Verhuizing CAT-V&A

Antwoorden uit de familierechtpraktijk over verhuizing bij vechtscheidingen.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Ja, echter zijn er door de rechtspraak duidelijke regels gesteld voor de voorbereiding van zo een beslissing.

Heeft de andere ouder bijvoorbeeld een omgangsregeling en geen gezag, dan kunnen er nog steeds redenen zijn waardoor je niet mag verhuizen. Bijvoorbeeld als de verandering van woonplaats een te grote wijziging voor het kind (mede in relatie tot de andere ouder) betekent. Je handelingsvrijheid kan dan worden ingeperkt op basis van artikel 1:247 lid 3 BW.

Artikel 1:247 lid 3 BW:
Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
Dit laatste is bevestigd door de Hoge Raad in deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog:

Opmerking verdient dat ook bij eenhoofdig gezag een grondslag bestaat om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW). Op grond van art. 8 EVRM is de rechter in zodanig geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn. Daarbij valt in aanmerking te nemen dat zodanige maatregel minder ingrijpend is dan de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de andere ouder, waarin de wet uitdrukkelijk voorziet (art. 1:251a lid 1 BW en art. 1:253c leden 1 en 3 BW).

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 18 maart 2026
Ja, het is mogelijk om via een kort geding een verhuisverbod te vorderen voor de ouder die tracht de hoofdverblijfplaats weg te verhuizen zonder (vervangende) toestemming. Heeft de verhuizende ouder eenhoofdig gezag, dan is er formeel geen toestemming nodig van de andere ouder. Echter, je kunt ook dan een verhuisverbod vorderen in kort geding als de verhuizing bijvoorbeeld ertoe leidt dat de omgangsregeling moet veranderen.

Hoe de rechter beslist is evenwel onzeker, zoals altijd in het familierecht. Een vonnis geldt in beginsel als een tijdelijke maatregel. Wordt het verhuisverbod toegewezen dan moet de ouder die wil verhuizen naar de rechter, indien deze de verhuizing alsnog doorgang wil laten vinden.

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Verhuisverbod toegewezen

Verhuisverbod afgewezen

Een vader start een kort geding bij Rechtbank Rotterdam met als doel te voorkomen dat de moeder met hun 10‑jarige kind naar Portugal verhuist. De moeder heeft het eenhoofdig gezag en wil al langere tijd emigreren; de vader wist dat, maar verzette zich pas toen de verhuisdatum (14 februari 2026) concreet werd. De rechter vindt dat de moeder de band met de vader voldoende blijft bevorderen via vakanties, maandelijkse lange weekenden en (video)contact, en dat het kind zich op deze leeftijd goed kan aanpassen, mede gezien het huidige pesten op school. De rechter wijst daarom het gevraagde verhuisverbod af, net als het verzoek van de moeder om nu al een formele omgangs- en informatieregeling vast te leggen, omdat daar geen spoed bij is. Beide ouders moeten hun eigen proceskosten betalen.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Gelderland met als doel de verhuizing van de vader met hun jongste kind (een schoolkind) naar een andere plaats te verbieden of ongedaan te maken. De vader heeft sinds 2025 alleen het gezag en komt de begeleide omgangsregeling (eens per twee weken 2,5 uur) tussen de moeder en het jongste kind na.

De rechter gelooft de herhaalde toezeggingen van de vader dat hij het kind blijft brengen en halen, ook bij eventuele uitbreiding van de omgang, en ziet geen aanwijzingen dat hij omgang zal dwarsbomen. Dat het kind nu verder van moeder, familie en het oudere kind (ook een schoolkind) af woont, weegt volgens de rechter niet op tegen de vrijheid van de vader om elders een nieuw leven op te bouwen. De vordering van de moeder tot (terug)verhuizen wordt daarom afgewezen.

Volledige uitspraak

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Houd voor de maximale verhuisafstand ongeveer een straal van 10-15km aan waarbij de school van je kind het middelpunt is. Bekijk het vanuit je kind. Kan je kind zelf die afstand fietsend overbruggen en vanaf wanneer? Hoe zit het met speelafspraakjes? Het idee is dat de afstand niet zo groot is dat het impact heeft op de (sociale) ontwikkeling van je kind.

Een mooie kindgerichte beoordeling troffen we aan in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank overweegt het volgende: “De rechtbank acht het in het algemeen in het belang van kinderen dat hun ouders na scheiding dicht bij elkaar wonen omdat het dan voor kinderen het makkelijkst is met beide ouders een goede band te hebben.”

Afstand tussen de ouders kan belemmerend werken voor de uitvoerbaarheid van de gelijkwaardige verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Hoe ver exact vanuit het kind bezien nog acceptabel is, is volledig situatieafhankelijk. We zien af en toe uitspraken waarin 20 km nog wordt toegestaan, alleen de vraag is of dit werkelijk verstandig is.

In hoeverre een rechter een bepaalde afstand nog in het belang van het kind vindt kan ook beïnvloedt worden door bijvoorbeeld:

  • De leeftijd van het kind.
  • Mogelijke kindgebonden aspecten.
  • Vervoersmogelijkheden van de ouders.
  • Tijdsduur van de reis.

Overigens, heb je co-ouderschap, dan ontkom je er feitelijk niet aan om de verhuizing stap voor stap in te leiden en aantoonbaar te zoeken naar alternatieven om niet te verhuizen. Een ‘nieuwe relatie’ of ‘moeilijk om werk of woonruimte te vinden’ zijn dan minder snel doorslaggevende argumenten. Let wel, dit geldt ook voor de co-ouder zonder de formele hoofdverblijfplaats van het kind. Lees hiervoor het antwoord op onze V&A: Verhuizen als ik geen hoofdverblijf heb, kan dat?

Het is raadzaam om bij het opstellen van het ouderschapsplan een voorziening te treffen voor dit soort situaties.

Tot slot zijn we van mening dat de rechtspraak onvoldoende oog heeft voor het recht van het kind op één sociale context en ’twee ouders dichtbij’. Lees daarvoor de Opinie: Toetsing belang kind bij verhuizing ouder is onvoldoende.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 19 maart 2026
Als gezaghebbende ouder die tevens de hoofverblijfplaats heeft van een minderjarig kind heeft in beginsel het recht om op een andere plaats een nieuw leven op te bouwen. Af en toe zien we in de rechtspraak ook verhuizingen naar het buitenland. Het merendeel van de verzoeken wordt echter afgewezen.

Waar je als ouder met of zonder gezamenlijk gezag ook naartoe wilt verhuizen, je moet de verhuizing in het belang van je kind goed voorbereiden. Het belang van je kind omvat ook de band die het kind met de andere ouder heeft, waarvoor je een actieve bevorder-plicht hebt. Concreet betekent dit dat het van belang is om bij de voorbereidingen hier extra aandacht aan te besteden.

Wanneer je naar het buitenland verhuist, dan kan dit aanzienlijke effecten hebben op de band die het kind met de andere ouder heeft/ontwikkelt. Ook kan de uitvoerbaarheid van de zorg- of omgangsregeling met de andere ouder onder druk komen te staan. Het is echter niet gezegd dat dit de verhuizing automatisch blokkeert. Zo kan een constructief (compensatie) voorstel bijvoorbeeld bijdragen om de rechter te overtuigen dat dit aspect voldoende is gewaarborgd. Dit voorstel kan ook een financiële component bevatten, zoals dat de kosten voor de buitenlandreizen voor rekening van jou als verhuizende ouder komen.

Juist omdat internationaal verhuizen sterk kan ingrijpen in de band tussen het kind en de andere ouder vraagt ook de verhuizingsnoodzaak extra aandacht. Hoe dan ook, betrek de andere ouder zodra je voornemen concreet wordt en je de voorbereidingen werkelijk in gang gaat zetten.

Krijg je als gezaghebbende ouder alsnog geen toestemming, dan kan je de rechter vervangende toestemming vragen. Heb je eenhoofdig gezag, dan heb je (in beginsel) geen toestemming nodig en is het aan de andere ouder om op basis van ‘het recht op familieleven’ de rechter een verhuisblokkade te vragen.

Houd er in dat geval rekening mee dat de rechter je verhuizing gewoon de gebruikelijke toetsingscriteria hanteert, waarvan de ‘verhuisnoodzaak’ het belangrijkste is.

Samengevat komt het er dus op neer dat als je vooraf duidelijkheid wilt, je eigenlijk niet aan een procedure (al dan niet door jezelf gestart) ontkomt.

Voor een voor voorbeeld waarin er wél vervangende toestemming werd verleend, zie deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Hierin wil een moeder met haar 8‑jarige kind te verhuizen naar Dublin en daar een nieuw leven opbouwen. De rechter weegt mee dat het kind altijd bij de moeder heeft gewoond, er nu al een beperkte omgang met de vader is en dat de Raad en de vader in beginsel geen bezwaar ziet tegen verhuizing. De zorgregeling wordt omgezet naar langere verblijfsblokken in vakanties en twee vaste videobel-momenten per week, waarbij de moeder alle vliegtickets betaalt en een dwangsom geldt als een van de ouders de regeling niet nakomt.

Let op!
Verhuis je toch zonder toestemming, dan is er een aanzienlijk kans dat je wordt opgedragen om terug te verhuizen, meestal vergezeld van een (hoge) dwangsom, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. Wat verder regelmatig voorkomt is dat de verhuisde ouder het ouderlijk gezag en/of het hoofdverblijf van het kind verliest.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 5 maart 2026
De Wet Basisregistratie Personen geeft ouders in artikel 2.48 de bestuursrechtelijke verplichting om hun minderjarige kind bij hen in te schrijven indien de minderjarige daar feitelijk het woonadres heeft. Concreet betekent dit, dat als je kind dus overwegend bij jou verblijft, je je kind dus moet inschrijven. 

Deze verplichting om je kind in te schrijven kan haaks staan op een familierechtelijk vastgestelde hoofdverblijfplaats. Het gebeurt regelmatig dat ondanks dat het kind onder gezag van beide ouders staat, het kind op verzoek van één van beide ouders (dus zonder toestemming van de ander) toch wordt ingeschreven. Ook kan het gebeuren dat een ouder zonder ouderlijk gezag succesvol is in het inschrijven van het kind. Het leidt er tot slot ook soms toe dat kinderen meerdere keren in- en uit worden geschreven.

Om deze problemen te ondervangen hebben meerdere gemeenten eigen regelingen ingevoerd. De gemeenten waarvan we nu weten dat ze een regeling hebben zijn:

De regelingen stellen globaal dat – bij minderjarigen jonger dan 16 jaar die onder gezag van 2 ouders staan – de verhuisaangifte door beide ouders moet worden ondertekend. De regelingen hebben echter ook een ontwijkmogelijkheid nl. dat als de regeling in een specifieke situatie onbillijk uitvalt, de gemeente ervan kan afwijken. Sommige gemeenten stellen ook dat het onmogelijk is om het feitelijke woonadres van het kind vast te stellen en ze daarom bij gezamenlijk gezag twee handtekeningen vereisen.

Een voorbeeld: Stel je kind is jonger dan 16 jaar, woont overwegend bij je en je krijgt geen toestemming van de andere ouder om je kind bij jou in te schrijven en je gemeente vereist wel toestemming, dan kan je bijvoorbeeld een nader onderzoek vragen bij de gemeente. Blijkt hieruit dat je kind inderdaad overwegend bij jou woont, dan is er (vooralsnog) een kans dat de gemeente alsnog overgaat tot inschrijving in de Basisregistratie Personen. Het kan er evenwel ook toe leiden dat de gemeente wel twee handtekeningen vereist.

Voor kinderen van 16 tot 18 jaar geldt dat een familierechtelijke hoofdverblijfplaatsbepaling praktisch een wassen neus is. Het kind kan zichzelf inschrijven op jouw adres, wanneer deze daar hoofdzakelijk verblijft.

Woont je kind niet overwegend bij je en schrijf je je kind wel eenzijdig over? Dan zien we een aantal risico’s die niet lichthartig moeten worden opgevat:

  • Als het (gezamenlijk) ouderlijk gezag ter discussie wordt gesteld, dan kan dit als een contra-indicatie gelden voor het laten voortduren van het gezag aan jouw zijde.
  • Er ontstaat mogelijk een schuld aan de ouder bij wie het kind wel feitelijk hoofdverblijf heeft, omdat deze toeslagen/bijdragen/aftrekposten misloopt.
  • Instanties kunnen ten onrechte ontvangen toeslagen/bijslagen mogelijk terugvorderen (eventueel met boete als je niet te goeder trouw bent).
  • Ben je niet te goeder trouw en komt het tot een procedure, dan kan je mogelijk veroordeeld worden in de proceskosten van de andere ouder.
  • Het onterecht overschrijven kan tot een bestuurlijke boete leiden wegens het ‘onjuist inschrijven of het aanleveren van verkeerde informatie in de BRP” (artikel 4.17 Wet basisregistratie personen). Zo is de boete in de Gemeente Amsterdam en in veel andere gemeenten € 325,- .

Wat ons betreft, zou eenzijdig overschrijven (uitschrijven->inschrijven) bij gezamenlijk gezag, niet mogelijk moeten zijn. Een alternatief zou kunnen zijn een regeling zoals die in België sinds 2016 van kracht is, die mogelijk maakt dat kinderen van gescheiden ouders op twee adressen worden ingeschreven. Dit biedt allerlei voordelen, bijvoorbeeld toegang voor deze kinderen tot korting op toegang voor lokale organisaties, toegang tot een huisarts etc. Het zou mooi zijn als dit ook in Nederland wordt ingevoerd.

Let op!
We geven geen standpunten of eenzijdig overschrijven in een specifieke situatie of in een bepaalde gemeente wel of niet mogelijk is. Neem hiervoor contact op met de gemeente waarin je woont. Zijn er wel 2 handtekeningen vereist dan moet je dus de familierechtelijke weg bewandelen. Dit betekent concreet een verzoekschriftprocedure waarin je wijziging van de juridische hoofdverblijfplaats van je kind verzoekt. Lees hiervoor ons Thema: Hoofdverblijfplaats kind wijzigen. Wil je hulp daarbij, neem dan contact op. Voor alle andere gevallen is contact niet zinvol omdat dit primair een bestuursrechtelijke aangelegenheid is en Fiduon hierin niet adviseert.

Ben je hoofdverblijfouder en is/wordt je kind onverwacht uitgeschreven en wil je hiermee in familierechtelijke zin verder? Neem dan gerust contact op voor een vrijblijvende kennismaking. Houd er wel rekening mee dat we niet adviseren over bestuursrechtelijke aspecten van de situatie. Let op! Verblijft je kind al enige tijd bij de andere ouder, dan kan dit effect hebben op eventuele rechten op kinderalimentatie, blijkens deze conclusie van PG Coenraad bij de Hoge Raad. Hoe het LBIO hiermee omgaat mocht deze conclusie door de Hoge Raad worden overgenomen, is onzeker. We monitoren de situatie.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Hebben beide ouders het ouderlijk gezag, dan is toestemming van de andere ouder voor de verhuizing met het kind verplicht. Ook voor een verhuizing binnen de gemeentegrenzen is in beginsel toestemming nodig.

Zonder toestemming verhuizen is dus in principe niet mogelijk, hoewel we soms zien dat achteraf de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke. Het is een belangenafweging die de rechter maakt, mocht de verhuizing alsnog aan de rechter worden voorgelegd. Een voorbeeld van zo een zaak is deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en deze uitspraak van Rechtbank Den Haag. Het zijn uitspraken die o.i. een duidelijk (overigens zeer negatief) beeld scheppen van de staat van de rechtsbescherming in Nederland.

Zonder toestemming verhuizen (d.w.z. een voldongen feit creëren), slaagt dus af en toe, echter in de meeste gevallen zien we een andere uitkomst, namelijk dat:

  • De reeds met het kind verhuisde ouder verplicht wordt om terug te verhuizen, zoals in deze uitspraakdeze uitspraak en deze uitspraak. Geregeld wordt daarbij ook een dwangmiddel in de vorm van een dwangsom opgelegd.
  • Het kind via een machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder wordt geplaatst. Een dergelijke zaak was aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam.
  • Het hoofdverblijf naar de andere ouder gaat, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Den Haag, deze uitspraak van Rechtbank Gelderland en deze uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. Interessant aan de uitspraak van Rechtbank Den Haag is de (o.i. terechte) koppeling die de rechtbank maakt met de ouderschapsnormen.

Overweeg je een ‘eenzijdige actie’ dan is een logische motivering die in het belang van het kind is onontbeerlijk. Ook moet voor de rechter voldoende aannemelijk worden genaakt dat je de uitkomst van een eigen verzoek bij de rechter redelijkerwijs niet hebt kunnen afwachten. Is de logische motivering er niet, dan zou de rechtspraak o.i. hard mogen/moeten ingrijpen.

Dat de andere ouder actief dient te worden betrokken bij de besluitvorming rondom het verhuisvoornemen, is ook één van de regels in de staat in de Recommendation CM/Rec(2015)4 on preventing and resolving disputes on child relocation waar sommige Nederlandse rechters (mede) naar verwijzen, zoals Rechtbank Den Haag in deze uitspraak.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Een ouder met het eenhoofdig gezag kan in beginsel zelf te beslissen waar het kind met deze ouder naartoe verhuist. Er is in principe geen toestemming van de andere ouder of een rechter nodig, zelfs niet wanneer deze ouder naar het buitenland verhuist. Dit betekent echter niet dat een rechter niet kan ingrijpen. De beslisvrijheid kan ingeperkt worden door het recht op familieleven van het kind met de andere ouder en de plicht die daaruit volgt, om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. 

Zo kan ver weg verhuizen ertoe leiden dat omgang praktisch onmogelijk wordt of dat de rol van deze ouder wordt geminimaliseerd, danwel dat de verhuizing een aanpassing in de verdeling van de zorg noodzakelijk maakt. Deze ouder kan het verhuisvoornemen in een kort geding voorleggen aan de rechter, die vervolgens toets aan de hand van art. 1:247 lid 3 BW. Zo een zaak was bijvoorbeeld aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Oost Brabant.

De Hoge Raad heeft vervolgens in deze uitspraak in 2021 het volgende bepaald:

3.1.4 Opmerking verdient dat ook bij eenhoofdig gezag een grondslag bestaat om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW). Op grond van art. 8 EVRM is de rechter in zodanig geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn. Daarbij valt in aanmerking te nemen dat zodanige maatregel minder ingrijpend is dan de toekenning van het eenhoofdig gezag aan de andere ouder, waarin de wet uitdrukkelijk voorziet (art. 1:251a lid 1 BW en art. 1:253c leden 1 en 3 BW)

In deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland hadden ouders de intentie om het gezamenlijk gezag te regelen en toch verhuisde de moeder direct naar de relatiebreuk. De rechtbank toetste vervolgens aan de citeria die gelden voor situaties waarin er gezamenlijk gezag is. Omdat de moeder de verhuizing onvoldoende had doordacht besliste de rechtbank eveneens dat zij moest terugverhuizen.

In deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moest een moeder – die ten tijde van het verhuizen eenhoofdig gezag had en 200 km ver weg verhuisde – terugverhuizen e.e.a. op straffe van een dwangsom van EUR 250,- per dag met een maximum van EUR 25.000,-.

Overigens zou o.i. hetzelfde moeten gelden in een situatie waarin er een rechtszaak loopt voor verkrijging van gezamenlijk gezag of (meer) omgang.

Als je als ouder met het eenhoofdig gezag wilt verhuizen, dan is het dus in alle gevallen verstandig om de verhuizing goed voor te bereiden. Als uitgangspunt daarvoor kun je de regels en stappen hanteren die die de rechtspraak hanteert voor situaties waarin er gezamenlijk gezag is. Dit betekent ook dat je de andere ouder vooraf behoort te informeren en consulteren.

Dat verhuizen zonder toestemming (zelfs naar het buitenland) wél legitiem kan zijn, lees je in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland waarin een moeder met het kind naar Portugal verhuisde.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Het familierecht is er in beginsel op ingericht om ervoor te zorgen dat als de ouder met het hoofdverblijf wil verhuizen, er een zorgvuldig voorbereidingsproces wordt gevolgd. Het komt echter ook veelvuldig voor dat de niet-hoofdverblijf ouder verhuist, soms ver weg. Dit kan een aanzienlijke impact hebben op de uitvoerbaarheid van de zorgregeling.

De vraag die dan opkomt is of in die situatie de wegverhuizende ouder toch (vervangende) toestemming moet hebben, danwel of de achterblijvende ouder die ouder kan beletten om te verhuizen, bijvoorbeeld via een kort geding.

Een dergelijke situatie was aan de orde in deze zaak bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De moeder co-ouder met ouderlijk gezag en zonder hoofdverblijf wilde wegverhuizen. Het hof overwoog als volgt (onderstrepingen o.z.):

“Het hof dient in een geschil als het onderhavige, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind belast zijn en er een verschil van mening bestaat over een verhuizing van één van de verzorgende ouders en het kind, een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vader, zodat van een formele verhuizing geen sprake is. Het hof begrijpt dat de moeder wenst dat [de minderjarige] de dagen dat zij bij de moeder verblijft in [C] zal doorbrengen. Nu hier sprake is van een gelijkwaardige (50/50) zorgverdeling tussen de ouders zal het hof het verzoek van de moeder aan de voor een verhuizing gebruikelijke criteria toetsen.”

Deze uitspraak heeft sindsdien navolging gevonden bij o.m. Rechtbank Midden-Nederland in deze o.i. baanbrekende uitspraak. De rechtbank legde aan de co-ouder die wilde wegverhuizen o.m. hoge dwangsommen op om een verhuizing van de sociale context van de kinderen tegen te gaan.

De conclusie lijkt dus te zijn dat in alle gevallen waarin er gezamenlijk gezag en er een (min of meer) gelijke zorgverdeling is de verhuizing van de niet-hoofdverblijfouder aan rechterlijke toetsing onderworpen dient te worden, als de ouder met het hoofdverblijf niet toestemt.

De volgende vraag die hieruit voortvloeit is of dit ook zou gelden voor ouders zonder ouderlijk gezag, maar wel met een zorgtaak voor het kind.

Het belang van het kind lijkt gediend met dat zodra verhuizingen plaatsvinden die bezien vanuit het kind de situatie veranderen, dat deze verhuizing – als ouders er niet uitkomen – aan een rechterlijke toets wordt onderworpen. Kortom, de volgende conclusie lijkt gerechtvaardigd:

Indien zorgtaak; dan altijd toestemming nodig voor de verhuizing van de andere ouder, dan wel vervangende toestemming van de rechter en dus ook ontvankelijk in een eigen verzoek tot vervangende toestemming. Andersom kan de achterblijvende hoofdverblijfouder de rechter ook een verhuisverbod verzoeken.

NB: O.i. geldt, bereid je verhuizing hoe dan ook zorgvuldig voor. Gebruik daarvoor de gebruikelijke criteria als richtlijn.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 11 maart 2026
Of je verplicht kan worden om als ouder met het hoofdverblijf van kind terug te verhuizen hangt primair af van de gezagssituatie. Is er gezamenlijk gezag dan heeft de rechter dit wel in zijn toolkit. Was er op het moment van verhuizing geen ouderlijk gezag, dan heeft de rechter deze mogelijkheid in beginsel niet.

Wel gezamenlijk gezag

Een voorbeeld dat een ouder moest terugverhuizen is deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin was door de rechtbank aan een moeder toestemming was verleend om te verhuizen. Het hof zag dit anders en besloot dat de moeder moest terugverhuizen de woonplaats van vader, althans binnen een straal van 10 kilometer daarvan. Er werd echter geen dwangsom bepaald.

Een zaak waarin er wel een (hoge) dwangsom werd bepaald om de terugverhuizing te prikkelen is deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin was de vader zonder (vervangende) toestemming met de kinderen verhuisd. Pas achteraf verleende Rechtbank Gelderland alsnog deze toestemming. Het hof zag het echter anders en mede vanwege het zelfbepalende gedrag van de vader, moest hij terugverhuizen. Om deze beslissing kracht bij te zetten werd er een dwangsom bepaald van EUR 1.000 voor elke dag dat de vader zich niet zou houden aan de beslissing van het hof, met een maximum van EUR 150.000.

In deze uitspraak van Rechtbank Gelderland ontving de moeder die zonder (vervangende) toestemming vooraf een huurovereenkomst van 5 jaar was aangegaan voor een woning op 100km afstand eveneens een bevel tot terugverhuizen binnen 3 maanden naar een woning binnen een straal van 25 km van de plaats van de vader. Ook werden de overige verzoeken van de moeder afgewezen. Tevens koppelde de rechter er een dwangsom aan van € 250 per dag maximum van € 50.000. Opmerkelijk aan deze uitspraak is bovendien dat de moeder volgens haar verzoeken het ook redelijk vond dat de vader een deel van het halen en brengen voor zijn rekening zou gaan nemen. De dwangregeling is later door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in deze uitspraak bekrachtigd.

In deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland start een vader een procedure met als doel de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem in België vast te laten stellen. De rechtbank had haar beslissing aangehouden om te kijken of de vader met het kind terug zou verhuizen naar zijn eerdere woonplaats in Nederland, maar de vader gaf geen nieuwe informatie. De rechtbank beslist daarom dat het kind vanaf 1 januari 2026 officieel bij de moeder woont.

In deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant start een moeder start een procedure om de vader te verbieden te verhuizen met het kind en de school te wijzigen. De vader is ondanks een lopend raadsonderzoek toch al met het kind naar een andere plaats verhuisd, zonder toestemming van de moeder. De rechter vindt dat de vader hiermee vooral zijn eigen belang heeft gevolgd en het kind in een nog onduidelijke en schadelijke situatie heeft gebracht. De rechter beslist dat de vader binnen twee weken met het kind moet terugverhuizen naar (de omgeving van) de oude woonplaats, op straffe van een dwangsom, maar wijst het aparte verbod op inschrijving op een andere school af omdat daarvoor toestemming van de moeder nodig is.

In deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam start een vader een procedure met als doel de moeder te laten terugverhuizen in de buurt van zijn woonplaats en de zorg voor hun dochter gelijk te verdelen. De moeder is zonder definitieve woning met het kind naar een andere regio vertrokken en wil daar blijven wonen, omdat haar netwerk daar is. De rechter vindt dat de noodzaak van deze verhuizing niet is aangetoond en dat de grote afstand de band van het kind met beide ouders te veel schaadt. De moeder moet binnen drie maanden binnen 15 kilometer van de vader gaan wonen; dan blijft het hoofdverblijf van het kind bij haar, anders gaat het hoofdverblijf naar de vader. De rechter bepaalt een vrijwel gelijkwaardige zorgregeling met veel contactmomenten en een duidelijke verdeling van vakanties en feestdagen, die snel moet ingaan.

In deze uitspraak van Gerechtshof Den Bosch gaat een vader in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Limburg, omdat hij wil dat zijn 10‑jarige zoon weer in de buurt van hem komt wonen. Het hof vindt dat de moeder zonder noodzaak en zonder overleg 150 km is verhuisd, het contactherstel met de vader tegenwerkt en rechterlijke uitspraken (informatie geven, meewerken aan hulp) niet nakomt. Omdat het in de nieuwe woonplaats nog steeds slecht gaat met het kind (veel schoolverzuim, zorgen van school en leerplicht) weegt het belang van de vader en het kind bij contactherstel zwaarder dan het belang van de moeder om te blijven. Het hof gelast de moeder om uiterlijk voor het nieuwe schooljaar 2026/2027 met het kind terug te verhuizen naar de regio van de vader, op straffe van een dwangsom van € 100 per dag (maximaal € 25.000). Over de zorgregeling beslist het hof nu niet inhoudelijk, omdat de vader dat verzoek heeft ingetrokken. 

Voor de duidelijkheid, er is vooralsnog geen consistentie tussen  de rechtbanken en hoven hoe zij omgaan met zelfbepalend gedrag, waarbij zwaarwegende gezagsbeslissingen door een ouder worden doorgedrukt in een poging een voldongen feit te creëren voor de rechtspraak. Het spreekt voor zich dat ouders die het gezag delen zich te houden hebben aan hun plicht van (vervangende) toestemming vooraf, uitgezonderd objectief aantoonbare noodtoestand op het moment van die beslissing, waarbij ook voor het minst schadelijke alternatief is gekozen. Is hiermee geen rekening gehouden, dan dienen de gevolgen ook voor rekening van die ouder te komen.

Geen gezamenlijk gezag

Een dergelijke situatie was aan de orde in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hierin emigreerde de moeder met haar kind van 1 jaar 4,5 maand voor de rechtbank gezamenlijk gezag vaststelde naar het buitenland.  De verhuizing vond daarnaast plaats 2 maanden na het inleidende verzoekschrift van de vader.

Het hof oordeelde dat moeder niet hoefde terug te verhuizen:

Op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) rust op de nationale autoriteiten, onder wie de rechter, de verplichting zich zoveel mogelijk in te spannen om het recht op ‘family life’ tussen ouders en hun kinderen mogelijk te maken (vgl. EHRM 17 april 2012, zaak 805/09). In dat kader kan de rechter bijvoorbeeld een onderzoek gelasten of een wettelijk dwangmiddel aanwenden ter effectuering van een omgangsregeling. Noch artikel 8 EVRM, noch artikel 1:247 lid 3 BW kan hier naar het oordeel van het hof echter grond vormen voor toewijzing van het verzoek van de vader om de moeder te bevelen terug te verhuizen.

Het spreekt voor zich dat bezien vanuit het recht van het kind op omgang met beide ouders dit een zeer onwenselijke uitkomst is. We hebben e.e.a. uitgezet bij Vera Bergkamp van D66.

Let op! Dat de ouder wellicht niet kan worden gedwongen om terug te verhuizen betekent niet dat de verhuizing van het kind daarmee eveneens een voldongen feit is. Artikel 1:247 lid 3 BW geeft de rechter diverse maatregelen in zijn toolkit waaronder toewijzing van het kind aan de andere ouder en wijziging in omgangssituatie. Samengevat betekent dit dat het hoofdverblijf van het kind kan overgaan naar de achterblijvende ouder. Ook zien we geregeld dat in dit soort situaties de gezagssituatie wijzigt naar gezamenlijk gezag waardoor bij niet-nakoming ook 279 Sr ‘onttrekking aan het ouderlijke gezag‘ potentieel in beeld komt.

Een voorbeeld waarin een rechter een verzoek tot een ‘bevel tot terugverhuizen’ wel ontvankelijk acht is te lezen in deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Het baat de verzoekende ouder evenwel niet en i.c. de moeder hoeft niet terug te verhuizen terwijl daardoor een afstand tussen de ouders is ontstaan van 150 km (hetgeen natuurlijk vooral het kind belast). De vader had met zijn gedrag feitelijk laten blijken met de verhuizing in te stemmen en aangegeven mee te zullen/willen verhuizen. Daardoor zag de rechter geen grond om op basis van artikel 1:247 lid 3 BW terugverhuizing te bevelen.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Als de hoofdverblijfouder met het kind zonder toestemming van de andere gezaghebbende ouder is verhuisd, dan kan de rechter worden verzocht om de verhuizing ongedaan te maken. 

In deze zaak toetst de rechter de situatie in beginsel alsnog aan de gebruikelijke criteria voor ‘vervangende toestemming tot verhuizing’. Dit kan ertoe leiden dat de verhuizing alsnog wordt gelegaliseerd, het kan er echter ook toe leiden dat er alsnog onvoldoende gronden zijn voor de verhuizing en dat er een opdracht volgt aan die ouder om terug te verhuizen.

Wanneer dit niet gebeurt, dan kan dit ertoe leiden dat het hoofdverblijf van het kind wijzigt, zoals in deze uitspraak. Hierin deed de moeder niet wat haar door de rechtbank was opgedragen. Vader kreeg vervolgens ook vervangende toestemming om zijn kind in zijn woonplaats bij een school in te schrijven. Ook kreeg moeder een zorgregeling.

Het is niet automatisch zo dat een afwijzing van de verhuizing ook tot de verplichting leidt dat die ouder moet terugverhuizen. Dit moet namelijk expliciet worden verzocht. Verzoek je dit niet dan kan dit ertoe leiden dat jullie samen in gesprek moeten hierover, met naar verwachting een zeer onzekere uitkomst. Een dergelijke situatie was aan de orde in deze uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Leidt dit overleg tot niets, dan is er feitelijk nog een procedure nodig om de terugverhuizing te bewerkstelligen.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
Als je als grootouder verhuizing van je kleinkind wilt tegenhouden, een verhuizing waardoor bijvoorbeeld het contact veel minder wordt, dan kan dit uitsluitend op basis van het recht op familieleven van 8 EVRM.

Een dergelijke situatie was aan de orde in deze uitspraak van Rechtbank Rotterdam. De grootouders hadden niet via de juiste rechtsingang het verzoek tot een verhuisverbod aan de rechter voorgelegd.

De rechter toetste de vordering echter toch indirect aan 8 EVRM en maakte een afweging tussen het recht op familieleven van de grootouders ten opzichte van het recht van de moeder om haar leven naar eigen inzicht in te richten en naar het buitenland te verhuizen.

De rechter vond dat aan het recht op familieleven van de grootouders in voldoende mate tegemoet werd gekomen doordat de moeder toezegde zich te blijven inzetten voor het contact (o.m. telefonisch en gedurende de vakanties van het kind).

Overigens is natuurlijk de vraag, wat te doen als moeder dit tóch niet nakomt. Helaas voorziet de uitspraak niet in die situatie.

Het spreekt voor zich dat er meer kans is op toewijzing als er al een omgang is vastgesteld met het kleinkind. Wellicht dat een beroep op ‘het recht op privéleven’ ook nog zou kunnen slagen.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 6 januari 2026
In de praktijk zien we soms zelfbepalende ouders die tóch verhuizen, ondanks een verhuisverbod of een afwijzende beslissing op een verzoek voor vervangende toestemming om te mogen verhuizen.

Rechtelijke beslissingen dienen te worden nagekomen. Sommige ouders vinden echter dat dit niet voor hen geldt of dat zij net die ene uitzondering zijn. Dat is meestal niet zo. Het gevolg veelal, spanningen waarvan het kind de dupe is en juridisch touwtrek, zoals in deze uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland.

Hierin was de moeder ondanks dat zij geen vervangende toestemming op haar verzoek had gekregen tóch verhuisd. Dit voerde ze vervolgens aan als reden dat ze de zorgregeling niet meer hoefde na te komen, althans dat deze samengevat niet meer in het belang van de kinderen van 5 en 2 jaar zou zijn. De vader startte een kort geding. De voorzieningenrechter overwoog o.a. het volgende:

(…) de moeder gehouden is om de zorgregeling die zij met de vader heeft afgesproken, na te komen. (…) Dat betekent dat de moeder op de in de zorgregeling bepaalde tijdstippen de zorg voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] draagt. Die zorg zal in of in de buurt van [plaats 1] moeten plaatsvinden, want daar gaan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar school en naar de opvang, en op grond van de beschikking van de rechtbank Noord-Holland mogen zij niet naar [woonplaats 2] verhuizen. (…) Ten overvloede: de voorzieningenrechter realiseert zich terdege dat deze toewijzing voor de moeder lastige problemen met zich brengt. De moeder zal ervoor moeten zorgen dat zij een tijdelijk onderkomen in of in de buurt van [plaats 1] regelt om aan de zorgregeling en tegelijkertijd aan de beschikking van de rechtbank Noord-Holland te voldoen. Dat is niet makkelijk, maar van de moeder mag worden verwacht dat zij haar verantwoordelijkheid neemt en alles op alles zet om de afspraken na te komen en deze door haar keuzes ontstane situatie gaat oplossen.(…)

I.c. de moeder is dus verplicht een woonruimte te zoeken in de woonplaats van de kinderen. Ook werd aan moeder een dwangsom opgelegd om nakoming van de zorgregeling te prikkelen.

Deze uitspraak is echter helaas geenszins standaard. We zien veel ambivalentie in de rechtspraak hoe om te gaan met zelfbepalend gedrag. Er zijn gelukkig lichtpuntjes, zoals deze uitspraak. Er is echter ook van alles op te merken over deze uitspraak, zoals dat de moeder zelfbepalend is en tóch de proceskosten van de vader niet hoeft te betalen. Ook heeft de situatie ertoe geleid dat de zorgregeling enige tijd niet onverkort is nagekomen. De gemiste tijd wordt niet gecompenseerd, hetgeen onbegrijpelijk is.

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.

Bijgewerkt: 17 maart 2026
Kan een ouder die slachtoffer is van huiselijk geweld zomaar met een kind verhuizen? Nee. Ook in zulke zaken geldt dat bij gezamenlijk gezag toestemming van de andere ouder nodig is, of vervangende toestemming van de rechter. Huiselijk geweld weegt daarbij zwaar, maar leidt niet automatisch tot toestemming. De rechter moet altijd een volledige belangenafweging maken, met het belang van het kind voorop.

Een voorbeeld lees je in deze uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. Een moeder start een procedure met als doel toestemming te krijgen om met haar twee kinderen (ongeveer 14 en 10 jaar) definitief in [woonplaats 2] te wonen. De aanleiding is ernstig huiselijk geweld door de vader, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld; moeder en kinderen voelen zich in [woonplaats 1] niet meer veilig.

De rechtbank vindt dat de noodzaak om in een veilige omgeving te wonen zwaarder weegt dan het belang van de vader om de kinderen dichtbij zich te hebben. De hoofdverblijfplaats wordt bij de moeder bepaald, zij mag met de kinderen in [woonplaats 2] wonen en de oudste mag daar op een passende school worden ingeschreven.

Contact met de vader moet heel voorzichtig, onder begeleiding van hulpverlening en onder regie van de GI (kinderen staan onder toezicht), stap voor stap worden opgebouwd.

Ook belangrijk was dat de vader volgens de rechtbank onvoldoende inzicht liet zien in de impact van het geweld op moeder en kinderen. De rechtbank vond dat hij daarmee de veiligheidsbeleving van moeder en kinderen onvoldoende serieus nam. Dat werkte in zijn nadeel bij de belangenafweging.

Rechtspraak

Je leest een geactualiseerde selectie. Overweeg je juridische stappen na het lezen hiervan? Lees eerst hoe je een traject slim instapt.

Verhuizen toegestaan

Een moeder gaat in hoger beroep bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden met als doel alsnog toestemming te krijgen om met de kinderen (schoolleeftijd) in Hilvarenbeek te wonen. Zij was op advies van jeugdbescherming al eerder daarheen vertrokken wegens escalaties en geweld tussen de ouders, maar moest van eerdere rechters dichter bij de vader gaan wonen. Het hof oordeelt nu dat het voor de veiligheid en rust van de moeder en daarmee voor het welzijn van de kinderen beter is als zij op grotere afstand van de vader woont, en verleent vervangende toestemming voor verhuizing naar Hilvarenbeek. Er komt een nieuwe omgangsregeling: één weekend per twee weken en de helft van vakanties en feestdagen bij de vader. De kinderalimentatie wordt opnieuw berekend en verhoogd, met een beperkte mogelijkheid voor de vader om te veel betaalde bedragen terug te verrekenen.

Volledige uitspraak

Een moeder start een procedure bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant om met haar circa 3‑jarige kind te mogen verhuizen naar de regio West-Friesland zonder toestemming van de vader. De moeder en het kind verblijven al langere tijd in een blijf-van-mijn-lijfhuis, er is een ondertoezichtstelling en de vader vertoont volgens Raad en GI ernstig dreigend en agressief gedrag, waardoor contact nu is geschorst. De rechter vindt dat het belang van het kind om met een veilige en beschikbare moeder een stabiel leven op te bouwen zwaarder weegt dan het belang van de vader bij nabijheid. De rechter geeft de moeder vervangende toestemming om te verhuizen en de vader wordt aangespoord agressiebehandeling te volgen en mee te werken aan toekomstig contactherstel als dat veilig kan.

Volledige uitspraak

Verhuizen niet toegestaan

Een moeder gaat in hoger beroep bij Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch om toestemming te krijgen om met haar kinderen (ongeveer 6 en 4 jaar) in [woonplaats vrouw] te blijven wonen. Het hof vindt niet bewezen dat er sprake was van structureel huiselijk geweld en oordeelt dat de grote afstand het contact met de vader te veel belemmert. De moeder moet daarom uiterlijk 1 augustus 2024 met de kinderen terugverhuizen naar een adres binnen 10 kilometer van de vader, op straffe van een dwangsom. De kinderen houden hun hoofdverblijf bij de moeder, er komt een ruimere zorgregeling voor de vader na de terugverhuizing en de kinderalimentatie wordt verhoogd.

Volledige uitspraak

Bij huiselijk geweld is verhuizen niet vanzelfsprekend

Ook als sprake is van huiselijk geweld, staat niet op voorhand vast dat de rechter verhuizing met een kind zal toestaan. De rechter kan die wens begrenzen na een belangenafweging, bijvoorbeeld omdat ook het familieleven van het kind met de andere ouder bescherming verdient, omdat het kind sterk is geworteld in de bestaande woon- en leefomgeving, of omdat veiligheid ook op een minder ingrijpende manier kan worden geborgd. De vraag is dus niet alleen óf er geweld is (geweest), maar ook welke oplossing in het concrete geval het meest in het belang van het kind is.

Hoe nu verder

Wil je je verder verdiepen in dit onderwerp, lees dan ook onze special over verhuizen. Daar lees je onder meer over wegingscriteria. Je kunt natuurlijk ook contact op nemen voor juridische ondersteuning.

Voor plegers

Lees je dit als pleger, lees dan ook de V&A: Huiselijk geweld gepleegd; raak ik omgang of gezag kwijt?

💬
Je bent niet alleen. Elke werkdag helpen we ouders zoals jij bij juridische trajecten en in belastende dynamieken. Kennismaken is vrijblijvend, kosteloos en vertrouwelijk. We werken daarna op betaalde basis. Lees meer over diensten en kosten en wanneer te starten.

Biedt dit artikel de uitleg die je zocht?

Heb je een suggestie, tip of idee? Klik hier.
Wat kan beter?
Onduidelijk
Onjuiste info
Te lang
Iets anders

Bedankt voor je positieve feedback!

Bedankt voor je inbreng!

Feedback wordt in principe binnen 5 werkdagen verwerkt. Kom je later nog een keer terug?

Bedankt! Je inbreng wordt zeer gewaardeerd.