij ze tegen hem in het harnas jagen. Daarmee geeft hij impliciet goedkeuring aan de opstelling en het gedrag van de kinderen en houdt hij de situatie in stand. Hij miskent daarbij bovendien zijn rol als volwassene en verzorgende ouder in het bijstellen van het beeld van de kinderen over (contact met) de moeder en zijn wettelijke verplichting om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen (artikel 1:247 lid 3 BW). De vader informeert de moeder weliswaar structureel over de kinderen, maar verwijt haar vervolgens dat zij hierop niet reageert. Wat kan er echter nog van de moeder worden verwacht wanneer zij constant signalen krijgt om de kinderen met rust te laten, geen informatie meer over [de minderjarige2] mag opvragen (via school) en de kaartjes en cadeaus die zij stuurt ongeopend geretourneerd krijgt? Het risico is groot dat [de minderjarige2] en [de minderjarige1] , doordat zij (in deze cruciale fase van puberteit) opgroeien zonder de moeder en met een negatief beeld van de moeder, schade oplopen in hun identiteitsontwikkeling en hechting en er andere problemen ontstaan met bijvoorbeeld het zelfbeeld, zelfvertrouwen en het aangaan van relaties. Hoewel de mening van de kinderen, mede gelet op hun leeftijd, van belang is, kunnen zij de gevolgen van het afwijzen van contact met hun moeder voor de toekomst onvoldoende overzien. Ook de raad heeft ter zitting zijn zorgen uitgesproken over de situatie en uitlatingen van de kinderen en benadrukt dat de vader boven de kinderen dient te gaan staan, in plaats van ernaast.

Het wordt tijd dat de rechtspraak consistent coalitie-ouders gaat houden aan de actieve inspanningsplichten.

Twee kinderen krijgen geen emotionele toestemming van hun moeder en kunnen daardoor al meer dan 3 jaar geen (onbelast) contact met hun vader. De kinderen zijn uithuisgeplaatst bij de grootouders en momenteel ligt voor of dit moet worden verlengd of dat er een andere beslissing genomen moet worden.

Het gerechtshof beslist dat de kinderen voortaan het hoofdverblijf bij de vader krijgen aangezien hij wel in staat is om die toestemming aan de kinderen te geven om contact met de moeder aan te gaan. De zorgregeling met de moeder wordt onder regie van de GI weer opgebouwd.

Volledige uitspraak

Naschrift:

In tegenstelling tot de rechter van Rechtbank Noord-Nederland in deze uitspraak pakt Gerechtshof Arnhem Leeuwarden nu wél door met een wijziging hoofdverblijf. Het is een duidelijk signaal de praktijk in. Echter, de opgelopen schade, mede het resultaat van de eerdere rechtbankbeslissing, is zeer reëel. Dit kan nooit meer ongedaan worden gemaakt.

Een kind heeft al bijna 2 jaar geen contact meer met haar moeder en woont bij haar vader. Ondanks eerdere beslissingen die het contact moesten herstellen lukt dit echter niet. Het kind wordt vervolgens onder toezicht gesteld, echter ook de GI lukt het niet en de GI laat de ondertoezichtstelling aflopen, ondanks dat de raad dit niet wilde. De rechtbank besluit vervolgens tot een BOR 3 traject. Dit komt echter niet van de grond omdat de vader niet meewerkt. Therapie voor het kind komt ook niet van de grond omdat de vader die niet objectief vindt.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van ouderverstoting en stelt op verzoek van de moeder het hoofdverblijf nu bij de moeder vast en overweegt o.a.:

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat er uit de behandeling van deze zaak maar één verklaring is te vinden voor de uiterst negatieve en afwijzende houding van [minderjarige] richting de moeder: [minderjarige] wordt zeer negatief beïnvloed door de vader die – zo lijkt het; een andere verklaring is daarvoor niet naar voren gekomen of boven water gekomen – kennelijk niet kan verkroppen dat de moeder de relatie met hem heeft beëindigd.

Het wordt aan hulpverlening gelaten om het kind naar de moeder te begeleiden.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat natuurlijk opvalt in deze uitspraak is de beslissing die tegen de stroom ingaat. Daarnaast valt het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming op:

“Volgens de raad passen de uitlatingen van [minderjarige] bij een kind dat klem zit tussen de ouders en dat in een fors loyaliteitsconflict is beland. Volgens de raad lukt het de vader niet om naar zijn eigen aandeel te kijken. Het lukt de ouders niet om tot progressie te komen, omdat verwijten van de vader naar de moeder de boventoon voeren. De vader wil [minderjarige] beschermen en neemt de volledige regie. Daarmee gaat hij voorbij aan gevoelens, verlangens en behoeftes die [minderjarige] diep van binnen kan hebben en dat zijn gedrag schadelijk is voor de ontwikkeling van [minderjarige].”

en

“De vertegenwoordigster van de raad gaf aan dat de raad op basis van het onderzoek niet kan concluderen dat hiervan sprake is, maar dat de raad daar ook geen onderzoek naar gaat doen. De raad richt zich in zijn onderzoeken op de vraag wat een kind nodig heeft om zich goed te ontwikkelen. De raad maakt zich grote zorgen om [minderjarige].”

Twee kinderen staan onder toezicht mede omdat ze geen onbelast contact (kunnen) hebben met hun vader. De GI verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling voor een periode van 3 maanden teneinde ouders alsnog in de gelegenheid te stellen om afspraken te maken over het verblijf van de kinderen in de weekenden bij de vader. De moeder stelt die afspraken nu niet na te komen omdat ze denkt dat de vader de kinderen niet naar de activiteiten van de kinderen gaat brengen, hetgeen volgens de vader niet aan de orde is.

De rechter verlengt de ondertoezichtstelling.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Wat opvalt aan deze uitspraak is dat de moeder geen emotionele toestemming lijkt te geven aan de kinderen om een onbelast contact met de vader te kunnen aangaan. Haar zelfbepalende gedrag vertaald in de dwingende wens en argwaan of de vader de weekendbestedingen van de kinderen gaat nakomen is hierin zeer kenmerkend.

Hier in de praktijk regelmatig situaties waarin ouders waarbij het kind enige tijd alleen verblijft alles rondom het kind dichtplannen teneinde te voorkomen dat de kinderen weer sociaal kunnen terugbewegen naar de andere ouder (door ‘andere bezigheden’ in de betreffende weekenden). Het spreekt voor zich dat dit gedrag haaks staat op de band-bevorder-plicht van de betreffende ouder.

Wat verder opvalt aan de uitspraak is hoe de rechter dit aspect omzeilt door consistent van ouderS te spreken in plaats van de ouder die het onbelaste contact tegenhoudt (i.c. moeder) daarop heel duidelijk aan te spreken. Vader is NB een nakomingsprocedure in kortgeding gestart.

Twee kinderen zien hun moeder niet en zijn loyaal naar hun vader. Vader werkt niet mee aan de hulpverlening. De betrokken GI (Jeugdbescherming Gelderland) gooit de handdoek in de ring en wil ondertoezichtstelling niet verlengen. Moeder doet dit verzoek evenwel zelfstandig en dit wordt gehonoreerd door de rechter. Tevens worden JB Gelderland vervangen door Jeugd Veilig Verder omdat het nog steeds in het belang van de kinderen is dat er wordt gewerkt aan het contactherstel.

Volledige uitspraak

Rechter handelt niet bij oudervervreemding

Twee kinderen hebben al bijna 4 jaar geen contact met hun vader. De vader komt (opnieuw) op bij de rechter teneinde een omgangsregeling en gezamenlijk gezag te laten vaststellen. Ook verzoekt hij bij voorlopige voorziening een omgangsregeling.

Uit de gesprekken met de kinderen volgen onvoldoende redenen die het wens tot geen-contact zouden kunnen rechtvaardigen. Dit leidt voor de rechter tot de conclusie dat de kinderen (red: van de moeder) onvoldoende ruimte (raad: emotionele toestemming) voelen om het beeld dat zij van hun vader hebben bij te stellen. Zo zou moeder willen voorkomen dat haar relatie met de kinderen daardoor zou beschadigen. De rechter vindt dat de moeder hiermee aan de slag moet.

Hoewel het dus duidelijk is dat de moeder degene is die de hervatting van de omgang in de weg staat, stelt de rechter toch geen omgang vast. Als reden (red: lees escape) voert de rechter hiervoor aan dat de vader heeft aangegeven de kinderen niet te willen dwingen (red: de koninklijke weg kiest).

Ook stelt de rechter geen gezamenlijk gezag vast (red: ondanks dat eerdere rechters hebben geoordeeld dat in dit soort situaties – niet naleving van artikel 1:247 lid 3 BW) juist wel daartoe kan/moet worden worden overgegaan.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het houdt niet op. Niet vanzelf. Opnieuw faalt de Nederlandse familierechtspraak in zeer ernstige mate door deze moeder niet aan haar artikel 1:247 lid 3 BW actieve inspanningsplicht te houden en aan de niet-naleving daarvan consequenties te verbinden, zoals ten aanzien van het ouderlijk gezag of in de vorm van psycho-educatie. Dit moet veranderen omdat dit soort signalen de praktijk in juist alleen maar voor meer instroom gaat zorgen van dit soort zaken.

Twee kinderen staan onder toezicht vanwege de voortdurende ex-partnerstrijd tussen de ouders, waardoor de kinderen klem zitten. Hetgeen tussen de ouders o.a. in geschil is, is de zorgregeling van beide kinderen. De oudste heeft aangegeven het niet meer fijn te vinden bij de vader en (meer) bij de moeder te willen verblijven.

De rechter overweegt o.a. het volgende:

De kinderrechter is van oordeel dat de afspraken zoals neergelegd in het echtscheidingsconvenant niet langer passend zijn. [minderjarige 1] bevindt zich inmiddels in een andere levensfase. Waar zij ten tijde van het convenant nog naar de basisschool ging, is zij inmiddels een puber, volop in haar ontwikkeling naar volwassenheid. Een andere levensfase brengt andere wensen met zich, zo ook bij [minderjarige 1]. [minderjarige 1] is duidelijk in haar wens om niet meer bij de vader te willen overnachten. De vader heeft daar gevolg aan gegeven en ermee ingestemd dat [minderjarige 1] niet meer bij hem overnacht. De vader verdient daarvoor een compliment. Daarnaast heeft [minderjarige 1] aangegeven niet meer op vier, en recent soms zelfs vijf, dagen naar de vader toe te willen. Zij voelt zich thuis in het huis van de moeder en wil daar meer verblijven. Deze wens komt ook voort uit haar groeiende behoefte aan regie, conform haar leeftijd, en een combinatie van verschillende gebeurtenissen bij de vader waar zij zich niet prettig bij heeft gevoeld. De kinderrechter merkt op dat het – zeker bij pubers – meer gaat om de kwaliteit van de contactmomenten met een ouder, dan om de kwantiteit. Het dwingen van een puber tot omgang tegen haar zin, zal averechts werken en komt de invulling en kwaliteit van de contactmomenten niet ten goede. De kinderrechter is tegelijkertijd van oordeel dat het evenmin wenselijk is als de regie volledig bij [minderjarige 1] komt te liggen. De kinderrechter zal daarom een voorlopige zorgregeling vaststellen, zoals ter zitting is geadviseerd door de bijzondere curator, waarbij [minderjarige 1] op minder vaste dagen naar de vader toe gaat. Positief is dat partijen met elkaar op zitting overeengekomen zijn welke dagen voor [minderjarige 1] het prettigst zijn; de dinsdag en vrijdag. Daarnaast zal worden vastgelegd dat [minderjarige 1] om de week op zaterdagmiddag tot begin van de avond bij de vader zal zijn. Dit geeft [minderjarige 1] meer vrijheid op de zaterdagen dat zij thuis is bij de moeder en zorgt er hopelijk ook voor dat [minderjarige 1], op de zaterdagen dat ze bij de vader is, meer leuke dingen met de vader en kan en wil ondernemen. Ook voor wat betreft de vakanties zal de kinderrechter het advies van de bijzondere curator overnemen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Het is een zaak die op het eerste gezicht een positieve uitkomst heeft voor de 14-jarige. Ze krijgt wat ze wil. Deze uitspraak valt wat ons betreft toch in het bakje ‘grijpt niet in’ omdat andermaal volledig de weging ontbreekt waardoor de klemsituatie precies is veroorzaakt. De uitspraak wekt de schijn dat de vader de koninklijke weg heeft gekozen om erger te voorkomen. Bovendien zendt deze uitspraak een signaal de praktijk in dat contactfrequentie er eigenlijk nauwelijks toe doet terwijl frequentie er ook toe leidt dat er voldoende ruimte is voor kwalitatief hoogwaardige hechtingsmomenten.

Tien jaar lang wordt geprobeerd om de omgang tussen een kind van inmiddels 14 jaar en de vader weer hervat te krijgen. De omgang kan volgens de moeder slechts begeleid plaatsvinden en ook het kind geeft dit aan te willen. Dit kan echter niet meer worden ingevuld waardoor de vader uiteindelijk de ‘koninklijke weg’ kiest.

E.e.a. leidt ertoe om geen omgangsregeling tussen het kind en de vader vast te stellen.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Hoewel de beslissing melding maakt van een incident tussen het kind en de vader is de houding van de moeder tekenend voor veel situaties die hier in de praktijk worden gezien. Uit niets in uitspraak van het hof blijkt dat de moeder zich daadwerkelijk de plicht om de banden tussen het kind en de vader te bevorderen serieus neemt. Bovendien blijkt ook uit niets in de uitspraak dat vader daadwerkelijk niet-goed-genoeg is. Tekenend is verder ook dat in al die jaren nog steeds niet is onderzocht “waarom [minderjarige 1] haar vader niet kan/wil toelaten in haar leven.” Een handelswijze die in strijd lijkt met LD vs Polen.

Twee kinderen wonen in een verscheurd gezin. Kind 1 woont bij de moeder en kind 2 woont bij de vader. De kinderen hebben nauwelijks contact met elkaar, echter dit wordt langzaam weer opgebouwd. De moeder verzoekt een omgang met kind 2 echter die geeft veel weerstand. De betrokken hulpverlening organiseert meerdere contactmomenten waaraan de vader echter niet meewerkt. Hij is van mening dat de behoeftes van de kinderen moeten worden gevolgd.

De betrokken GI stelt samengevat dat het kind gegronde redenen heeft voor de weerstand en stelt dat op dit moment de wens van het kind moet worden gevolgd. De rechtbank wijst de verzoeken van de moeder voor een omgang met kind 2 af.

Volledige uitspraak

Naschrift:

Hoewel de GI aangeeft dat kind 2 samengevat gegronde redenen heeft voor het niet willen hebben van contact met zijn moeder, verbaast het dat de GI kennelijk niet in staat is om de situatie naar een herstel te bewegen. Vader lijkt zich op basis van de casusbeschrijving niet mee te werken en zich niet in te zetten voor het doel wat de ondertoezichtstelling (mede( heeft. De rechter grijpt hier o.i. niet/onvoldoende op in en schuift met deze beslissing alles op de lange baan.

Twee kinderen staan onder toezicht. Ze hebben geen contact met hun vader en dit bedreigt hun ontwikkeling. De GI zet allerlei vormen van dwang in en voert gesprekken met de kinderen echter het lukt niet om een verbetering in de situatie te brengen omdat de moeder geen emotionele toestemming geeft aan de kinderen om dit contact met de vader te hebben. Desondanks verzoekt de GI beëindiging van de ondertoezichtstelling.

De rechter overweegt o.a.:

Het is de kinderrechter gebleken dat de moeder geen (emotionele) toestemming en ruimte aan de kinderen geeft om het contact met hun vader aan te gaan en dat zij de vader stelselmatig bij de kinderen weghoudt. De kinderrechter oordeelt dat dit een psychische vorm van kindermishandeling is en dat de kinderen in het gezin van de moeder zodanig opgroeien dat hun geestelijke belangen ernstig worden bedreigd. De kinderrechter voegt hier aan toe dat de moeder zich dient te realiseren dat haar houding ten aanzien van het contact tussen de vader en de kinderen in de toekomst een (nog) grotere impact kan hebben op de beide kinderen dan nu reeds het geval is.

En

Onomstotelijk is gebleken dat het enkel de moeder is die wegduikt.

Desondanks heft de rechter de ondertoezichtstelling op omdat de Gecertificeerde Instelling niet kan voldoen aan haar wettelijke taak.

Volledige uitspraak

Naschrift:
Een onbegrijpelijke uitspraak die in strijd lijkt met LD vs Polen. Het vergoelijkt kindermishandeling en in plaats van daadwerkelijk klare taal geeft deze uitspraak ook een heel duidelijk signaal aan de praktijk, namelijk dat er toch geen consequenties volgen als je je niet aan je artikel 1:247 lid 3 BW plicht houdt.

Contact ons voor hulp.
Lees hierna verder ↴

Meer verdiepen?